Posts tonen met het label ark van het verbond. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ark van het verbond. Alle posts tonen

zaterdag 12 april 2025

Nieuwe mp3's in de bijbelstudiereeks over Exodus, onder meer over de ark doorheen het Oude Testament

Hieronder vind je de koppelingen naar audiofiles van recente bijbelstudies in de reeks over Exodus.

We gaan doorheen Exodus 25 en 26, maar leggen tegelijk de link naar de ark van het verbond doorheen het Oude Testament, naar Christus en het verzoendeksel en naar de Gelovige en het verzoendeksel.
In de derde studie zoomen we in op de tentkleden en andere materialen van de tabernakel.

Hieronder de link naar nog meer studies in deze Exodus-reeks:




maandag 2 december 2024

Beluister de studie over de ark in de tabernakel

Op woensdag 20 november behandelden we Exodus 25, het deel over de ark van het verbond. Dit plaatsten we in het kader van de mens die mag terugkeren naar God, de plaats waar we horen.

De ark van het verbond komt aan bod, net als het verzoendeksel.


In een volgende studie belichten we al kort de tafel met toonbroden en de kandelaar, maar keren we ook terug naar het verhaal van de ark van het verbond, zoals verderop in de bijbel nog geschetst, en bekijken we het verzoendeksel in het Nieuwe Testament.


Afbeelding: de ark van het verbond met het verzoendeksel volgens Spielbergs "Indiana Jones and the raiders of the lost ark".

dinsdag 24 januari 2023

Het grote verhaal van de tabernakel: beluister deel 8



Opnieuw duiken we in het grote verhaal van de tabernakel doorheen de bijbel.

Dit keer bespreken we het brandofferaltaar en het wasvat, die beide heenwijzen naar Christus.

Ook komt de relatie tussen tabernakel en kosmos verder aan bod.




Afbeelding: Christipedia (het wasvat of ook wel 'de zee' in de tempel van Salomo)

dinsdag 10 januari 2023

Nieuwe audio uit de reeks over het grote verhaal van de tabernakel (deel 6 en 7)


Hierbij twee studies uit de reeks over de tabernakel en het grote verhaal waar die tabernakel in past: God wil bij de mensen wonen, zijn heerlijkheid zal de aarde vervullen.

Tabernakel het grote verhaal - deel 6: ark en kandelaar

Tabernakel het grote verhaal - deel 7: tafel met toonbroden, reukofferaltaar, brandofferaltaar en zee

In bovenstaande mp3 zit een ongewilde korte onderbreking. Sorry daarvoor.

Eerdere studies in deze reeks


donderdag 11 september 2014

Zegen en eerbied gaan hand in hand (2 Sam. 6)


2 Samuël 6; 1 Korinthiërs 16; Ezechiël 14; Psalm 55

Ongetwijfeld zou David velen van ons een ongemakkelijk gevoel hebben bezorgd mocht hij vandaag hebben geleefd. Hij was zulk een intens man – uitbundig in zijn genoegens, gebroken in zijn ontmoediging, krachtig in zijn leiderschap, ongeremd in zijn lofprijzing.

(1) Eén voorval dat ons veel toont over de man toont ons niet minder over God, namelijk het overbrengen van de ark van het verbond, en wellicht de volledige tabernakel, naar Jeruzalem (2 Sam. 6). David zendt er niet gewoon een aantal geestelijken naartoe – de aangeduide Levieten – en niets meer. Hij verzamelt dertigduizend man uit de keurtroepen en vertegenwoordigers van het hele huis van Israël, om nog maar te zwijgen over de muzikanten en koren.

(2) Wanneer Uzza zijn hand uitstrekt om de ark recht te houden omdat de runderen die de kar trekken struikelden, lezen we: ‘de toorn des HEREN ontbrandde tegen Uzza en God sloeg hem daar om deze onbedachtzaamheid; hij stierf daar bij de ark Gods’ (6:7). Dit was beslist een domper op de feestvreugde. David is zowel boos op God (6:8 [zie NBV en HSV]) als bevreesd voor Hem (6:9). Hij neemt zich voorlopig voor de ark des Heren niet naar Jeruzalem over te brengen. Er is beslist iets in de meesten van ons dat stilletjes denkt dat David gelijk heeft.

Maar al die tijd toonde God de grootste zorg om elke hint de kop in te drukken dat Hij niets meer zou zijn dan een talisman, een controleerbare God, een of ander kleine godheid die verwant is aan andere buurtgodheden.

Een van zijn krachtigste verboden was de ark aan te raken of ze in te kijken. Voor dit laatste punt hadden zeventig mannen uit Bet-Semes zelfs betaald met hun leven, nauwelijks een generatie vroeger (1 Sam. 6:19-20; zie de overdenking voor 15 augustus), toen ze het verbod hadden genegeerd.

Onze tekst noemt Uzza’s daad ‘onbedachtzaam’ (2 Sam. 6:7). Wat het ‘onbedachtzaam’ of ‘profaan’ maakte was niet dat Uzza te kwader trouw handelde, maar dat hem geen ontzag of vrees voor ogen stond, geen zorgvuldig onderscheid tussen alles wat God heilig noemt en wat slechts gewoon is.

Met de gruwel van het vloeken is het net zo: mensen zeggen dat ze er niets mee bedoelen wanneer ze Gods naam ijdel gebruiken. Dit is nu net het punt: ze bedoelen er niets mee. God zal niet toelaten dat Hij op die manier wordt behandeld.

(3) De ark blijft drie maanden bij Obed-Edom en hij ondervindt zoveel zegen dat David opnieuw geïnteresseerd geraakt (6:11-12). Zegen en eerbied gaan hand in hand, en David – en wij – kunnen dit maar beter beseffen.

(4) Michal blijkt een dochter van haar vader: ze is meer geïnteresseerd in praal, vorm, koninklijke kleding en persoonlijke waardigheid dan in uitbundige aanbidding (6:16). Ze veracht David precies omdat hij zodanig op God is gericht dat hij weinig geeft om zijn imago. Mensen die voortdurend piekeren over wat anderen van hen denken kunnen niet worden ingenomen door het zuivere Godbewustzijn en de Godgerichtheid die alle ware aanbidding kenmerken.


Eigen vertaling van de overdenking bij 11 september uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 15 augustus 2014

Wie kan bestaan voor het aangezicht van de HERE, deze heilige God? (1 Sam. 5-6)


1 Samuel 5-6; Romeinen 5; Jeremia 43; Psalm 19

God vindt het nooit prettig als hij met minachting wordt behandeld of als zijn expliciete geboden worden genegeerd of met voeten getreden. Want anders zou Hij God niet zijn.

God is goed in staat om zichzelf te verdedigen. Het verhaal dat zich ontvouwt in 1 Samuel 5 en 6 kan zo beknopt worden weergegeven als nu het geval is, precies omdat het even helder is voor de lezer als het dit was voor de Filistijnen dat God zelf achter de tragische ziekten en sterfgevallen zat waar ze onder leden.

De verrassingen begonnen met het omvallen van hun visgod Dagon. Al snel breidde het uit naar een rattenplaag, een epidemie van builen en toenemende sterfgevallen – en niet alleen in de stad Asdod, waarheen de ark van het verbond eerst was gebracht, maar ook in andere steden waar zij naartoe werd vervoerd – Gat en Ekron.

Er volgt paniek. Maar finaal konden alle fenomenen waaronder de Filistijnen leden een natuurlijke oorzaak hebben. Dit is natuurlijk niet wat zij dachten, maar het was nog altijd moeilijk om zeker te zijn. Dus dokteren de Filistijnse priesters een test uit die zodanig tegennatuurlijk is, dat mocht die test slagen, het volk ervan overtuigd zal zijn dat wat ze doormaken afkomstig is van de hand van ‘de God van Israël’ (6:5, 7-9).

De koeien worden gescheiden van hun kalveren en moeten de wagen naar Bet-Semes trekken, aan de Israëlische kant: God zelf speelt mee met hun bijgeloof en angsten. Terwijl de Israëlieten zich verheugen in de terugkeer van de ark van het verbond, richtte God ‘een slachting aan onder de mannen van Bet-Semes, omdat zij de ark des HEREN bekeken hadden; Hij sloeg van het volk zeventig man’ (6:19).

Er is geen reden om te denken dat dit onmiddellijk gebeurde. Als iemand in de ark had gekeken en meteen was getroffen, zouden anderen wel aardig snel ontmoedigd zijn geweest om hetzelfde te doen. Er is geen aanwijzing voor een verblindend en verterend licht dat uit de geopende doos kwam en het vlees van mensen wegbrandde, als in een soort oude Harrison Ford-film.

Het lijkt eerder zo dat zeventig mannen van Bet-Semes in de ark keken (wat strikt verboden was en waar de doodstraf op stond), en ongetwijfeld zagen wat er in lag: de stenen tafelen (wellicht waren de kruik met het oude manna en Aärons staf die gebloeid had verdwenen, mogelijk weggehaald door de Filistijnen).

Maar toen begonnen de doden te vallen, allen vroegtijdig, op welke manier ook – en de enige overeenkomst was dat ze tot de mannen behoorden die in de ark hadden gekeken. ‘Wie kan bestaan voor het aangezicht van de HERE, deze heilige God?’, vraagt het volk zich af (6:20) – terwijl ze niet van plan zijn de wegen van heiligheid te leren, maar wel van de ark af te geraken – net hetzelfde patroon als in de heidense steden.

God zal niet toelaten dat Hij met minachting wordt behandeld, noch ooit toestaan dat zijn verbondsvolk zijn woorden negeert.


Eigen vertaling van de overdenking bij 15 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 14 augustus 2014

'De ark Gods buitgemaakt' (1 Sam. 4)


1 Samuel 4; Romeinen 4; Jeremia 42; Psalm 18

Wanneer mensen weinig weten over de God die zichzelf eigenlijk geopenbaard heeft, is het voor hen heel gemakkelijk om een bepaalde verwrongen visie van die God te krijgen, totdat het beeld dat ze van Hem hebben nog heel weinig overeenstemt met de realiteit.

Je kunt de onwetendheid van de Filistijnen begrijpen (1 Sam. 4). In hun polytheïstische wereld, vol afgoden die concrete afbeeldingen zijn van hun goden, wordt de aankomst van de ark van het verbond in het kamp van Israël begrepen als de aankomst van de Israëlitische god (4:6-7). Maar deze God, zelfs als Hij zo krachtig bleek dat hij op een bepaald ogenblik de Egyptenaren aankon, is niet meer dan nog eens een bijkomende god, eindig, gelimiteerd, lokaal.

De Filistijnen die moeten kiezen tussen op de knieën gaan of moedig strijden, opteren voor het tweede en winnen. Inbegrepen bij hun overwinning zitten een veronderstelling en een resultaat: de veronderstelling is dat God niet langer de doodsangst voor de Israëlieten op de harten van de Kanaänieten legt die met de eerdere Israëlitische overwinningen gepaard ging (en dit betekent oordeel voor de Israëlieten); het resultaat is dat de Filistijnen nu zelfs nog kleiner zullen denken over God.

Wie de God van de Bijbel kent, weet zeker dat dit een situatie is die niet lang zal duren; God zal actie ondernemen om zijn heerlijkheid te verdedigen.
De onwetendheid van de Israëlieten met betrekking tot God valt helemaal niet goed te praten, maar ligt in lijn met de vreselijke neergang tegen het einde van de periode van de Richteren. Ze worden ingemaakt door de Filistijnen.

Hun theologische redenering is zo slecht dat ze denken dat ze het geluk in de strijd kunnen doen kantelen door de ark van het verbond in het militaire kamp binnen te brengen als een uit de kluiten gewassen geluksbrenger.

De schrijver geeft een hint in de richting van de pure absurditeit van de gedachte: ze brengen ‘de ark van het verbond des HEREN der heerscharen, die op de cherubs troont’ (4:4). Jammer genoeg zijn Eli’s zonen, de priesters Hofni en Pinehas, medeplichtig in deze regelingen.

Wordt Gods gunst zo makkelijk gemanipuleerd? Geeft Hij evenveel om de locatie van een doos, als Hij geeft om de wandel en (on)trouw van zijn beelddragers en verbondsgemeenschap? Welk een beperkt en slaafs beeld van God hadden de leiders van Israël toch op het ogenblik dat ze dergelijke onzin verkondigden?

Gisteren ontving ik een brief via de post van een van Amerika’s vooraanstaande televisiepredikanten. Ze nodigden me uit om geld te sturen en zouden me als tegenprestatie een kerstboomversiering sturen van een ‘engel’ met een trompet, om me eraan te herinneren dat God de engel die voor me zorgde had bevolen op een trompet te blazen om mij te vieren. Wat een beperkt en tam beeld van God hebben dergelijke leiders toch dat ze dergelijke onzin verkondigen?


Eigen vertaling van de overdenking bij 14 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 20 november 2012

God bracht ons een zware slag toe omdat wij Hem niet hadden geraadpleegd (1 Kron. 15)



1 Kronieken 15, Jakobus 2, Amos 9, Lukas 4
In 1 Kronieken 15 vinden we elementen uit Davids gedachtegang die we niet vinden in het parallelle gedeelte in 2 Samuel 6.

Nadat hij Jeruzalem had veroverd besliste David uiteindelijk om de ark van het verbond naar de nieuwe hoofdstad te halen. Onderweg strekte Uzza zijn hand uit om de ark tegen te houden, toen de wagen waarop die vervoerd werd zich een weg schokte over de hobbelige wegen – en meteen werd hij gedood. David was zowel boos op God als bevreesd voor Hem (1 Kron. 13:11-12), en hij liet zijn plan varen.

De ark werd ondergebracht in het huis van Obed-Edom de Gethiet. Gedurende het drie maanden durende verblijf van de ark daar, werd het gezin van Obed-Edom zodanig overvloedig gezegend dat het iedereen opviel. Dus ondernam David na verloop van tijd een nieuwe poging om de ark naar Jeruzalem over te brengen.

Zoveel kon je afleiden uit zowel 2 Samuel als uit 1 Kronieken. Wat 1 Kronieken 15:1-24 toevoegt is iets van Davids redenering en schikkingen. Ik zal me toeleggen op één punt.
Blijkbaar ontnuchterd na het schokkende verlies van Uzza, keert David terug naar de Schriften.

Het is waar, Uzza had de ark nooit mogen aanraken. Maar hadden David en zijn volk enig ander wetsvoorschrift overtreden in de manier waarop ze hier handelden? Davids lectuur van de Bijbel herinnert er hem aan dat het alleen de Levieten toegestaan was de ark te vervoeren, en hoe ze dit moesten doen. Dus draagt hij de Levieten op zich klaar te maken voor de taak, en legt hij zijn gedachtegang uit: ‘Want daar gij (de Levieten, JL) het de vorige keer niet gedaan hebt, heeft de HERE, onze God, ons een zware slag toegebracht, omdat wij Hem niet hadden geraadpleegd, zoals het behoorde’ (15:13).

David besluit met andere woorden dat Gods toorn in de zaak van Uzza’s onnadenkendheid de manifestatie was van Gods diepere ongenoegen. Het vervoeren van de ark mocht niet beschouwd worden als een kleinigheid. God verwachtte gehoorzaamheid, en het symbool van zijn tegenwoordigheid moest behandeld worden volgens de voorschriften van het verbond.

Dus is dit wat de Levieten doen: ‘De Levieten nu droegen de ark Gods, met draagbomen op hun schouders, gelijk Mozes naar het woord des HEREN geboden had’ (15:15).
Hier vinden we een belangrijke les. Aan de ene kant neemt God ongetwijfeld kinderlijke lofprijs en enthousiaste ijver aan. Maar Hij verwacht van hen die gezag voeren onder zijn volk dat ze weten wat zijn Woord zegt en dat ze dit gehoorzamen. Er is geen bepaalde mate van enthousiasme of ijver die opweegt tegen een dergelijk gebrek. IJver die in de verkeerde richting gaat bereikt nooit zijn doel. Ofwel moet die ijver bijgestuurd worden in de richting die wordt uiteengezet in Gods Woord, of ze is nog altijd verkeerd en gaat de slechte kant uit.

Er bestaat geen vervangmiddel voor geloof dat gestalte krijgt in weldoordachte gehoorzaamheid.


Eigen vertaling van de overdenking bij 20 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 11 september 2012

Zegen en eerbied gaan hand in hand (2 Sam. 6)


2 Samuël 6, 1 Korinthiërs 16, Ezechiël 14, Psalm 55
Had David vandaag geleefd, dan hadden velen zich er ongetwijfeld ongemakkelijk bij gevoeld. Hij was zulk een intens man – uitbundig in zijn genoegens, verbroken in zijn ontmoediging, krachtig in zijn leiderschap, ongeremd in zijn lofprijs.

(1) Eén voorval dat ons veel toont over de man toont ons niet minder over God, namelijk bij het overbrengen van de ark van het verbond, en wellicht de volledige tabernakel, naar Jeruzalem (2 Sam. 6). David zendt er niet gewoon een aantal geestelijken naartoe – de aangeduide Levieten – en niets meer. Hij verzamelt dertigduizend man uit de keurtroepen en vertegenwoordigers van het hele huis van Israël, om maar te zwijgen over de muzikanten en koren.

(2) Wanneer Uzza zijn hand uitstrekt om de ark recht te houden omdat de runderen die de kar trekken gestruikeld zijn, lezen we: ‘de toorn des HEREN ontbrandde tegen Uzza en God sloeg hem daar om deze onbedachtzaamheid; hij stierf daar bij de ark Gods’ (6:7). Dit was beslist een domper op de feestvreugde. David is zowel boos op God (6:8, zie NBV en HSV) als bevreesd voor Hem (6:9). Hij neemt zich voorlopig voor de ark des Heren niet naar Jeruzalem over te brengen. Er is beslist iets in de meesten van ons dat stilletjes denkt dat David gelijk heeft.

Maar God toonde altijd al de grootste zorg om ook maar de minste hint de kop in te drukken dat Hij niets meer zou zijn dan een talisman, een controleerbare God, een of ander godheidje dat verwant is aan andere regionale godheden. Een van zijn sterkste verboden was het verbod de ark aan te raken of ze in te kijken. Rond dit laatste punt hadden zeventig mannen uit Bet-Semes zelfs betaald met hun leven, nauwelijks een generatie voordien (1 Sam. 6:19-20; zie de overdenking voor 15 augustus), toen ze het verbod genegeerd hadden. Onze tekst noemt Uzza’s daad ‘onbedachtzaam’ (2 Sam. 6:7).

Wat het ‘onbedachtzaam’ of ‘profaan’ maakte was niet dat Uzza te kwader trouw handelde, maar dat hem geen ontzag of vrees voor ogen stond, geen zorgvuldig onderscheid tussen alles wat God heilig noemt en wat slechts gewoon is. De gruwel van vloeken is vergelijkbaar: mensen zeggen dat ze er niets mee bedoelen wanneer ze Gods naam ijdel gebruiken. Dit is nu net het punt: ze bedoelen er niets mee. God zal niet toelaten dat Hij op die manier behandeld wordt.

(3) De ark blijft drie maanden bij Obed-Edom en hij ondervindt zodanig veel zegen dat David opnieuw geïnteresseerd geraakt (6:11-12). Zegen en eerbied gaan hand in hand, en David – en wij – kunnen dit maar beter beseffen.

