Posts tonen met het label Maleachi. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Maleachi. Alle posts tonen

maandag 22 januari 2018

Beluister de lezing over het bijbelboek Maleachi door Raymond Hausoul




Vrijdag 19 januari gaf Raymond Hausoul (Ieper) in De Steiger in Menen een bijbellezing in de reeks "5 kleine profeten in vogelvlucht". Raymond behandelde de profeet Maleachi.

Beluister meteen de mp3 van de lezing van Raymond Hausoul over Maleachi


Eerdere lezingen kun je nog altijd beluisteren (mp3):

- seizoen 1 van '5 kleine profeten in vogelvlucht'

- seizoen 2 van '5 kleine profeten in vogelvlucht'


woensdag 30 december 2015

Plotseling zal tot zijn tempel komen de Here, die gij zoekt (Mal. 3)


2 Kronieken 35; Openbaring 21; Maleachi 3; Johannes 20

Mensen kunnen trouweloos zijn, maar de Heer verandert niet. Die onveranderlijkheid bedreigt oordeel; het is de ook de reden dat het volk niet is verteerd (Mal. 3:6). Hoop is afhankelijk van Gods genadige ingrijpen, gegrond in zijn onveranderlijke karakter (Mal. 3).

(1) ‘Zie, Ik zend mijn bode, die voor mijn aangezicht de weg bereiden zal; plotseling zal tot zijn tempel komen de Here, die gij zoekt, namelijk de Engel des verbonds, die gij begeert. Zie, Hij komt, zegt de HERE der heerscharen’ (3:1).

(2) Deze belofte klinkt als een antwoord op het cynisme dat opdook nadat de tweede tempel was gebouwd. Daar was de tempel, maar waar was de heerlijkheid die Ezechiël had voorzegd (Ez. 43:1-5)? Slechts wanneer de Heer komt zal het doel van de herbouw van de tempel zijn vervuld. En de Heer zal deze belofte vervullen.

Ten eerste zal Hij zijn ‘bode’ zenden, als een voorloper ‘die voor mijn aangezicht de weg bereiden zal’. En dan zal plotseling ‘de Here, die gij zoekt’ tot zijn tempel komen, ‘de Engel des verbonds, die gij begeert’.

Ondanks dappere pogingen om de tekst op een andere manier uit te leggen, is de meest voor de hand liggende lezing deze die maar een paar pagina’s verder in de Bijbel de draad weer oppikt (hoewel in feite een paar eeuwen later).

Vooraleer de Heer zelf komt – de Heer die zij zoeken, de lang beloofde boodschapper van het nieuwe verbond – is er een andere boodschapper die de weg bereidt. Jezus benadrukt dat de voorloper over wie Maleachi sprak niemand anders is dan Johannes de Doper (Mat. 11:10).

(2) Telkens God zichzelf op een bijzondere manier aan zijn volk openbaart, en nog het meest in deze ultieme zelfopenbaring, is er zowel toorn als genade. Vooruitzien naar ‘de dag van zijn komst’ (3:2) roept daarom op tot diepgaand berouw (3:2-5).

Dergelijk berouw dekt de volle breedte van de lelijke zonden die worden opgesomd in 3:5 tot iets wat makkelijker over het hoofd wordt gezien, maar duidelijk ook lelijk is voor God: roof, God beroven van de tienden en offeranden die we Hem zijn verschuldigd (3:6-12).

Weg met het cynisme dat beweert dat God dienen gelijkstaat met tijd- en geldverspilling, dat er geen gewin is wanneer je God tot middelpunt maakt, dat het ‘nutteloos’ is God te dienen (3:13-15).

(3) Heel wat van de Oudtestamentische profeten volbrachten trouw hun dienst en zagen maar weinig vrucht in hun eigen tijd. Anderen waren getuige van iets van opwekking. Haggai zag de Heer zo werken onder het volk dat de tempel werd herbouwd.

Ook Maleachi zag vrucht in de levens van degenen die rekening hielden met zijn boodschap en begonnen te leven in het licht van de belofte die nog moest worden vervuld:

‘Dan spreken zij die de HERE vrezen, onder elkander, ieder tot zijn naaste [blijkbaar bemoedigden en stimuleerden ze elkaar om trouw te zijn]: De HERE bemerkte het toch en hoorde het en er werd een gedenkboek voor zijn aangezicht geschreven, ten goede van hen die de HERE vrezen en zijn naam in ere houden’ (3:16).


Eigen vertaling van de overdenking bij 30 december uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 29 december 2015

Speel niet met je leven en gedraag je niet langer trouweloos (Mal. 2)


2 Kronieken 34; Openbaring 20; Maleachi 2; Johannes 19

Een van de tekenen van een cultuur in verval is dat de mensen zich niet houden aan hun beloften. Wanneer deze beloften zijn afgelegd tegenover of voor de Heer, en tegelijk tegenover iemand anders, maakt het de overtreding nog oneindig veel erger.

Er is iets aantrekkelijk en stabiel aan een maatschappij waarin je erop kan rekenen als iemand zijn of haar woord geeft. Enorme contracten kunnen worden bezegeld met een handdruk, omdat elke partij de ander vertrouwt. Huwelijken houden stand. Mensen maken beloften en houden die.

Natuurlijk is het gemakkelijk om, vanuit het gezichtspunt van onze relatief trouweloze maatschappij, te spotten met het beeld dat ik schets, door voorbeelden te vinden waarin in een dergelijke wereld iemand gevangen achterblijft in een gewelddadig huwelijk of een zakenman wordt bedot door een gewetenloze manipulator.

Maar wanneer je focust op de moeilijke gevallen en de maatschappij bouwt op groeiend cynisme, dan moedig je zelfzuchtig individualisme aan, trouweloosheid, onverantwoordelijkheid, culturele onstabiliteit, valsheid en een verveelvoudiging van de advocatenlegers. En vroeg of laat krijg je te maken met een toornige God. Want God haat trouweloosheid (Mal. 2:1-17).

Binnen de verbondsgemeenschap van het oude Israël van na de ballingschap, waren een aantal van de ergste voorbeelden verbonden met de uitgesproken godsdienstige dimensies van de cultuur, maar niet allemaal:

(1) De lippen van de priesters moeten eigenlijk ‘kennis bewaren’ en uit zijn mond moet men ‘onderricht in de wet’ kunnen zoeken – ‘want een bode van de HERE der heerscharen is hij’ (2:7). De priester moest God vrezen en voor zijn aangezicht beven (2:5), betrouwbaar onderricht geven (2:6), en de weg van het verbond bewaren (2:8).

Maar omdat de priesters in dit alles trouweloos bleken, zal God ervoor zorgen dat ze worden veracht en vernederd voor het hele volk (2:9). Dus waarom is het dat bedienaars van het evangelie vandaag maar net boven verkopers van tweedehandswagens worden ingeschat, wanneer het gaat om publiek vertrouwen?

(2) Net als sommige andere profeten (bijv. Ez. 16, 23), portretteert Maleachi geestelijke afval in termen van overspel (2:10-12).

(3) Het hoeft niet te verwonderen dat trouweloosheid in de geestelijke arena gepaard gaat met trouweloosheid in huwelijken en het gezin (2:13-16). Oh, deze mensen kunnen best een geestelijk gezicht opzetten, terwijl ze wenen en zegen van God afsmeken. Maar God schenkt er gewoon geen aandacht aan.

Waarom niet? ‘Omdat de HERE getuige geweest is tussen u en de vrouw uwer jeugd, aan wie gij ontrouw geworden zijt, terwijl zij toch uw gezellin en uw wettige vrouw is’ (2:14).

(4) Meer algemeen gesproken hebben deze mensen de Heer vermoeid met hun eindeloze redeneringen, hun morele relativisme (2:17).
‘Daarom, weest op uw hoede voor uw hartstocht en weest niet ontrouw’ (2:16).


Eigen vertaling van de overdenking bij 29 december uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 28 december 2015

Waar is de vrees voor Mij? zegt de HERE der heerscharen tot u (Mal. 1)


2 Kronieken 33; Openbaring 19; Maleachi 1; Johannes 18

We weten niet veel over Maleachi. Hij diende in de periode na de ballingschap, later dan de vroege jaren waarin de grootste crisissen plaatsvonden. Tegen zijn tijd waren zowel de muur als de tempel herbouwd.

Nehemia, Zerubbabel en Jozua waren namen uit het verleden. Het teruggekeerde overblijfsel had zich gesetteld. Recent had zich niets van grote betekenis voorgedaan. Er was geen spectaculair herstel van de heerlijkheid van God in de tempel, zoals voorzien door Ezechiël (43:4). De rituelen werden uitgevoerd, maar zonder veel ijver of enthousiasme.

Dit is de situatie die Maleachi aankaart. Het maakt zijn woorden bijzonder toepasselijk voor gelovigen die leven in vergelijkbare tijden van lethargie. Er gebeurt niet al te veel: de politieke situatie is stabiel, de godsdienstvrijheid verzekerd, de voorgeschreven rituelen worden uitgevoerd – maar bij dit alles ontbreekt niet alleen passie, maar ook integriteit, levensverandering, vuur, eer in relaties en beloften, en godsvrucht. De terugkerende Joden worden gekenmerkt door een cynisme dat levensmoe is en zich niet zomaar laat wegzetten.

Maleachi 1 schept al meteen het kader:

(1) De mensen zijn niet overtuigd dat God hen werkelijk liefheeft. ‘Waarin hebt Gij ons uw liefde betoond?’, protesteren ze (1:2) – in het bijzonder in het licht van de algemene belabberde staat van zwakheid en relatieve armoede waarin ze zich bevinden.

God verwijst in de eerste plaats naar zijn liefde waarmee Hij hen uitverkoren heeft. Hij verkoos Jakob boven Esau; er was niets intrinsiek aan de twee mannen dat een aanleiding vormde voor deze keuze. De keuze valt terug te voeren naar niets meer of minder dan de verkiezende liefde van God.

Gelovigen moeten leren veilig te rusten in die liefde, willen ze niet worden overvallen door elke donkere omstandigheid die hen treft.

(2) In haar godsdienstige praktijken voert het volk de rituelen uit, maar het behandelt God met een uitgesproken gebrek aan respect. Dit wordt minstens op twee manieren getoond.

(a) De wet bepaalde dat wie een offer wilde brengen, met een vlekkeloos lam moest komen, niet met het zwakke en kreupele. Maar deze mensen brengen de slechtste dieren uit hun kudde – iets waar ze zelfs nog niet aan zouden durven denken als ze een geschenk zouden aanbieden aan een aardse monarch (1:6-9).

(b) Bovenal behandelt het volk de aanbidding van de almachtige God in woord en daad als een last die je moet verdragen, veel meer dan een vreugde die je geniet of minstens een gelukkige plicht die je vervult. ‘Wat is het een moeite!’ (1:13), zuchten ze, terwijl ze misprijzend ‘de neus ophalen’ (1:13).

De kwestie waar het om draait is dat God een groot koning is. Deze mensen handelen op een manier die Hem minacht. ‘Van waar de zon opkomt tot waar zij ondergaat, is mijn naam groot onder de volken’ (1:11). ‘Want een groot Koning ben Ik (…) en mijn naam is geducht onder de volken’ (1:14).

Maken Maleachi’s woorden ons beschaamd over hoe wij God benaderen?


Eigen vertaling van de overdenking bij 28 december uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 30 december 2013

Plotseling zal tot zijn tempel komen de Here, die gij zoekt (Mal. 3)


2 Kronieken 35; Openbaring 21; Maleachi 3; Johannes 20
Mensen kunnen trouweloos zijn, maar de Heer verandert niet. Die onveranderlijkheid bedreigt oordeel; het is de ook de reden dat het volk niet is verteerd (Mal. 3:6). Hoop is afhankelijk van Gods genadige ingrijpen, gegrond in zijn onveranderlijke karakter (Mal. 3).

(1) ‘Zie, Ik zend mijn bode, die voor mijn aangezicht de weg bereiden zal; plotseling zal tot zijn tempel komen de Here, die gij zoekt, namelijk de Engel des verbonds, die gij begeert. Zie, Hij komt, zegt de HERE der heerscharen’ (3:1).

(2) Deze belofte klinkt als een antwoord op het cynisme dat opdook nadat de tweede tempel was gebouwd. Daar was de tempel, maar waar was de heerlijkheid die Ezechiël had voorzegd (Ez. 43:1-5)? Slechts wanneer de Heer komt zal het doel van de herbouw van de tempel zijn vervuld. En de Heer zal deze belofte vervullen.

Ten eerste zal Hij zijn ‘bode’ zenden, als een voorloper ‘die voor mijn aangezicht de weg bereiden zal’. En dan zal plotseling ‘de Here, die gij zoekt’ tot zijn tempel komen, ‘de Engel des verbonds, die gij begeert’.

Ondanks dappere pogingen om de tekst op een andere manier uit te leggen, is de meest voor de hand liggende lezing deze die maar een paar pagina’s verder in de Bijbel de draad weer oppikt (hoewel in feite een paar eeuwen later).

Vooraleer de Heer zelf komt – de Heer die zij zoeken, de lang beloofde boodschapper van het nieuwe verbond – is er een andere boodschapper die de weg bereidt. Jezus benadrukt dat de voorloper over wie Maleachi sprak niemand anders is dan Johannes de Doper (Mat. 11:10).

(2) Telkens God zichzelf op een bijzondere manier aan zijn volk openbaart, en nog het meest in deze ultieme zelfopenbaring, is er zowel toorn als genade. Vooruitzien naar ‘de dag van zijn komst’ (3:2) roept daarom op tot diepgaand berouw (3:2-5).

Dergelijk berouw dekt de volle breedte van de lelijke zonden die worden opgesomd in 3:5 tot iets wat makkelijker over het hoofd wordt gezien, maar duidelijk ook lelijk is voor God: roof, God beroven van de tienden en offeranden die we Hem zijn verschuldigd (3:6-12).

Weg met het cynisme dat beweert dat God dienen gelijkstaat met tijd- en geldverspilling, dat er geen gewin is wanneer je God tot middelpunt maakt, dat het ‘nutteloos’ is God te dienen (3:13-15).

(3) Heel wat van de Oudtestamentische profeten volbrachten trouw hun dienst en zagen maar weinig vrucht in hun eigen tijd. Anderen waren getuige van iets van opwekking. Haggai zag de Heer zo werken onder het volk dat de tempel werd herbouwd.

Ook Maleachi zag vrucht in de levens van degenen die rekening hielden met zijn boodschap en begonnen te leven in het licht van de belofte die nog moest worden vervuld:

‘Dan spreken zij die de HERE vrezen, onder elkander, ieder tot zijn naaste [blijkbaar bemoedigden en stimuleerden ze elkaar om trouw te zijn]: De HERE bemerkte het toch en hoorde het en er werd een gedenkboek voor zijn aangezicht geschreven, ten goede van hen die de HERE vrezen en zijn naam in ere houden’ (3:16).


Eigen vertaling van de overdenking bij 30 december uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 29 december 2013

Speel niet met je leven en gedraag je niet langer trouweloos (Mal. 2)


2 Kronieken 34; Openbaring 20; Maleachi 2; Johannes 19

Een van de tekenen van een cultuur in verval is dat de mensen zich niet houden aan hun beloften. Wanneer deze beloften zijn afgelegd tegenover of voor de Heer, en tegelijk tegenover iemand anders, maakt het de overtreding nog oneindig veel erger.

Er is iets aantrekkelijk en stabiel aan een maatschappij waarin je erop kan rekenen als iemand zijn of haar woord geeft. Enorme contracten kunnen worden bezegeld met een handdruk, omdat elke partij de ander vertrouwt. Huwelijken houden stand. Mensen maken beloften en houden die.

Natuurlijk is het gemakkelijk om, vanuit het gezichtspunt van onze relatief trouweloze maatschappij, te spotten met het beeld dat ik schets, door voorbeelden te vinden waarin in een dergelijke wereld iemand gevangen achterblijft in een gewelddadig huwelijk of een zakenman wordt bedot door een gewetenloze manipulator.

Maar wanneer je focust op de moeilijke gevallen en de maatschappij bouwt op groeiend cynisme, dan moedig je zelfzuchtig individualisme aan, trouweloosheid, onverantwoordelijkheid, culturele onstabiliteit, valsheid en een verveelvoudiging van de advocatenlegers. En vroeg of laat krijg je te maken met een toornige God. Want God haat trouweloosheid (2:1-17).

Binnen de verbondsgemeenschap van het oude Israël van na de ballingschap, waren een aantal van de ergste voorbeelden verbonden met de uitgesproken godsdienstige dimensies van de cultuur, maar niet allemaal:

(1) De lippen van de priesters moeten eigenlijk ‘kennis bewaren’ en uit zijn mond moet men ‘onderricht in de wet’ kunnen zoeken – ‘want een bode van de HERE der heerscharen is hij’ (2:7). De priester moest God vrezen en voor zijn aangezicht beven (2:5), betrouwbaar onderricht geven (2:6), en de weg van het verbond bewaren (2:8).

Maar omdat de priesters in dit alles trouweloos bleken, zal God ervoor zorgen dat ze worden veracht en vernederd voor het hele volk (2:9). Dus waarom is het dat bedienaars van het evangelie vandaag maar net boven verkopers van tweedehandswagens worden ingeschat, wanneer het gaat om publiek vertrouwen?

(2) Net als sommige andere profeten (bijv. Ez. 16, 23), portretteert Maleachi geestelijke afval in termen van overspel (2:10-12).

(3) Het hoeft niet te verwonderen dat trouweloosheid in de geestelijke arena gepaard gaat met trouweloosheid in huwelijken en het gezin (2:13-16). Oh, deze mensen kunnen best een geestelijk gezicht opzetten, terwijl ze wenen en zegen van God afsmeken. Maar God schenkt er gewoon geen aandacht aan.

Waarom niet? ‘Omdat de HERE getuige geweest is tussen u en de vrouw uwer jeugd, aan wie gij ontrouw geworden zijt, terwijl zij toch uw gezellin en uw wettige vrouw is’ (2:14).

(4) Meer algemeen gesproken hebben deze mensen de Heer vermoeid met hun eindeloze redeneringen, hun morele relativisme (2:17).
‘Daarom, weest op uw hoede voor uw hartstocht en weest niet ontrouw’ (2:16).


Eigen vertaling van de overdenking bij 29 december uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 28 december 2013

Waar is de vrees voor Mij? zegt de HERE der heerscharen tot u (Mal. 1)


2 Kronieken 33; Openbaring 19; Maleachi 1; Johannes 18
We weten niet veel over Maleachi. Hij diende in de periode na de ballingschap, later dan de vroege jaren waarin de grootste crisissen plaatsvonden. Tegen zijn tijd waren zowel de muur als de tempel herbouwd.

Nehemia, Zerubbabel en Jozua waren namen uit het verleden. Het teruggekeerde overblijfsel had zich gesetteld. Recent had zich niets van grote betekenis voorgedaan. Er was geen spectaculair herstel van de heerlijkheid van God in de tempel, zoals voorzien door Ezechiël (43:4). De rituelen werden uitgevoerd, maar zonder veel ijver of enthousiasme.

Dit is de situatie die Maleachi aankaart. Het maakt zijn woorden bijzonder toepasselijk voor gelovigen die leven in vergelijkbare tijden van lethargie. Er gebeurt niet al te veel: de politieke situatie is stabiel, de godsdienstvrijheid verzekerd, de voorgeschreven rituelen worden uitgevoerd – maar bij dit alles ontbreekt niet alleen passie, maar ook integriteit, levensverandering, vuur, eer in relaties en beloften, en godsvrucht. De terugkerende Joden worden gekenmerkt door een cynisme dat levensmoe is en zich niet zomaar laat wegzetten.

Maleachi 1 schept al meteen het kader:

(1) De mensen zijn niet overtuigd dat God hen werkelijk liefheeft. ‘Waarin hebt Gij ons uw liefde betoond?’, protesteren ze (1:2) – in het bijzonder in het licht van de algemene belabberde staat van zwakheid en relatieve armoede waarin ze zich bevinden.

God verwijst in de eerste plaats naar zijn liefde waarmee Hij hen uitverkoren heeft. Hij verkoos Jakob boven Esau; er was niets intrinsiek aan de twee mannen dat een aanleiding vormde voor deze keuze. De keuze valt terug te voeren naar niets meer of minder dan de verkiezende liefde van God.

Gelovigen moeten leren veilig te rusten in die liefde, willen ze niet worden overvallen door elke donkere omstandigheid die hen treft.

(2) In haar godsdienstige praktijken voert het volk de rituelen uit, maar het behandelt God met een uitgesproken gebrek aan respect. Dit wordt minstens op twee manieren getoond.

(a) De wet bepaalde dat wie een offer wilde brengen, met een vlekkeloos lam moest komen, niet met het zwakke en kreupele. Maar deze mensen brengen de slechtste dieren uit hun kudde – iets waar ze zelfs nog niet aan zouden durven denken als ze een geschenk zouden aanbieden aan een aardse monarch (1:6-9).

(b) Bovenal behandelt het volk de aanbidding van de almachtige God in woord en daad als een last die je moet verdragen, veel meer dan een vreugde die je geniet of minstens een gelukkige plicht die je vervult. ‘Wat is het een moeite!’ (1:13), zuchten ze, terwijl ze misprijzend ‘de neus ophalen’ (1:13).

De kwestie waar het om draait is dat God een groot koning is. Deze mensen handelen op een manier die Hem minacht. ‘Van waar de zon opkomt tot waar zij ondergaat, is mijn naam groot onder de volken’ (1:11). ‘Want een groot Koning ben Ik (…) en mijn naam is geducht onder de volken’ (1:14).

Maken Maleachi’s woorden ons beschaamd over hoe wij God benaderen?


Eigen vertaling van de overdenking bij 28 december uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.