woensdag 8 augustus 2012

'Dring er bij mij niet op aan, dat ik u in de steek zou laten' (Ruth 1)



Ruth 1, Handelingen 26, Jeremia 36, Psalm 9

Het is moeilijk in de Schrift een aantrekkelijker figuur te vinden dan Ruth. Ze is een Moabitische (Ruth 1:4). Ze leeft in verwarrende tijden, en krijgt haar eigen portie vreselijk verdriet. Zij en een andere Moabitische, Orpa, huwen twee pas geïmmigreerden, Machlon en Kiljon. Deze twee mannen en hun ouders zijn gearriveerd in Moabitisch gebied om aan de hongersnood te ontkomen in hun woonplaats Betlehem.

Enkele jaren gaan voorbij en dan sterft de vader van de mannen, Elimelech. Dan sterven ook Machlon en Kiljon zelf. Dit betekent dat de drie vrouwen alleen achterblijven: de schoonmoeder van beide Moabitische vrouwen, Naomi, en de twee Moabitische vrouwen zelf: Orpa en Ruth.

Wanneer Naomi verneemt dat de hongersnood op het thuisfront voorbij is, wat hun oorspronkelijke reden was voor de verhuis naar Moab, beslist ze om naar huis terug te keren. Families werkten vaak in uitgebreide familierelaties. Er zou voor haar gezorgd worden en de pijn van haar eenzaamheid zou slijten.

Op een wijze manier moedigt ze haar twee schoondochters aan om in hun eigen land te blijven, bij hun eigen volk, taal en cultuur. Wie weet? Misschien konden ze na verloop van tijd een nieuwe partner vinden? Ze kunnen toch zeker niet van Naomi verwachten dat ze hier nog voor zal kunnen zorgen?

Orpa neemt de raad aan, blijft thuis in Moab en we horen niets meer van haar. Maar Ruth klampt zich aan Naomi vast: ‘Dring er bij mij niet op aan, dat ik u in de steek zou laten, door van u terug te keren; want waar gij zult heengaan, zal ik heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten: uw volk is mijn volk en uw God is mijn God. waar gij zult sterven, zal ik sterven, en daar zal ik begraven worden‘(1:16-17). Ze zet zichzelf zelfs onder de dreiging van een vloek: ‘Zo moge de HERE mij doen, ja nog erger: voorwaar, de dood alleen zal scheiding maken tussen mij en u’ (1:17).

Het is niet Ruths bedoeling om zo helfdhaftig te klinken. Ze spreekt eenvoudigweg vanuit haar hart. Was ze tot een oprecht en aanhoudend geloof in de Here God gekomen gedurende haar tienjarig huwelijk? Welke stevige en fijne banden waren er gesmeed tussen Ruth en de Israëlitische leden van deze grotere familie, en in het bijzonder tussen Ruth en Naomi?

Onze cultuur maakt allerhande snijdende opmerkingen over schoonmoeders. Maar veel schoonmoeders zijn opmerkelijk onzelfzuchtig, en smeden relaties met hun schoondochters die al even godsvruchtig en diep zijn als de beste banden tussen moeders en dochters. Zo blijkbaar ook hier.

Ruth is bereid om haar eigen volk, cultuur, land en zelfs haar godsdienst te verlaten, als ze maar bij Naomi kan blijven en haar kan helpen. Ze kon niet weten dat ze door deze keuze spoedig opnieuw zou mogen huwen. Ze kon niet weten dat dit huwelijk haar niet alleen een voorouder zou maken van het aanstaande Davidische koningshuis, maar ook van de allerhoogste Koning die hier eeuwen later zou uit afstammen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 8 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org

Geen opmerkingen:

Een reactie posten