
Maar Jezus zei tegen de man: “Heb je een munt? Wie staat er afgebeeld op het muntstuk?” Hij zei: “Geef aan Caesar wat van Caesar is, en aan God wat van God is”.
Meteen kwam de onoprechtheid van de ondervrager aan het licht. Hij had een opvolgingsvraag moeten hebben. Hij had moeten zeggen: “Wat is er dan van God? Wat behoort er God toe?”
Weet je wat Jezus dan had gezegd? “Wiens afbeelding draag jij?”'
(Vrij vertaald van Ravi Zacharias uit zijn toespraak op de National Day of Prayer in de VS)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten