vrijdag 19 oktober 2012

'De HERE heeft een leugengeest gegeven in de mond van al deze profeten van u' (1 Kon. 22)



1 Koningen 22, 1 Thessalonicenzen 5, Daniël 4, Psalmen 108-109
Veel gelovigen vinden het laatste hoofdstuk van 1 Koningen, 1 Koningen 22, verontrustend. Want hier wordt van God getoond dat Hij zelf een ‘leugengeest’ (22:22) uitstuurt die koning Achab zal verleiden en hem naar zijn ondergang zal leiden. Stemt God dan in met leugenaars?

De scene kan ons veel leren. De koninkrijken van Juda en Israël trekken voor een keer samen op tegen de koning van Aram, in plaats van elkaar naar de keel te vliegen. Josafat, de koning van Juda, komt over als een goed man die in grote lijnen verlangt om zich te houden aan het verbond en trouw te zijn aan God, maar nogal een watje.
Hij behandelt de militaire verkenningsexpeditie alsof het een avontuur is, maar hij wil wel dat Achab, koning van Israël, ‘naar het woord van de HEERE’ vraagt (22:5).

Nadat de valse profeten klaar zijn, is Josafat clever genoeg om te vragen of er misschien nog een andere profeet van de Heer is, en Micha verschijnt op het toneel. Maar ondanks de waarschuwingen van Micha trekt hij er toch op uit met Achab en stemt er zelfs mee in om zijn koninklijke gewaad aan te houden terwijl Achabs identiteit gemaskeerd wordt.

Maar de kern van de zaak draait om Micha. Merk op:

(1) Impliciet blijkt dat Achab zich omringd heeft met religieuze ja-knikkers die hem zullen vertellen wat hij wil horen. De reden dat hij Micha haat, is dat hetgeen Micha over hem zegt slecht is. Zoals alle leiders die zich omringen met ja-knikkers, zorgt hij er zelf voor dat hij misleid wordt.

(2) Wanneer Micha begint met een sarcastische positieve prognose (22:15), ziet Achab meteen dat hij niet de waarheid spreekt (22:16). Dit wijst op een geweten dat niet een klein beetje bezwaard is. Uiteindelijk had God Achab voorheen al gezegd dat op een dag, omwille van zijn schuld in de zaak van Naboth, honden zijn bloed zouden oplikken (21:19). Hij verwachtte dus wel een bepaalde dag slecht nieuws te horen, en ten diepste kon hij nooit echt de blijde vooruitzichten van zijn onderdanige ‘profeten’ vertrouwen.

(3) Wanneer Micha hem spreekt over het aanstaande onheil, geeft hij ons ook een dramatische reden voor de samenhang en unanimiteit van de valse profeten: God zelf had een leugengeest gezonden. Achabs tijd is gekomen: hij zal uitgeschakeld worden. Gods soevereiniteit strekt zich zelfs uit tot de instrumenten om Achabs tamme profeten een ‘krachtige dwaling’ te sturen (vergelijk met 2 Thess. 2:11-12).

Maar het feit dat Achab dit allemaal te horen krijgt toont aan dat God nog steeds genadig toegang biedt tot de waarheid. Maar Achab is zo ver afgedwaald dat hij de waarheid niet kan verwerken. In een dwaze respons gelooft hij genoeg van de waarheid om zijn eigen identiteit te verbergen in de rangen van zijn gewone soldaten, maar onvoldoende om weg te blijven uit Ramot in Gilead. Dus sterft hij: Gods soevereine oordeel wordt uitgevoerd, zeker omdat Achab de leugen verkoos toen hij de waarheid en de leugen te horen kreeg.


Eigen vertaling van de overdenking bij 19 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten