Posts tonen met het label gemeente. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gemeente. Alle posts tonen

woensdag 23 oktober 2024

Slotstudie in de reeks over het grote verhaal achter tabernakel en tempel: een heerlijke toekomst

Op 2 oktober hadden we de slotstudie in de reeks over het grote verhaal achter de tabernakel en tempel. Tijdens deze studie kwamen vooral de laatste 2 hoofdstukken uit het boek Openbaring aan bod.

Een heerlijke toekomst wacht! Maar die brengt ook verantwoordelijkheid en/of nieuw vuur met zich.







maandag 5 augustus 2024

Beluister 2 audiofiles in de reeks over tabernakel en tempel, onder meer deel 1 over de vervulde tempel

Op 12 en 19 juni hadden we 2 telkens een bijbelstudie in de reeks over tabernakel en tempel.

De eerste studie (de 27e in deze reeks) behandelde onder meer hoe de verschillende secties uit de tabernakel en tempel ook nog herkenbaar zijn in de vervulde eindtijdtempel.

De tweede studie (de 28e in de reeks) zette de stap naar het slot van Openbaring, de geweldige toekomst waar Gods plan naar toewerkt. Hiermee is deze reeks bijna (!) ten einde.








 

zaterdag 9 maart 2024

2 bijbelstudies in de reeks over het grotere verhaal achter tabernakel en tempel

Hieronder vind je de links naar de audio van de 2 recentste studies in de reeks over het grotere verhaal achter de tabernakel en de tempel. 


Studie 24 in de reeks belicht voornamelijk hoe God in Zijn woning plaats heeft voor de ellendige en verslagene.


Deel 25 bekijkt hoe we vooral een offer van getuigenis brengen en wat dit dan betekent.


Ook de eerdere studies in de reeks kan je terugvinden via het label Exodus bijbelstudiereeks

 


zaterdag 17 februari 2024

Dienen als heilige en reine priesters in de ware tempel: beluister de mp3

Bijbelstudie van 7 februari in de reeks over het grote verhaal achter tabernakel en tempel. Dit is daarin deel 23.

Als wij vandaag priesters zijn in de ware tempel, hoe moet onze dienst dan zijn, waardoor wordt die dienst gekenmerkt? 

> Beluister de mp3: reine en heilige priesterdienst in de ware tempel Gods

> Beluister eerdere studies in deze reeks




maandag 5 februari 2024

Beluister: 'Gods tempel groeit vandaag in een context van lijden' - Deel 22 van het grotere verhaal achter tabernakel en tempel

In de vorige studie bekeken we hoe Gods tempel van vandaag - de gemeente - groeit door Gods woord. In deze nieuwe studie kwam op 24 januari 2024 aan bod hoe de tempel groeit in een context van lijden.

> Beluister de mp3 van studie 22: Gods tempel groeit in een context van lijden 

> Beluister eerdere studies in deze reeks 


2 Korinthe 5:1-4 

‘Wij weten immers dat, wanneer ons aardse huis, deze tent, afgebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen. Want in deze tent zuchten wij ook, en verlangen wij er vurig naar met onze woning die uit de hemel is, overkleed te worden, als wij maar bekleed en niet naakt zullen bevonden worden. Want ook wij, die in deze tent zijn, zuchten terwijl we het zwaar te verduren hebben; wij willen immers niet ontkleed, maar overkleed worden, zodat het sterfelijke door het leven wordt verslonden.’


zaterdag 9 december 2023

Deel 21 van het grote verhaal van tabernakel en tempel: groei door het woord (2) - mp3

Op 6 december hadden we het een 2e (en laatste) keer over het middel tot groei van Gods tempel van vandaag, namelijk het woord van God.

Kwam daarbij onder meer aan bod:

“Gods gebouw” moet gebouwd worden op het fundament van Jezus Christus 

1 Kor. 3:11: ‘Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat gelegd is, dat is Jezus Christus.’

Hoe moeten we daarop bouwen?

1 Kor. 3:12-13: ‘Of nu iemand op dit fundament bouwt met goud, zilver, edelstenen, hout, hooi of stro, ieders werk zal openbaar worden. De dag zal het namelijk duidelijk maken, omdat die in vuur verschijnt. En hoe ieders werk is, zal het vuur beproeven.’

Volgende keer behandelen we de context van die groei, de rol van lijden.

> Beluister de audio van deel 21: Gods tempel groeit vandaag door het woord (2)*

> Beluister ook eerdere studies in deze reeks


*Ik knipte 2 stukjes uit de originele opname. Eentje omdat ik er een fout in maakte, een andere omwille van de privacy, bij de behandeling van de gespreksvragen.

De tempelbouw van vandaag, lijkt op die van Salomo: met goud, zilver en kostbare stenen. 


Bron afbeelding: Biblehub


 

dinsdag 5 december 2023

Bijbelstudie: beluister deel 20 van het grote verhaal van tabernakel en tempel - groei door het woord

Op 22 november behandelden we de tempel van de nieuwe tijd, de gemeente. Groei komt alleen door het woord van God.  

> Beluister de mp3: het grote verhaal deel 20: de tempel groeit vandaag door het woord

> Beluister de eerdere studies in deze reeks

Ef. 4:15-16 ‘maar dat wij, door ons in liefde aan de waarheid te houden, in alles toe zouden groeien naar Hem Die het Hoofd is, namelijk Christus. 

Van Hem uit wordt het hele lichaam samengevoegd en bijeengehouden door elke band die ondersteuning geeft, overeenkomstig de mate waarin ieder deel werkzaam is. Zo verkrijgt het lichaam zijn groei, tot opbouw van zichzelf in de liefde.'



dinsdag 21 november 2023

Beluister de audio van deel 19 over het grote verhaal achter de tempel: een oproep tot heiligheid

De gemeente is de tempel van de levende God. Daarbij toont 2 Korinthe 6:16-18 duidelijk aan, dat daar een vereiste van heiligheid aan vasthangt:  

"Of welk verband is er tussen de tempel van God en de afgoden? Want u bent de tempel van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in hun midden wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn. Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af, zegt de Heere, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen, en Ik zal u tot een Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heere, de Almachtige".

Dit kwam ook aan bod in Bijbelstudie nummer 19 over het grotere verhaal van tabernakel en tempel.

> Beluister de audio: het grotere verhaal achter de tempel (19) - oproep tot heiligheid (mp3) 

> Beluister ook de eerdere studies in deze reeks



Bron afbeelding: Biblehub

donderdag 2 november 2023

Beluister een nieuw deel uit het grotere verhaal achter de tempel: de gemeente als nieuwe tempel

In de gemeente, Gods nieuwe tempel van de laatste dagen, is verzoening mogelijk.

We behandelen onder meer Efeze 2:17 ‘En bij Zijn komst heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd aan u die veraf was, en aan hen die dichtbij waren.’




Omdat we ook afwisselden met gespreksvragen, is het mogelijk dat bepaalde delen minder luid en daardoor minder goed verstaanbaar zijn, als er vanuit de groep antwoorden komen.

maandag 8 december 2014

Geliefde broeder, uw trouw blijkt uit alles wat u voor de broeders doet (3 Joh.)


2 Kronieken 8; 3 Johannes; Habakuk 3; Lukas 22

De situatie achter 3 Johannes lijkt ongeveer als volgt. De schrijver, de ‘oudste’ (1:1), wellicht de apostel Johannes, heeft geschreven naar een bepaalde gemeente in zijn bevoegdheidsgebied, blijkbaar met de vraag of deze kerk zou doen wat ze kon om enkele ‘broeders’ (1:5) te helpen die waren uitgestuurd met een evangelisatietaak.

Jammer genoeg was deze gemeente gekaapt door ene Diotrefes, die, naar het oordeel van de apostel, veel meer geïnteresseerd was in de ‘eerste’ zijn, d.w.z. in zichzelf profileren en in autocratische controle, dan hij dat was in de voortgang van het evangelie (1:9). Aangestuurd door dergelijke waarden, was Diotrefes maar al te bereid om de aanpak van de apostel te verwerpen.

Van op een afstand kon de apostel maar weinig doen. Wanneer hij niettemin toch zal opdagen, zal hij de aandacht vestigen op wat Diotrefes aan het doen is, en hem ontmaskeren voor de kerk (1:10). Blijkbaar vertrouwt Johannes erop dat hij de autoriteit en geloofwaardigheid bezit om te zegevieren.

Ondertussen stapt de apostel af van de geijkte gezagskanalen en schrijft hij zijn dierbare vriend Gajus aan (1:1); die blijkbaar tot dezelfde kerk behoort en blijk geeft van een heel andere geest dan Diotrefes.

Na een aantal voorafgaande woorden (1:2-4) prijst Johannes Gajus enthousiast voor de manier waarop hij zijn huis heeft opengesteld voor deze rondreizende ‘broeders’ (1:5). Sommigen onder hen hebben zelfs getuigd over de buitengewone gastvrijheid van Gajus (1:6).

Gajus doet er goed aan deze prachtige bediening verder te zetten, en hen verder op weg te helpen op ‘een voor God waardige manier’(1:6 [HSV]) – een verbazingwekkende maatstaf die we ook vandaag zouden moeten hanteren wanneer we zendelingen uitsturen en hen ondersteunen die werkelijk trouw zijn.

Kortom, stoutmoedige vrijgevigheid onder christenen, hier verpersoonlijkt door Gajus, moet altijd zendingsgericht zijn; koppige machtshonger, verpersoonlijkt door Diotrefes, zal qua visie veel sneller bekrompen en enggeestig zijn.

Let op de doordringende helderheid van de inleidende opmerkingen (1:2-3).

Ten eerste bidt Johannes dat het met de gezondheid van Gajus goed zal gaan, zoals ook met zijn ziel. Merk op welk van beide de standaard vormt voor de andere!

Ten tweede geeft de apostel aan wat hem grote blijdschap heeft gegeven - namelijk het verslag van Gajus’ trouw aan de waarheid, zijn wandel in waarheid.

Ten derde generaliseert Johannes dit laatste punt: ‘Groter blijdschap ken ik niet, dan dat ik hoor, dat mijn kinderen in de waarheid wandelen’ (1:4). In een wereld waarin veel christenen hun diepste vreugde vinden in voorspoed, gemak, promoties, financiële veiligheid, goede gezondheid, populariteit, en een pak andere dingen, is het verblijdend, om niet te zeggen uitdagend, een apostel te horen getuigen dat niets hem meer vreugde bezorgt, dan te horen dat zijn ‘kinderen’ wandelen in lijn met het evangelie. Dit vertelt ons alles wat we moeten weten over zijn hart – en ook over waarin wij onze blijdschap zouden moeten vinden.


Eigen vertaling van de overdenking bij 8 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 2 november 2014

Slechts twee kerkelijke ambten? (Titus 1)


2 Koningen 15; Titus 1; Hosea 8; Psalmen 123-125

In sommige denominaties wordt vastgehouden aan de idee dat de Bijbel drie ambten in de kerk voorschrijft: bisschoppen, die verantwoordelijk zijn over verschillende gemeenten; oudsten/pastors die dienen op het niveau van de plaatselijke gemeente, in het bijzonder in de dienst van het woord en in gebed (sommigen zouden ‘sacrament’ toevoegen’), en diakenen, die helpen in het beheer van de fondsen, in het bijzonder in de zorg voor de fysieke noden van de kudde (zie de overdenking van 25 oktober).

Er wordt echter breed erkend dat het Nieuwe Testament in werkelijkheid maar twee ambten onderscheidt: de bisschop/oudste/pastor en de diaken. Een van de meest overtuigende behandelingen van deze kwestie werd in de voorbije eeuw geschreven door J. B. Lightfoot, zelf een anglicaan.

De onderverdeling in drie categorieën, betoogt hij, kwam er pas nadat de documenten van het NieuweTestament waren geschreven. Dit betekent natuurlijk dat een van de twee ambten drie labels krijgt, deels omdat het werk ook vele facetten heeft.

Het woord ‘pastor’ heeft een Latijnse stam en komt van ‘herder’ (1 Petr. 5:2). Herders voeden, beschermen, leiden en tuchtigen de kudde. De oudsten-terminologie komt zowel uit het bestuur van oude steden als uit de synagogen: de leiders moeten ervaren en gerespecteerd zijn. Omdat ‘bisschoppen’ vandaag zoveel kerkelijke ondertonen heeft, opteren heel wat Nederlandstalige vertalingen [net zoals de Engelstalige NIV] om het woord weer te geven als ‘opziener’ (bijv. 1 Tim. 3:1) om de elementen van overzien, godvrezend bestuur, en geestelijke aansprakelijkheid te kunnen weergeven die met de taak verbonden zijn.

Een van de redenen waarom zovelen tot de conclusie kwamen dat bisschop, oudste en voorganger [pastor] allen woorden zijn die toegepast kunnen worden op één ambt, is dat de lijsten met kwalificaties voor deze taken zo gelijklopend zijn. Vergelijk zo Titus 1:6-9 met betrekking tot een oudste, met 1 Timotheüs 3:1-7 met betrekking tot een opziener (bisschop).

Een punt waar beide schijnbaar uiteenlopen in de meeste Nederlandstalige vertalingen [en in de Engelstalige NIV] zorgt voor knagende gewetens bij sommige pastors. 1 Timotheüs 3:4 stipuleert het volgende voor de opziener: ‘een goed bestierder van zijn eigen huis, die met alle waardigheid zijn kinderen onder tucht houdt’. Titus 1:6 daarentegen stipuleert dat de oudste ‘gelovige kinderen’ moet hebben, ‘die niet in opspraak zijn wegens losbandigheid of van geen tucht willen weten’.

Dit klinkt alsof de voorwaarden voor het oudstenschap strenger zijn. Maar in feite is de weergave in onze vertalingen zowel verkeerd als onwerkbaar [net als in de NIV]. Het Grieks wordt correct weergegeven als ‘wiens kinderen trouw zijn’ – in de zin dat ze niet ‘losbandig zijn en van geen tucht willen weten’.
Zolang de kinderen onder hun vaders dak wonen, moet de bisschop/oudste zijn gezin zo besturen dat hij aantoont bekwaam te zijn de gemeente te besturen. Als

Titus 1:6 zou begrepen worden in de zin van bijvoorbeeld NBG, HSV of NBV, als stipulerend dat zijn kinderen gelovigen moeten zijn, dan zou je terecht kunnen vragen ‘Vanaf welke leeftijd?’.

Kortom: deze verkeerde vertaling is ook onwerkbaar. Wat de tekst werkelijk zegt, brengt hem ook mooi op één lijn met 1 Timotheüs 3.

Eigen vertaling van de overdenking bij 2 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 26 oktober 2014

'Laat niemand je minachten om je jeugdige leeftijd' (1 Tim. 4)


2 Koningen 7; 1 Timotheüs 4; Daniël 11; Psalm 119:25-48

Toen ik nog een heel jonge man was, werd ik voorganger van een tamelijk kleine gemeente in Canada. De mensen waren zeer vriendelijk voor me, en sprongen met veel meer geduld met mijn fouten en vergissingen om dan ik verdiende.

Er was een vrouw in die gemeente die ik soms bijzonder vervelend vond. Ze dankte me bijna elke zondagmorgen uitvoerig voor de preek, en voegde er dan aan toe, ‘Maar je bent zo jong’. Dit ging zo verschillende weken door, tot het nog weinig meer was dan een formule.

Uiteindelijk won mijn ijver het van mijn verstand. Nadat ik nog maar eens naar haar uitbarsting met de formule ‘Maar je bent zo jong’ had geluisterd, glimlachte ik fijn en merkte op (met een citaat uit een oude vertaling van die tijd [King James Version]), ‘Ja, maar de Schrift zegt “Niemand verachte uw jonkheid” – niemand’. Hoe onstuimig mijn uitspraak ook, toch leek ze te zorgen voor de klik, want daarna zei ze nooit nog iets dergelijks tegen me.

Toen ik er echter over nadacht, begon ik me te realiseren dat ik het eerste deel van 1 Timotheüs 4:12 had geciteerd, maar niet het laatste deel. Het eerste deel luidt ‘Sta niemand toe dat hij vanwege je jeugdige leeftijd op je neerkijkt’ [NBV]. Ik veronderstel dat als deze zin op zichzelf stond, een van de manieren om anderen niet op je te laten neerkijken wanneer je jong bent, er dan uit zou bestaan dat je hen neerknuppelt met deze tekst.

Maar Paulus schrijft ‘Sta niemand toe dat hij vanwege je jeugdige leeftijd op je neerkijkt, maar wees voor de gelovigen een voorbeeld in wat je zegt, in je levenswijze, in liefde, geloof en zuiverheid’.

Wanneer je met andere woorden een jonge gelovige bent, zeker een jonge gelovige in een leiderschapspositie zoals Timotheüs, dan is dé manier om te zorgen dat anderen niet op je neerkijken, een zodanig voorbeeld zijn – ‘in wat je zegt, in je levenswijze, in liefde, geloof en zuiverheid’ – dat je duidelijke godsvrucht hen het zwijgen oplegt.

Als je ijverig bent met de talenten en gaven die God je schonk, voegt Paulus eraan toe, dan zal iedereen je vooruitgang opmerken (4:15).
Je ijver moet volledig zijn, en de terreinen waarop anderen je vooruitgang opmerken zullen ook uitgebreid zijn: ‘Zie toe op uzelf en op de leer’ (4:16).

Het resultaat zal niet alleen jouw volharding omvatten die leidt tot de redding bij de eindvervulling, maar ook de behoudenis van velen onder hen die je horen (4:16).

Ingebed in dit advies aan een jonge man zit een heel pakket aan christelijk moreel onderwijs. Daden spreken soms krachtiger dan woorden. Christen leiders moet niet alleen leiden door woorden maar ook door daden die volledig aansluiten bij die woorden. Het gezag dat een christen leider ten deel valt komt niet zozeer voort uit het ambt zelf, maar veeleer wordt het in de loop van de tijd verdiend door de kwaliteit van het christelijke leven.

Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat een groot deel van het volgende hoofdstuk gewijd is aan het specifieke onderricht hoe je broers en zusters in Christus behandelt in de verschillende levensstadia. Hoe je mensen moet behandelen ligt altijd dicht bij het hart van het christelijk discipelschap.


Eigen vertaling van de overdenking bij 26 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 25 oktober 2014

Opziener worden, een eerzaam streven (1 Tim. 3)


2 Koningen 6; 1 Timotheüs 3; Daniël 10; Psalm 119:1-24

In het Nieuwe Testament vind je twee uitgesproken ambten in gemeenten. Aan de ene kant zijn er de pastors [of voorgangers, JL] (het woord komt van de Latijnse uitdrukking voor ‘herders’), die ook oudsten of opzieners worden genoemd (het woord werd in oudere vertalingen weergegeven als ‘bisschoppen’ [Eng.: bishops]).

Aan de andere kant zijn er de diakenen. Het was pas in de tweede eeuw dat bisschoppen een soort van derde trap werden in het kerkelijke gezag, waarbij ze diverse voorgangers/oudsten superviseerden die onder hen stonden.

Dus wanneer Paulus kort de criteria uiteenzet om een ‘opziener’ te worden (1 Tim. 3:1-7), dan reikt hij eigenlijk de criteria aan voor het voorgangersambt. Het kan helpen als we kort een aantal punten overdenken:

(1) Enerzijds zijn de criteria die Paulus ons verschaft niet bijzonder verheven of moeilijk. Er staat niets over een elite-opvoeding, een bepaalde persoonlijkheid, tot een aristocratische groep in de maatschappij horen of een bepaalde leiderschapsbekwaamheid. De lijst bevat dingen als niet dronken worden, niet opvliegend zijn en dergelijke.

(2) Met uitzondering van slechts twee kwalificaties, wordt al het andere in deze lijst ook opgedragen aan alle christenen. Als de opziener bijvoorbeeld ‘gastvrij’ moet zijn (3:2), dan wordt hetzelfde ook aan alle christenen opgedragen in Hebreeën 13:2. Als christen voorgangers ‘niet verslaafd aan wijn’ mogen zijn (3:3), dan geldt dit ook voor gelijk welke andere christen.

Met andere woorden: wat de christen voorganger in de eerste plaats moet karakteriseren, is dat hij die kenmerken en tekenen van volwassenheid tentoonspreidt die ook zonder uitzondering opgelegd worden aan alle gelovigen. Dus zou de christen oudste een voorbeeld moeten zijn van hoe het christenleven er moet uitzien. In die zin liggen de eisen in hun geheel dus inderdaad wel hoog.

(3) De twee kwalificaties die anders zijn, zijn de volgende:

(a) Van de christen voorganger wordt verwacht dat hij ‘bekwaam’ is ‘om te onderwijzen’ (3:2). Dit veronderstelt kennis en de vaardigheid om die kennis ook te communiceren. Dit is de onderscheidende eigenschap van dit ambt.

(b) Christen voorgangers mogen niet ‘pas bekeerd’ zijn (3:6). Dit sluit duidelijk sommige christenen uit. Wat ‘pas bekeerde’ betekent zal ongetwijfeld variëren afhankelijk van de leeftijd en maturiteit van de kerk, aangezien het criterium noodzakelijkerwijs verbonden is met hoe recent anderen tot bekering gekomen zijn.

(4) Het nauwe verband tussen het gezin en de kerk (3:4-5) is nogal verbazingwekkend. Niet elke christen vader komt in aanmerking om een oudste te zijn in de kerk; van elke christen vader wordt niettemin verwacht dat hij oudstenkenmerken vertoont in zijn eigen gezin.

(5) Diverse kwalificaties zijn verbonden met de specifieke verantwoordelijkheid van dit ambt. Als hij moet onderwijzen, moet de oudste gastvrij zijn, een goede reputatie genieten bij buitenstaanders, geen ruziemaker blijken, en onaangetast door geldelijke verleidingen. Een louter schoolse theoloog zonder liefde voor mensen zal niet volstaan.


Eigen vertaling van de overdenking bij 25 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 31 augustus 2014

'Een weinig zuurdeeg maakt het gehele deeg zuur' (1 Kor. 5)

1 Samuel 24; 1 Korinthiërs 5; Ezechiël 3; Psalm 39

Voor het geval iemand 1 Korinthiërs 4 zou lezen en daaruit zou afleiden dat er in de kerk of gemeente helemaal geen sprake kan zijn van welke regels dan ook – want het navolgen van regels vereist oordelen, niet? – biedt het volgende hoofdstuk, 1 Korinthiërs 5, een geval waarin Paulus de gemeente in Korinthe de les leest omdat ze geen oordeel en tucht hebben uitgeoefend. We moeten een beetje stilstaan bij de zaak op zich, en dan wordt die en passant gelinkt aan het vorige hoofdstuk.

Paulus stelt dat, met betrekking tot de man die hij beschrijft in 5:1, er sprake is van twee zonden. De eerste is seksueel. Een lid van de gemeente ‘leeft met de vrouw van zijn vader’ (of: ‘heeft’ de vrouw van zijn vader). Het specifieke taalgebruik suggereert dat hij slaapt met zijn stiefmoeder. In elk geval is de zonde zodanig grof dat ze zelfs door heidenen als schokkend zou beschouwd worden.

De tweede zonde is de slappe reactie van de kerk. Ondanks deze zondigheid in hun midden, blijft hun voorliefde voor verwaand gepronk, dat opduikt in vele hoofdstukken van 1 en 2 Korinthiërs, onverminderd voortduren. Ze hadden verteerd moeten worden door smart; ze hadden de man die dit deed uit hun midden moeten verwijderen (5:2).

We kunnen niet bij alle elementen van dit oordeel stilstaan, maar let op het volgende:

(1) Het oordeel dat Paulus wil uitgevoerd zien, moet gemeenschappelijk zijn. De volledige gemeente, ‘vergaderd (…) met de kracht van onze Here Jezus’ [Eng.: assembled in the name of our Lord Jesus] (5:4), moet in het bewustzijn van zijn krachtige aanwezigheid actie ondernemen. Dus is het gebrek hieraan een tekortkoming van de hele gemeente.

(2) Een van de redenen om deze actie te ondernemen, is dat ‘een weinig zuurdeeg het gehele deeg zuur maakt’ (5:6); zonde in de gemeente waar niemand iets aan doet, tast gauw de hele gemeente aan.

(3) Dit heeft niets te maken met tucht uitoefenen tegenover de wereld buiten. Paulus veronderstelt dat de wereld buiten de gemeente zal toelaten dat zonde voortwoekert. Waar hij aan denkt is tucht binnen de gemeente van God (5:9-10).

(4) Paulus’ begrip van welke wandel onder gemeentelijke tucht valt, gaat verder dan het seksuele terrein, of dan die specifieke vorm van seksuele zonde. Het is zijn bedoeling belangrijke morele afval hierbij in te sluiten en hij geeft een illustratieve lijst: hebzucht, afgodendienst, laster, dronkenschap, oplichterij. Elders voegt hij nog twee andere terreinen toe aan de belangrijke morele overtredingen: belangrijke leerstellige afwijking, en aanhoudende drang tot scheuringen. Nu roept hij op dit alles te ‘oordelen’ (5:12-13). Christenen moeten hen oordelen die ‘in uw kring zijn’ [‘binnen’], terwijl God hen oordeelt die ‘buiten’ zijn.

Op zijn minst moeten hoofdstuk 4 en 5 in creatieve spanning worden gehouden. Nog belangrijker, de Korinthiërs in hoofdstuk 4 oefenden oordeel uit ‘boven hetgeen geschreven staat’ (4:6), d.w.z. onderhielden regels en criteria waarvoor in Gods openbaring geen basis bestaat, en louter in het belang van hun partij. Ondertussen oefenden ze geen tucht uit in hoofdstuk 5, ondanks hetgeen de Schrift, welbegrepen, duidelijk maakt. Beide zijn inbreuken tegen Gods openbaring.

Eigen vertaling van de overdenking bij 31 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 30 augustus 2014

'Hij, die mij beoordeelt is de Here' (1 Kor. 4)

1 Samuël 23; 1 Korinthiërs 4; Ezechiël 2; Psalm 38

Paulus heeft de Korinthiërs in 1 Korinthiërs 3 verteld hoe ze dienstknechten van Christus niet mogen zien. Ze mogen geen enkele specifieke dienstknecht van Christus als een groepsgoeroe beschouwen, want dat zou impliceren dat andere dienstknechten minderwaardig zijn.

Wanneer iedere verschillende groep binnen de gemeente haar eigen christelijke goeroe heeft, brengt dit twee kwaden met zich: onnodige verdeeldheid binnen de gemeente, en een bedilzieke verwaandheid die oordeel uitspreekt over wie er waard is om een goeroe te zijn en wie niet. Paulus benadrukt dat alles wat God voor de kerk heeft in een Paulus of een Apollos of een Kefas rechtmatig aan de hele gemeente toekomt (3:21-22).

Aan het begin van 1 Korinthiërs 4 gaat Paulus verder met de Korinthiërs te vertellen hoe ze dienstknechten van Christus dan wel moeten zien: ‘als dienaren van Christus, aan wie het beheer van de geheimenissen Gods is toevertrouwd’ (4:1). Het woord dat wordt weergegeven als ‘geheimenissen’ [of ‘geheimen’ in NBV] betekent niet ‘mysterieuze dingen’ of ‘dingen die alleen de elite van de uitverkorenen kan leren’. Het woord wordt vaak weergegeven als ‘mysteries’ in onze oudere vertalingen. In het Nieuwe Testament verwijst het in de meeste gevallen naar iets dat God in het verleden in een bepaalde mate omsluierd hield, verborgen, of geheim, maar nu overvloedig duidelijk maakt in Christus Jezus.

