vrijdag 22 februari 2013

'Hun, die zonder wet zijn, ben ik geworden als zonder wet' (1 Kor.9)


Exodus 5; Lukas 8; Job 22; 1 Korinthiërs 9
1 Korinthiërs 9:19-23 is een van de meest onthullende passages in het Nieuwe Testament met betrekking tot Paulus’ visie op de wet.

Aan de ene kant stelt Paulus dat hij als een Jood moet worden om onder de Joden te kunnen evangeliseren; of concreter gesteld, ‘hen die onder de wet staan’, moet hij worden als iemand die onder de wet staat, ‘hoewel persoonlijk niet onder de wet’ (9:20). Dus hoewel Paulus zichzelf zeker als een Jood ziet voor zover het om zijn afkomst gaat (zie bijvoorbeeld Rom. 9:3), ziet hij zichzelf op dit punt van zijn leven niet als onder het verbond van de wet. Wanneer hij zichzelf echter tot doel stelt zijn Joodse volksgenoten te winnen, wil hij elke onnodige reden tot aanstoot wegnemen, dus neemt hij de disciplines van reine (of koosjere) Joden aan; in die zin wordt hij als een Jood, als iemand onder de wet.

Aan de andere kant, wanneer hij zichzelf tot taak stelt te evangeliseren onder de heidenen, wordt hij ‘als zonder wet’. In het besef dat dit standpunt zou kunnen begrepen worden als gewoon maar wetteloosheid, voegt Paulus er in een terloopse zijsprong aan toe, dat dit niet betekent dat hij volkomen wetteloos is. Verre van; hij schrijft, ‘hoewel niet zonder de wet van God, want ik sta onder de wet van Christus’ (9:21).

Dus aan de ene kant is Paulus zelf niet onder de wet; aan de andere kant is hij niet vrij van Gods wet, maar is hij onder de wet van Christus. Wat betekent dit?

(a) De ‘wet’ waaronder Paulus zichzelf ziet, kan niet exact hetzelfde zijn als de Torah (de Pentateuch), of meer algemeen de eisen van God uit de Schriften van het Oude Testament. Het is waar, Paulus zegt elders dat ‘het houden van Gods geboden’ is wat echt telt (1 Kor. 7:19). Maar dit zijn niet gewoon maar de geboden die we vinden in het Oude Testament. Uiteindelijk staat er in de voorafgaande zin ‘(Want) besneden zijn betekent niets, en onbesneden zijn betekent niets, maar wèl het houden van Gods geboden’. De opmerkzame Jood zou antwoorden, ‘Maar de besnijdenis ìs ook een van zijn geboden’. Echter niet voor Paulus: Gods geboden houden of Gods wet gehoorzamen is voor hem niet hetzelfde als zich aan de wet van Mozes houden.

(b) Wat Paulus bindt en de grenzen bepaalt met betrekking tot zijn flexibiliteit wanneer hij ernaar streeft te evangeliseren onder zowel Joden als Grieken, is ‘de wet van Christus’ (9:21). Zijn stellingen hebben helemaal geen zin als ‘de wet van Christus’ volledig identiek is aan Gods wet zoals die wordt gevonden in de Torah. Hij moet plooien vanuit zijn ‘derden positie’ (de positie van de christen) om te worden als een Jood of als een christen.

(c) Wat het verband is tussen de Mozaïsche ‘wet van God' en de ‘wet van Christus’ is complex en we krijgen er een glimp van te zien, in Paulus, in Romeinen 3:21-26 (zie de overdenking voor 31 januari). Hier volstaat het op te merken dat het motief voor heel Paulus’ geweldige culturele flexibiliteit bestaat uit het verlangen ‘om er zoveel mogelijk te winnen’ (9:19), ‘om in elk geval enigen te redden’ (9:22).


Eigen vertaling van de overdenking bij 22 februari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten