woensdag 4 juli 2012

Van de Vijfde van Beethoven naar ‘Klein kleutertje’



Jozua 6, Psalmen 135-136, Jesaja 66, Mattheüs 14


Elk vers in Psalm 135 citeert of alludeert aan of wordt geciteerd in een of andere Schriftplaats.

Vers 1 herordent de frasering van Psalm 113:1, terwijl het de nadruk legt op de ‘knechten des HEREN’ die dan verder beschreven worden in vers 2 – dat op zijn beurt een zinsdeel aanpast uit Psalm 116:19. Vers 3 is een van de drie verbonden verzen in het Psalmenboek waarin op verschillende manieren verteld wordt dat de naam van de Here goed is (52:9), dat Hijzelf goed is (135:3), en dat het goed is Hem te loven (147:1); en verder dat zowel zijn naam (hier) en de lofprijs van Hem (147:1) ‘liefelijk’ is (of misschien ‘betamelijk’). Indien vers 3 Gods karakter benadrukt, dan onderstreept vers 4 zijn verkiezende liefde op een manier die ons doet denken aan Deuteronomium 7:6.

De verzen 5-7 leggen nadruk op Gods ongelimiteerde kracht, terwijl ze herinneringen oproepen aan Exodus 18:11, Ps. 115:3 en Jeremia 10:13. Het openingszinsdeel ‘ik weet, dat’ legt de nadruk op persoonlijk getuigenis; dit is niet alleen een waarheid die je kunt weten, maar waar je moet bij leven. Veel uit de verzen 8-12 duikt opnieuw op doorheen de volgende psalm, vaak woordelijk (136:10, 18-22). Hoe dit overnemen dan in zijn werk ging heeft niet zoveel belang.

De verwijzingen naar de overwinning op Sihon en Og herinnert ons aan Numeri 21:21-35. Wat Gods naam betreft (135:13-14) gaat de allusie naar Exodus 3:15 en Deut. 32:36.
De verzen 15-18, over de pure dwaasheid van alle afgoderij, volgen bijna exact 115:4-8; thematisch gelijklopende gedachten worden uitgedrukt in Jesaja. De slotverzen van deze psalm (135:19-21) nemen blijkbaar over van 115:9-11, waar drie van de vier groepen opgedragen worden om God te prijzen.

Het resultaat van deze collage-aanpak van het psalmenschrijven is een wonderlijke handleiding voor lofprijs. Het is alsof het denken van de schrijver niet alleen vol is van veel historische data uit de Schrift, maar ook vol is met teksten. Als hij dan zijn uitbundig loflied opbouwt, verweeft hij bewust of onbewust zin na zin, soms hele verzen, afkomstig uit andere schriftgedeeltes.

Een gelijkaardig fenomeen was ooit niet ongebruikelijk onder biddende evangelicalen. Wanneer mannen en vrouwen hun harten uitstortten voor de Heer in gebedssamenkomsten, werden zowel lofprijzing als voorbede in de taal van de Schrift gegoten.

Natuurlijk staat dit soort dingen in zijn slechtste vorm gelijk aan een ingeblikt herhalen van hetzelfde half dozijn teksten. Maar op zijn best dwalen dergelijke lofprijzing en dit soort gebed doorheen steeds wijdere horizonten van de Schrift, terwijl de kennis van de Schrift bij het volk zelf ook groeit.

Er is iets matuurs en Bijbels beeldend aan dergelijke lofprijzing. Het maakt ze al even verschillend van de hedendaagse beperkte thema’s van sentimentalisme vol cliché’s, als de Vijfde Symfonie van Beethoven verschilt van ‘Klein klein kleutertje’.


Eigen vertaling van de overdenking bij 4 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org

Geen opmerkingen:

Een reactie posten