Kortom, deze ‘dienstknechten van Christus’ werd het evangelie toevertrouwd – alles wat God heeft duidelijk gemaakt in de komst van Jezus Christus.

Zij die dit vertrouwen kregen moeten hun trouw bewijzen tegenover degenen aan wie zij verantwoording afleggen (4:2). Om die reden weet Paulus dat het van weinig belang is hoe de Korinthiërs hem zien; en hoe hij zichzelf beoordeelt speelt ook al geen grote rol (4:3).

Paulus weet dat het belangrijk is om een rein geweten te bewaren voor de Heer. Maar het is mogelijk om een rein geweten te hebben en toch aan veel dingen schuldig te zijn, omdat het geweten geen perfect instrument is. Het geweten kan verkeerd geïnformeerd zijn of verhard. De enige persoon wiens oordeel absoluut correct is, en van ultiem belang, is de Heer zelf (4:4).

Hieruit volgt dat de Korinthiërs zichzelf niet mogen aanstellen als rechters over alle ‘dienstknechten van Christus’ die Christus uitstuurt. Wanneer de Heer terugkomt, zal de finale afrekening duidelijk worden. Op dit punt zegt Paulus: ‘En dan zal God het zijn die ieder de lof geeft die hem toekomt’ (4:5, NBV) – een heel mooie gedachte, want het lijkt erop dat de uiteindelijke Rechter meer bemoedigend en positief zal blijken dan veel menselijke rechters.

Er blijft een bepaalde ruimte in de gemeente voor onderscheidingsvermogen en oordeel: zie de overdenking van morgen! Maar er zijn altijd hordes critici die ‘gaan boven hetgeen geschreven staat’ (4:6) met wettische tests op het vlak van hun eigen chagrijnige afsplitsing, waarbij ze zichzelf verbinden aan hun goeroes en de rest verachten. Ze denken vaak dat ze profetisch zijn, waarbij hun aanspraken in de praktijk dicht komen bij het zich toe-eigenen van Gods plaats.


Eigen vertaling van de overdenking bij 30 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 29 augustus 2014

'Alleen God is belangrijk, want hij doet groeien' (1 Kor. 3)


1 Samuel 21-22; 1 Korinthiërs 3; Ezechiël 1; Psalm 37

De twee uitgebreide metaforen die Paulus gebruikt in 1 Korinthiërs 3:5-15 leren in grote lijnen dezelfde les, hoewel elk ervan een afzonderlijk accent legt dat niet wordt gevonden in de andere.

In de landbouwmetafoor (3:5-9) is de Heer de landbouwer, maakt Paulus de grond klaar en doet hij het plantwerk, begiet Apollos de jonge plantjes en zijn de Korinthiërs ‘Gods akker’ (3:9).

In de context, die is vormgegeven om de neiging tot verdeeldheid van de Korinthiërs te bestrijden, gebaseerd op het feit dat ze zich verbinden met specifieke ‘helden’ (3:3-4), is het Paulus’ bedoeling aan te tonen dat hij en Apollos geen concurrenten zijn, maar ‘medearbeiders’ (3:9) – zelfs ‘Gods medearbeiders’ (d.w.z. ze zijn medearbeiders die God toebehoren, niet medearbeiders samen met God, alsof God deel uitmaakt van een drietal).

Niet alleen dat, maar noch Paulus, noch Apollos kan vrucht garanderen: alleen God doet het zaad groeien (3:6-7). Dus waarom zou je dan dit standpunt van verering van ofwel Paulus ofwel Apollos innemen?

De architecturale metafoor leert aanvankelijk dezelfde les: de verschillende bouwers dragen allen bij tot één gebouw, en daarom zou geen van hen moeten verafgood worden. Nu zijn de Korinthiërs niet het veld, maar het gebouw zelf (3:9-10). Paulus legde het fundament voor dit gebouw; anders gezegd, hij plantte de kerk in Korinthe. Het fundament dat Paulus legde is Jezus Christus zelf (3:11).

Sinds Paulus dit bouwproject verliet, zijn anderen gekomen die voortbouwden op dit fundament. Dus leert de architecturale metafoor impliciet dezelfde les die de landbouwmetafoor expliciet leerde.

Maar nu neemt de architecturale metafoor een lichtelijk andere richting. Paulus benadrukt dat latere bouwers verantwoordelijk zijn om het materiaal met zorg te kiezen dat ze in dit gebouw gebruiken (3:12-15).

Er komt een ‘dag’ (3:13), de dag van het oordeel, waarop alles wat niet kostbaar is in Gods ogen zal worden verteerd. Het is mogelijk dat een bouwer zulk ondeugdelijk materiaal kon gebruiken dat op het einde alles wat hij heeft gebouwd, wordt verteerd, zelfs al ontkomt hij dan zelf aan de vlammen.

Twee opmerkingen:

(1) De persoon die Paulus beschrijft als ‘gered, maar door het vuur heen’ (3:15), is niet een of andere zuivere naamchristen wiens wandel in niets valt te onderscheiden van gelijk welke heiden. Dergelijke personen komen het koninkrijk niet in (6:9-10). Dit is een ‘bouwer’, niet de menigte van christenen die het ‘gebouw’ vormen (3:10). De vraag is of deze evangelisten en opzieners het goede materiaal gebruiken.

(2) In 3:16-17 wordt het gebouw, de kerk van God, een tempel. Later is Gods tempel het lichaam van de individuele christen (6:19-20), maar hier is het de plaatselijke gemeente. God heeft dit gebouw zo lief, dat hij openlijk dreigt te verderven wie Gods tempel verderven. Breng de kerk schade toe en je schendt Gods tempel – en God zal jou vernietigen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 29 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 18 juli 2014

Bedrog in de eerste gemeente (Hd. 5)

Richteren 1; Handelingen 5; Jeremia 14; Mattheüs 28

Het verhaal van Ananias en Saffira, wiens namen opgeschreven staan in de vroegste christelijke verslagen omwille van hun bedrog (Hd. 5:1-11), is om verschillende redenen verontrustend. De eerste kerk dacht er in elk geval zo over (Hd. 5:5, 11). Vier opmerkingen helpen de kwesties in beeld te krijgen:

Ten eerste garandeert een opwekking niet de afwezigheid van zonde in een gemeenschap. Wanneer veel mensen bekeerd zijn en werkelijk veranderd, wanneer velen hernieuwd worden en werkelijk de zonde leren haten, vinden anderen het aantrekkelijker om als heilig beschouwd te worden dan heilig te zijn. Een opwekking biedt veel verleidingen tot hypocrisie die minder sterk zou zijn wanneer de stemming van de tijd seculier of heidens is.

Ten tweede is het probleem niet zozeer de gift van het geld dat Ananias en Saffira bekwamen toen ze een stuk grond verkochten, maar wel de leugen die ze vertelden. Blijkbaar waren er een aantal leden die eigendommen verkochten en alle opbrengsten aan de kerk schonken om haar te helpen in de verschillende bedieningen, vooral voor het lenigen van de nood van broers en zusters in Christus.

En ja, de man die Barnabas werd genoemd was in dit opzicht een voorbeeld (4:36-37), en hij dient als een tegenhanger voor Ananias en Saffira.
Maar deze twee verkochten hun eigendom, hielden wat van de opbrengst voor zichzelf, en deden alsof ze alles gaven. Het was die aanspraak op heiligheid en zelfverloochening, die schijn van vrijgevigheid en godsvrucht, die zo aanstootgevend was.

Bleef dit kwaad onontdekt, dan kon het nog toenemen. Het zou zeker mensen in bepaalde eervolle posities brengen wiens wandel het niet verdiende. Maar erger nog: het was een regelrechte leugen tegen de Heilige Geest – alsof de Geest van God de waarheid niet kon kennen, of er niet zou om geven. In die zin was het een uiterst neerbuigende daad, bedrog tegenover een standpunt dat zo ver af stond van de Godgerichtheid van oprecht geloof, dat het afgodisch was.

Ten derde was samenzwering een ander element van het probleem. Het was niet genoeg dat Ananias die boosaardige daad zelf beging. Hij handelde ‘met medeweten van zijn vrouw’ (5:2); haar leugen was zelfs niet alleen passief maar actief (5:8), wat een gedeelde toewijding aan het licht bracht om gelovigen te bedriegen en God te tarten.

Ten vierde kan het oordeel in tijden van zuivere opwekking directer zijn dan in tijden van verval. Wanneer God zich terugtrekt uit de kerk en de toenemende zonde zijn beloop laat krijgen, dan is dit het ergst mogelijke oordeel; het zal onvermijdelijk eindigen in onherstelbare rampspoed.

Maar wanneer God met onmiddellijke strengheid op de zonde reageert, worden lessen geleerd en blijft de kerk een ergere afwijking bespaard. In dit geval kwam er niet alleen grote vrees over de kerk maar ook over al wie van deze gebeurtenissen hoorde (5:5, 11).

Er staat geschreven: ‘Wie in oprechtheid wandelt, vreest de HERE; maar hij wiens wegen verkeerd zijn, veracht Hem’ (Spr. 14:2).


Eigen vertaling van de overdenking bij 18 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 9 februari 2014

Is het geoorloofd de keizer belasting te betalen of niet? (Mk. 12)


Genesis 42; Markus 12; Job 8; Romeinen 12
Het gesprek tussen Jezus en sommige van zijn tegenstanders in Markus 12:13-17 is bijzonder interessant. Markus zegt dat Jezus’ gesprekspartners naar Hem toekwamen ‘om Hem op een woord te vangen’ (12:13).

Ongetwijfeld is dit ook de reden dat ze beginnen met nogal belerend gevlei over wat een principieel leraar Hij toch wel is, helemaal vastbesloten zich niet te laten beïnvloeden door de publieke opinie. Het is allemaal een valstrik. ‘Is het geoorloofd de keizer belasting te betalen of niet?’, vragen ze. ‘Zullen wij betalen of niet betalen?’ (12:14:15).

Ze dachten dat ze Hem te pakken hadden. Antwoordde Hij ‘Nee’, dan zou Hij last krijgen met de Romeinse autoriteiten, die zeker een populair religieus prediker in een onstabiel land als dit niet zomaar zouden laten aanzetten tot het niet betalen van belastingen. Jezus kon zelfs ter dood worden gebracht voor verraad.

Maar zou Hij ‘Ja’ antwoorden, dan zou Hij het vertrouwen van het volk verliezen en daarmee ook zijn populariteit zien tanen. Veel gewone Joden koesterden niet alleen de algemeen menselijke wrevel tegenover belastingen, maar hadden ook theologische bezwaren.

Hoe konden gewetensbezwaarde Joden betalen met munten die de afbeelding droegen van de keizer, vooral munten die hem ook goddelijke titels toedichtten? Als Joden bovendien werkelijk rechtschapen waren, zou God dan niet neerdalen en zijn volk weer verlossen, deze keer van de Romeinse supermacht? Vereist principiële trouw aan God dan niet dat je geen belastingen betaalt?

Welk antwoord Jezus ook gaf, Hij zou een verliezer zijn. Maar Hij weigert zich gewonnen te geven. In plaats daarvan vraagt Hij om een munt, vraagt wiens beeltenis er op voorkomt, en stelt dat het gerechtvaardigd is aan Caesar te geven wat van Caesar is en aan God wat van God is. Jezus ontsnapt zo netjes aan hun valstrik en zijn gesprekspartners verwonderen zich.

Maar er zijn diverse toepassingslagen hier. Onder een strikte theocratie zouden Jezus’ woorden incoherent zijn: de regering van God wordt uitgevoerd door de koning, zodat hun gezagsterrein niet zo makkelijk kan worden onderscheiden. Bovendien was de structuur van het oude verbond op papier heel nauw verbonden met een theocratische regering.

Maar hier kondigt Jezus aan dat er onderscheid moet worden gemaakt tussen de aanspraken van Caesar en die van de levende God.
Natuurlijk betekent dit niet dat Caesars gezagsterrein volledig losstaat van Gods gezagsterrein, en ook niet dat God niet volledig voorzienig alles onder controle heeft. Maar er valt moeilijk aan de conclusie te ontkomen dat Jezus een fundamentele verandering aankondigt in het bestuur van de verbondsgemeenschap.

De kern van de gemeenschap is niet langer een theocratisch koninkrijk; het is nu een verzameling van kerken van overal ter wereld, die onder vele ‘koningen’ en ‘caesars’ leven, terwijl ze geen van hen aanbidden.

En dit is waarom veel christenen over de hele wereld het ontstaan van het niet-vestigen van een specifieke godsdienst baseren op deze uitspraak van Jezus zelf.


Eigen vertaling van de overdenking bij 9 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 4 februari 2014

Traditie in goede en slechte zin (Mk. 7)


Genesis 37; Markus 7; Job 3; Romeinen 7
Veel mensen uit protestantse kring staan wantrouwig tegenover ‘tradities’. In de populaire polemiek hebben protestanten de rooms-katholieken vaak afgeschilderd als mensen die de Bijbel omarmen plus tradities, terwijl wijzelf dan gewoon aan de Bijbel vasthouden. Diverse zaken vragen om verduidelijking voor we goed kunnen begrijpen wat Markus 7 over tradities zegt.

De eerste is een historische opmerking. Er is heel sterk bewijs dat de rooms-katholieke kerk tot aan de reformatie het scherp omlijnde verschil nog niet had geformuleerd dat opgeld deed na de reformatie.

Zelfs toen de katholieke kerk op de proppen kwam met behoorlijk vernieuwende leerstellingen, deed ze verwoede pogingen om die leer toch op een bepaalde manier met de Schrift te verbinden, soms via een reeks gevolgtrekkingen.

Maar geconfronteerd met het 'Sola Scriptura' (‘alleen de Schrift’) van de reformatie, pleitte de katholieke kerk voor een visie op openbaring die benadrukte dat de waarheid in bewaring was gegeven aan de kerk zelf. Deel daarvan werd dan gevormd door de weergave die we vinden in de heilige Schrift zelf, en een ander deel lag in andere tradities die de kerk bewaakte en doorgaf. In dergelijke formulering wordt traditie boven de Schrift gesteld als iets bijkomend.

Dit brengt ons bij de tweede opmerking, een die de tekst van het Nieuwe Testament raakt. Hier zie je hoe het woord 'traditie' [overlevering, JL] of 'tradities' ofwel in een positieve of een negatieve betekenis wordt gebruikt.

Het woord 'traditie' verwijst eenvoudigweg naar hetgeen wordt overgeleverd. Als hetgeen wordt overgeleverd ‘apostolische leer’ is, dan zijn tradities een zeer goede zaak (bijv. 1 Kor. 11:2); als hetgeen wordt overgeleverd conflicteert met wat God zegt, dan zijn 'tradities' niet nuttig en zelfs gevaarlijk (zoals hier in Markus 7).

Dit onderscheid tussen verschillende soorten 'traditie' is niet hetzelfde als wat vandaag meestal wordt gemaakt. We onderscheiden tradities die intrinsiek neutraal zijn maar niettemin behulpzaam in het bouwen van gezinnen of gemeenschappen – familietradities of interessante culturele of kerkelijke tradities – en daarnaast de tradities die repressief zijn, restrictief of verstikkend.

Kortom, we maken onderscheid op basis van het sociale effect van tradities, niet op basis van hun waarheidsgehalte. Maar in het Nieuwe Testament worden tradities niet geprezen of bekritiseerd op basis van hun sociale functie, maar in het licht van hun conformiteit aan of afwijken van het Woord van God.

Hier in Markus 7:3 zijn de tradities die Jezus veroordeelt, deze die mensen toelaten te omzeilen wat de Schrift duidelijk zegt.

Ten derde moeten we erkennen dat belijdende evangelicalen die in naam traditie schuwen ook soms tradities omarmen die feitelijk het Woord van God aan banden leggen.

Dit kunnen traditionele uitleggingen van de Schrift zijn, of traditionele kerkelijke praktijken, of traditionele gedragsvormen die in onze kringen worden ‘toegestaan’ maar ver af staan van de heilige Schrift. In elk geval vereist trouw aan Christus dat we hervormd worden door het Woord van God.


Eigen vertaling van de overdenking bij 4 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.