zondag 9 maart 2014

Lezing 'De gelovige en geld en bezit' (audio en presentatie)

Zaterdag 8 maart jl. mocht ik een lezing geven in CC De Steiger in Menen in de reeks 'Geloven in de 21e eeuw'. De slotlezing in deze reeks kreeg als titel mee 'De gelovige en geld en bezit', met rentmeesterschap als achterliggend thema.

Dit is de ppt-presentatie die ik bij de lezing gebruikte:


Hieronder kun je zowel de lezing downloaden, als de praktijkvoorbeelden uit het tweede deel.
- Lezing 'De gelovige en geld en bezit'

- Lezing 'De gelovige en geld en bezit' - deel 2 - praktijkvoorbeelden
Ook van de andere lezingen zijn de audiofiles nog via deze blog terug te vinden. Gebruik het zoekvak of de tag in de rechterkolom ('geloven in de 21e eeuw').

Vrees Hem opdat je niet zondigt (Ex. 20)


Exodus 20; Lukas 23; Job 38; 2 Korinthiërs 8
De Tien Geboden (Ex. 20) werden in de Westerse wereld ooit op school aan elk kind aangeleerd. Ze slepen diep ingewortelde principes van goed en kwaad in die bijdroegen tot het vormen van de Westerse beschaving. Ze werden niet gezien als tien aanbevelingen, optionele aardigheden voor welopgevoede mensen.

Zelfs velen van hen die niet geloofden dat ze door God zelf waren gegeven (‘God sprak al deze woorden’, 20:1) beschouwden ze niettemin als de hoogste korte samenvatting van de soort private en publieke moraliteit die nodig was voor de goede ordening van de maatschappij.

Hun belang neemt nu snel af in het Westen. Zelfs veel kerkleden kunnen er niet meer dan drie of vier van reciteren. Het is ondenkbaar dat een verstandig christen ze niet zou memoriseren.

Maar het is de setting waarin ze eerst werden gegeven die aanleiding geeft tot deze overdenking. De Tien Geboden werden door God aan de Israëlieten gegeven doorheen Mozes in de derde maand na hun redding uit Egypte.

Vier opmerkingen:

(1) De Tien Geboden zijn, in de eerste plaats, de hoogtepunten van het verbond dat door Mozes werd overgebracht (vgl. 19:5), door God gegeven in de Sinai (Horeb). Zonder die geboden is de rest van het verbond nogal zinloos; de Tien Geboden zelf worden ondersteund door de rest van de verbondsbepalingen. Hoe tijdloos ze ook zijn, ze zijn niet louter abstracte principes, maar worden neergezet in de concrete termen van die cultuur: bijv. het verbod om je naaste zijn os of ezel te begeren.

(2) De Tien Geboden worden ingeleid door de herinnering dat God deze gemeenschap uit de slavernij heeft verlost: ‘Ik ben de HERE, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb’ (20:2). Ze zijn niet slechts zijn volk omwille van de schepping, niet slechts omwille van het verbond met Abraham, maar omdat God hen redde uit Egypte.

(3) God gaf hen de Tien Geboden in een geweldige tentoonspreiding van kracht. In de tijd voor de nucleaire Holocaust was de meest angstaanjagende ervaring van kracht die van de ontketende natuur. Hier benadrukten het geweld van de storm, het beven van de aarde, de bliksem, het geluid en de rook (19:16-19; 20:18) niet slechts de ernst van de gebeurtenis, maar leren ze het volk ook eerbiedig te vrezen (20:19-20).

De vreze des Heren is niet alleen maar het begin van de wijsheid (Spr. 1:7), maar weerhoudt mensen er ook van te zondigen (Ex. 20:20). God wil dat ze weten dat Hij hen gered heeft; Hij wil ook dat ze weten dat Hij niet een getemde godheid is die vrolijk zegen uitstrooit over een stamvolk. Hij is niet slechts een goede God, maar een angstaanjagende, ontzagwekkende God.

(4) Aangezien God zo angstaanjagend is, vraagt het volk zelf dat Mozes zou bemiddelen tussen Hem en hen (20:18-19). En dit bereidt de weg voor een andere, finale Middelaar (Deut. 18:15-18).


Eigen vertaling van de overdenking bij 9 maart uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 8 maart 2014

Jezus, Paaslam bij uitstek (Lk. 22)


Exodus 19; Lukas 22; Job 37; 2 Korinthiërs 7
De nieuwtestamentische verslagen van de ‘instellingswoorden’ – d.w.z. de woorden die het Avondmaal van de Heer instellen als een voortgaand ritueel – variëren een beetje, maar hun overeenkomsten zijn treffend. Lukas 22:7-20 laat ons toe stil te staan bij bepaalde elementen van een van deze verslagen.

Alle drie de synoptische evangeliën geven aan dat Jezus zijn discipelen opdroeg voorbereidingen te treffen voor een Paschamaaltijd; Lukas beklemtoont het punt (22:1, 7-8, 11, 15). Jezus wil dat zijn eigen daden en woorden begrepen worden in het licht van dit eerdere traditionele feest.

Het Pascha vierde niet slechts de bevrijding van de Israëlieten uit de slavernij, maar ook de manier waarop die bevrijding tot stand kwam: volgens Gods plan ging de doodsengel de huizen voorbij [Eng.: ‘passed over’, zoals in ‘Passover’, Pascha] die beveiligd waren door het bloed van het offer, terwijl alle andere huizen in Egypte hun eerstgeborene verloren.

Bovendien vormt deze wonderbaarlijke uittocht het decor voor de invoering van het Sinaïverbond. Dus wanneer Jezus nu brood neemt bij een Paschamaaltijd en zegt ‘Dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt’ (22:19), en wanneer Hij de beker neemt en zegt ‘Dit is het nieuwe verbond in mijn bloed, dat voor u vergoten wordt’ (22:20), dan hoor je daar meer dan een ondertoon van het oude-verbondsritueel.

Aan deze zijde van het kruis kun je de conclusie niet vermijden dat Jezus zijn eigen dood ziet, het vergieten van zijn bloed, als het van Godswege voorziene offer dat de toorn van God afwendt, dat Hijzelf bij uitstek het Paaslam van God is, en dat zijn dood een verbond instelt met het volk van God door hen te bevrijden uit een slavernij die nog donkerder en dieper is.

Iemand zei eens dat dit de vier meest betwiste woorden in de geschiedenis van de kerk zijn: ‘Dit is mijn lichaam’. Zonder ons te begeven in de opsomming van alles wat kan worden gezegd over dit zinsdeel, gaan we zeker akkoord met het feit dat een van zijn functies herdenking is, aangezien het wordt herhaald in het ritueel dat Christus Jezus zelf voorschreef: ‘Doet dit tot mijn gedachtenis’ (22:19).

Het is schokkend dat dit nodig zou zijn, net zoals het ook schokkend is dat een herdenkingsritueel als het Pascha nodig zou zijn. Maar de geschiedenis toont hoe snel het volk van God afdrijft naar randzaken en uiteindelijk zover komt dat het de kern negeert of ontkent. Door een eenvoudig ritueel wil Jezus dat zijn volgelingen terugkomen bij zijn dood, zijn vergoten bloed, zijn verbroken lichaam - opnieuw en opnieuw en opnieuw.

Het is ook een vooruitziend ritueel. Het kijkt vooruit naar het opgerichte koninkrijk, wanneer het Pascha en het avondmaal van de Heer beide hun vervulling vinden (22:16, 18). We eten en drinken zoals Hij het voorschrijft ‘tot Hij terugkomt’ (1 Kor. 11:26), wanneer herdenking en verkondiging volledig zullen verdwijnen in de schittering van zijn aanwezigheid.


Eigen vertaling van de overdenking bij 8 maart uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 7 maart 2014

In genade voorziet God in een Jetro (Ex. 18)


Exodus 18; Lukas 21; Job 36; 2 Korinthiërs 6
Je kunt je de gesprekken tussen Mozes en zijn schoonvader Jetro, tijdens de tientallen jaren die ze in Midian samen doorbachten, alleen maar voorstellen. Maar het is duidelijk dat ze het soms over de Here God hadden. Geroepen tot die buitengewone bediening, vertrouwde Mozes tijdelijk zijn vrouw en zonen aan de zorg van zijn schoonvader toe (Ex. 18:2).

Misschien werd die beslissing voorafgegaan door de buitengewone gebeurtenis beschreven in Exodus 4:24-26, waar Mozes’ eigen zonen in het licht van die nieuwe opdracht een noodbesnijdenis ondergaan om Mozes’ gezin in overeenstemming te brengen met het verbond met Abraham, waardoor ze de toorn van God afwenden.

Maar nu verneemt Mozes dat Jetro hem komt bezoeken, terwijl hij hem herenigt met zijn vrouw Sippora en hun zonen Gersom en Eliëzer. Al gauw zet Mozes de vroegere gesprekken voort. Deze keer geeft hij zijn schoonvader een indrukwekkend verslag van alles wat de Heer had gedaan toen Hij zijn volk bevrijdde uit de slavernij in Egypte.

Ongetwijfeld is een deel van Jetro’s blijdschap (18:9) te verklaren door de band met zijn schoonzoon. Maar neem je zijn uiteindelijke beoordelende commentaar op zijn volle waarde, dan is Jetro ook tot een beslissend besluit gekomen: ‘Nu weet ik, dat de HERE groter is dan alle goden; want Hij heeft het volk uit de macht der Egyptenaren gered, omdat dezen overmoedig tegen hen waren opgetreden’ (18:11). En hij brengt offers aan de levende God (18:12).

Al dit materiaal vormt de achtergrond voor wat plaatsvindt in de rest van het hoofdstuk. De volgende dag ziet Jetro Mozes pogingen ondernemen om recht te spreken bij elk dispuut in de prille natie.

Met wijsheid en inzicht spoort hij Mozes aan tot een belangrijke bestuurlijke herschikking – een strikt rechtssysteem waarbij de meeste beslissingen worden genomen op het laagst mogelijke niveau en alleen de moeilijkste zaken nog voorbehouden blijven voor Mozes zelf , het ‘hooggerechtshof’.

Mozes luistert aandachtig naar zijn schoonvader en zet het hele plan in werking (18:24). De voordelen zijn niet te schatten: voor het volk, dat door het systeem minder gefrustreerd raakt, en voor Mozes, die niet langer uitgeput is. En aan het eind van het hoofdstuk keert Jetro terug naar huis.

In bepaalde opzichten is dit verslag verrassend. Belangrijke bestuursstructuren worden onder de verbondsgemeenschap ingevoerd zonder enig woord van God. Waarom wordt Jetro, hoogstens aan de rand van het verbondsvolk, toegestaan een dergelijke buitengewone rol te spelen als raadgever en vertrouweling van Mozes?

De vragen lossen zich vanzelf op. God mag gebruik maken van de middelen van ‘algemene genade’ (Eng.: common grace) om zijn volk te onderwijzen en te verrijken.

We zien even veel de soevereine goedheid en voorzienigheid van God wanneer Hij Jetro op dit gunstige moment op het toneel brengt, als wanneer hij de wateren van de Rode Zee splijt. Zijn er niet ook hedendaagse overeenkomsten?


Eigen vertaling van de overdenking bij 7 maart uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 6 maart 2014

'Dat nooit!' (Lk. 20)


Exodus 17; Lukas 20; Job 35; 2 Korinthiërs 5
In deze fase van Jezus’ dienst zijn de spanningen tussen Hem en de autoriteiten acuut geworden. Sommige zijn duidelijk theologisch, andere hebben een pragmatische ondertoon en elementen van protectionisme. Elk onderdeel van Lukas 20 weerspiegelt iets van die toenemende spanning.

We zullen focussen op de gelijkenis van de pachters (20:9-19). Het verhaal wordt beter verstaanbaar voor ons Westers denken als we vermelden dat die ‘pachtende boeren’ in de cultuur van de eerste eeuw niet slechts werknemers waren (in de moderne betekenis), maar werkers die verbonden waren met een volledige sociale structuur.

Ze waren de eigenaar van de wijngaard niet alleen een percentage van de opbrengst verschuldigd, maar ook respectvolle trouw. Hoe ze de slaven behandelden die hij stuurde, was niet alleen hard en hebzuchtig, maar ook beschamend.

Dat hij zijn zoon zou sturen zou niet worden beschouwd als een dwaasheid van zijn kant: het was gewoon ondenkbaar dat ze hem zouden vermoorden. Maar in het verhaal dat Jezus vertelt is dit precies wat ze doen: ze vermoorden hem en hopen ergens dat het land dan van hen zal worden nu de rechtmatige erfgenaam dood is.

Wat zal de eigenaar dan doen? Jezus beantwoordt zijn eigen vraag: ‘Hij zal komen en die pachters ombrengen en de wijngaard aan anderen geven’ (20:16).

De mensen vatten het punt van de gelijkenis. De hoofdlijnen waren duidelijk: God was de eigenaar van de wijngaard, de pachters waren Israël, de slaven die door de boeren werden verworpen waren de profeten, en uiteindelijk zendt God zijn ‘zoon’ (zonder twijfel voor hen een nogal onduidelijke bewoording) – en het resultaat is dat het land en de voorspoed waar de eigenaar voor zorgde van hen worden afgenomen en aan anderen worden gegeven. Geen wonder dat ze uitroepen: ‘Dat nooit!’

Dit was precies het antwoord dat Jezus van hen verwachtte. Hij had hen er naartoe geleid. Maar nu keek Hij hen indringend aan en citeert de Schrift om te bewijzen dat dit precies is hoe de zaken zullen uitdraaien, precies hoe de zaken daarom moeten uitdraaien.

Want zegt de Schrift niet: ‘De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, deze is tot een hoeksteen geworden’ (20:17; Ps. 118:22)? Die ‘steen’ wint het uiteindelijk; ieder, die op die steen valt, zal verpletterd worden; en op wie hij valt, die zal hij vermorzelen. Maar feit is dat de steen aanvankelijk wordt verworpen door de bouwlieden.

Ongetwijfeld begrepen Jezus’ toehoorders niet alle gevolgen van deze gelijkenis. Maar de schriftgeleerden en oversten begrepen genoeg om te weten dat ze er zelf niet al te mooi in figureerden: zij moeten worden beschouwd als deel uitmakend van de mensen die de profeten slaan en uiteindelijk Gods Zoon verwerpen.

Politiek gezien is dit nog maar eens een stap naar het kruis; theologisch gezien leert Jezus zijn volgelingen welk soort Messias Hij is, en hoe zijn dood al even onvermijdelijk is als de profetieën uit de Schrift die dit voorzegden.


Eigen vertaling van de overdenking bij 6 maart uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 5 maart 2014

Zaterdag lezing in Menen: de gelovige en geld & bezit



Zaterdag 8 maart aanstaande geef ik in CC De Steiger in Menen de laatste lezing in de reeks 'Geloven in de 21e eeuw'. Het thema is rentmeesterschap, de titel luidt 'de gelovige en geld & bezit'.
Voor alle duidelijkheid: ik ben een discipel van Christus die op dit vlak nog heel veel te leren heeft. Anderzijds geloof ik oprecht dat dit een ondergesneeuwd thema is dat nodig onder de aandacht moet worden gebracht willen we recht doen aan de Bijbelse prioriteiten.
Een evenwichtsoefening die je zaterdag live kunt meemaken vanaf 19.30 u.
Iedereen welkom.

Wie dient wie? (Ex. 16)


Exodus 16; Lukas 19; Job 34; 2 Korinthiërs 4
De slotverzen van Exodus 15 zijn een voorbode voor wat komen gaat. Ondanks de miraculeuze tussenkomsten van God die hun vlucht uit Egypte kenmerkten, vertrouwt het volk Hem niet echt; de eerste weerstand zorgt meteen voor gezeur en geklaag.

In Exodus 16 gaat het verhaal verder en het toont dat dit gemopper op verschillende vlakken verbonden is met openlijke opstand tegen de levende God.

We moeten niet denken dat de Israëlieten niet hongerig waren, natuurlijk waren ze dat. De vraag is wat ze eraan deden. Ze hadden zich in gebed tot God kunnen wenden en Hem vragen in al hun behoeften te voorzien. Hij had immers zo duidelijk ingegrepen bij hun bevrijding, zou Hij dan ook niet voor hen kunnen zorgen?

Maar in plaats daarvan romantiseren ze op sarcastische wijze hun ervaring van slavernij (!) in Egypte (16:3) en morren ze tegen Mozes en Aäron (16:2).

Mozes zal wellicht teleurstelling hebben gevoeld bij die duidelijke ondankbaarheid van het volk. Wijselijk herkent hij de ware focus en zonde ervan. Alhoewel ze morren tegen Mozes en Aäron is hun werkelijke klacht gericht tegen God zelf (16:7-8): ‘Niet tegen ons was uw gemor, maar tegen de HERE’.

In dit alles is de Heer nog steeds geduldig. Zoals Hij het bittere water van Marah in zoetheid veranderde (15:22-26), zo voorziet Hij hen nu van vlees in de vorm van de kwakkels, en van manna. Die ronduit wonderbaarlijke voorziening komt niet alleen tegemoet aan hun behoefte, maar wordt geschonken met een doel: gij zult 'de heerlijkheid des HEREN zien’ (16:7) en ‘gij zult weten, dat Ik, de HERE, uw God ben’ (16:12). Verder zegt de Heer: ‘opdat Ik het op de proef stelle, of het al dan niet wandelt naar mijn wet’ (16:4).

Jammer genoeg vallen velen in de gemeenschap zwaar door de mand bij de test. Ze proberen manna te hamsteren wanneer hen wordt opgedragen dit niet te doen; ze proberen manna te verzamelen op de Sabbat, wanneer er geen wordt voorzien. Mozes is ronduit kwaad op hen (16:20); de Heer zelf hekelt deze chronische ongehoorzaamheid (16:28).

Waarom zouden mensen die getuige waren van een zo spectaculaire tentoonspreiding van de genade en kracht van God, zo makkelijk afglijden in gemopper en geklaag en zo genadeloos vervallen in onbezielde ongehoorzaamheid?

Het antwoord ligt in het feit dat velen van hen God zien als daar om hen te dienen. Hij diende hen in de Exodus, de uittocht; Hij diende hen toen Hij hen voorzag van zuiver water. Nu moet Hij niet alleen hun behoeften dienen, maar ook hun lusten. Anders zijn ze helemaal bereid Hem te verlaten.

Terwijl Mozes tegenover Farao stelde dat het volk zich in de woestijn moest terugtrekken om God te dienen en te aanbidden, denkt het volk zelf dat God bestaat om hen te dienen.

De fundamentele vraag is: ‘Wie is de ware God?’ Gelovigen onder het nieuwe verbond staan voor dezelfde keuze (1 Kor. 10:10).


Eigen vertaling van de overdenking bij 5 maart uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 4 maart 2014

Kinds worden of worden als een kind? (Lk. 18)


Exodus 15; Lukas 18; Job 33; 2 Korinthiërs 3
Elk van de eerste vier delen van Lukas 18 kan makkelijk worden misverstaan; maar elk ervan is zeer zinvol wanneer gelezen in verbinding met de andere.

Het eerste gedeelte (18:1-8) is een gelijkenis die Jezus zijn discipelen vertelt ‘met het oog daarop, dat zij altijd moesten bidden en niet verslappen’ (18:1). Een onrechtvaardige rechter wordt lastiggevallen door een vastberaden weduwe zodat hij haar op het einde toch het recht verschaft waar ze om vraagt. ‘Zal God dan zijn uitverkorenen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en laat Hij hen wachten?’ (18:7).

Als zelfs deze rechter uiteindelijk de zaken in orde brengt, hoeveel te meer God, wanneer ‘zijn uitverkorenen’ tot Hem roepen?

Op zichzelf had kon deze gelijkenis natuurlijk ook zo worden uitgelegd dat hoe langer en luider je bidt, hoe meer zegeningen je krijgt – een soort ‘voor wat hoort wat’-regeling die Jezus zelf elders verwerpt (Matt. 6:5-15).

Maar het laatste vers (18:8) stelt de kwestie scherp: ‘Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?’ Het ware probleem ligt niet bij Gods onwilligheid om te verhoren, maar bij onze ongelovige en futloze weigering om te vragen.

De tweede gelijkenis (18:9-14) beschrijft een farizeeër en een tollenaar die beiden naar de tempel gaan om te bidden. Sommige moderne relativisten leiden uit dit verhaal af dat Jezus iedereen aanneemt, ongeacht zijn of haar voortgaande zonden, gewoontes of levensstijl.

Hij verwerpt slechts de zelfverzekerde religieuze hypocrieten. Zeker, Jezus verwerpt die laatsten. Maar de gelijkenis suggereert niet dat de tollenaar wenste in zijn zonde te blijven; veeleer smeekt hij om genade, wetende wat hij is; hij benadert God vanuit een vrijmoedig erkende nood.

In het derde gedeelte (18:15-17) benadrukt Jezus dat kleine kinderen bij Hem worden gebracht, ‘want voor zodanigen is het Koninkrijk Gods’. Je moet het Koninkrijk Gods ontvangen ‘als een kind’, of zal het voorzeker niet binnengaan.

Toch is dit geen aansporing tot in alle opzichten kinderlijk gedrag (bijv. naïviteit, kortetermijndenken, morele onvolwassenheid, de nukkige ‘nee’ van de zogenaamde ‘terrible twos’ [‘lett.: verschrikkelijke tweejarigen]). Maar kleine kinderen hebben wel een openheid, een verfrissende vrijheid van zelfprofilering, een eenvoud die vraagt en vertrouwt.

Het vierde gedeelte (18:18-30) toont ons Jezus die een rijke overste opdraagt alles te verkopen wat hij bezit en aan de armen te geven, wil hij een schat krijgen in de hemel, en dan Jezus te volgen.

Betekent dit dat slechts armzalig ascetisme de zegeningen van de hemel zal genieten? Is dit niet Christus’ manier om de ware god van deze specifieke persoon aan het licht te brengen, de meelijwekkende basis voor zijn zelfvertrouwen, opdat hij zijn vertrouwen op Jezus zou stellen en Hem volkomen zou navolgen?

Kun je zien wat deze vier gedeeltes bijeenhoudt?


Eigen vertaling van de overdenking bij 4 maart uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 3 maart 2014

Doortocht door de Rode Zee: God is geen passieve speler (Ex. 14)


Exodus 14; Lukas 17; Job 32; 2 Korinthiërs 2
Drie opmerkingen over de doortocht door de Rode Zee (Ex. 14).

Ten eerste gaat de dynamische confrontatie tussen Farao en de soevereine Heer verder. Aan de ene kant volgt Farao zijn begeertes, wanneer hij concludeert dat de Israëlieten ingesloten zitten tussen zee en woestijn en dus een gemakkelijke prooi zijn (14:3).

Bovendien betreuren Farao en zijn hofhouding nu dat ze het volk lieten gaan. Slavernij was een van de fundamentele sterktes van hun economisch systeem, zeker de belangrijkste hulpbron in hun bouwprogramma’s. Misschien waren de plagen niets meer dan vreselijke toevalstreffers. De Israëlitische slaven moeten worden teruggehaald.

Maar God is geen passieve speler wanneer de gebeurtenissen zich verder ontrollen, en Hij is ook meer dan iemand die gewoon het initiatief van anderen beantwoordt. Hij leidt de vluchtende Israëlieten weg van de route naar het Noordoosten, niet alleen maar opdat ze de confrontatie met de Filistijnen zouden vermijden (13:17), maar ook opdat de Egyptenaren zouden concluderen dat de Israëlieten in de val zitten (14:3).

In feite lokt God de Egyptenaren in een val. Dat Hij daarbij het hart van Farao verhardt maakt deel uit van de strategie (14:4, 8, 17). Deze brede voorzienige soevereiniteit is wat aan het vertrouwen van het volk van God ten grondslag moet liggen (14:31).

Bovenal is de Heer vastbesloten dat in deze confrontatie zowel de Israëlieten als de Egyptenaren zullen leren wie God is. ‘Ik zal Mij verheerlijken aan Farao en aan zijn gehele legermacht … de Egyptenaren zullen weten, dat Ik de HERE ben, doordat Ik Mij verheerlijken zal aan Farao, aan zijn wagens en aan zijn ruiters’ (14:17-18). ‘Toen zag Israël, welk een machtige daad de HERE tegen Egypte gedaan had; en het volk vreesde de HERE en zij geloofden in de HERE en in Mozes, zijn knecht’ (14:31).

Ten tweede verschijnt de ‘Engel des Heren’ opnieuw (14:19) – niet als een engel, maar ’s nachts als een kolom van vuur en overdag als een wolkkolom, die het volk afwisselend leidt en van de achtervolgende Egyptenaren afscheidt.

Maar van een andere kant bekeken, kun je ook zeggen: ‘De HERE ging voor hen uit, des daags in een wolkkolom om hen te leiden op de weg, en des nachts in een vuurkolom om hun voor te lichten, zodat zij dag en nacht konden voortgaan’ (13:21). De dualiteiten die we eerder zagen (zie Ex. 3; overdenking voor 20 februari) gaan verder.

Ten derde, welke middelen (zoals de wind) ook dienstbaar waren bij het splijten van de Rode Zee, de gebeurtenis wordt – net als de plagen – voorgesteld als wonderbaarlijk. Dit betekent dat we niet de gewone voorzienige ordening van alles zien (de regelmatigheid die wetenschap mogelijk maakt), maar het ingrijpen van God ten opzichte van de manier waarop Hij normaal de dingen doet (wat wonderen uniek maakt en daarom niet onderhevig aan wetenschappelijke analyse). Want een volk op het droge laten wandelen tussen muren van water (14:21-22) is iets dat de soevereine God van de schepping voor elkaar kan krijgen, maar niemand anders.


Eigen vertaling van de overdenking bij 3 maart uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 2 maart 2014

Maak vrienden met behulp van de onrechtvaardige Mammon (Lk. 16)


Exodus 13; Lukas 16; Job 31; 2 Korinthiërs 1
Lees je het gedeelte voor de eerste keer, dan lijkt de gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester met zijn onverwachte conclusie een van de vreemdste verhalen die Jezus vertelt (Lukas 16:1-9).

Een inefficiënte en verkwistende beheerder wordt bij de rijke eigenaar geroepen en krijgt te horen dat hij zal ontslagen worden. Hij moet de boeken afsluiten en mag zijn ontslagformulier ophalen.

Geweldig bezorgd over zijn toekomst vraagt de rentmeester zich af wat hij moet doen. Hij heeft niet de stevige fysiek die hem geschikt maakt voor handenarbeid, en hij wil zeker niet als werkeloze door het leven moeten.

Dus komt hij op de proppen met een totaal gewetenloos plan. Terwijl hij nog altijd legitiem gezag geniet over de goederen en rekeningen van de eigenaar, begint hij overeenkomsten te sluiten met de schuldenaars van zijn meester. Het is een zeer grote operatie en de sommen zijn enorm.

Voor schuldenaar na schuldenaar begint hij te snijden in het bedrag van hun schuld, in bepaalde gevallen tot vijftig procent. Zijn redenering is zeer eenvoudig. In een cultuur waarin een geschenk een verplichting creëert, erkent hij dat al deze mensen zich verplicht zullen voelen om hem te huisvesten wanneer hij zelf zonder job en inkomsten komt te zitten.

Met sommen als deze zal hij in staat zijn voor een zeer lange tijd beroep te doen op hun gastvrijheid. De meester zal het ongetwijfeld niet leuk gevonden hebben zo te worden opgelicht met zijn rekeningen, maar hij was verstandig genoeg om de schranderheid te erkennen die zijn rentmeester had getoond.

Dan komt de verrassende toepassing: ‘Want de kinderen dezer wereld gaan ten aanzien van hun geslacht met veel meer overleg te werk dan de kinderen des lichts. En Ik zeg u: Maakt u vrienden met behulp van de onrechtvaardige Mammon, opdat, wanneer deze u ontvalt, men u opneme in de eeuwige tenten’ (16:8-9). Wat betekent dit?

Het kan niet betekenen dat Jezus gewetenloze zakenmethodes verdedigt. Het punt is dat de rentmeester middelen gebruikt die onder zijn beheer staan (hoewel het eigenlijk niet werkelijk de zijne zijn) om zich voor te bereiden op zijn eigen toekomst.

Gebruiken de ‘kinderen van het licht’ de middelen die onder hun beheer vallen om hun eigen toekomst voor te bereiden? Wat is die toekomst? De gewiekste rentmeester wilde verwelkomd worden in de huizen van deze schuldenaars; de kinderen van het licht moeten verwelkomd worden ‘in de eeuwige tenten’ (16:9).

Moeten we dus niet zwaar investeren in de hemel, terwijl we daar schatten verzamelen? Als dit betekent dat we geld spenderen voor de juiste dingen, dan zij dat zo: wanneer het allemaal op is, dan hebben we nog steeds een eeuwige woonplaats in het vooruitzicht.

De idee is niet dat we de hemel kunnen kopen, maar dat het onvoorstelbaar onverantwoordelijk is om niet vooraf te plannen voor ons thuis, wanneer zelfs de kinderen van deze wereld genoeg weten om voorbereidselen te treffen voor hun toekomstige woningen.

Begrijpelijkerwijs schrapen de daaropvolgende verzen (16:10-15) de glans weg van bezittingen ten gunste van wat God zeer hoog acht.


Eigen vertaling van de overdenking bij 2 maart uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 1 maart 2014

Het belang van het Pascha kan niet worden overschat (Ex. 12)

Exodus 12:21-51; Lukas 15; Job 30; 1 Korinthiërs 16
Het Pascha was niet alleen de climax van de tien plagen, het was ook het begin van de natie. Ongetwijfeld had Farao het wel gehad met Mozes; God had het gehad met Farao. Deze laatste plaag veegde de eerstgeborenen van het land weg, het symbool van kracht, de trots en hoop van de natie.

Terzelfder tijd bepaalde God het zo dat Hij meteen de gelegenheid kreeg om de Israëlieten enkele belangrijke aanschouwelijke lessen te leren. Wanneer de verderfengel het land moest doortrekken, welk principe zou dan de huizen die door de dood werden getroffen, onderscheiden van die waar iedereen overleefde?

God draagt de Israëlieten op om in huizen bijeen te komen, waarbij elk huis voldoende mensen samenbrengt om een volledig eenjarig lam te eten. Zorgvuldig wordt geïnstrueerd hoe de maaltijd moet worden bereid. De vreemdste van deze instructies is dat een klodder bloed aan de bovendorpel en aan beide deurposten moet worden gestreken; ‘en wanneer Ik het bloed zie, dan ga Ik u voorbij’ (Ex. 12:13).

Het punt wordt herhaald: ‘En de HERE zal Egypte doortrekken om het te slaan; wanneer Hij dan het bloed aan de bovendorpel en aan de beide deurposten ziet, dan zal de HERE die deur voorbijgaan en de verderver niet toelaten in uw huizen te komen om te slaan’ (12:23).

Omwille van het bloed zou de Here hen voorbijgaan (Eng.: ‘pass over’), zo was het Pascha (Eng.: ‘Passover’) geboren.

Het belang van deze gebeurtenis kan niet worden overschat. Het duidde niet alleen de bevrijding aan van de Israëlieten uit de slavernij, maar ook het aanbreken van een nieuw verbond met hun Verlosser.

Tegelijk vormt het een beeld: schuldige mensen zien de dood voor ogen, en de enige manier om te ontsnappen aan die straf is als een lam sterft in de plaats van hen die ter dood zijn veroordeeld. De kalender verandert om het belang van dit keerpunt aan te duiden (12:2-3), en aan de Israëlieten wordt opgedragen om dit feest voor altijd te herdenken, vooral als een manier om kinderen – nu nog ongeboren - te leren wat God deed voor deze prille natie, en hoe hun eigen eerstgeboren zonen gespaard bleven in de nacht dat God hen verloste (12:24-27).

Anderhalf millennium later herinnert Paulus gelovigen in Korinthe eraan dat Christus Jezus, ons Paaslam, geslacht werd voor ons, terwijl Hij een nieuw verbond inluidde (1 Kor. 5:7; 11:25).

In de nacht waarin Hij werd verraden nam Jezus brood en wijn en Hij stelde een nieuw herdenkingsritueel in – en dit vond plaats op het Pascha, alsof dit nieuwe ritueel het oude verbindt met dit waarnaar het verwijst: de dood van Christus. De kalender veranderde opnieuw; een nieuwe en culminerende bevrijding werd bereikt. God gaat nog steeds voorbij aan hen die worden beveiligd door het bloed.


Eigen vertaling van de overdenking bij 1 maart uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 28 februari 2014

Achter de schermen werkt Gods krachtige hand (Ex. 11-12)


Exodus 11:1-12:20; Lukas 14; Job 29; 1 Korinthiërs 15
De verpletterende plagen kenden hun door God bepaalde verloop. Herhaaldelijk verhardde Farao zijn hart; maar hoe schuldig deze man ook was, toch werkte God soeverein achter de schermen, eigenlijk tot waarschuwing van Farao en met de impliciete uitnodiging tot bekering.

Zo had God via Mozes al tot Farao gezegd: ‘doch hierom laat Ik u bestaan, om u mijn kracht te tonen, opdat men mijn naam verkondige op de gehele aarde. Nog steeds verzet gij u tegen mijn volk, zodat gij het niet laat gaan’ (9:16-17). Maar nu zakt Farao’s geduld als een pudding ineen. Hij waarschuwt Mozes niet meer aan het hof te verschijnen: ‘ten dage, dat gij mijn aangezicht ziet, zult gij sterven’ (10:28).

Zo wordt het toneel voorbereid voor de laatste plaag, de grootste en ergste van allemaal. Na de vorige negen rampen zou je denken dat Mozes’ beschrijving van wat zou gebeuren (Ex.11) Farao tot terughoudendheid zou aanzetten. Maar hij weigert te luisteren (11:9); en dit alles gebeurt, zegt God, ‘opdat mijn wonderen in het land Egypte talrijk worden’ (11:9).

In Exodus 11-12 vind je nog maar eens een bijna toevallige beschrijving van Gods soevereine voorzienigheid. Exodus 11 verhaalt ons, bijna tussen haakjes, dat ‘de HERE bewerkte, dat de Egyptenaren het volk gunstig gezind waren’ (11:3). Dit wordt in Exodus 12 gevolgd door de beschrijving van de Egyptenaren die de Israëlieten aanspoorden het land te verlaten (12:33).

Je kunt de redenering begrijpen: hoeveel meer plagen als die laatste konden ze nog doorstaan? Tegelijk vragen de Israëlieten om kleding en zilver en goud. ‘En de HERE bewerkte, dat de Egyptenaren het volk gunstig gezind waren, zodat zij hun verzoek inwilligden. Zo beroofden zij de Egyptenaren’ (12:36).

Psychologisch gezien is het al te makkelijk om na de gebeurtenissen met verklaringen te komen over dit alles. Bovenop de vrees die de Israëlieten nu opriepen onder de Egyptenaren, speelde misschien ook schuldgevoel een rol: wie weet? ‘We zijn hen iets verschuldigd’. Natuurlijk had je psychologisch gezien ook een heel ander scenario kunnen uitdokteren: in een bui van razernij hadden de Egyptenaren het volk kunnen uitmoorden wiens leider en God dergelijke verwoestende slachtpartij onder hen had veroorzaakt.

In werkelijkheid echter is de ultieme reden waarom de dingen op deze manier uitdraaien te vinden in de krachtige hand van God: de Heer zelf zorgde ervoor dat de Egyptenaren het volk gunstig gezind waren.

Dit is het element dat vaak over het hoofd wordt gezien door sociologen en anderen die alles binnen de cultuur bezien als een gesloten systeem. Ze vergeten dat God kan ingrijpen en de harten en geesten van mensen kan veranderen.

Een indrukwekkende opwekking die de waardensystemen van het Westen transformeert is nu vrijwel onvoorstelbaar voor hen die uitgaan van gesloten systemen. Maar als God in genade ingrijpt en het volk ‘gunstig gezind’ doet staan tegenover de prediking van het evangelie …


Eigen vertaling van de overdenking bij 28 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 27 februari 2014

Als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen (Lk. 13)


Exodus 10; Lukas 13; Job 28; 1 Korinthiërs 14
Pilatus was een zwak en slecht mens. Het verslag in Lukas 13:1-5 is dus volkomen geloofwaardig. De details mogen onduidelijk zijn, het algemene beeld is duidelijk genoeg. Sommige Galileeërs hadden offers gebracht: als ze Joden waren, dan moeten ze dit gedaan hebben in de tempel van Jeruzalem.

Misschien waren ze betrokken bij een vleugel van de nationalistische Zelotenbeweging of werden ze als dusdanig beschouwd, en Pilatus zag hen als een bedreiging. Hij liet hen ombrengen en hun bloed vermengen met het bloed van de offerdieren die ze zelf hadden gebracht. Als het mengen van het bloed letterlijk moet worden genomen, dan betekent dit dat Pilatus hen liet afslachten in de tempel – heiligschennis vermengd met een bloedbad.

Wanneer dit voorval aan Jezus wordt voorgelegd om zijn commentaar te horen, slaat hij een richting in die zijn gesprekspartners moet hebben verbaasd. Misschien verwachtten sommigen dat Hij Pilatus zou veroordelen; misschien wilden anderen dat Hij commentaar zou leveren op de Zelotenbeweging; enkelen hoopten mogelijk dat Hij wat spottende aanklachten zou uiten over deze rebellen die hun verdiende loon kregen.

Jezus slaat geen van deze paden in. ‘Meent gij, dat deze Galileeërs groter zondaars waren dan alle andere Galileeërs, omdat zij dit lot hebben ondergaan? Neen, zeg Ik u, maar als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen’ (13:2-3).

Het punt dat Hij maakte kon makkelijk verloren gaan in de politieke gevoeligheden van deze tragedie, dus verwijst Jezus meteen naar een andere ramp, deze keer zonder Galileeërs, Pilatus, de tempel, offerandes en vermengd bloed. Achttien mensen stierven toen een toren instortte. Jezus stelt dat zij niet schuldiger waren dan gelijk wie in Jeruzalem. Eerder moet dezelfde les worden geleerd: ‘als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen’ (13:5).

Jezus’ verrassende analyse is slechts zinvol als drie dingen waar zijn:

(a) Elk van ons verdient het om om te komen. Als we gespaard blijven, dan is dit een genadebewijs. Wat ons wel zou moeten verwonderen is dat zo velen van ons zo lang gespaard blijven.

(b) De dood overkomt ons allen. Onze wereld betoogt vaak dat de ergste ramp die je kan treffen is als je jong sterft. Maar dit is niet zo. De echte ramp is dat we allemaal onder die doodstraf vallen, en we allemaal sterven. De leeftijd waarop we sterven is alleen relatief beter of slechter.

(c) De dood heeft het laatste woord over ons allen – tenzij we ons bekeren, en dat is het enige dat ons over de dood heen tot het leven leidt van het aangebroken koninkrijk.

Heb je gehoord van de miljoenen die afgeslacht zijn onder Pol Pot? Heb je gehoord van de wreedaardige slachtpartij in zuidelijk Soedan? Heb je de massagraven in Bosnië gezien? Of de beelden van het moeras in Florida waar Valujet Vlucht 592 neerstortte? Ik vertel u de waarheid: als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 27 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 26 februari 2014

'Ook als iemand overvloed heeft, behoort zijn leven niet tot zijn bezit' (Lk. 12)


Exodus 9; Lukas 12; Job 27; 1 Korinthiërs 13
Misschien zag je al eens de bumpersticker: ‘Wie de meeste speeltjes heeft wint’. Wint wat? De persoon met de meeste speeltjes neemt uit dit leven exact hetzelfde mee als ieder ander. Een miljard jaren of zo verder in de eeuwigheid, zal het niet al te belangrijk meer blijken hoeveel speeltjes we verzamelden tijdens onze zeventig jaren in dit leven.

Maar in een materialistische cultuur is het schrikwekkend als je begint te zien hoe diep ingesleten hebzucht is, hoe het binnensluipt in allerlei prioriteiten en relaties. In Lukas 12:13-21 wordt Jezus geconfronteerd met iemand die Hem smeekt, ‘Meester, zeg tot mijn broeder, dat hij de erfenis met mij dele’.

We weten niet of die persoon een rechtmatige aanspraak maakte of niet. Vanuit Jezus’ perspectief deed het er ook niet toe, want er stond een meer fundamentele kwestie op het spel. Voor die persoon was een gedeelte van de erfenis belangrijker dan een godsvruchtige relatie met zijn broer.

Niet alleen stelt Jezus dat Hij niet is gekomen om scheidsrechter te zijn in dergelijke minder belangrijke zaken (12:14), maar Hij waarschuwt ook ‘Ziet toe, dat gij u wacht voor alle hebzucht, want ook als iemand overvloed heeft, behoort zijn leven niet tot zijn bezit’ (12:15). Misschien dat de persoon met de meeste speeltjes dan uiteindelijk toch niet wint.

Dit gaat vooraf aan de gelijkenis van de rijke boer wiens groeiende graanvoorraden hem aanzetten om steeds grotere schuren te bouwen (12:16-20). In onze cultuur kunnen we makkelijk boer vervangen door bouwondernemer of softwareproducent of immomakelaar.

In een cultuur die zich blindstaart op de huidige bezittingen, is het voor gelovigen bedroevend gemakkelijk om in dezelfde draaikolk van hebzucht te worden meegezogen. Wat begint als een volkomen gepaste toewijding om je best te doen voor de zaak van Christus, kan ontaarden in een egoïstische concurrentiestrijd en een mateloze consumptiedrang.

Je bent druk met het plannen van je pensioen; want uiteindelijk, zo bedenk je bij jezelf, heb je ‘vele goederen liggen, opgetast voor vele jaren’ (12:19). Omdat iedereen je vertelt hoe goed je er wel voor staat, hoor je de stem van God niet: ‘Gij dwaas, in deze eigen nacht wordt uw ziel van u afgeëist en wat gij gereedgemaakt hebt, voor wie zal het zijn?’ (12:20).

Het probleem is niet de rijkdom zelf. De Bijbel getuigt van een aantal rijke mensen die hun rijkdom voor God gebruikten, mensen die niet zo vastzaten aan hun rijkdom dat die een surrogaat-God werd.

Maar je zou aarzelen om dit feit te vermelden, omdat de meesten onder ons er zo goed in zijn onszelf te misleiden dat we onvermijdelijk denken dat deze toegeving ons buiten schot zet. Anderen zijn hebzuchtig of gierig; ikzelf werk hard en ben zuinig. Anderen zijn materialistisch en gericht op genot; ik ben realistisch en geloof dat een vrolijk hart de genezing bevordert. Dus denk na over Lukas 12:21.


Eigen vertaling van de overdenking bij 26 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 25 februari 2014

Een halve bekering levert niets goeds op (Lk. 11)


Exodus 8; Lukas 11; Job 25-26; 1 Korinthiërs 12

Een van de meest treffende beelden van wat je een ‘gedeeltelijke bekering’ zou kunnen noemen, vinden we in Lukas 11:24-26. Jezus leert dat wanneer een boze geest van iemand is uitgevaren, die ‘door dorre plaatsen’ gaat ‘om rust te zoeken’ die hij niet vindt – schijnbaar op zoek naar een nieuwe persoon om verblijf in te houden.

Dan overweegt de geest een terugkeer naar zijn vorige verblijfplaats. Bij verkenning blijkt de vroegere verblijfplaats verrassend vacant. De geest verzamelt zeven kompanen die zelfs nog boosaardiger zijn dan hij ‘en zij komen binnen en wonen daar. En het wordt met dien mens in het einde erger dan in het begin’.
Het lijkt erop dat de man bij wie de boze geest werd uitgeworpen, deze geest nooit verving door iets anders. De Heilige Geest nam geen intrek in zijn leven; de man bleef als het ware beschikbaar.

We moeten hier drie lessen uit leren.

Ten eerste komen ‘gedeeltelijke bekeringen’ al te vaak voor. Iemand wordt gedeeltelijk gereinigd. Hij of zij komt net dicht genoeg bij het evangelie en bij het volk van God om een bepaald afwenden van goddeloosheid te krijgen, een beginnend enthousiasme voor heiligheid, een aantrekking tot gerechtigheid.

Maar zoals de persoon die wordt voorgesteld door de rotsachtige bodem in de gelijkenis van de zaaier en de bodems (8:4-15), kan deze persoon aanvankelijk wel de top van de oogst lijken, maar toch niet volhouden. Er is nooit het soort bekering geweest dat de overname aantoont van een individu door de levende God, een heroriëntatie die verbonden is met oprechte bekering en volhardend geloof.

De tweede les volgt: een klein evangelie is een gevaarlijk ding. Het zorgt ervoor dat mensen goed van zichzelf denken, dat ze een zucht van opluchting slaken dat de vreselijkste kwaden zijn verdwenen, dat ze een fijn gevoel krijgen ergens bij te horen. Maar als een persoon niet werkelijk is gerechtvaardigd, wedergeboren en overgebracht van het koninkrijk van de duisternis naar het koninkrijk van de Zoon van Gods liefde, dan kan deze scheut religie weinig meer zijn dan een inenting tegen het ware.

De derde les is een afgeleide. Dit gedeelte is thematisch verbonden met een andere grote lijn in de Schrift. Het kwaad kan nooit eenvoudigweg worden weerstaan – dit wil zeggen: het is nooit genoeg om het boze simpelweg te bevechten, om een demon uit te werpen. Het boze moet vervangen worden door het goede, de boze geest door de Heilige Geest. We moeten ‘het kwade door het goede’ overwinnen (Rom. 12:21).

Het is bijvoorbeeld moeilijk om bitterheid tegenover iemand te overwinnen door het eenvoudige voornemen op te houden met bitter zijn; je moet de bitterheid vervangen door oprechte vergeving en liefde voor die persoon.

Het is moeilijk om begeerte te overwinnen door het eenvoudige voornemen niet meer zo materialistisch te zijn; je moet je affecties richten op een betere schat (vgl. Lukas 12:13-21) en leren om op een wonderlijke en zelfopofferende manier vrijgevig te zijn. Overwin het kwade door het goede.


Eigen vertaling van de overdenking bij 25 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 24 februari 2014

What if trials of this life are Your mercies in disguise



Laura Story: 'Blessings'


We pray for blessings
We pray for peace
Comfort for family, protection while we sleep
We pray for healing, for prosperity
We pray for Your mighty hand to ease our suffering
All the while, You hear each spoken need
Yet love is way too much to give us lesser things
(Chorus)
'Cause what if your blessings come through raindrops
What if Your healing comes through tears
What if the thousand sleepless nights are what it takes to know You're near
What if trials of this life are Your mercies in disguise
We pray for wisdom
Your voice to hear
We cry in anger when we cannot feel You near
We doubt your goodness, we doubt your love
As if every promise from Your Word is not enough
And all the while, You hear each desperate plea
And long that we'd have faith to believe
Chorus
When friends betray us
When darkness seems to win
We know the pain reminds this heart
That this is not, this is not our home
Chorus
What if my greatest disappointments
Or the aching of this life
Is the revealing of a greater thirst this world can't satisfy
What if trials of this life
The rain, the storms, the hardest nights
Are your mercies in disguise

Verheug je dat je naam in de hemel opgetekend is (Lk. 10)


Exodus 7; Lukas 10; Job 24; 1 Korinthiërs 11

Van Dr. Martyn Lloyd-Jones, een van de meest invloedrijke predikers van de twintigste eeuw, wordt het volgende verhaal verteld. Toen hij stervende was aan kanker vroeg een van zijn vrienden en voormalig medewerkers hem daaromtrent eigenlijk: ‘Hoe doe je het om dit te kunnen doorstaan?

Je was gewoon om diverse keren per week te prediken. Je hebt belangrijke christelijke organisaties opgestart; je invloed is nog toegenomen via geluidsopnames en boeken tot christenen op de vijf continenten. En nu ben je aan de zijlijn gezet.

Je bent beperkt tot stil zitten, soms nog in staat tot een klein beetje editeerwerk. Ik vraag dus niet zozeer hoe je de ziekte zelf doorkomt. Eerder hoe je omgaat met de stress van uit roulatie te zijn?’

Lloyd-Jones antwoordde met de woorden van Lukas 10: ‘Verheug je er echter niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is’ (10:20 – hoewel Lloyd-Jones natuurlijk de King James Version zou geciteerd hebben).

Het citaat was opmerkelijk relevant. De discipelen waren net teruggekeerd van een trainingsopdracht, en verwonderen zich over wat ze meemaakten: ‘zelfs de demonen onderwerpen zich aan ons bij het horen van uw naam’ (10:17).

Aan de ene kant moedigt Jezus hen aan. Hij verzekert hen dat (in een bepaalde visionaire ervaring?) Hij satan als een lichtflits uit de hemel zag vallen (10:18).

Blijkbaar verstaat Jezus deze trainingsopdracht door zijn discipelen als een teken, een tussenstap, van satans omverwerping, in principe verwezenlijkt aan het kruis (vgl. Opb. 12:9-12). Hij vertelt zijn discipelen dat ze nog getuige zullen zijn van verbazingwekkender dingen dan deze (Lukas 10:18-19).

‘Echter’, voegt hij er aan toe (en dan komen de woorden geciteerd door Lloyd-Jones), ‘verheug je er [… ] niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is’ (10:20).

Het is zo makkelijk om verheugd te zijn over succes. Onze eigen identiteit kan verweven geraken met de vrucht op ons dienstwerk. Dit is natuurlijk gevaarlijk wanneer het succes taant – maar dit is niet het probleem hier. De dingen konden niet beter gaan voor Jezus’ discipelen. En het gevaar is dan natuurlijk, dat het niet God is die wordt aanbeden. Onze eigen wonderlijke aanvaarding door God zelf is niet langer wat ons raakt, maar ons eigen schijnbare succes.

Dit was de zonde van heel wat ‘succesvolle’ voorgangers, en niet minder van ‘succesvolle’ leken. Terwijl ze fier waren op hun eigen orthodoxie en ze een waardevol werk toevertrouwd kregen, zijn ze heimelijk iets anders beginnen verafgoden: succes. Weinig valse goden zijn zo bedrieglijk.

Wanneer we geconfronteerd worden met dergelijke verzoekingen, is het van het grootste belang ons te verheugen omwille van de beste redenen – en er is geen betere dan dat onze zonden zijn vergeven, en dat door Gods eigen genadige initiatief onze namen werden opgeschreven in de hemel.


Eigen vertaling van de overdenking bij 24 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 23 februari 2014

'Want wie onder u allen de minste is, die is groot' (Lk. 9)


Exodus 6; Lukas 9; Job 23; 1 Korinthiërs 10
Een van de taken die je wachten als je de canonieke evangeliën zorgvuldig wilt lezen, is te zien hoe de verschillende delen verband houden. Vluchtige lezers herinneren zich individuele verhalen over Jezus van in hun zondagschooltijd, maar ze staan niet altijd stil bij de verbanden die deze verhalen tot een volledig evangelie smeden.

Bovendien schikte de ene evangelieschrijver zijn materiaal niet op exact dezelfde manier als de andere, dus gaat de specifieke geur van elk evangelie vaak verloren, tenzij we de onderscheiden verbanden goed overwegen.

Een leerzaam voorbeeld vinden we in Lukas 9:49-50. De voorafgaande verzen (9:46-48) beschrijven hoe Jezus’ discipelen discussiëren over wie van hen de grootste zou zijn (wellicht in het dan gevestigde koninkrijk). Jezus, die hun gedachten kent, leert hen een pijnlijke les, terwijl Hij een klein kind gebruikt om zijn punt duidelijk te maken.

Belangrijke mensen vleien vaak bij nog belangrijker mensen. Wie Jezus volgen verwelkomen de minst machtigen uit de maatschappij – de kleine kinderen. Wat Jezus vraagt is een blik die fundamenteel verschilt van die van de wereld: ‘Want wie onder u allen de minste is, die is groot’ (9:48 [of: ‘is werkelijk groot’, NBV]).

Het is op dit punt dat 9:49-50 om de hoek komt kijken. Johannes legt uit dat hij en de anderen een man demonen zagen uitdrijven in Jezus’ naam, ‘en wij wilden het hem beletten, omdat hij niet met ons U volgt’. Jezus verbiedt hen op die manier te handelen ‘want wie niet tegen u is, is vóór u’.

Op het eerste gezicht verschilt het onderwerp een beetje van de voorgaande verzen. Maar dan ook misschien weer niet: de verbanden vergen een zorgvuldige afweging. Johannes’ klachten klinken niet langer als godvrezende zorg voor orthodoxie, maar meer als machtshongerig gejammer dat zich er drukker over maakt of degenen die prediken en genezen wel tot de juiste strekking behoren, dan over de voortgang van de missie zelf.

Dus is dit op een wat meelijwekkende manier verbonden met het debat over wie nu de grootste is. Een hoge eigendunk zal onvermijdelijk een onstabiele basis blijken om de bediening van anderen met wijsheid te kunnen inschatten.

De daaropvolgende verzen (9:51-56) tonen ons Jezus in Samaria. Wanneer de Samaritanen ongastvrij blijken, zijn Jezus’ discipelen nogal bereidwillig om vuur over hen te laten neerdalen. Jezus wijst hen terecht. Aangezien deze verzen volgen op de al besproken thema’s, wordt het gedrag verklaard dat de discipelen hier vertonen.

Hun passie voor oordeel over de Samaritanen komt minder voort uit een goed verstaan van en toewijding aan Christus Jezus, dan uit een machtshongerige zelfgerichtheid.

De slotverzen van het hoofdstuk markeren hetzelfde contrast (9:57-62). De drie die het luidst tegenwerpen hoe ijverig ze Jezus zullen volgen, worden met beslistheid op hun plaats gezet: ze hebben de kost van het discipelschap niet berekend, en zo krijgen hun vrome protesten een lelijke ondertoon van eigenliefde.


Eigen vertaling van de overdenking bij 23 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 22 februari 2014

Een nieuwe familie op basis van gehoorzaamheid aan het woord (Lk. 8)


Exodus 5; Lukas 8; Job 22; 1 Korinthiërs 9
In Lukas 8:19-21 lees je: ‘Zijn moeder en broeders kwamen tot Hem en zij konden Hem niet bereiken vanwege de schare. Men boodschapte Hem: Uw moeder en uw broeders staan buiten en willen U zien’ - wellicht waren ze in de veronderstelling dat Jezus zich zelf een weg zou banen tot bij hen, of zijn autoriteit zou gebruiken om te zorgen dat zij vrije doorgang kregen. Tenslotte was dit toch een veel minder individualistische cultuur dan de onze, veel meer gericht op het gezin en de grotere familie.

Dit is wat Jezus’ antwoord nog verbazingwekkender maakt: ‘Mijn moeder en mijn broeders zijn dezen, die het woord Gods horen en doen’ (8:21). Vier dingen moeten hier worden gezegd.

Ten eerste is dit geen geïsoleerd gedeelte. Eens Jezus zijn publieke bediening aanvat, verraadt hij bij geen enkele gelegenheid, tot aan het kruis, nog maar de minste voorkeur voor zijn eigen familieleden, inclusief zijn moeder. Bij elke gelegenheid houdt Hij ofwel onopvallend afstand van hen (zoals hier en in 11:27-28), of wijst Hij hen vriendelijk terecht (bijv. in Joh. 2:1-11).

Er is geen uitzondering. Zij die beweren dat Maria een voetje voor heeft in de genegenheden en zegeningen die alleen Jezus kan schenken, kunnen dit niet op redelijke wijze staven vanuit deze teksten.

Ten tweede zijn de redenen voor Jezus’ handelswijze niet moeilijk te achterhalen. Ook buiten deze passage blijven de evangeliën onze aandacht vestigen op Jezus’ uniciteit. In de context van Lukas wordt de familieband overschaduwd door Jezus’ maagdelijke conceptie, die verbonden is met Jezus’ opdracht en met wie Hij is.

Te oordelen naar het boek Handelingen moest zelfs Jezus’ natuurlijke familie na de opstanding leren zien wie deze zoon en broer van hen werkelijk was, en ze werden deel van de christelijke gemeenschap die Hem aanbad.

Ten derde suggereert dit op geen enkel ogenblik dat Jezus hard was voor de gevoelens van zijn familie. Een van de meest treffende momenten in het evangelie van Johannes schildert Jezus aan het kruis, terwijl Hij bijna met zijn laatste ademtocht voorziet in de zorg en stabiliteit die nodig is voor zijn radeloze moeder (Joh. 19:26-27).

Ten vierde mag de kracht van dit gedeelte ons niet ontgaan: Jezus stelt dat degenen die Hem het meest na staan, degenen die Hij ‘bezit’ als de zijnen, degenen die vlot toegang tot Hem hebben, degenen die deel uitmaken van zijn echte familie, voortaan niet zijn natuurlijke verwanten zijn, maar ‘dezen, die het woord Gods horen en doen’ (8:21).

Anders dan veel heersers, toont Jezus geen interesse in een natuurlijke dynastie. Ook lag zijn ultieme focus niet op zijn stam, geslacht of gezin. Hij kwam om het gezin van God tot blijvend leven te roepen – en zij worden gekenmerkt door het gehoorzaam luisteren naar Gods woord.


Eigen vertaling van de overdenking bij 22 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 21 februari 2014

'Ik zal het hart van Farao verharden' (Ex. 4)

Exodus 4; Lukas 7; Job 21; 1 Korinthiërs 8
In Exodus 4 leiden twee elementen complexe ontwikkelingen in die vooruitgrijpen naar de rest van de Bijbel.

De eerste is de reden die God geeft over waarom Farao niet zal onder de indruk zijn van de wonderen die Mozes doet.

God verklaart: ‘Ik zal zijn hart verharden, zodat hij het volk niet zal laten gaan’ (4:21). In de loop van de daaropvolgende hoofdstukken varieert de vorm van de uitdrukking: niet alleen ‘Ik zal het hart van Farao verstokken’ (7:3), maar ook ‘het hart van Farao verhardde’ of ‘was hard’ (7:13, 22; 8:19 enz.) en ‘liet hij zijn hart niet vermurwen’ (8:15, 32 enz.). Een eenvoudig patroon valt in deze verwijzingen niet te herkennen.

Aan de ene kant kunnen we niet zeggen dat het patroon opwaarts gaat van ‘Farao verhardde zijn hart’ tot ‘Farao’s hart werd verhard’ tot ‘God verhardde Farao’s hart’ (alsof Gods verharden niets meer zou zijn dan de goddelijke oordelende bevestiging van een patroon dat de man voor zichzelf gekozen had); aan de andere kant kunnen we niet zeggen dat het patroon gewoon neerwaarts gaat van ‘God verhardde Farao’s hart’ tot ‘Farao’s hart werd verhard’ tot ‘Farao verhardde zijn hart’ (alsof Farao’s zelfopgelegde verharding niets meer was dan het onvermijdelijke gevolg van de Goddelijke verordening).

Drie opmerkingen kunnen wat licht werpen op deze teksten.

(a) Gezien de Bijbelse verhaallijn tot hiertoe, neemt men aan dat Farao al een zeer slecht persoon is. Meer bepaald heeft hij Gods verbondsvolk tot slaven gemaakt. God heeft geen moreel neutraal man verhard; Hij heeft oordeel uitgesproken over een slecht mens. De hel zelf is een plaats waar bekering niet langer mogelijk is. Gods verharden heeft het effect die straf wat vroeger op te leggen dan gewoonlijk.

(b) In alle menselijke daden is God nooit compleet passief: dit is een theïstisch universum, in die mate dat ‘God verhardde Farao’s hart’ en ‘Farao verhardde zijn eigen hart’, bij lange na geen tegengestelde verklaringen zijn, maar onderling aanvullende.

(c) Dit is niet het enige Schriftgedeelte waar dit soort dingen gezegd wordt. Kijk bijvoorbeeld naar 1 Koningen 22, Ezechiël 14:9, en bovenal naar 2 Tessalonicenzen 2:11-12: ‘En daarom zendt God hun een dwaling, die bewerkt, dat zij de leugen geloven, opdat allen worden geoordeeld, die de waarheid niet geloofd hebben, doch een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid’.

Het tweede vooruitgrijpende element is de ‘zoon’-terminologie: ‘Israël is mijn eerstgeboren zoon; daarom zeg Ik u: laat mijn zoon gaan, opdat hij Mij diene; zoudt gij echter weigeren hem te laten gaan, dan zal Ik uw eerstgeboren zoon doden’ (Ex. 4:22-23).

Deze eerste verwijzing naar Israël als de zoon van God ontwikkelt verder naar een pulserende typologie die de Davidische koning omarmt als de zoon bij uitstek, de zoon ‘par excellence’, en uiteindelijk resulteert in Jezus, de ultieme Zoon van God, het ware Israël en de messiaanse Koning.


Eigen vertaling van de overdenking bij 21 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.