maandag 6 mei 2013

De Here neemt steun en stut weg (Jes. 3-4)


Numeri 14; Psalm 50; Jesaja 3-4; Hebreeën 11
Het grootste deel van Jesaja 3-4 is gewijd aan specifiek oordeel, in een soort van ABB’A’-constructie, die gevolgd wordt door glorierijke hoop voor de toekomst (4:2-6).

In het hart van de veroordeling is de Heer als Rechter, die ‘de oudsten en vorsten (lett. ‘prinsen’) van zijn volk’ aanklaagt (3:13-15). Koninklijke familie en lokale leiders (‘oudsten’) zijn op gelijke wijze vervallen tot corruptie en verdrukking.

Maar de twee daaropvolgende verzen veroordelen even goed de ‘dochters van Sion’ (3:16-17). De mannen worden in de eerste plaats veroordeeld voor verdrukking, de vrouwen voor hun ijdelheid en praalzucht.

Deze verzen worden omsloten door twee langere gedeeltes die duidelijk maken waarvoor de mannen veroordeeld worden (3:1-12) en hoe het oordeel over de vrouwen zal zijn (3:18—4:1).

God zal omsingeling en honger over het volk brengen (3:1), die zullen resulteren in de eliminatie van leiders van de gemeenschap, ofwel door deportatie of door dood (3:2-3). De volledige gemeenschap zal ineenstorten, met als belangrijk kenmerk een wanhopig verlangen om bijna gelijk wie als leider aan te duiden (3:5).

Dit gezicht werd letterlijk vervuld anderhalve eeuw later (2 Kon. 25:1-12), maar er waren voorafschaduwingen tijdens Jesaja’s leven van hoe dit oordeel zou zijn: wat Assyrië begon (Jes. 39:5-7), werd voltooid door Babylonië. Want de cultuur was grotendeels corrupt (3:8-11), wat zijn oorzaak vond in het leiderschap, dat al even zwak was als onderdrukkend (3:12).

De belegering zal ook niet vriendelijk zijn voor de pronkzuchtige vrouwen (3:18—4:1). Al hun opsmuk zal weggerukt worden (3:18-23). In plaats van de aangename geuren waaraan ze zoveel geld gespendeerd hebben, zal er stank zijn. Er zal ziekte zijn (3:17a), seksueel misbruik (3:17b – de NBG heeft het over ‘de schaamte ontbloten’, RSV gebruikt ‘the Lord will lay bare their secret parts’, m.a.w. zal hun geheime delen ontbloten), d.w.z. hen onderwerpen aan de seksuele aanslagen die zo gebruikelijk zijn in oorlogstijd), en verlies (3:25).

Sommigen zullen zich finaal zelfs voor gelijk welke beschikbare man werpen in de hoop op een toevlucht en een thuis (4:1) – maar de slachtpartij onder de mannen zal zodanig vreselijk zijn dat er niet genoeg mannen zullen zijn voor iedereen.

In de profetie van het Oude Testament is er vaak een ‘verkorting’ van gezichten van de toekomst die heen en weer springen tussen de nabije toekomst en iets dat veel verder weg ligt. Indien de dag des Heren een schrikwekkend oordeel brengt (3:6—4:1), dan brengt het ook heerlijkheid (4:2-6).

Later zal ‘spruit’ (4:2) duidelijk een manier zijn om te verwijzen naar de Messias (11:1; 53:2; vgl. Jer. 23:5; 33:15; Zach. 3:8; 6:12), maar hier lijkt het te verwijzen naar het volk en de plannen van God in heerlijke vruchtbaarheid.

In taal die beelden oproept van de Exodus, belooft God het vuil van zijn volk af te wassen en zijn heerlijkheid te vertonen als een beschermend schild over hen (4:4-6).


Eigen vertaling van de overdenking bij 6 mei uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten