Posts tonen met het label bediening. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bediening. Alle posts tonen

vrijdag 29 augustus 2014

'Alleen God is belangrijk, want hij doet groeien' (1 Kor. 3)


1 Samuel 21-22; 1 Korinthiërs 3; Ezechiël 1; Psalm 37

De twee uitgebreide metaforen die Paulus gebruikt in 1 Korinthiërs 3:5-15 leren in grote lijnen dezelfde les, hoewel elk ervan een afzonderlijk accent legt dat niet wordt gevonden in de andere.

In de landbouwmetafoor (3:5-9) is de Heer de landbouwer, maakt Paulus de grond klaar en doet hij het plantwerk, begiet Apollos de jonge plantjes en zijn de Korinthiërs ‘Gods akker’ (3:9).

In de context, die is vormgegeven om de neiging tot verdeeldheid van de Korinthiërs te bestrijden, gebaseerd op het feit dat ze zich verbinden met specifieke ‘helden’ (3:3-4), is het Paulus’ bedoeling aan te tonen dat hij en Apollos geen concurrenten zijn, maar ‘medearbeiders’ (3:9) – zelfs ‘Gods medearbeiders’ (d.w.z. ze zijn medearbeiders die God toebehoren, niet medearbeiders samen met God, alsof God deel uitmaakt van een drietal).

Niet alleen dat, maar noch Paulus, noch Apollos kan vrucht garanderen: alleen God doet het zaad groeien (3:6-7). Dus waarom zou je dan dit standpunt van verering van ofwel Paulus ofwel Apollos innemen?

De architecturale metafoor leert aanvankelijk dezelfde les: de verschillende bouwers dragen allen bij tot één gebouw, en daarom zou geen van hen moeten verafgood worden. Nu zijn de Korinthiërs niet het veld, maar het gebouw zelf (3:9-10). Paulus legde het fundament voor dit gebouw; anders gezegd, hij plantte de kerk in Korinthe. Het fundament dat Paulus legde is Jezus Christus zelf (3:11).

Sinds Paulus dit bouwproject verliet, zijn anderen gekomen die voortbouwden op dit fundament. Dus leert de architecturale metafoor impliciet dezelfde les die de landbouwmetafoor expliciet leerde.

Maar nu neemt de architecturale metafoor een lichtelijk andere richting. Paulus benadrukt dat latere bouwers verantwoordelijk zijn om het materiaal met zorg te kiezen dat ze in dit gebouw gebruiken (3:12-15).

Er komt een ‘dag’ (3:13), de dag van het oordeel, waarop alles wat niet kostbaar is in Gods ogen zal worden verteerd. Het is mogelijk dat een bouwer zulk ondeugdelijk materiaal kon gebruiken dat op het einde alles wat hij heeft gebouwd, wordt verteerd, zelfs al ontkomt hij dan zelf aan de vlammen.

Twee opmerkingen:

(1) De persoon die Paulus beschrijft als ‘gered, maar door het vuur heen’ (3:15), is niet een of andere zuivere naamchristen wiens wandel in niets valt te onderscheiden van gelijk welke heiden. Dergelijke personen komen het koninkrijk niet in (6:9-10). Dit is een ‘bouwer’, niet de menigte van christenen die het ‘gebouw’ vormen (3:10). De vraag is of deze evangelisten en opzieners het goede materiaal gebruiken.

(2) In 3:16-17 wordt het gebouw, de kerk van God, een tempel. Later is Gods tempel het lichaam van de individuele christen (6:19-20), maar hier is het de plaatselijke gemeente. God heeft dit gebouw zo lief, dat hij openlijk dreigt te verderven wie Gods tempel verderven. Breng de kerk schade toe en je schendt Gods tempel – en God zal jou vernietigen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 29 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 2 augustus 2014

Maar ik tel mijn leven niet en acht het niet kostbaar voor mijzelf (Hd. 20)


Richteren 16; Handelingen 20; Jeremia 29; Markus 15

Paulus’ toespraak voor de oudsten van Efeze (Handelingen 20:18-35) kan worden onderverdeeld in drie delen.

In het eerste deel (20:18-24) spreekt Paulus over zijn eigen dienst in Efeze en zijn eigen toekomst.

In het tweede (20:25-31) gebruikt hij het voorbeeld van zijn dienst als een bemoediging voor de oudsten in Efeze opdat ze zouden ‘toezien op’ of ‘zorgen voor’ zichzelf en ‘voor de hele kudde’ van God (20:28) waarover de Heilige Geest hen als opzieners gesteld heeft, met speciale nadruk op de uitdagingen die hen wachten wanneer mensen van binnen de gemeente zullen proberen discipelen voor zich te winnen en bereid zullen zijn verkeerde dingen te spreken.

In het derde deel (20:32-35) draagt Paulus niet alleen de oudsten op ‘aan de Here en het woord zijner genade’ (20:32), maar hij getuigt opnieuw rustig van de precieze maatstaven van persoonlijke eerlijkheid in zijn eigen leven toen hij onder hen diende.

Wanneer we prediken vanuit dit gedeelte, leggen we eerder wel dan niet de nadruk op het centrale deel. Maar hier zou ik de aandacht willen vestigen op enkele van de kenmerken die de dienst van Paulus karakteriseerden.

(1) Het meest duidelijke kenmerk is het feit dat Paulus begreep dat hij leefde en diende als een rolmodel. Elders beveelt hij de Korinthiërs zonder omwegen om hem na te volgen of te imiteren, zoals hij Christus navolgt (1 Kor. 11). In Paulus is er geen spoor van een dubbele standaard in de zin van ‘doe wat ik leer, maar niet wat ik doe’.

(2) Paulus diende ‘de Here met alle ootmoed, onder tranen’ hoewel hij te lijden had onder ‘beproevingen’, die hem overkwamen door de ‘aanslagen der Joden’ (20:19). Met andere woorden: tegenstand kon hem niet verslaan en hem ook niet tot een woedebui aanzetten. Daar tegenover staat dat het zo gemakkelijk is om ontmoedigd te geraken en op te geven, of boos te worden en af te breken wat werd opgebouwd.

(3) De dienst van Paulus was stichtend en bestond uit een mix van publieke samenkomsten en trouwe bezoeken (20:20). Je krijgt de indruk dat het bovenal de dienst van het Woord was, overgebracht door een man die in vuur en vlam was gezet door dat Woord.

(4) Paulus deinsde er niet voor terug de onwrikbaarheden van het Evangelie te behandelen, hoe oncomfortabel of onpopulair ze ook mochten zijn. Als resultaat daarvan betuigt hij vrijmoedig, zowel tegenover Joden als heidenen, dat ze zich moeten ‘bekeren tot God’ en moeten ‘geloven in onze Here Jezus’ (20:21 – eigen cursief).

(5) Bij gelegenheid voelde Paulus zichzelf ‘gebonden door de Geest’ [of: gedreven door de Geest] om een bepaalde richting in te slaan, zonder precies te weten waar die richting hem zou brengen (20:22-24). Genoeg inzicht hebben om te beslissen tot een bepaalde actie garandeert niet genoeg informatie om te weten hoe de zaken zullen uitdraaien.

In dit geval weet hij slechts dat hem ‘boeien en verdrukkingen te wachten staan’ – en het enige wat hij voor zichzelf wil is de taak afmaken die de Heer Jezus hem gegeven heeft, de bediening ‘om het evangelie der genade Gods te betuigen’.


Eigen vertaling van de overdenking bij 2 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 1 maart 2013

'Als de Here het toestaat' (1 Kor. 16)


Exodus 12:21-51; Lukas 15; Job 30; 1 Korinthiërs 16

In de dramatische momenten van zijn leven wordt Paulus geleid door tussenkomst van een bepaalde openbaring. Waar we soms overheen kijken is hoeveel van zijn dienstwerk het resultaat is van planning, instructie, pastorale inschattingen, zelfs onzekerheden – veel zoals bij onze bediening het geval is.

In 1 Korinthiërs 16 vertelt Paulus de Korinthiërs over zijn reisplannen (16:5-9). Hij wil hen niet meteen ontmoeten, op zijn weg naar Macedonië, en slechts een tussenstop maken. Het ligt veeleer in zijn bedoeling om eerst naar Macedonië te trekken, en dan zal hij ‘misschien’ voor een tijd bij de Korinthiërs verblijven, of er zelfs de winter doorbrengen (wanneer het onveilig was om op de Middellandse Zee te varen). ‘Ik hoop enige tijd bij u te blijven’, schrijft Paulus, ‘als de Here het toestaat’ (16:7).

Vooraleer echter scheep te gaan voor een deel van deze reis, is de apostel van plan om nog wat langer in Efeze te blijven, ‘want mij is een grote en machtige deur geopend en er zijn vele tegenstanders’ (16:9). Met andere woorden, hij heeft nog altijd heel wat dienstwerk op de plank in deze grote stad.

Er is duidelijk onzekerheid in Paulus’ plannen, maar hij probeert de volgende paar maanden van zijn dienst vorm te geven op manieren die het best zullen bijdragen tot de verspreiding van het evangelie en tot het welzijn van Gods volk.

De volgende twee korte paragrafen (16:10-12) suggereren dat de bewegingen van Timotheüs en Apollos al evenmin volkomen voorspelbaar waren, hoewel in beide gevallen Paulus de Korinthiërs van informatie voorziet die bepaalde eventualiteiten omvat.

Bovendien ontdek je hoe Paulus de Korinthiërs in de eerste paragraaf (16:1-4) instrueert om vooruit te plannen in hun geven. De ‘inzameling’ die Paulus vermeldt is een project om de arme christenen in Judea te helpen. Hij weet dat als de Korinthische gelovigen pas zullen beginnen geld inzamelen wanneer hij opduikt, zij weinig zullen geven.

Trouw, regelmatig geven, weggelegd ‘elke eerste dag der week’ (wanneer christenen samenkwamen voor gemeenschappelijke aanbidding, bemoediging en onderwijs), zou verzekeren dat een aanzienlijke som kon bijeengebracht worden.

Natuurlijk kon geld in die tijd nog niet elektronisch overgemaakt worden; iemand zou het persoonlijk moeten overbrengen. Paulus wil dat de Korinthiërs daarvoor mannen kiezen waar ze zelf achter staan, en hij zal voor hen introductiebrieven voorzien voor de leiders in Jeruzalem. Hij zou zelfs met hen kunnen meegaan.

Dit soort regelingen kon elke hint naar financiële onbetamelijkheid van de kant van de apostel voorkomen. Ook in dit geval is er duidelijk sprake van zorgvuldige, godvrezende, wijze planning en een aanmoediging voor de Korinthiërs om hetzelfde te doen.

Vandaag bestaat er een vorm van zweverige ‘spiritualiteit’ die wil wachten voor expliciete leiding voor elke beslissing, die een zin als ‘als de Here het toestaat’ gebruikt als een schijnheilige smoes . Dit was niet de visie van Paulus, en het zou ook niet de onze mogen zijn.


Eigen vertaling van de overdenking bij 1 maart uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 13 september 2012

'Wij zijn de wierook die Christus brandt voor God' (2 Kor. 2)


2 Samuël 8-9, 2 Korinthiërs 2, Ezechiël 16, Psalmen 58-59
Het gaat deze korte overdenkingen te boven om een geschiedenis te schetsen van de moeilijke bezoeken en pijnlijke brieven die diepe emoties opwekten in de relaties van de apostel met de Korinthiërs. De relaties tussen Korinthe en Paulus worden blijkbaar beter in de openingshoofdstukken van 2 Korinthiërs, maar blijven lichtelijk onbehouwen.

In die context wijdt Paulus nogal wat aandacht aan de uitleg van de aard van zijn dienstwerk, of het nu gaat om het grote kader of de onopvallende beslissingen die hij gemaakt heeft.

In 2 Korinthiërs 1 is het bijvoorbeeld tamelijk duidelijk dat de Korinthiërs er Paulus van beschuldigden dat hij wispelturig is. Hij had gezegd dat hij zou komen en had daarna de plannen veranderd en was niet gearriveerd. Paulus erkent dat hij inderdaad zijn plannen had gewijzigd, maar benadrukt dat dit niet wijst op wispelturigheid (1:15-17). In zijn wandel probeert hij Gods standvastige trouw te weerspiegelen (1:18-22).
En dan geeft hij de echte reden waarom hij niet opdaagde: hij probeerde de Korinthiërs te sparen, want hij wist dat als hij op dat moment was gekomen, hij actie had moeten ondernemen die zelfs voor nog meer droefheid zou gezorgd hebben (1:23-2:2).

In 2 Korinthiërs 2 is Paulus nog altijd bezig met het verklaren van verschillende elementen uit zijn dienst. Hier wijzen we op twee ervan.

Ten eerste beschouwt Paulus zijn dienst als verwant aan een middel om de geur van de kennis van God te verspreiden (2:14). Anders gesteld is Paulus zelf een geur vóór God, ‘een geur van Christus onder hen, die gered worden, en onder hen, die verloren gaan’ (2:15). ‘Voor de laatsten een doodsgeur, die leidt tot de dood, maar voor de eersten een levensgeur, die leidt tot het leven’ (2:16, HSV). Met andere woorden: Paulus benadrukt dat hij niet zelf verandert, afhankelijk van zijn publiek. Hij is dezelfde geur; hij verkondigt hetzelfde evangelie, hetzelfde discipelschap, dezelfde Christus, dezelfde manier om te leven.

Of hij nu waargenomen wordt als een zoete geur of een vieze stank hangt niet af van een bepaalde verandering in hem, maar van de mensen die met hem moeten omgaan. Impliciet moeten de Korinthiërs erkennen dat een zekere vijandige gezindheid tegen de apostel gelijkstaat met de vijandige gezindheid van het niet-wedergeboren hart. ‘Maar wie is tot deze dingen bekwaam?’ (2:16, HSV).

Ten tweede dachten veel Korinthiërs (zoals later duidelijk wordt in Paulus zijn brief) dat leraars substantiële salarissen moesten vorderen, en indien ze dit niet deden, dit erop wees dat ze niet veel waard waren.

In een dergelijke atmosfeer zou het makkelijk zijn om zelfs een begaafde apostolische leraar te verachten die jouw geld afwees. Maar omdat hij een evangelie van genade onderwees, evangeliseerde Paulus gratis. (Hij aanvaardde ondersteuningsgiften van elders).

Op lange termijn wilde hij niet de reputatie krijgen dat hij het woord verkondigde om winst te maken; hij wilde veeleer bekendstaan als een man die door God was gezonden (2:17).


Eigen vertaling van de overdenking bij 13 september uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 30 augustus 2012

'Hij, die mij beoordeelt is de Here' (1 Kor. 4)



1 Samuël 23, 1 Korinthiërs 4, Ezechiël 2, Psalm 38

Paulus heeft de Korinthiërs in 1 Korinthiërs 3 verteld hoe ze dienstknechten van Christus niet mogen zien. Ze mogen geen enkele specifieke dienstknecht van Christus als een groepsgoeroe beschouwen, want dat zou impliceren dat andere dienstknechten minderwaardig zijn. Wanneer elke groep binnen de gemeente haar eigen christelijke goeroe heeft, brengt dit twee kwaden met zich: onnodige verdeeldheid binnen de gemeente, en een bedilzieke verwaandheid die oordeel uitspreekt over wie er waard is om een goeroe te zijn en wie niet. Paulus benadrukt dat alles wat God voor de kerk heeft in een Paulus of een Apollos of een Kefas rechtmatig toekomt aan de hele gemeente (3:21-22).

Bij het begin van 1 Korinthiërs 4 gaat Paulus verder met de Korinthiërs te vertellen hoe ze dienstknechten van Christus dan wel moeten zien: ‘als dienaren van Christus, aan wie het beheer van de geheimenissen Gods is toevertrouwd’ (4:1). Het woord dat wordt weergegeven als ‘geheimenissen’ (of ‘geheimen’ in NBV) betekent niet ‘mysterieuze dingen’ of ‘dingen die alleen de elite van de uitverkorenen kan leren’. Het woord wordt vaak weergegeven als ‘mysteries’ in onze oudere vertalingen.
In het Nieuwe Testament verwijst het meest naar iets dat God in het verleden in een bepaalde mate omsluierd hield, verborgen, of geheim, maar nu overvloedig duidelijk maakt in Christus Jezus.

Kort gezegd, deze ‘dienstknechten van Christus’ werd het evangelie toevertrouwd – alles wat God duidelijk gemaakt heeft in de komst van Jezus Christus.
Zij die dit vertrouwen kregen moeten hun trouw bewijzen tegenover degenen aan wie zij verantwoording afleggen (4:2). Om die reden weet Paulus dat het van weinig belang is hoe de Korinthiërs hem zien; en hoe hij zichzelf ziet speelt ook al geen grote rol (4:3). Paulus weet dat het belangrijk is om een rein geweten te bewaren voor de Heer.
Maar het is mogelijk om een rein geweten te hebben en toch aan veel dingen schuldig te zijn, omdat het geweten geen perfect instrument is. Het geweten kan verkeerd geïnformeerd zijn of verhard. De enige persoon wiens oordeel absoluut correct is, en van ultiem belang, is de Heer zelf (4:4).

Hieruit volgt dat de Korinthiërs zichzelf niet mogen aanstellen als rechters over alle ‘dienstknechten van Christus’ die Christus stuurt. Wanneer de Heer terugkomt, zal de finale afrekening duidelijk worden. Op dit punt zegt Paulus: ‘En dan zal God het zijn die ieder de lof geeft die hem toekomt’ (4:5 NBV) – een wonderlijke gedachte, want het lijkt erop dat de uiteindelijke Rechter meer bemoedigend en positief zal blijken dan vele menselijke rechters.

Er blijft ruimte in de gemeente voor onderscheidingsvermogen en oordeel: zie de overdenking van morgen! Maar er zijn altijd hordes critici die ‘gaan boven hetgeen geschreven staat’ (4:6) met wettische tests op het vlak van hun eigen chagrijnige afsplitsing, waarbij ze zichzelf verbinden aan hun goeroes en de rest verachten. Ze denken vaak dat ze profetisch zijn, waarbij hun aanspraken dicht komen bij het zich toe eigenen van Gods plaats.


Eigen vertaling van de overdenking bij 30 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 2 februari 2010

Ik weet wat je zei vorige maand

"Laat me een vraag stellen. Welke man in deze zaal zou er zich makkelijk bij voelen als ik een geluidsopname zou laten horen van alles wat je in je huisgezin gezegd hebt tijdens de voorbije twee maanden?

Ik ben hier omdat ik een voorganger ben en ik bezorgd ben over ons. Ik ben bezorgd dat het ons heel wat makkelijker valt om naar een conferentie te gaan die opnieuw de lof zingt van het evangelie. En ik geloof dat dit fantastisch is. Maar je kunt dit niet in de plaats zetten van een voortdurende gewoonte om naar jezelf te kijken doorheen de spiegel van het woord van God en jezelf zien zoals je echt bent.

Je dienstwerk krijgt nooit vorm door je kennis of vaardigheid. Het krijgt altijd vorm door je hart. ('Your ministry is never shaped by your knowledge or skill. It’s always shaped by your heart.')"


Bron: Paul Tripp tijdens zijn eerste toespraak in het Pre-Conference Seminar georganiseerd door Desiring God.
Ondertussen staat al flink wat audio & video van de conferentie zelf online.