(4) Michal blijkt een dochter van haar vader: ze is meer geïnteresseerd in praal, vorm, koninklijke kleding en persoonlijke waardigheid dan in uitbundige aanbidding (6:16). Ze veracht David precies omdat hij zodanig op God is gericht dat hij weinig geeft om zijn imago. Mensen die voortdurend piekeren over wat anderen van hen denken kunnen niet worden ingenomen door het zuivere Godbewustzijn en de Godgerichtheid die alle ware aanbidding kenmerken.


Eigen vertaling van de overdenking bij 11 september uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 14 augustus 2012

'De ark Gods buitgemaakt' (1 Sam. 4)



1 Samuel 4, Romeinen 4, Jeremia 42, Psalm 18


Wanneer mensen weinig weten over de God die zichzelf eigenlijk geopenbaard heeft, is het voor hen heel gemakkelijk om een bepaalde verwrongen visie van die God te krijgen, totdat het beeld dat ze van Hem hebben nog heel weinig overeenstemt met de realiteit.
Je kunt de onwetendheid van de Filistijnen begrijpen (1 Sam. 4). In hun polytheïstische wereld vol afgoden die concrete afbeeldingen zijn van hun goden, wordt de aankomst van de ark van het verbond in het kamp van Israël verstaan als de aankomst van de Israëlitische god (4:6-7).

Maar deze God, zelfs als Hij zo krachtig bleek dat hij op een bepaald ogenblik de Egyptenaren aankon, is niet meer dan nog een bijkomende god, eindig, gelimiteerd, lokaal. De Filistijnen kiezen dus tussen twee opties: ofwel op de knieën gaan, ofwel moedig strijden. Ze opteren voor de tweede en winnen. Inbegrepen bij hun overwinning zitten een analyse en een resultaat: de analyse is dat God niet langer de doodsangst voor de Israëlieten op de harten van de Kanaänieten legt die met de eerdere Israëlitische overwinningen gepaard ging (en dit betekent oordeel voor de Israëlieten); het resultaat is dat de Filistijnen nu zelfs nog kleiner zullen denken over God.

Wie de God van de Bijbel kent, weet zeker dat dit een situatie is die niet lang zal duren; God zal actie ondernemen om zijn heerlijkheid te verdedigen.

De onwetendheid van de Israëlieten met betrekking tot God valt helemaal niet goed te praten, maar ligt in lijn met de vreselijke neergang tegen het einde van de periode van de Richteren. Ze worden ingemaakt door de Filistijnen. Hun theologische redenering is zo slecht dat ze denken dat ze het geluk in de strijd kunnen doen kantelen door de ark van het verbond in het militaire kamp binnen te brengen als een uit de kluiten gewassen geluksbrenger.

De schrijver geeft een hint in de richting van de zuivere absurditeit van de gedachte: ze brengen ‘de ark van het verbond des HEREN der heerscharen, die op de cherubs troont’ (4:4). Jammer genoeg zijn Eli’s zonen, de priesters Hofni en Pinehas, medeplichtig in deze regelingen.

Wordt Gods gunst zo makkelijk gemanipuleerd? Geeft Hij evenveel om de locatie van een doos, als Hij geeft om de wandel en (on)trouw van zijn beelddragers en verbondsgemeenschap? Welk een beperkt en slaafs beeld van God hadden de leiders van Israël toch op dat ogenblik dat ze dergelijke onzin verkondigden?

Gisteren ontving ik een brief via de post van een van Amerika’s vooraanstaande televisiepredikanten. Ze nodigden me uit om geld te sturen en zouden me als tegenprestatie een kerstboomversiering sturen van een ‘engel’ met een trompet, om me eraan te herinneren dat God de engel die voor me zorgde had bevolen op een trompet te blazen om mij te vieren. Wat een beperkt en slaafs beeld van God hebben dergelijke leiders toch dat ze dergelijke onzin verkondigen?


Eigen vertaling van de overdenking bij 14 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.