dinsdag 27 maart 2012

'Laat hen één zijn' (Joh. 17)


Exodus 38, Johannes 17, Spreuken 14, Filippenzen 1

Johannes 17 wordt voortdurend geciteerd in oecumenische kringen. Jezus bidt: ‘voor allen die door hun verkondiging in mij geloven. Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u (…) opdat de wereld gelooft dat u mij hebt gezonden’ (17:20-21). Dit betekent dan dat door volledige steun aan de oecumenische beweging men de vervulling van Jezus’ gebed bewerkt.

Het is een belangrijk gebed. Maar merk op waar Hij nog voor bidt in dit hoofdstuk:

(1) Jezus bidt dat God zijn eerste discipelen zal bewaren voor ‘de boze’, in het bijzonder nu Hijzelf van het aards toneel wordt weggenomen (17:11, 15). Misschien denkt Hij in het bijzonder aan de vreselijke klappen die hun geloof zal krijgen wanneer hun Meester wordt gekruisigd en begraven.

(2) Jezus bidt dat zijn discipelen geheiligd zullen worden door de waarheid – goed begrijpend dat Gods woord waarheid is en dat het loutere doel van zijn eigen heiliging (d.w.z. Hij ‘heiligt’ zichzelf – zet zichzelf apart voor de heilige doeleinden van de Vader – door zijn Vader te gehoorzamen en naar het kruis te gaan) is, dat zij geheiligd zouden worden (17:17-18).

(3) Jezus bidt dat zowel deze eerste discipelen als zij die uiteindelijk door hun verkondiging zullen geloven, ‘in Ons’ zullen zijn (t.t.z.: ‘in’ de Vader en de Zoon), ‘opdat de wereld gelooft dat u mij hebt gezonden’ (17:21).

(4) Jezus verklaart dat Hij wil dat allen die de Vader Hem gaf, zullen zijn waar Hij is, en uiteindelijk zijn heerlijkheid zullen zien, de heerlijkheid die de Vader Hem gaf omdat Hij Hem liefhad ‘vóór de grondlegging der wereld’ (17:24). Daarenboven bidt Jezus natuurlijk dat zijn discipelen allen één zullen zijn. Het zou mooi zijn als allen die deze voorbede benadrukken dit niet minder zouden doen met de andere gebeden – of, evengoed, dat allen die, laten we zeggen, het tweede gebed in het bovenstaande lijstje benadrukken net zoveel het gebed voor eenheid zouden benadrukken.
De vraag die we ons echter moeten stellen, is of Jezus’ gebeden verhoord zijn. Verklaart Jezus niet elders dat Hij weet dat de Vader Hem altijd ‘verhoort’ (11:42)?

De Vader beschermde zeker allen van de eerste discipelen, uitgezonderd natuurlijk van Judas Iskariot, van wie Jezus in zijn gebed erkent dat hij ‘de zoon des verderfs’ (NBG)’ is, of ‘hij die verloren moest gaan’ (NBV) (17:12).

De andere gebeden zijn evenzeer verhoord en zullen finaal verhoord worden bij de voltooiing van alle dingen. Dit geldt ook voor Jezus’ gebed voor eenheid: ware christenen geven blijk van een diepgaande eenheid, een ware eenheid, ongeacht hiërarchische structuren en vaak ondanks oecumenische initiatieven, in antwoord op Jezus’ gebed. Dit trekt vaak anderen tot het Evangelie. We moeten hongeren naar en streven voor de vervulling van al Jezus’ gebeden.


Eigen vertaling van de overdenking bij 27 maart uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org

Geen opmerkingen:

Een reactie posten