Posts tonen met het label 1Kon.. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1Kon.. Alle posts tonen

zondag 19 oktober 2014

'De HERE heeft een leugengeest gegeven in de mond van al deze profeten van u' (1 Kon. 22)


1 Koningen 22; 1 Thessalonicenzen 5; Daniël 4; Psalmen 108-109

Veel gelovigen vinden het laatste hoofdstuk van 1 Koningen, 1 Koningen 22, verontrustend. Want hier wordt van God getoond dat Hij zelf een ‘leugengeest’ (22:22) uitstuurt die koning Achab zal verleiden en hem naar zijn ondergang zal leiden. Stemt God dan in met leugenaars?

De scene kan ons veel leren. De koninkrijken van Juda en Israël trekken voor een keer samen op tegen de koning van Aram, in plaats van elkaar naar de keel te vliegen. Josafat, de koning van Juda, komt over als een goed man die in grote lijnen verlangt om zich te houden aan het verbond en trouw te zijn aan God, maar hij is nogal een watje.

Hij behandelt de militaire verkenningsexpeditie alsof het een avontuur is, maar hij wil wel dat Achab, koning van Israël, ‘naar het woord van de HEERE’ vraagt (22:5).

Nadat de valse profeten klaar zijn, is Josafat clever genoeg om te vragen of er misschien nog een andere profeet van de Heer is, en Micha verschijnt op het toneel. Maar ondanks de waarschuwingen van Micha trekt hij er toch op uit met Achab en stemt er zelfs mee in om zijn koninklijke gewaad aan te houden terwijl Achabs identiteit gemaskeerd wordt.

Maar de kern van de zaak draait om Micha. Merk op:

(1) Impliciet blijkt dat Achab zich omringd heeft met religieuze ja-knikkers die hem zullen vertellen wat hij wil horen. De reden dat hij Micha haat, is dat hetgeen Micha over hem zegt slecht is. Zoals alle leiders die zich omringen met ja-knikkers, zorgt hij er zelf voor dat hij wordt misleid.

(2) Wanneer Micha begint met een sarcastische positieve prognose (22:15), ziet Achab meteen dat hij niet de waarheid spreekt (22:16). Dit wijst op een geweten dat meer dan een klein beetje bezwaard is. Uiteindelijk had God Achab voorheen al gezegd dat, omwille van zijn schuld in de zaak van Naboth, honden op een dag zijn bloed zouden oplikken (21:19). Hij verwachtte dus wel een bepaalde dag slecht nieuws te horen, en ten diepste kon hij nooit echt de blijde vooruitzichten van zijn onderdanige ‘profeten’ vertrouwen.

(3) Wanneer Micha hem vertelt over het aanstaande onheil, geeft hij ons ook een dramatische reden voor de samenhang en unanimiteit van de valse profeten: God zelf had een leugengeest gezonden. Achabs tijd is gekomen: hij zal uitgeschakeld worden. Gods soevereiniteit strekt zich zelfs uit tot de instrumenten om Achabs tamme profeten een ‘krachtige dwaling’ te sturen (vergelijk met 2 Thess. 2:11-12).

Maar het feit dat Achab dit allemaal te horen krijgt toont aan dat God nog steeds genadig toegang biedt tot de waarheid. Maar Achab is zo ver afgedwaald dat hij de waarheid niet kan verwerken. In een dwaze reactie gelooft hij genoeg van de waarheid om zijn eigen identiteit te verbergen in de rangen van zijn gewone soldaten, maar onvoldoende om weg te blijven uit Ramot in Gilead. Dus sterft hij: Gods soevereine oordeel wordt uitgevoerd, zeker omdat Achab de leugen verkoos, terwijl hij zowel de waarheid als de leugen te horen kreeg.


Eigen vertaling van de overdenking bij 20 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 16 oktober 2014

'Ik alleen ben overgebleven, en zij staan mij naar het leven' (1 Kon. 19)

1 Koningen 19; 1 Thessalonicenzen 2; Daniël 1; Psalm 105

Ongetwijfeld verwachtte Elia, na de triomfantelijke confrontatie op de berg Karmel, dat Israël tot de levende God zou terugkeren (1 Koningen 19). Nu hij de valse profeten had geëxecuteerd, zou koningin Izebel zelf wel uitgeschakeld worden – door de gemeenschappelijke eis van een verontwaardigde bevolking, vastbesloten om trouw en loyaal te zijn aan het verbond. Misschien zou zelfs koning Achab zich bekeren en zich aansluiten.

Maar het pakt anders uit. Koning Achab rapporteert al wat er is gebeurd aan Izebel, en Izebel laat Elia weten dat hij zo goed als dood is (19:2). Het volk valt nergens te bespeuren. ‘Elia werd bang en vluchtte om zijn leven te redden’ (19:3 [NBV]), wordt ons verteld.

In feite zegt een tekstuele variant (die mogelijk origineel is) ‘Elia zag het en vluchtte om zijn leven te redden’ [zie de voetnoot bij de NBV, JL] – d.w.z. hij zag nu de omvang van het hele probleem en vluchtte weg. Hij trekt zuidwaarts naar Berseba aan de zuidelijke grens van het koninkrijk van Juda, laat er zijn knecht achter en blijft doorgaan. Uiteindelijk komt hij aan bij de berg Horeb, de plaats waar de Wet werd gegeven.

Hij is zodanig diep terneergeslagen dat hij wil sterven (19:4). Erger nog, hij geeft zich over aan zelfmedelijden, en geen klein beetje: alle anderen hebben God verworpen, alle Israëlieten hebben het verbond verbroken, alle profeten op Elia na zijn ter dood gebracht – ‘Ik alleen ben overgebleven, en zij staan mij naar het leven om het mij te benemen’ (19:10 [HSV]).

Je kunt meevoelen met Elia’s wanhoop. Het is gedeeltelijk gebaseerd op niet ingeloste verwachtingen. Hij dacht dat het hele gebeuren de aanzet zou vormen voor een enorme hernieuwing. Nu voelt hij zich niet alleen geïsoleerd, maar ook verraden. En toch:

(1) Hij heeft het gewoon bij het verkeerde eind. Hij weet dat er nog minstens honderd profeten in leven zijn, zelfs al zijn ze dan verborgen (18:13).

(2) Hij bevindt zich niet in de positie om de harten van alle Israëlieten te veroordelen. Sommigen zijn misschien nog trouw aan Jahweh, maar doodsbang voor Izebel, en houden zich daarom gedeisd. En is dit niet uiteindelijk wat ook hijzelf doet?

(3) God zelf verzekert Elia dat Hij in Israël zevenduizend mensen heeft overgelaten, voor zichzelf heeft afgezonderd, die de knieën niet hebben gebogen voor Baäl en hem nooit gekust hebben (19:18). Hier begint een belangrijk bijbels thema – de leerstelling van het overblijfsel. De verbondsgemeenschap mag dan globaal wel zijn afgeweken, de Almachtige God ‘reserveert’ voor zichzelf wel nog altijd een getrouw overblijfsel – dat in de volheid van de tijd de kern zal worden van de jonge Nieuwtestamentische gemeente.

(4) God werkt en spreekt soms in de stilte, niet in enorme confrontaties (19:11-13).

(5) Vroeg of laat hebben zelfs de sterkste leiders, vooral de sterkste leiders, een jongere leerling en helper nodig om aan hun zijde te staan, om de schouders te helpen zetten onder een deel van de last en uiteindelijk het werk over te nemen (19:19-21).


Eigen vertaling van de overdenking bij 16 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 15 oktober 2014

'De God die met vuur zal antwoorden, die zal God zijn' (1 Kon. 18)


1 Koningen 18; 1 Thessalonicenzen 1; Ezechiël 48; Psalm 104

Het is verleidelijk om de commentaar op de Paulinische triade die we vinden in 1 Thessalonicenzen 1:3 verder te zetten (zie de overdenking van 11 oktober), maar de confrontatie op de berg Karmel (1 Koningen 18) vraagt onze aandacht.

Het meest schokkende aan deze confrontatie is dat ze nodig was. Dit is het verbondsvolk van God. We kunnen niet zeggen dat God zich nooit aan hen geopenbaard heeft. In hun gemeenschappelijk denken hebben de tien stammen van het noordelijke koninkrijk hun erfgoed zo goed als losgelaten. Wanneer Elia het volk uitdaagt met de woorden ‘Hoelang zult gij aan beide zijden mank gaan? Indien de HERE God is, volgt Hem na; maar indien het de Baäl is, volgt hem na’ (18:21), dan zegt het volk niets.

Maar voor we ons wentelen in al te veel gedachten van eigengerechtigheid, moeten we bedenken hoe vaak de kerk al weggetrokken is van haar ankerplaatsen. De opwekking die bekendstaat als ‘the Great Awakening’ was een krachtige beweging van de Geest van God, maar een eeuw later waren veel van de kerken die toen gevuld werden met nieuwe bekeerlingen, onderbouwde theologie en godvruchtig leven, afgegleden naar het ‘unitarisme’ [stroming die de leer van de goddelijke drieëenheid verwerpt, JL].

Wie had kunnen denken dat het land van Luther en de Reformatie ons Hitler en de Holocaust zou brengen? Hoe komt het dat twintigste-eeuws evangelicalisme, dat groeide als een paddenstoel tussen pakweg 1930 en 1960, snel tal van zelfverklaarde evangelicalen voortbracht die door geen enkele evangelische leider van de eerdere periode als zodanig beschouwd zouden worden? De droevige realiteit is dat het menselijke geheugen kort, selectief en zelfzuchtig is.

Bovendien begint elke nieuwe generatie met een lichtelijk verschillend referentiekader. Aangezien al haar leden bekering nodig hebben, is de kerk nooit meer dan twee generaties van haar uitsterven verwijderd. Als we dit eenvoudige punt vergeten, wordt het al te gemakkelijk om op onze lauweren te rusten wanneer we het goed hebben, en op een bepaalde manier het zicht te verliezen op onze taak, om nog maar niet te spreken van het zicht op onze Schepper en Verlosser.

De scene op de berg Karmel was spectaculair: één profeet tegen 850, Yahweh tegen Baäl – en Baäl werd vaak gezien als de god van het vuur. Het is alsof Elia de wedstrijd heeft opgezet op het terrein van Baäl. Zijn spottende woorden zwepen de valse profeten op tot een orgie van zelfkastijding (18:28). Op Gods aanwijzing (18:36) vergroot Elia de risico’s nog door het offer te drenken dat hij bereidt.

’s Avonds dan doet zijn eigen korte gebed explosief vuur uit de hemel neerdalen, en het volk schreeuwt ‘De HERE, die is God! De HERE, die is God!’ (18:39).

En als antwoord op Elia’s voorbede daalt er opnieuw regen neer op het uitgedroogde land. Er is iets diep in het hart van veel christenen dat roept, ‘Doe het opnieuw!’ – natuurlijk niet exact hetzelfde, maar een gerichte confrontatie die leidt tot diepgaande en enorme belijdenis van de levende God.

Maar veranderde Israël zelfs door dit feit? Waarom of waarom niet?


Eigen vertaling van de overdenking bij 15 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 13 oktober 2014

'Omri deed wat slecht is in de ogen van de HEER' (1Kon. 16)

1 Koningen 16; Kolossenzen 3; Ezechiël 46; Psalm 102

1 en 2 Koningen verhalen ons het afnemende geluk van zowel het noordelijke als het zuidelijke koninkrijk. Occasioneel is er een koning die op een of ander gebied hervormingen doorvoert. Maar globaal genomen is de richting neerwaarts. Een beetje duiding (1 Koningen 16):

(1) Hoewel 1 en 2 Koningen zowel het noordelijke als het zuidelijke koninkrijk behandelen, ligt de nadruk toch op het eerste. In tegenstelling daarmee slaat de balans bij 1 en 2 Kronieken, die in grote lijnen hetzelfde materiaal coveren, sterk door in het voordeel van het koninkrijk van Juda.

(2) In het zuiden gaat het Davidische koningshuis verder. Gedurende zijn geschiedenis spant het er naar de mens gesproken een aantal keren echt om. Niettemin houdt God de lijn in stand; zijn volledige heilsplan staat in verbinding met de voortgang van deze Davidische lijn. Het standpunt hierin wordt goed uitgedrukt in 1 Koningen 15:4. Koning Abiam van Juda, die slechts 3 jaar regeerde, was ongetwijfeld een slechte koning. ‘Maar omwille van David gaf de HEERE, zijn God, hem een lamp in Jeruzalem door na hem zijn zoon te doen opstaan en door Jeruzalem in stand te houden’ [HSV].

In het noorden is er echter geen koningshuis dat erg lang standhoudt. Het koningshuis van Jerobeam duurde twee generaties en werd dan uitgemoord (15:25-30) en vervangen door Basa (15:33-34). Zijn dynastie bracht eveneens twee koningen voort, en toen werden de mannen uit zijn familie uit de weg geruimd door Zimri (16:8-13), wiens regering hoop en al zeven dagen duurde (16:15-19). En zo gaat het verder. Als de Davidische lijn in het zuiden voortgaat, is het allemaal uit genade.

(3) De opvolgingen in het noorden zijn gewelddadig en bloederig. Zo krijgen de inwoners van Israël na Zimri bijvoorbeeld te maken met een korte burgeroorlog, omdat ze zodanig verdeeld zijn tussen Omri en Tibni. De volgelingen van de eerste halen het. De tekst voegt de wrange commentaar toe: ‘Toen Tibni gestorven was, werd Omri koning’ (16:22). Kortom: er is een voortdurende begeerte naar macht, weinig systemen voor een ordelijke machtsoverdracht, en geen gehoorzaamheid vanuit het hart aan de levende God.

(4) Vanuit Gods oogpunt echter wordt de ernst van de zonde niet in de allereerste plaats afgemeten in termen van bloederig geweld, maar wel in termen van afgoderij (bijvoorbeeld in 16:30-33). Omri was een sterke heerser die de natie enorm versterkte, maar daarvan wordt slechts weinig beschreven - vanuit Gods oogpunt lees je: ‘En Omri deed wat kwaad is in de ogen des HEREN, ja hij maakte het erger dan allen die vóór hem geweest waren’ (16:25). Bouwprogramma’s en een stijgend BNP kunnen de afgoderij niet compenseren.

(5) Details in deze verslagen verbinden het verhaal vaak met gebeurtenissen van veel vroeger of later. Zo roept de herbouw van Jericho (16:34) herinneringen op aan de vloek over de stad toen die vele eeuwen daarvoor met de grond gelijk werd gemaakt (Joz. 6:26). Het stichten van de stad Samaria (16:24) grijpt vooruit naar talloze verhalen van wat er in die stad plaatsvond – inclusief Jezus en de vrouw aan de put (Joh. 4, zie de overdenking van 14 maart).


Eigen vertaling van de overdenking bij 13 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 9 oktober 2014

‘De koning gaf dus geen gehoor aan het verzoek van het volk. De HEER had dit zo beschikt’ (1 Kon. 12)


1 Koningen 12; Filippenzen 3; Ezechiël 42; Psalm 94
De verdeling van het eendrachtige koninkrijk in twee ongelijke delen – het koninkrijk van Israël met zijn tien stammen in het noorden en het koninkrijk van Juda met twee stammen in het zuiden (1 Koningen 12) – schetst ons nog een keer een opmerkelijke dynamiek tussen Gods soevereiniteit en menselijke verantwoordelijkheid.

God had al voorzegd, door de profeet Achia, dat Jerobeam de tien noordelijke stammen zou afscheuren van Salomo’s opvolger (11:26-40). Jerobeam kreeg de expliciete toezegging, dat als hij dan trouw zou blijven aan de Heer, de Heer voor hem een blijvend koningshuis zou bouwen. Maar het eerste dat Jerobeam doet eens hij de noordelijke stammen heeft beveiligd, is twee gouden kalveren oprichten in Bethel en Dan, en niet-Levitische priesters aanstellen omdat hij niet wil dat zijn volk optrekt naar de tempel in Jeruzalem (12:25-33).

Beseft hij dan niet, dat als God de macht heeft om hem de tien stammen te geven en de bekommernis hem te waarschuwen voor ontrouw, Hij zeker de macht bezit om de eenheid van het noordelijke koninkrijk te bewaren, zelfs al zou het volk dan optrekken naar Jeruzalem voor de grote feesten?

Maar Jerobeam maakt zijn politieke overwegingen, weigert God te gehoorzamen, en betoont zichzelf ondankbaar voor wat hem ten deel is gevallen. Zijn enige blijvende erfenis is dat hij doorheen de rest van het Oude Testament beschreven wordt als ‘Jerobeam, de zoon van Nebat, die Israël deed zondigen’ (bijv. 2 Kon. 14:24, HSV).

Maar nog moeilijker te vatten is Rehabeam, Salomo’s zoon. Salomo mag dan een bekwaam rechtsbewerker geweest zijn, maar tegen het einde van zijn leven matten zijn enorm dure projecten zijn volk af. Hun vertegenwoordigers verzekeren Rehabeam ervan dat ze hem trouw zullen zijn als hij hun juk maar wat lichter wil maken.

De oudsten maken Rehabeam duidelijk dat hun verzoek redelijk is: hij zou het standpunt moeten innemen dat hij ‘een knecht van dit volk’ wil zijn ‘en hen dienen’, want dan zal hij ontdekken dat ‘zij voor altijd uw knechten’ zullen zijn (12:7).

Met enorme ongevoeligheid en stuitende dwaasheid, neemt Rehabeam in plaats daarvan het belabberde advies aan van ‘jonge mannen’ die vol zijn van zichzelf en hun mening, en die geen verstand hebben van mensen in het algemeen en dit volk in het bijzonder (12:8).

Zodoende antwoordt Rehobeam met hardheid, terwijl hij niet alleen het verzoek van het volk verwerpt, maar ook nog eens meer eisen vooropstelt en toenemend geweld. En plots zit de rebellie er aan te komen.

Maar de schrijver becommentarieert: ‘Dus luisterde de koning niet naar het volk, want het was een beschikking van ’s HEREN wege, om het woord waar te maken, dat de HERE door de dienst van de Siloniet Achia, tot Jerobeam, de zoon van Nebat, gesproken had’ (12:15).

Gods soevereiniteit (zie bijvoorbeeld de overdenking van 3 juni) vormt geen excuus voor de dwaasheid van Rehabeam en de rebellie van Jerobeam en maakt ze niet minder zwaar; hun dwaasheid en zonde betekenen niet dat God de controle heeft verloren. Dergelijke mysteries van voorzienigheid maken het moeilijk om de geschiedenis te ‘lezen’; tegelijk blijken ze ontzettend vertroostend en maken ze het mogelijk voor ons om te rusten in Romeinen 8:28.


Eigen vertaling van de overdenking bij 9 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 8 oktober 2014

'De HEER werd woedend op Salomo, omdat hij ontrouw was geworden aan hem' (1 Kon. 11)


1 Koningen 11; Filippenzen 2; Ezechiël 41; Psalmen 92-93

Op weinig plaatsen heeft het word ‘echter’ [in de NBG-vertaling staat er: ‘nu’] meer brute kracht dan in 1 Koningen 11:1: ‘Koning Salomo nu had (…) vele vreemde vrouwen lief’. In die tijd werd de grootte van de harem van een koning algemeen beschouwd als een weerspiegeling van zijn rijkdom en macht. Salomo huwde prinsessen van overal, vooral, maakt de schrijver pijnlijk duidelijk, ‘behorende tot die volken, van wie de HERE tot de Israëlieten had gezegd: Gij zult u met hen niet inlaten, en zij zullen zich met u niet inlaten, voorwaar, zij zouden uw hart meevoeren achter hun goden’ (11:2).

Dit is precies wat er gebeurde, in het bijzonder toen Salomo ouder geworden was (11:3-4). Hij nam deel aan de dienst van vreemde goden. Om zijn vrouwen te behagen, voorzag hij in heiligdommen, altaren en tempels voor hun goden. Ongetwijfeld begonnen veel Israëlieten deel te nemen aan die heidense diensten. Op zijn minst zal de verontwaardiging bij velen afgenomen zijn, vooral omdat Salomo bekend stond als een zeer wijs, vindingrijk en succesvol koning.

Uiteindelijk breidde zijn heidense afgoderij zich uit tot de afschuwelijke goden voor wie men kinderen offert. Zo deed Salomo ‘wat kwaad is in de ogen des HEREN, en hij volgde de HERE niet ten volle, zoals zijn vader David’ (11:6). Natuurlijk had David zelf bij momenten gefaald. Maar hij viel terug van een leven van principiële toewijding aan de Here God, en hij had berouw en keerde terug naar de Heer; hij leefde niet in een stroom van groeiend godsdienstig compromis zoals zijn zoon en troonopvolger.

De straf wordt uitgesproken (11:9-13): na zijn dood zal Salomo’s koninkrijk worden verdeeld, met tien stammen die zich afscheuren, zodat er slechts twee overblijven voor het Davidische koningshuis – en zelfs dit schamele overblijfsel wordt alleen overgelaten ter wille van David.

Ware Salomo een man van een ander kaliber, hij had berouw getoond, de gunst van de Heer gezocht, de offerhoogten vernield en opgeroepen tot verbondstrouw.
Maar de trieste waarheid is dat Salomo zijn vrouwen en hun opinie belangrijker vond dan zijn Verbondsheer en diens opinie.

Tijdens de slotjaren van zijn regering kreeg Salomo heel wat tekenen voor het feit dat Gods bewaring en gunst hem onttrokken waren (11:14-40). Niets is droeviger dan Salomo’s vergeefse poging om Jerobeam te laten ombrengen – het roept herinneringen op aan Sauls pogingen om David te doden. Maar er is geen beweging naar God toe, geen bekering, geen honger naar God.

We kunnen er tal van lessen uit leren. Wees voorzichtig wat en wie je liefhebt. Een goede start is geen garantie voor een goede afloop. Geef gevolg aan Gods waarschuwingen wanneer je nog kunt; doe je dit niet, dan kun je uiteindelijk zo verhard geraken dat zelfs zijn meest ernstige dreigementen je niet meer zullen raken.

Op het niveau van de canon leren we dat zelfs het meest gezegende, bewaarde en gezalfde koningshuis, gekozen uit het uitverkoren volk van de Heer, zijn einde aankondigt: het zal uiteenvallen. Oh, hoezeer hebben we toch een Redder nodig, een koning uit de hemel!


Eigen vertaling van de overdenking bij 8 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 7 oktober 2014

'Het is dus waar, wat ik in mijn land over u en uw wijsheid gehoord heb' (1 Kon. 10)

1 Koningen 10; Filippenzen 1; Ezechiël 40; Psalm 91

Het bezoek van de koningin van Seba (1 Koningen 10) werd in boeken en films vaak bijgekruid tot een koninklijk liefdesverhaal. In de bijbelse tekst duikt geen enkele aanwijzing op voor liefdesinteresse of voor een seksschandaal. Het verhaal van de koningin van Seba is bedoeld om met een concreet voorbeeld aan te tonen dat Salomo’s reputatie wijd en zijd was toegenomen, en dat deze reputatie gebaseerd was op reële feiten. Een paar opmerkingen over de ontmoeting:

Ten eerste
biedt dit verslag een gelegenheid om, eerder oppervlakkig, iets te zeggen over de aard van waarheid in het Oude Testament. Sommigen hebben betoogd dat het Hebreeuwse woord voor ‘waarheid’, ‘‘emet’, in werkelijkheid ‘trouw’ of ‘betrouwbaarheid’ betekent, en dat het te maken heeft met relaties en niet met proposities [stellingen]. Sommigen betogen zelfs dat de schrijvers van het Oude Testament gewoon geen bewoordingen hebben voor ware proposities.

Zoals bij de meeste fouten, hangt er ook aan deze een vleugje van waarheid (als ik dat woord mag gebruiken) vast. Zeker, ‘‘emet’ heeft een bredere betekenis dan het Engelse woord ‘truth’ [of het Nederlandse ‘waarheid’], en kan verwijzen naar trouw. Maar woorden kunnen ook trouw weergeven.

De koningin van Seba vertelt Salomo dat de roep die ze in haar eigen land gehoord had over zijn daden en wijsheid ‘emet was: het was ‘waar’ (10:6 [HSV: ‘de waarheid’]); nog letterlijker, omdat het verslag getrouw was, d.w.z. omdat de stellingen overeenkwamen met de werkelijkheid, was het verslag waarheid. Weg dus met een reductionistische analyse van wat het oude Hebreeuws wel of niet kon weten.

Ten tweede biedt een groot deel van het hoofdstuk beknopte beschrijvingen van Salomo’s rijkdom, militaire macht, succesvolle handelsmissies met schepen die zich op zee begeven, muziekinstrumenten, en meer.

Toch is er ook ruimte gereserveerd voor verschillende uitgesproken theologische thema’s. Koningen bezochten Salomo om te luisteren naar zijn wijsheid – en die wijsheid was door God zelf in zijn hart gelegd (10:24).

Salomo genoot zelfs een buitengewone reputatie voor het handhaven van recht en gerechtigheid in zijn koninkrijk, in die mate dat de koningen van Seba dacht dat zijn daden op dit vlak aantoonden dat ‘de HERE Israël voor altoos liefheeft’ (10:9).

Maar ten derde is dit alles in zekere zin een opstap naar het volgende hoofdstuk. Ondanks al de zegeningen, wijsheid, macht, rijkdom, prestige en eer die Salomo genoot, allemaal uit de hand van God ontvangen, is er het droevige feit dat zijn eigen wandel de deur openzette voor oordeel en de ondergang van het Davidische koningshuis.

Die gecompliceerde ontwikkelingen laten we liggen tot de overdenking van morgen. Hier volstaat het stil te staan bij het feit dat buitengewone zegeningen niet noodzakelijkerwijs een bewijs zijn van trouw. Omdat God traag is om te toornen (wat zeker een goede zaak is!), worden de oordelen die onze misdaden verdienen vaak lang uitgesteld. Veronderstel niet snel dat huidige zegeningen een bewijs zijn voor huidige trouw: de vreselijke vrucht van trouweloosheid kan een lange rijptijd vragen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 7 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 5 oktober 2014

'Zelfs de hemel der hemelen, kan U niet bevatten, hoeveel te min dit huis dat ik gebouwd heb' (1 Kon. 8)

1 Koningen 8; Efeziërs 5; Ezechiël 38; Psalm 89

De inwijding van de tempel in Jeruzalem en Salomo’s gebed bij die gelegenheid (1 Koningen 8) lopen over van de verbanden die zowel teruggrijpen als vooruitgrijpen op de heilshistorische geschiedslijn.

(1) De structuur van de tempel is een geproportioneerde reproductie van de tabernakel. Zo gaan de rituelen die het Mozaïsche verbond voorschreef en de symbolische waarde van alles wat God voorschreef via Mozes verder: het altaar, de tafel voor de toonbroden, het heilige der heiligen, de twee cherubim boven de ark van het verbond, enzovoort.

(2) Het meest spectaculaire, nadat de ark van het verbond vervoerd werd naar zijn nieuwe verblijfplaats en de priesters zich terugtrokken, is de heerlijkheid van God die de tempel vult, aangeduid door dezelfde soort wolk die de tegenwoordigheid van de Heer kenmerkte in de tabernakel.

Niet alleen verbindt God zijn goedkeuring aan de tempel, maar een nieuwe stap is gezet in de zich ontvouwende plannen van God. Terwijl de symboliek van de tabernakel behouden blijft in de tempel, is dit bouwwerk niet langer iets mobiels.

De jaren van rondzwerven, en zelfs de onzekere jaren van de Richters, zijn voorbij. Nu wordt Gods tegenwoordigheid, gemanifesteerd in dit stevige gebouw, verbonden aan één locatie: Jeruzalem. Een nieuwe lading historische ervaringen vol symboliek voegen nieuwe rijke dimensies toe aan de groeiende rijkdom die heenwijst naar de komst van Jezus. Hier is een stabiel koninkrijk – en het koninkrijk van God; Jeruzalem, en het nieuwe Jeruzalem; de glorieuze tempel, en de stad die geen tempel nodig heeft want ‘de Here God, de Almachtige, is haar tempel, en het Lam’ (Opb. 21:22). Hier zijn tienduizenden dieren geslacht – en het Lam van God, die de zonde der wereld wegneemt.

(3) Op zijn best is Salomo zich terdege bewust dat geen bouwwerk, zelfs dit niet, God kan bevatten of kan binden. ‘Zie, de hemel, zelfs de hemel der hemelen, kan U niet bevatten, hoeveel te min dit huis dat ik gebouwd heb’ (8:27).

(4) Maar dit weerhoudt er hem niet van God te vragen dat Hij zichzelf hier zou vertonen. Meer dan wie ook weet Salomo dat wat het volk het meest nodig zal hebben, vergeving is. Zo herhaalt Salomo in uitgebreide en vooruitziende beschrijvingen van ervaringen waar het volk doorheen zal moeten, een bepaalde variant van het refrein: ‘En U, luister in Uw woonplaats, in de hemel, ja luister, en vergeef’ (8:30 e.v. [HSV]). Dat is heel juist: hoor in de hemel, zelfs als de ogen van het volk op deze tempel zijn gericht, en vergeef.

(5) Salomo’s vooruitblik omvat de angstaanjagende mogelijkheid van ballingschap (8:46-51), gevolgd door redding en verlossing. Terwijl Salomo het volk opwekt tot trouw (8:56-61), herhaalt hij verder ook een belangrijk punt uit het verbond met Abraham (Gen. 12:3): Israël moet trouw zijn ‘opdat alle volken der aarde mogen weten, dat de HERE God is en niemand meer’ (8:60).


Eigen vertaling van de overdenking bij 5 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 1 oktober 2014

'Zie, Ik geef u een wijs en verstandig hart' (1 Kon. 3)

1 Koningen 3; Efeziërs 1; Ezechiël 34; Psalmen 83—84

Christenen vragen soms waarom Salomo, als hij dan zo wijs was, vele vrouwen huwde, zijn koningschap eerder slecht beëindigde en uiteindelijk zijn loyaliteit aan God compromitteerde.

Het antwoord ligt deels in het verschil tussen wat wij bedoelen met wijsheid en de verschillende dingen die de Bijbel bedoelt met wijsheid. Wij bedoelen er meestal iets nogal algemeen mee, zoals ‘weten hoe je goed leeft en verstandige keuzes maakt’.

Maar waar wijsheid in de Bijbel kan verwijzen naar iets in brede zin – zoals weten hoe je leeft in de vrees van God – verwijst het ook vaak naar een welbepaalde bekwaamheid. Dit kan de vaardigheid zijn te weten hoe je overleeft in een gevaarlijke wereld (Spr.30:24), of een bepaalde technische vaardigheid (Ex. 28:3 [in NBG en HSV – in de NBV gaat de betekenis op dit vlak verloren, JL]).

Maar een van de bekwaamheden waar wijsheid ook naar kan verwijzen is de bekwaamheid om te besturen, vooral in de rechtspraak. En het is duidelijk dit waar Salomo om vraagt in 1 Koningen 3.

Wanneer hij Gods vrijgevige aanbod beantwoordt om hem alles te geven waar hij om vraagt, erkent Salomo dat hij maar een klein kind is en niet weet hoe hij zijn taken moet vervullen (3:7). Wat hij daarom wil is een hart dat inzicht bezit om het het volk goed te besturen, vooral in het onderscheiden tussen goed en kwaad (3:9).

God prijst Salomo omdat hij niet heeft gevraagd naar iets voor zichzelf, zelfs niet om iets wraakzuchtigs (zoals de dood van zijn vijanden), maar om inzicht ‘om een rechtszaak te kunnen horen’ (3:11). God belooft Salomo precies te geven waar hij om gevraagd heeft, samen met rijkdom en eer (3:12-13).

Het verslag van de twee hoeren die allebei dezelfde levende baby opeisen en ontkennen dat de dode baby van hen is, en Salomo’s oplossing voor hun zaak (3:16-27), bewijst dat God het verzoek van de koning heeft ingewilligd. De hele natie merkt van Salomo ‘dat de wijsheid Gods in hem was om recht te doen’ (3:28). Ongetwijfeld zouden de meeste Westerse landen vandaag best wat meer mensen kunnen gebruiken die op eenzelfde manier begiftigd zijn.

Hoezeer God hem ook prijst voor zijn keuze, dit betekent niet dat dergelijke wijsheid het enige is dat Salomo nodig heeft om te wandelen in trouw aan het verbond. Want los van de wijsheid, rijkdom en eer die Hij zal verlenen, zegt God hem ‘En indien gij op mijn wegen wandelt en mijn inzettingen en geboden bewaart, zoals uw vader David gewandeld heeft, dan zal Ik uw leven verlengen’ (3:14).

Daar dreigen meteen al wolken: om zijn zuidelijke grens te beschermen, huwt Salomo met een Egyptische prinses (3:1). Omdat ze populair zijn, schaft hij de verboden ‘hoogten’ niet af, maar neemt hij deel aan de offerdienst die daar plaatsvindt (3:2-4).

God schenkt soms wonderlijke gaven van wijsheid – technische, sociale, bestuurlijke of rechterlijke vaardigheden – maar tenzij we ook van Hem een hart krijgen dat er is op afgestemd Hem waarlijk lief te hebben en Hem volkomen te gehoorzamen, kunnen onze wegen rampzalig eindigen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 1 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 29 september 2014

Ook het kruim heeft zwaktes (1 Kon. 1)

1 Koningen 1; Galaten 5; Ezechiël 32; Psalm 80

De overgang van het koninklijk gezag van David naar Salomo (1 Koningen 1) verloopt warrig. Een van Davids zonen, Adonia, spant samen met Joab, het hoofd van het leger, en probeert de macht over te nemen. Batseba, de moeder van Salomo, herinnert haar zieke echtgenoot aan zijn belofte dat Salomo de opvolger zou zijn, en het gecompliceerde tafereel loopt af.

Nog maar eens springt het chronische falen van David op gezinsvlak er uit. De auteur van 1 Koningen vestigt er onze aandacht op in de terloopse commentaar van 1:6. Verwijzend naar Adonia, die de coup probeerde te plegen, merkt hij op: ‘Nu had zijn vader hem zijn leven lang geen verwijt gemaakt: Waarom doet gij zo? Ook was hij zeer welgevormd van gestalte en volgde in geboorte op Absalom’ – alsof er goed uitzien een soort eenvoudige arrogantie voortbracht die deed denken dat hij op alles recht had, inclusief de kroon. Van de vele belangrijke lessen kunnen we er twee uitlichten:

Ten eerste kunnen zelfs begaafde en moreel oprechte gelovigen vaak tragische zwakheden vertonen. Af en toe staat een Daniël op, van wie geen mislukkingen vermeld staan. Maar het merendeel van het kruim in de Schrift geeft blijkt van de een of andere zwakte – Abraham, Mozes, Petrus, Thomas, en (niet het minst) David.

We moeten die realiteit onder ogen zien, want vandaag is het niet minder zo. God wekt strategisch geplaatste en invloedrijke leiders op. Per uitzondering is iemand zodanig consequent dat het zeer moeilijk is om ook maar een noemenswaardige misrekening te bespeuren. Maar gewoonlijk is dit niet het geval.

Meestal vertonen zelfs de besten van onze christelijke leiders fouten die hun dichtste familieleden en vrienden kunnen opmerken (of de leiders ze nu zelf zien of niet!). Dit zou ons niet moeten verrassen. In deze gevallen wereld is dit hoe de dingen gaan, en ook hoe de dingen verliepen in de tijd dat de Bijbel werd geschreven.

Daarom zouden we niet gedesillusioneerd mogen zijn wanneer leiders blijk geven van onvolmaaktheden. We zouden hen moeten ondersteunen waar we maar kunnen en waar mogelijk proberen de tekortkomingen te corrigeren, en de rest aan God overlaten – terwijl we ondertussen wel altijd het vreselijk potentieel voor falen en fouten beseffen dat in onze eigen levens ligt.

Ten tweede werkt Gods soevereiniteit nog maar eens doorheen de gecompliceerde inspanningen van zijn volk. Wanneer David op de hoogte wordt gebracht van het probleem, gooit hij zijn handen niet in de lucht en gaat hij niet in gebed over de situatie: hij beveelt onmiddellijk dat beslissende, symbolische en complexe stappen worden gezet om te verzekeren dat Salomo de troon kan bestijgen.

Vertrouwen in Gods soevereine goedheid is nooit een excuus voor passiviteit of laksheid. Vele jaren van geloofswandel hebben David geleerd dat, wat ‘wandelen door geloof’ ook allemaal nog moge betekenen, het allerminst een vrijbrief is voor passiviteit. Willen we vermijden te handelen in strijd met God, of met ijdele pogingen onafhankelijk van God, dan moeten we ook het piëtisme vermijden dat in voortdurend gevaar verkeert om vertrouwen te doen verschrompelen tot fatalisme.


Eigen vertaling van de overdenking bij 29 september uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 19 oktober 2012

'De HERE heeft een leugengeest gegeven in de mond van al deze profeten van u' (1 Kon. 22)



1 Koningen 22, 1 Thessalonicenzen 5, Daniël 4, Psalmen 108-109
Veel gelovigen vinden het laatste hoofdstuk van 1 Koningen, 1 Koningen 22, verontrustend. Want hier wordt van God getoond dat Hij zelf een ‘leugengeest’ (22:22) uitstuurt die koning Achab zal verleiden en hem naar zijn ondergang zal leiden. Stemt God dan in met leugenaars?

De scene kan ons veel leren. De koninkrijken van Juda en Israël trekken voor een keer samen op tegen de koning van Aram, in plaats van elkaar naar de keel te vliegen. Josafat, de koning van Juda, komt over als een goed man die in grote lijnen verlangt om zich te houden aan het verbond en trouw te zijn aan God, maar nogal een watje.
Hij behandelt de militaire verkenningsexpeditie alsof het een avontuur is, maar hij wil wel dat Achab, koning van Israël, ‘naar het woord van de HEERE’ vraagt (22:5).

Nadat de valse profeten klaar zijn, is Josafat clever genoeg om te vragen of er misschien nog een andere profeet van de Heer is, en Micha verschijnt op het toneel. Maar ondanks de waarschuwingen van Micha trekt hij er toch op uit met Achab en stemt er zelfs mee in om zijn koninklijke gewaad aan te houden terwijl Achabs identiteit gemaskeerd wordt.

Maar de kern van de zaak draait om Micha. Merk op:

(1) Impliciet blijkt dat Achab zich omringd heeft met religieuze ja-knikkers die hem zullen vertellen wat hij wil horen. De reden dat hij Micha haat, is dat hetgeen Micha over hem zegt slecht is. Zoals alle leiders die zich omringen met ja-knikkers, zorgt hij er zelf voor dat hij misleid wordt.

(2) Wanneer Micha begint met een sarcastische positieve prognose (22:15), ziet Achab meteen dat hij niet de waarheid spreekt (22:16). Dit wijst op een geweten dat niet een klein beetje bezwaard is. Uiteindelijk had God Achab voorheen al gezegd dat op een dag, omwille van zijn schuld in de zaak van Naboth, honden zijn bloed zouden oplikken (21:19). Hij verwachtte dus wel een bepaalde dag slecht nieuws te horen, en ten diepste kon hij nooit echt de blijde vooruitzichten van zijn onderdanige ‘profeten’ vertrouwen.

(3) Wanneer Micha hem spreekt over het aanstaande onheil, geeft hij ons ook een dramatische reden voor de samenhang en unanimiteit van de valse profeten: God zelf had een leugengeest gezonden. Achabs tijd is gekomen: hij zal uitgeschakeld worden. Gods soevereiniteit strekt zich zelfs uit tot de instrumenten om Achabs tamme profeten een ‘krachtige dwaling’ te sturen (vergelijk met 2 Thess. 2:11-12).

Maar het feit dat Achab dit allemaal te horen krijgt toont aan dat God nog steeds genadig toegang biedt tot de waarheid. Maar Achab is zo ver afgedwaald dat hij de waarheid niet kan verwerken. In een dwaze respons gelooft hij genoeg van de waarheid om zijn eigen identiteit te verbergen in de rangen van zijn gewone soldaten, maar onvoldoende om weg te blijven uit Ramot in Gilead. Dus sterft hij: Gods soevereine oordeel wordt uitgevoerd, zeker omdat Achab de leugen verkoos toen hij de waarheid en de leugen te horen kreeg.


Eigen vertaling van de overdenking bij 19 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 16 oktober 2012

'Ik alleen ben overgebleven, en zij staan mij naar het leven' (1 Kon. 19)


1 Koningen 19, 1 Thessalonicenzen 2, Daniël 1, Psalm 105
Ongetwijfeld verwachtte Elia dat Israël na de triomfantelijke confrontatie op de berg Karmel tot de levende God zou terugkeren (1 Koningen 19). Nu hij de valse profeten had geëxecuteerd, zou koningin Izebel zelf wel uitgeschakeld worden – door de gemeenschappelijke eis van een verontwaardigde bevolking, vastbesloten om trouw en loyaal te zijn aan het verbond. Misschien zou zelfs koning Achab zich bekeren en zich aansluiten.

Maar het pakt anders uit. Koning Achab rapporteert al wat gebeurd is aan Izebel, en Izebel laat Elia weten dat hij zo goed als dood is (19:2). Het volk valt nergens te bespeuren. ‘Elia werd bang en vluchtte om zijn leven te redden’ (19:3, NBV), wordt ons verteld.

In feite zegt een tekstuele variant (die mogelijk origineel is) ‘Elia zag het en vluchtte om zijn leven te redden’ (zie de voetnoot bij de NBV) – d.w.z. hij zag nu de grootte van het hele probleem en vluchtte weg. Hij trekt zuidwaarts naar Berseba aan de zuidelijke grens van het koninkrijk van Juda, laat er zijn knecht achter en gaat door.

Uiteindelijk komt hij aan bij de berg Horeb, de plaats waar de Wet werd gegeven. Hij is zodanig diep terneergeslagen dat hij wil sterven (19:4). Erger nog, hij geeft zich over aan zelfmedelijden, en geen klein beetje: alle anderen hebben God verworpen, alle Israëlieten hebben het verbond verbroken, alle profeten buiten Elia zijn ter dood gebracht – ‘Ik alleen ben overgebleven, en zij staan mij naar het leven om het mij te benemen’ (19:10, HSV).

Je kunt meevoelen met Elia’s wanhoop. Het is gedeeltelijk gebaseerd op niet ingeloste verwachtingen. Hij dacht dat al het gebeurde een aanzet zou zijn voor een enorme vernieuwing. Nu voelt hij zich niet alleen geïsoleerd, maar verraden. En toch:

(1) Hij heeft het gewoon bij het verkeerde eind. Hij weet dat er nog minstens honderd profeten in leven zijn, zelfs al zijn ze dan verborgen (18:13).

(2) Hij bevond zich niet in de positie om de harten van alle Israëlieten te veroordelen. Sommigen zijn misschien nog trouw aan Jahweh, maar doodsbang voor Izebel, en houden zich daarom gedeisd. En is dit niet uiteindelijk wat ook hijzelf doet?

(3) God zelf verzekert Elia dat Hij in Israël zevenduizend mensen heeft overgelaten, voor zichzelf heeft afgezonderd, die de knieën niet gebogen hebben voor Baäl en hem nooit gekust hebben (19:18). Hier begint een belangrijk bijbels thema – de leerstelling van het overblijfsel. De verbondsgemeenschap mag dan globaal wel afgeweken zijn, maar de Almachtige God ‘reserveert’ voor zichzelf nog steeds een getrouw overblijfsel – dat in de volheid van de tijd de kern zal worden van de jonge Nieuwtestamentische gemeente.

(4) God werkt en spreekt soms in de stilte, niet in enorme confrontaties (19:11-13).

(5) Vroeg of laat hebben zelfs de sterkste leider, in het bijzonder de sterkste leiders, een jongere leerling en helper nodig die aan hun zijde staat, de schouders helpt zetten onder een deel van de last en uiteindelijk het werk overneemt (19:19-21).


Eigen vertaling van de overdenking bij 16 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 15 oktober 2012

'De God die met vuur zal antwoorden, die zal God zijn' (1 Kon. 18)


1 Koningen 18, 1 Thessalonicenzen 1, Ezechiël 48, Psalm 104
Het is verleidelijk om de commentaar op de Paulinische triade die we vinden in 1 Thessalonicenzen 1:3 verder te zetten (zie de overdenking van 11 oktober), maar de confrontatie op de berg Karmel (1 Koningen 18) vraagt onze aandacht.

Het meest schokkende aan die confrontatie is dat ze nodig was. Dit is het verbondsvolk van God. We kunnen niet zeggen dat God zich nooit aan hen geopenbaard heeft. In hun denken hebben de tien stammen van het noordelijke koninkrijk hun erfgoed zo goed als losgelaten. Wanneer Elia het volk uitdaagt met de woorden ‘Hoelang zult gij aan beide zijden mank gaan? Indien de HERE God is, volgt Hem na; maar indien het de Baäl is, volgt hem na’ (18:21), dan zegt het volk niets.

Maar voor we ons wentelen in al te veel gedachten van eigengerechtigheid, moeten we bedenken hoe vaak de kerk al weggetrokken is van haar ankerplaatsen. De opwekking die bekendstaat als ‘the Great Awakening’ was een krachtige beweging van de Geest van God, maar een eeuw later waren veel van de kerken die toen gevuld werden met nieuwe bekeerlingen, onderbouwde theologie en godvruchtig leven, verzonken in het ‘unitarisme’ (stroming die de leer van de goddelijke drieëenheid verwerpt, JL).

Wie had kunnen denken dat het land van Luther en de Reformatie ons Hitler en de Holocaust zou brengen? Hoe komt het dat evangelicalisme van de twintigste eeuw, dat als paddenstoelen groeide tussen pakweg 1930 en 1960, snel tal van zelfverklaarde evangelicalen voortbracht die door geen enkele evangelische leider van de periode daarvoor als zodanig beschouwd zouden worden?

De droevige realiteit is dat het menselijke geheugen kort, selectief en zelfzuchtig is. Bovendien begint elke nieuwe generatie met een lichtelijk verschillend referentiekader. Aangezien al zijn leden bekering nodig hebben, is de kerk nooit meer dan twee generaties van zijn uitsterven verwijderd.

Als we dit eenvoudige punt vergeten, wordt het al te gemakkelijk om op onze lauweren te rusten wanneer we het goed hebben, en op een bepaalde manier het zicht te verliezen op onze taak, om nog maar niet te spreken van het zicht op onze Schepper en Verlosser.

De scene op de berg Karmel was spectaculair: één profeet tegen 850, Yahweh tegen Baäl – en Baäl werd vaak gezien als de god van het vuur. Het is alsof Elia de wedstrijd heeft opgezet op het terrein van Baäl. Zijn spottende woorden zwepen de valse profeten op tot een orgie van zelfkastijding (18:28). Op Gods aanwijzing (18:36) vergroot Elia de risico’s nog door het offer te drenken dat hij bereidt.

’s Avonds dan doet zijn eigen korte gebed explosief vuur uit de hemel neerdalen, en het volk schreeuwt ‘De HERE, die is God! De HERE, die is God!’ (18:39). En als antwoord op Elia’s voorbede daalt er opnieuw regen neer op het uitgedroogde land. Er is iets diep in het hart van veel christenen dat roept, ‘Doe het opnieuw!’ – natuurlijk niet exact hetzelfde, maar een gerichte confrontatie die diepgaande en gefundeerde belijdenis van de levende God uitlokt.

Maar veranderde Israël zelfs door dit feit? Waarom of waarom niet?


Eigen vertaling van de overdenking bij 15 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 13 oktober 2012

'Omri deed wat slecht is in de ogen van de HEER' (1Kon. 16)



1 Koningen 16, Kolossenzen 3, Ezechiël 46, Psalm 102
1 en 2 Koningen verhalen de wending in het lot van zowel het noordelijke als het zuidelijke koninkrijk. Occasioneel is er een koning die op een of ander terrein hervormingen doorvoert. Maar globaal genomen is de richting neerwaarts. Een beetje duiding (1 Koningen 16):

(1) Hoewel 1 en 2 Koningen zowel het noordelijke als het zuidelijke koninkrijk behandelen, ligt de nadruk toch op het eerste. Bij 1 en 2 Kronieken daarentegen, die in grote lijnen hetzelfde materiaal coveren, slaat de balans sterk door in het voordeel van het koninkrijk van Juda.

(2) In het zuiden gaat het Davidische koningshuis verder. Gedurende haar geschiedenis spant het er naar de mens gesproken een aantal keren echt om. Niettemin houdt God de lijn in stand; zijn volledige heilsplan staat in verbinding met de voortgang van deze Davidische lijn. De positie hierin wordt goed uitgedrukt in 1 Koningen 15:4. Koning Abiam van Juda, die slechts 3 jaar regeerde, was ongetwijfeld een slechte koning. ‘Maar omwille van David gaf de HEERE, zijn God, hem een lamp in Jeruzalem door na hem zijn zoon te doen opstaan en door Jeruzalem in stand te houden’ (HSV).

In het noorden echter is er geen koningshuis dat erg lang standhoudt. Het koningshuis van Jerobeam duurde twee generaties en werd dan vermoord (15:25-30) en vervangen door Basa (15:33-34). Zijn dynastie bracht eveneens twee koningen voort, en toen werden de mannen zijn familie uitgemoord door Zimri (16:8-13), wiens regering hoop en al zeven dagen duurde (16:15-19). En zo gaat het verder. Als de Davidische lijn in het zuiden voortgaat, is het allemaal uit genade.

(3) De opvolgingen in het noorden zijn gewelddadig en bloederig. Zo krijgen de inwoners van Israël na Zimri bijvoorbeeld te maken met een burgeroorlog, omdat ze zodanig verdeeld zijn tussen Omri en Tibni. De volgelingen van de eerste halen het. De tekst voegt de wrange commentaar toe: ‘Toen Tibni gestorven was, werd Omri koning’ (16:22). Kortom: er is een voortdurende begeerte naar macht, weinig systemen voor een ordelijke machtsoverdracht, geen gehoorzaamheid vanuit het hart aan de levende God.

(4) Vanuit Gods oogpunt echter wordt de ernst van de zonde niet in de allereerste plaats afgemeten in termen van het bloederige geweld, maar wel in termen van afgoderij (bijvoorbeeld in 16:30-33). Omri was een sterke heerser die het land enorm versterkte, maar daarvan wordt slechts weinig beschreven - vanuit Gods oogpunt lees je: ‘En Omri deed wat kwaad is in de ogen des HEREN, ja hij maakte het erger dan allen die vóór hem geweest waren’ (16:25). Bouwprogramma’s en een stijgend BNP kunnen de afgoderij niet goedmaken.

(5) Details in deze verslagen verbinden het verhaal vaak met gebeurtenissen van veel vroeger of veel later. Zo roept de herbouw van Jericho (16:34) herinneringen op aan de vloek over de stad van toen die vele eeuwen daarvoor met de grond gelijk gemaakt werd (Joz. 6:26). Het vestigen van de stad Samaria (16:24) grijpt vooruit naar talloze verhalen van wat er in die stad plaatsvond – inclusief Jezus en de vrouw aan de put (Joh. 4, zie de overdenking van 14 maart).


Eigen vertaling van de overdenking bij 13 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 9 oktober 2012

'De koning gaf dus geen gehoor aan het verzoek van het volk. De HEER had dit zo beschikt' (1 Kon. 12)


1 Koningen 12, Filippenzen 3, Ezechiël 42, Psalm 94
De verdeling van het eendrachtige koninkrijk in twee ongelijke delen – het koninkrijk van Israël met zijn tien stammen in het noorden en het koninkrijk van Juda met twee stammen in het zuiden (1 Koningen 12) – schetst ons nog een keer een opmerkelijke dynamiek tussen Gods soevereiniteit en menselijke verantwoordelijkheid.

God had al voorzegd, door de profeet Achia, dat Jerobeam de tien noordelijke stammen zou afscheuren van Salomo’s opvolger (11:26-40). Jerobeam werd expliciet toegezegd, dat als hij dan trouw zou blijven aan de Heer, de Heer voor hem een blijvend koningshuis zou bouwen. Maar het eerste dat Jerobeam doet eens hij de noordelijke stammen beveiligd heeft, is twee gouden kalveren oprichten in Bethel en Dan, en niet-Levitische priesters aanstellen omdat hij niet wil dat zijn volk optrekt naar de tempel in Jeruzalem (12:25-33).

Beseft hij dan niet, dat als God de macht heeft om hem de tien stammen te geven en de zorg betoont om hem te waarschuwen voor ontrouw, Hij zeker de macht bezit om de eenheid van het noordelijke koninkrijk te bewaren, zelfs al zou het volk dan optrekken naar Jeruzalem voor de grote feesten?

Maar Jerobeam maakt zijn politieke overwegingen, weigert God te gehoorzamen, en betoont zichzelf weinig dankbaar voor wat hem ten deel is gevallen. Zijn enige duurzame erfenis is dat hij doorheen de rest van het Oude Testament beschreven wordt als ‘Jerobeam, de zoon van Nebat, die Israël deed zondigen’ (bijv. 2 Kon. 14:24, HSV).
Rehabeam, Salomo’s zoon, begrijpen we echter nog minder. Salomo mag dan een bekwaam uitvoerder van recht geweest zijn, maar aan het eind van zijn leven matten zijn enorm dure projecten zijn volk af. Hun vertegenwoordigers verzekeren Rehabeam ervan dat ze hem trouw zullen zijn als hij hun juk maar wat lichter wil maken.

De oudsten maken Rehabeam duidelijk dat hun verzoek redelijk is: hij zou het standpunt moeten innemen dat hij ‘een knecht van dit volk’ wil zijn ‘en hen dienen’, want dan zal hij ontdekken dat ‘zij voor altijd uw knechten’ zullen zijn (12:7).

Met enorme ongevoeligheid en treffende dwaasheid, neemt Rehabeam in plaats daarvan het belabberde advies aan van ‘jonge mannen’ die vol zijn van zichzelf en hun meningen, en die geen verstand hebben van mensen in het algemeen en dit volk in het bijzonder (12:8).

Zodoende antwoordt Rehobeam met hardheid, waarbij hij niet alleen het verzoek van het volk verwerpt, maar ook nog eens meer eisen belooft en toenemende brutaliteit. En plots zit de rebellie er aan te komen.

Maar de schrijver becommentarieert: ‘Dus luisterde de koning niet naar het volk, want het was een beschikking van ’s HEREN wege, om het woord waar te maken, dat de HERE door de dienst van de Siloniet Achia, tot Jerobeam, de zoon van Nebat, gesproken had’ (12:15).

Gods soevereiniteit (zie bijvoorbeeld de overdenking van 3 juni) vormt geen excuus voor de dwaasheid van Rehabeam en de opstandigheid van Jerobeam en maakt ze niet minder zwaar; hun dwaasheid en zonde betekenen niet dat God zaken niet meer onder controle heeft. Dergelijke mysteries van voorzienigheid maken het moeilijk om de geschiedenis te ‘lezen’; tegelijk brengen ze ook een immense rust en maken ze het mogelijk voor ons om te rusten in Romeinen 8:28.


Eigen vertaling van de overdenking bij 9 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 8 oktober 2012

'De HEER werd woedend op Salomo, omdat hij ontrouw was geworden aan hem' (1 Kon. 11)



1 Koningen 11, Filippenzen 2, Ezechiël 41, Psalmen 92-93

Op weinig plaatsen heeft het word ‘echter’ (in de NBG-vertaling staat er: ‘nu’) meer brute kracht dan in 1 Koningen 11:1: ‘Koning Salomo nu had (…) vele vreemde vrouwen lief’. In die tijd werd de grootte van de harem van een koning algemeen beschouwd als een weerspiegeling van zijn rijkdom en macht. Salomo huwde prinsessen van overal, vooral, maakt de schrijver pijnlijk duidelijk, ‘behorende tot die volken, van wie de HERE tot de Israëlieten had gezegd: Gij zult u met hen niet inlaten, en zij zullen zich met u niet inlaten, voorwaar, zij zouden uw hart meevoeren achter hun goden’ (11:2).

Dit is precies wat er gebeurde, in het bijzonder toen Salomo ouder geworden was (11:3-4). Hij nam deel aan de dienst van vreemde goden. Om zijn vrouwen te behagen, voorzag hij in heiligdommen, altaren en tempels voor hun goden. Ongetwijfeld begonnen veel Israëlieten deel te nemen aan die heidense diensten. Op zijn minst zal de verontwaardiging bij velen afgenomen zijn, vooral omdat Salomo bekend stond als een zeer wijs, vindingrijk en succesvol koning.

Uiteindelijk breidde zijn heidense afgoderij zich uit tot de afschuwelijke goden voor wie men kinderen offert. Zo deed Salomo ‘wat kwaad is in de ogen des HEREN, en hij volgde de HERE niet ten volle, zoals zijn vader David’ (11:6). Natuurlijk had David zelf bij momenten gefaald. Maar hij viel terug van een leven van principiële toewijding aan de Here God, en hij had berouw en keerde terug naar de Heer; hij leefde niet in een stroom van groeiend godsdienstig compromis zoals zijn zoon en troonopvolger.

De straf wordt uitgesproken (11:9-13): na zijn dood zal Salomo’s koninkrijk verdeeld worden, met tien stammen die zich afscheuren, wat er slechts twee overlaat voor het Davidisch koningshuis – en zelfs dit schamele overblijfsel wordt alleen overgelaten ter wille van David.

Ware Salomo een man van een ander kaliber, hij had berouw getoond, de gunst van de Heer gezocht, de offerhoogten vernield en had opgeroepen tot verbondstrouw. Maar de trieste waarheid is dat Salomo zijn vrouwen en wat zij dachten belangrijker vond dan zijn Verbondsheer en diens mening.

Tijdens de slotjaren van zijn regering kreeg Salomo heel wat tekenen voor het feit dat Gods bewaring en gunst hem onttrokken waren (11:14-40). Niets is droeviger dan Salomo’s vergeefse poging om Jerobeam te laten ombrengen – het roept herinneringen op aan Sauls pogingen om David te doden. Maar er is geen beweging naar God toe, geen bekering, geen honger naar God.

We kunnen er tal van lessen uit leren. Wees voorzichtig wat en wie je liefhebt. Goed beginnen garandeert geen goed einde. Geef gevolg aan Gods waarschuwingen wanneer je nog kunt; doe je dit niet, dan zul je uiteindelijk zo verhard raken dat zelfs zijn meest ernstige dreigementen je niet meer zullen raken.

Op het niveau van de canon leren we dat zelfs het meest gezegende, bewaarde en gezalfde koningshuis, gekozen uit het uitverkoren volk van de Heer, zijn einde aankondigt: het zal uiteenvallen. Oh, hoezeer hebben we toch een Redder nodig, een koning uit de hemel!


Eigen vertaling van de overdenking bij 8 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 7 oktober 2012

'Het is dus waar, wat ik in mijn land over u en uw wijsheid gehoord heb' (1 Kon. 10)



1 Koningen 10, Filippenzen 1, Ezechiël 40, Psalm 91
Het bezoek van de koningin van Seba (1 Koningen 10) werd in boeken en films vaak bijgekruid tot een koninklijk liefdesverhaal. In de bijbelse tekst duikt geen enkele aanwijzing op voor interesse uit liefde of voor een seksschandaal. Het verhaal van de koningin van Seba is bedoeld om met een concreet voorbeeld aan te tonen dat Salomo’s reputatie gegrond was op reële feiten. Een paar opmerkingen over de ontmoeting:

Ten eerste biedt dit verslag een gelegenheid om oppervlakkig iets te zeggen over de aard van waarheid in het Oude Testament. Sommigen hebben betoogd dat het Hebreeuwse woord voor ‘waarheid’, ‘emet, in werkelijkheid ‘trouw’ of ‘betrouwbaarheid’ betekent, en dat het te maken heeft met relaties en niet met proposities, stellingen. Sommigen betogen zelfs dat de schrijvers van het Oude Testament gewoon geen categorie hebben voor ware proposities.

Zoals aan de meeste fouten, hangt ook aan deze een zekere mate van waarheid (als ik dat woord mag gebruiken). Zeker, ‘emet heeft een bredere betekenis dan het Engelse woord ‘truth’ (of het Nederlandse ‘waarheid’), en kan verwijzen naar trouw.

Maar woorden kunnen ook trouw weergeven. De koningin van Seba vertelt Salomo dat de roep die ze in haar eigen land gehoord had over zijn daden en wijsheid ‘emet was: het was ‘waar’ (10:6; HSV: ‘de waarheid’); nog letterlijker, omdat het verslag getrouw was, d.w.z. omdat de stellingen overeenkwamen met de werkelijkheid, was het verslag waarheid. Weg dus met een reductionistische analyse van wat het oude Hebreeuws wel of niet kon kennen.

Ten tweede biedt een groot deel van het hoofdstuk beknopte beschrijvingen van Salomo’s rijkdom, militaire macht, succesvolle handelsmissies met schepen die zich op zee begeven, muziekinstrumenten, en meer. Toch is ook ruimte gereserveerd voor verschillende uitgesproken theologische thema’s. Koningen bezochten Salomo om te luisteren naar zijn wijsheid – en die wijsheid was door God zelf in zijn hart gelegd (10:24).

Salomo genoot inderdaad een buitengewone reputatie voor het in stand houden van recht en gerechtigheid in zijn koninkrijk, in die mate dat de koningen van Seba dacht dat zijn daden op dit vlak aantoonden dat ‘de HERE Israël voor altoos liefheeft’ (10:9).
Maar ten derde is dit alles in zekere zin een opstap naar het volgende hoofdstuk. Ondanks al de zegeningen, wijsheid, macht, rijkdom, prestige en eer die Salomo genoot, allemaal uit de hand van God ontvangen, is er het feit dat zijn eigen wandel de weg baande voor oordeel en de ondergang van het Davidische koningshuis.

Die gecompliceerde ontwikkelingen laten we liggen tot de overdenking van morgen. Hier volstaat het stil te staan bij het feit dat buitengewone zegeningen niet noodzakelijkerwijs een bewijs zijn van trouw. Omdat God traag is om te toornen (wat zeker een goede zaak is!), worden de oordelen die onze misdaden verdienen vaak lang uitgesteld. Veronderstel niet snel dat huidige zegeningen een bewijs zijn voor huidige trouw: de vreselijke vrucht van trouweloosheid kan een lange tijd nodig hebben om er te komen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 7 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 5 oktober 2012

'Zelfs de hemel der hemelen, kan U niet bevatten, hoeveel te min dit huis dat ik gebouwd heb' (1 Kon. 8)


1 Koningen 8, Efeziërs 5, Ezechiël 38, Psalm 89
De inwijding van de tempel in Jeruzalem en Salomo’s gebed bij die gelegenheid (1 Koningen 8) lopen over van de verbanden die zowel teruggrijpen als vooruitgrijpen langs de lijn van de heilshistorie.

(1) De structuur van de tempel is een geproportioneerde reproductie van de tabernakel. Zo gaan de rituelen die het Mozaïsche verbond voorschreef en de symbolische waarde van alles wat God voorschreef via Mozes verder: het altaar, de tafel voor de toonbroden, het heilige der heiligen, de twee cherubim boven de ark van het verbond, enz.

(2) Het meest spectaculaire, nadat de ark van het verbond vervoerd werd naar zijn nieuwe verblijfplaats en de priesters zich terugtrokken, is de heerlijkheid van God die de tempel vult, aangeduid door hetzelfde soort wolk die de tegenwoordigheid van de Heer kenmerkte in de tabernakel. Niet alleen verbindt God zijn goedkeuring aan de tempel, maar een nieuwe stap is gezet in de zich ontvouwende plannen van God. Terwijl de symboliek van de tabernakel behouden blijft in de tempel, is dit bouwwerk niet langer iets mobiel. De jaren van rondtrekken, en zelfs de onzekere jaren van de Richters, zijn voorbij. Nu wordt Gods tegenwoordigheid, gemanifesteerd in dit stevig gebouw, verbonden aan één locatie: Jeruzalem.

Een nieuwe lading historische ervaringen vol symboliek voegen nieuwe rijke dimensies toe aan de groeiende rijkdom die heenwijst naar de komst van Jezus. Hier is een stabiel koninkrijk – en het koninkrijk van God; Jeruzalem, en het nieuwe Jeruzalem; de glorieuze tempel, en de stad die geen tempel nodig heeft want ‘de Here God, de Almachtige, is haar tempel, en het Lam’ (Opb. 21:22). Hier zijn tienduizenden dieren geslacht – en het Lam van God, die de zonde der wereld wegneemt.

(3) Op zijn best is Salomo zich terdege bewust dat geen bouwwerk, zelfs dit niet, God kan bevatten of kan binden. ‘Zie, de hemel, zelfs de hemel der hemelen, kan U niet bevatten, hoeveel te min dit huis dat ik gebouwd heb’ (8:27).

(4) Maar dit weerhoudt er hem niet van God te vragen dat Hij zichzelf hier zou vertonen. Meer dan wie ook weet Salomo dat wat het volk het meest nodig zal hebben, vergeving is. Zo herhaalt Salomo in uitgebreide en vooruitziende beschrijvingen van ervaringen waar het volk doorheen zal moeten, een bepaalde variant van het refrein: ‘En U, luister in Uw woonplaats, in de hemel, ja luister, en vergeef’ (8:30 e.v., HSV). Dat is heel juist: hoor in de hemel, zelfs als de ogen van het volk op deze tempel zijn gericht, en vergeef.

(5) Salomo’s vooruitblik omvat de angstaanjagende mogelijkheid van ballingschap (8:46-51), gevolgd door redding en verlossing. Terwijl Salomo het volk verder opwekt tot trouw (8:56-61), herhaalt hij ook een belangrijk punt uit het verbond met Abraham (Gen. 12:3): Israël moet trouw zijn ‘opdat alle volken der aarde mogen weten, dat de HERE God is en niemand meer’ (8:60).


Eigen vertaling van de overdenking bij 5 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 1 oktober 2012

'Zie, Ik geef u een wijs en verstandig hart' (1 Kon. 3)



1 Koningen 3, Efeziërs 1, Ezechiël 34, Psalmen 83—84

Christenen vragen soms waarom Salomo, als hij dan zo wijs was, vele vrouwen huwde, zijn koningschap eerder slecht beëindigde en uiteindelijk zijn loyaliteit aan God heeft gecompromitteerd.

Het antwoord ligt deels in het verschil tussen wat wij bedoelen met wijsheid en de verschillende dingen die de Bijbel bedoelt met wijsheid. Wij bedoelen er meestal iets nogal algemeen mee, zoals ‘weten hoe je goed leeft en verstandige keuzes maakt’.

Maar waar wijsheid in de Bijbel kan verwijzen naar iets in brede zin – zoals weten hoe je leeft in de vrees van God – verwijst het vaak naar een welbepaalde bekwaamheid. Dit kan de vaardigheid zijn te weten hoe je overleeft in een gevaarlijke wereld (Spr.30:24), of een bepaalde technische vaardigheid (Ex. 28:3, NBG en HSV – in de NBV gaat de betekenis op dit vlak verloren, JL).

Maar een van de bekwaamheden waar wijsheid ook kan naar verwijzen is de bekwaamheid om te besturen, vooral in de rechtspraak. En het is duidelijk dit waar Salomo om vraagt in 1 Koningen 3.

Wanneer hij Gods vrijgevige aanbod beantwoordt om hem alles te geven waar hij om vraagt, erkent Salomo dat hij maar een klein kind is en niet weet hoe hij zijn taken moet vervullen (3:7). Wat hij daarom wil is een hart dat inzicht bezit hoe het het volk goed kan besturen, vooral in het onderscheiden tussen goed en kwaad (3:9).

God prijst Salomo omdat hij niet heeft gevraagd naar iets voor zichzelf, zelfs niet om iets wraakzuchtigs (zoals de dood van zijn vijanden), maar om inzicht ‘om een rechtszaak te kunnen horen’ (3:11). God belooft Salomo precies te geven waar hij om gevraagd heeft, samen met rijkdom en eer (3:12-13).

Het verslag van de twee hoeren die allebei dezelfde levende baby opeisen en ontkennen dat de dode baby van hen is, en Salomo’s oplossing voor hun zaak (3:16-27), bewijst dat God het verzoek van de koning heeft ingewilligd. Het gehele volk merkt van Salomo ‘dat de wijsheid Gods in hem was om recht te doen’ (3:28). Ongetwijfeld zouden de meeste Westerse landen vandaag best wat meer mensen kunnen gebruiken die op eenzelfde manier begiftigd zijn.

Hoewel God hem prijst voor zijn keuze, wil dit niet zeggen dat dergelijke wijsheid het enige is dat Salomo nodig heeft om te wandelen in trouw aan het verbond. Want los van de wijsheid, rijkdom en eer die Hij zal verlenen, zegt God hem ‘En indien gij op mijn wegen wandelt en mijn inzettingen en geboden bewaart, zoals uw vader David gewandeld heeft, dan zal Ik uw leven verlengen’ (3:14).

Maar er dreigen al wolken: om zijn zuidelijke grens te beschermen, huwt Salomo met een Egyptische prinses (3:1). Omdat ze populair zijn, schaft hij de verboden ‘hoogten’ niet af, maar neemt hij deel aan de offerdienst die daar plaatsvindt (3:2-4).

God schenkt soms wonderlijke gaven van wijsheid – technische, sociale, bestuurlijke of rechterlijke vaardigheden – maar tenzij we ook van Hem een hart krijgen dat er is op afgestemd Hem waarlijk lief te hebben en Hem volkomen te gehoorzamen, kunnen onze wegen rampzalig eindigen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 1 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 29 september 2012

Ook het kruim heeft zwaktes (1 Kon. 1)

1 Koningen 1, Galaten 5, Ezechiël 32, Psalm 80

De overgang van het koninklijk gezag van David naar Salomo (1 Koningen 1) verloopt warrig. Een van Davids zonen, Adonia, spant samen met Joab, het hoofd van het leger, en probeert de macht over te nemen. Batseba, de moeder van Salomo, herinnert haar zieke echtgenoot aan zijn belofte dat Salomo de opvolger zou zijn, en het gecompliceerde tafereel kent zijn afloop.

Nog maar eens springt het chronische falen van David op gezinsvlak er uit. De auteur van 1 Koningen vestigt er onze aandacht op in de terloopse commentaar in 1:6.

Verwijzend naar Adonia, die de coup probeerde te plegen, merkt hij op: ‘Nu had zijn vader hem zijn leven lang geen verwijt gemaakt: Waarom doet gij zo? Ook was hij zeer welgevormd van gestalte en volgde in geboorte op Absalom’ – alsof er goed uitzien een soort eenvoudige arrogantie voortbracht die deed denken dat hij op alles recht had, ook op de kroon zelf. Van de vele belangrijke lessen kunnen we er twee uitlichten:

Ten eerste kunnen zelfs begaafde en moreel oprechte gelovigen vaak tragische zwakheden vertonen. Af en toe staat een Daniël op, van wie geen mislukkingen vermeld staan. Maar het merendeel van het kruim in de Schrift geeft blijkt van de een of andere zwakte – Abraham, Mozes, Petrus, Thomas, en (niet het minst) David.

We moeten die realiteit onder ogen zien, want vandaag is het niet minder zo. God wekt strategisch geplaatste en invloedrijke leiders op. Een uitzondering kan zodanig vasthoudend zijn dat het zeer moeilijk is om ook maar een noemenswaardige misrekening te bespeuren. Maar gewoonlijk is dit niet het geval.

Gewoonlijk vertonen zelfs de besten van onze christelijke leiders fouten die hun dichtste familieleden en vrienden kunnen opmerken (of de leiders ze nu zelf zien of niet!). Dit zou ons niet moeten verrassen. In deze gevallen wereld is dit hoe de dingen gaan, en ook hoe de dingen verliepen in de tijd dat de Bijbel geschreven werd.

Daarom zouden we niet gedesillusioneerd mogen zijn wanneer leiders blijk geven van onvolmaaktheden. We zouden hen moeten ondersteunen waar we maar kunnen en waar mogelijk proberen de tekortkomingen te corrigeren, en de rest aan God overlaten – terwijl we ondertussen wel altijd beseffen welk vreselijk potentieel voor falen en fouten er in ons leven voorkomt.

Ten tweede werkt Gods soevereiniteit nog maar een keer doorheen de ingewikkelde inspanningen van zijn volk. Wanneer David op de hoogte gebracht wordt van het probleem, gooit hij zijn handen niet in de lucht en gaat hij niet in gebed over de situatie: hij beveelt onmiddellijk dat beslissende, symbolische en complexe stappen gezet worden om te verzekeren dat Salomo de troon kan bestijgen.

Vertrouwen in Gods soevereine goedheid is nooit een excuus voor passiviteit of laksheid. Vele jaren van geloofswandel hebben David geleerd dat, wat ‘wandelen door geloof’ ook allemaal nog moge betekenen, het allerminst een vrijbrief is voor passiviteit. Willen we vermijden te handelen in strijd met God, of met ijdele pogingen onafhankelijk van God, dan moeten we ook het piëtisme vermijden dat in voortdurend gevaar verkeert om vertrouwen te doen verschrompelen tot fatalisme.


Eigen vertaling van de overdenking bij 29 september uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.