maandag 14 april 2014

'‘Verontreinigt u niet door dit alles' (Lev. 18)


Leviticus 18; Psalm 22; Prediker 1; 1 Timotheüs 3
Het begin van de zogenaamde ‘heiligheidswetten’ (Lev. 18) is bijzonder interessant. We moeten op minstens vier dingen letten:

(1) Alleen maar omdat dit de eerste keer is dat sommige verboden in de Bijbel worden vermeld betekent daarom nog niet noodzakelijk dat het ook de eerste keer is dat iemand eraan dacht, of de praktijk in kwestie verbood. Voor moord werkelijk als dusdanig wordt verboden, begaat Kaïn een moord en wordt hij ervoor veroordeeld en gestraft.

Hetzelfde geldt voor veel daden die in de Wet van Mozes worden behandeld. Veel van Gods Wet staat geschreven op het menselijk geweten, zodat samenlevingen zonder de Schrift toch morele structuren oprichten, die - hoezeer ze ook mogen verschillen van de waarden van de Schrift – toch ook op belangrijke en onthullende manieren met de Schrift overlappen.

Over veel van wat hier wordt opgesomd aan verboden op het vlak van seksueel gedrag fronste men toen ongetwijfeld ook al de wenkbrauwen; maar nu wordt het verbod ervan in wetten gegoten.

(2) Zoals gebruikelijk zijn de geboden in dit hoofdstuk verbonden met de persoon en het karakter van God (18:2-4, 21, 30), de uittocht (18:3) en de sancties van het verbond (18:29).

(3) Veel van de verboden in dit hoofdstuk stellen grenzen in seksuele relaties: een man mag geen seksuele betrekkingen hebben met zijn moeder of stiefmoeder, zuster of halfzuster, kleindochter, tante, schoondochter, schoonzus enz. Homoseksualiteit is ‘een gruwel’ (18:22); bestialiteit ‘schandelijke ontucht’ (18:23).

Verbonden met deze lijst is het verbod om een van je kinderen te offeren aan de vreselijke God Moloch, die eiste dat enkelen verbrand werden als offer (18:21); misschien is het gemeenschappelijke punt de integriteit [of veiligheid] van de familie.

Een ander treffend element in dit hoofdstuk is het feit dat de perversiteiten verboden worden in Israël zodat deze jonge natie niet even ontuchtig wordt als de naties van wie ze in de plaats komt – opdat ze niet in dezelfde richting evolueert en wordt uitgespuwd door het land (18:24-30). De schaduw van de ballingschap is al aan de horizon zichtbaar, zelfs nog voor het volk het land is binnengetrokken.

(4) Intrigerend genoeg wordt Leviticus 18:5 geciteerd in Romeinen 10:5 en Galaten 3:10. Het algemene punt in de twee gedeeltes is hetzelfde. De ‘Wet’, d.i. het verbond van de wet, is gegrond in eisen: houd je aan Gods geboden en wetten en leef. Dit betekent niet dat geloof niet is vereist, en nog minder dat het verbond van het Oude Testament niet gekenmerkt wordt door genade (meest nog in het offersysteem, zodat zij die het verbond overtraden toch uitzicht hadden op een weg terug).

Maar de kern ervan is eisend. In tegenstelling daarmee wordt de kern van het Nieuwe Verbond, zoals het verbond met Abraham, vooral gekarakteriseerd door geloof (wat ook de eisen ervan zijn). Hoezeer er ook overlappingen mogen zijn, de onderscheidende kern van de twee verbonden mag niet worden verward.


Eigen vertaling van de overdenking bij 14 april uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten