zondag 22 juli 2012

'Ik ben Jezus, die gij vervolgt' (Hd. 9)


Richteren 5, Handelingen 9, Jeremia 18, Markus 4

Wat was Paulus’ visie voor hij tot bekering kwam (Handelingen 9)? Elders (Hd. 22:2; 23:6; Fp. 3:4-6) vertelt hij ons dat hij een strikte Farizeeër was, (blijkbaar) opgegroeid in Jeruzalem, geleerd door een van de meest gerenommeerde rabbi’s van die tijd.

Voor hem was de notie van een gekruisigde Messias een contradictio in terminis. Messiassen regeren, ze triomferen, ze winnen. De Wet benadrukt dat zij die aan een kruis hangen vervloekt zijn door God. Daarom is de nadruk dat Jezus de Messias is niet alleen dwaas, maar grenst het aan godslastering. Het kan leiden tot politieke oproer: de opkomende kerk kende groei, ze kon een gevaarlijke verhindering worden. Ze moest gestopt worden; ja, wat er nodig was was een moedig man zoals Saulus, een man als Pinehas die de toorn van God afwendde door een beslissende actie tegen degenen die de waarheid en zuiverheid aantasten (Num. 25; zie de overdenking voor 16 mei), iemand die de gevolgen van deze ellendige waanideeën goed kon inschatten en inzag waartoe ze konden leiden.

Maar nu op de weg naar Damascus heeft Saulus een ontmoeting met de opgestane, verheerlijkte Jezus. Of hij Hem voorheen al gezien had kunnen we niet met zekerheid weten; dat hij Hem nu ziet, daarover bestaat bij Saulus geen twijfel. En een groot deel van zijn theologie, uitgewerkt en tentoongespreid in zijn brieven, komt voort uit dit brute feit.

Als Jezus nog leefde en verheerlijkt was, dan was zijn kruisdood op de een of andere manier geen bewijs dat Hij vervloekt was. Verre van: de bewering van gelovigen dat God Hem had opgewekt uit de dood, en dat ze Hem hadden gezien, moet waar zijn – en dat kon alleen betekenen dat God Jezus had gerechtvaardigd.

Maar wat kon zijn dood dan toch betekenen? Vanuit dit gezichtspunt zag alles er ander uit. Was Jezus onder de vloek van God toen Hij stierf, maar was Hij nu gerechtvaardigd door God, dan moet Hij voor anderen gestorven zijn. Op de een of andere manier absorbeerde zijn dood de terechte vloek van God voor anderen en neutraliseerde Hij die.

In dit licht leek de hele geschiedenis van de Hebreeuwse Schriften anders. Stond er niet geschreven dat een Lijdende Dienstknecht (zie de overdenking van gisteren) om onze overtredingen doorboord zou worden, om onze ongerechtigheden verbrijzeld? Neemt de dood van talloze lammeren en stieren werkelijk menselijke zonde weg? Of hebben we als het ware een menselijk ‘lam van God’ nodig, een menselijk ‘Paaslam’?

Als de tabernakel- en tempelrituelen gelezen worden als heenwijzend naar de finale oplossing, wat zegt dit dan over de huidige staat van het verbond dat wordt uitgevaardigd bij Sinaï? Wat met de Schriftplaatsen die een nieuw verbond beloven, een grote uitstorting van de Geest in de laatste dagen (Hd. 2:17-21; zie Joël 2:28-32 en de overdenking van 15 juli)?

Welke plaats neemt de belofte van Abraham dan in, in het schema van de dingen, dat in Abrahams nageslacht alle naties op aarde zouden gezegend worden (Gen. 12:3; zie de overdenking voor 11 januari)?

Erken dat Jezus leeft en gerechtvaardigd is, en alles verandert.


Eigen vertaling van de overdenking bij 22 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org

Geen opmerkingen:

Een reactie posten