maandag 6 februari 2012

Geloof midden de ellende (Gn.39)


Genesis 39, Markus 9, Job 5, Romeinen 9

Het is volkomen terecht Genesis 39 te lezen als een les in morele moed, een gevalsstudie van een Godvrezend man die goed beseft dat een aantrekkelijke verleiding in werkelijkheid een uitnodiging is om tegen God te zondigen (39:9). Daarom geeft hij meer om zijn reinheid dan om zijn vooruitzichten.

Niettemin moeten we Genesis 39 ook lezen in diverse bredere verbanden, telkens met belangrijke lessen ermee verbonden.

Ten eerste begint en eindigt dit hoofdstuk op een manier die zeer gelijklopend is. Die literaire ‘inclusie’ (insluiting) is een signaal dat de thema’s in het aanvangs- en slotgedeelte het hele hoofdstuk bepalen. In het begin wordt Jozef verkocht om voor Potifar te werken. God is zodanig bij hem dat hij na verloop van tijd de hoofdbediende wordt van dit aanzienlijk huishouden. We moeten niet denken dat dit gebeurde in een tijdspanne van twee weken; de chronologie suggereert dat acht of 10 jaren voorbijgingen. Gedurende die tijd moet Jozef de taal geleerd hebben en zich van onderaan de ladder opgewerkt hebben. Maar dit was allemaal verbonden met de zegen van God over Jozefs leven en met de daarmee verbonden integriteit van de Jozef. Op het eind van het hoofdstuk werd Jozef in de gevangenis geworpen nadat hij valselijk werd beschuldigd. Maar zelfs hier is God met hem en Hij schenkt hem goedgunstigheid in de ogen van de gevangenbewaarder. Na een tijd krijgt hij de leiding over de gevangenen. Zo toont het hoofdstuk in zijn geheel dat God soms kiest om ons te zegenen en ons tot integere mensen te maken temidden abominabele omstandigheden, eerder dan onze omstandigheden te veranderen.

Ten tweede dient Genesis 39 als een tegengewicht voor Genesis 38. Juda is een vrij en rijk man, maar wanneer zijn vrouw hem ontnomen wordt zal hij uiteindelijk zelfs met zijn schoondochter slapen. Hij handelt volgens een dubbele standaard en maakt zichzelf en zijn familie te schande. (Het feit dat hij aanvankelijk wil dat Thamar terechtgesteld wordt voor een zonde die hij ook zelf begaan heeft, toont dat het er hem minder om gaat de schuldige om principiële redenen te straffen dan wel om hen te straffen die betrapt worden.) Jozef is een slaaf maar onder de zegen van God bewaart hij zijn seksuele reinheid en integriteit. Wie is gelukkiger in de ogen van de wereld? Wie is gelukkiger in het licht van de eeuwigheid?

Ten derde is Genesis 39 onderdeel van de weg tot Jozefs verhoging tot het leiderschap over Egypte. Door de ellendige middelen beschreven in Genesis 37 en 39-40, wordt Jozef uiteindelijk een soort Eerste Minister van Egypte en redt hij velen van de hongerdood – ook zijn eigen uitgebreide familie, en zodoende ook de lijn van de Messias. Maar Jozef kon niet weten wat het uiteindelijke resultaat ging zijn toen hij door zijn lijden moest. Hij kende hoogstens de verhalen die sinds Abraham telkens werden doorgegeven en zijn eigen jeugddromen (Gen. 37). Maar Jozef wandelt door geloof en niet door aanschouwen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 6 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.

Bron afbeelding

zondag 5 februari 2012

Neem je kruis op (Mk. 8)

Genesis 38, Markus 8, Job 4, Romeinen 8

Toen ze ernaar gevraagd werden, beleden de discipelen wie Jezus is (Markus 8:27-30). Christus is het Grieks voor Messias, dat stamt uit het Hebreeuws. Deze belijdenis brengt een stroom van nieuwe openbaringen van de Heer Jezus in beweging (8:31-38). Nu leert Hij ‘dat de Zoon des mensen veel moest lijden en verworpen worden door de oudsten en de overpriesters en de schriftgeleerden, en gedood worden en na drie dagen opstaan’ (8:31). En Markus geeft aan dat Jezus dit woord ‘vrijuit’ sprak (8:32). Schijnbaar waren vroegere verklaringen rond dit onderwerp nog veel meer omfloerst.

Voor ons die aan deze zijde van het kruis leven is het wat makkelijker om een beetje zelfgenoegzaam naar Petrus’ reactie en vermaning van de Meester te kijken (8:32). Vanuit Petrus’ perspectief moest Jezus wel verkeerd zijn op dit punt. Want uiteindelijk worden messiassen toch niet omgebracht: ze winnen. En hoe kon een door God gezalfde Messias die wonderen deed als Jezus nu verliezen? Petrus had het bij het verkeerde eind, natuurlijk. En hij zat er goed naast. Want zelfs de discipelen hadden nog niet begrepen dat Jezus tegelijk de overwinnende Koning en de lijdende Knecht was.

Maar er zou nog meer volgen. Niet alleen benadrukte Jezus dat Hijzelf zou moeten lijden en sterven en weer zou opstaan, maar Hij beklemtoonde ook de opdracht voor elk van zijn volgelingen: zichzelf verloochenen zijn kruis opnemen en Hem volgen (8:34). Voor de eerste-eeuwse oren was dit ronduit schokkende taal. ‘Je kruis opnemen’ betekende niet iets als tandpijn doorstaan of jobverlies of een persoonlijke handicap. Kruisiging werd wereldwijd beschouwd als de meest barbaarse van alle Romeinse executievormen, waar je in welopgevoede kringen nauwelijks over sprak. De veroordeelde misdadiger ‘nam zijn kruis op’. Dit wil zeggen: hij nam de dwarsbalk van het kruis en droeg die naar de plaats van terechtstelling. Als het je lot was om je kruis op te nemen, dan was er geen hoop voor je. Het enige wat je nog kon verwachten was een schandelijke dood met ondraaglijke pijnen.

Maar dit is wel de taal die Jezus hier gebruikt. Want wat al zijn discipelen moeten leren is dat, wil je een volgeling van Jezus zijn, dit inhoudt dat je je eigenbelang op een pijnlijke manier aan de kant schuift en je hart toewijdt aan Jezus’ belangen. Maar Jezus’ onverbloemde taal is geen uitnodiging tot geestelijk masochisme, maar een uitnodiging tot leven en overvloed. Want het is een vaste regel van het koninkrijk dat zelfgerichtheid uitmondt in dood, terwijl ‘ieder, die zijn leven verliezen zal om Mijnentwil en om des evangelies wil’, het zal ‘behouden’ (8:35). Slechts voor een aantal zal deze toewijding ook het verlies van hun fysieke leven betekenen; voor ons allen betekent het wel dood aan onze zelf en discipelschap tegenover Jezus. En dit behelst ook een blijmoedige belijdenis van Jezus en een principiële weigering om ons voor Hem en zijn woorden te schamen in deze overspelige en zondige generatie (8:38).


Eigen vertaling van de overdenking bij 5 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.

Bron afbeelding (je vindt er een korte strip)


zaterdag 4 februari 2012

Nu beschikbaar: mp3's Desiring God Conference for Pastors 2012



Audio en video van de editie 2012 van de Desiring God Conference for Pastors is nu beschikbaar als download of om te streamen.

Het thema van dit jaar was 'God, Manhood & Ministry - building men for the body of Christ'.
Klik op de thema-link om de toespraken terug te vinden.

Sprekers dit jaar waren John Piper, Crawford Loritts, Darrin Patrick, Doug Wilson en Ramez Atallah.




Het Nieuwsblad over Ravi Zacharias in België

Het Nieuwsblad van 3 februari: Wereldberoemde Ravi Zacharias palmt nokvolle aula in


Bij het artikel in Het Nieuwsblad hoort ook een audiofile met een kort interview met Ravi Zacharias

Video: Ravi Zacharias in Leuven (31/1/2012)

Ravi Zacharias in Leuven from CityLife Leuven on Vimeo.


Toespraak van de Indisch-Amerikaanse filosoof en apologeet Dr. Ravi Zacharias over 'The Meaning of Life' van 31 januari 2012 jl. aan de KU Leuven.

Traditie: gehaat of geliefd - en waarom? (Mk. 7)

Genesis 37, Markus 7, Job 3, Romeinen 7

Veel mensen uit protestantse kring staan wantrouwig tegenover ‘tradities’. In de populaire polemieken hebben protestanten de rooms-katholieken vaak neergezet als mensen die de Bijbel omarmen plus tradities, terwijl we onszelf dan zien als eenvoudig vasthoudend aan de Bijbel. Diverse zaken vragen verduidelijking voor we goed kunnen verstaan wat Markus 7 ons leert over tradities.

De eerste is een historische opmerking. Er is heel sterk bewijs dat er in de rooms-katholieke kerk van voor de reformatie nog geen sprake was van het scherp omlijnde verschil zoals dit na de reformatie opdook. Zelfs toen de katholieke kerk op de proppen kwam met behoorlijk vernieuwende leerstellingen, deed ze verwoede pogingen om die leer toch op een bepaalde manier met de Schrift te verbinden, soms via een reeks gevolgtrekkingen. Maar geconfronteerd met het ‘Sola Scriptura’ (alleen de Schrift) van de reformatie, betoogde de katholieke kerk voor een visie op openbaring die benadrukte dat de waarheid aan de kerk zelf in bewaring was gegeven. Deel daarvan werd dan gevormd door het onderpand gevonden in de heilige Schrift zelf, en een ander deel lag in andere tradities die de kerk bewaakte en doorgaf. In dit soort formulering wordt traditie boven de Schrift gesteld als iets wat eraan wordt toegevoegd.

Dit brengt ons bij de tweede opmerking, een die de tekst van het Nieuwe Testament raakt. Hier vind je het woord ‘traditie’ (overlevering) of ‘tradities’ in ofwel positieve of negatieve zin gebruikt. Het woord ‘traditie’ verwijst eenvoudigweg naar dit wat overgeleverd wordt. Als dit wat wordt overgeleverd ‘apostolische leer’ is, dan zijn tradities een zeer goede zaak (bijv. 1 Kor. 11:2). Als dit wat wordt overgeleverd in tegenstelling staat met wat God zegt, dan zijn ‘tradities’ niet nuttig en zelfs gevaarlijk (zoals hier in Markus 7).

Dit onderscheid tussen verschillende soorten ‘traditie’ is niet hetzelfde zoals dit vandaag meestal gemaakt wordt. We onderscheiden tradities die in zichzelf neutraal zijn maar niettemin behulpzaam in het bouwen van gezinnen of gemeenschappen – familietradities of interessante culturele of kerkelijke tradities – en daarnaast de tradities die onderdrukkend zijn, beperkend of beklemmend. In het kort gezegd maken we onderscheid op basis van het sociale effect van tradities, niet op basis van hun waarheidsgehalte. Maar in het Nieuwe Testament worden tradities niet ofwel geprezen of bekritiseerd op basis van hun sociale functie maar in het licht van hun trouw aan of afwijken van het Woord van God. Hier in Markus 7:3 zijn de tradities die door Jezus veroordeeld worden, die tradities die mensen toestaan om naast zich neer te leggen wat de Schrift duidelijk zegt.

Ten derde moeten we inzien dat belijdende evangelicalen die in naam wel traditie schuwen ook soms tradities omarmen die in de praktijk het Woord van God knechten. Dit kunnen traditionele interpretaties van de Schrift zijn, of traditionele vormen of een wandel die in onze kringen ‘toegestaan’ worden, maar veraf staan van de heilige Schrift. In elk geval vraagt trouw aan Christus dat we hervormd worden door het Woord van God.


Eigen vertaling van de overdenking bij 4 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.

Bron afbeelding

vrijdag 3 februari 2012

Niet tot inzicht gekomen en een verhard hart (Mk. 6)


Genesis 35-36, Markus 6, Job 2, Romeinen 6

In Markus’ verslag van de spijziging van de vijfduizend en van Jezus’ daaropvolgende wandelen op het water (Markus 6), vind je een klein zijpad dat voedsel geeft tot bespiegelingen waarmee we ons voordeel kunnen doen. Zodra Jezus midden de storm in de boot klimt, gaat de wind volledig liggen. Markus maakt vervolgens de volgende opmerking over de discipelen: ‘zij waren innerlijk bovenmate ontsteld, want zij waren bij de broden niet tot inzicht gekomen, maar hun hart was verhard’ (6:51-52).

De eerste observatie is de meest voor de hand liggende: de verbazing van de discipelen verraadt het eenvoudige feit dat ze maar heel weinig nagedacht hebben over het spectaculaire wonder van slechts enkele uren daarvoor. Op het eerste gezicht zou de persoon, die de natuur zo beheerst dat Hij met slechts enkele resten voedsel duizenden mensen te eten geeft, toch ongetwijfeld ook de natuur moeten kunnen sturen en de storm doen ophouden. Maar voor we te zelfvoldaan worden in ons oordeel over de discipelen, moeten we wel bedenken hoe snel wij de genadebewijzen van de Heer in onze eigen levens vergeten en we ronduit (en met het schaamrood op de wangen) verrast reageren wanneer Hij weeral eens ingrijpt.

De tweede waarneming komt minder vanzelf bovendrijven. Als Jezus werkelijk de beloofde Messias is, als Hij alle macht bezit die Hij al tentoonspreidde, kan een weldenkend discipel dan nog denken dat Hij de controle verliest? Kan een weldenkend lid van de twaalven zich voorstellen dat dit soort Messias discipelen zou kunnen achter zich roepen, om ze vervolgens allen te verliezen in een bootongeval? Niet dat ik suggereer dat er vandaag geen ongevallen kunnen gebeuren met volgelingen van Jezus. Natuurlijk kan dat – dit is een gevallen wereld en Jezus’ volgelingen worden niet uitgesloten van alle tragische en wrede verwikkelingen die de gevallenheid met zich meebrengt. Maar zelfs wij moeten leren om in moeilijke en beangstigende omstandigheden op Gods wijze voorzienigheid te vertrouwen. Hier moeten de discipelen zeker nog iets meer leren – hun eigen specifieke taak als de nauwste kring van discipelen is zo intens verbonden met het dienstwerk van Jezus, dat het ondenkbaar is dat ze ‘in een ongeval’ om het leven komen.

En ten derde kun je niet anders dan nadenken over de conclusie van Markus, dat hun hart ‘verhard’ was. Dit betekent niet dat ze dom waren. Het betekent ook niet dat, hoewel ze weldenkende mensen waren, hun gevoelens tweeslachtig waren, alsof het ‘hart’ niet meer zou zijn dan slechts het centrum van onze gevoelens. In de symboliek van de Bijbelse antropologie, verwijst het begrip ‘hart’ naar de zetel van de menselijke persoonlijkheid, niet te ver verwijderd van wat wij bedoelen als we spreken over ‘verstand’ (hoewel dit misschien te beperkend cerebraal is of onze hersenen betreft). Hun volledige oriëntatie was nog altijd te beperkt, teveel gefocust op de onmiddellijkheid van hun angsten, te gelimiteerd door hun onvermogen om door te dringen in het volle mysterie van wie Jezus is en waarom Hij kwam.

Aan deze zijde van het kruis en de opstanding, gelden voor ons nog minder excuses dan voor hen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 3 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.

donderdag 2 februari 2012

Niets beter dan Gods huis (Gn. 34)

Genesis 34, Markus 5, Job 1, Romeinen 5

Films en boeken over wraak zijn zodanig vanzelfsprekend in de populaire cultuur dat we maar zelden stilstaan bij de dubbelzinnige, bijtende aard van zonde. Er zijn alleen good guys en bad guys, goeieriken en slechteriken. Maar in de echte wereld is het verre van ongewoon als zonde niet alleen de boosdoeners aantast maar ook hen die zichzelf rechtvaardigen als ze verontwaardigd de slechtheid beantwoorden. De enigen die in dit vreselijke verslag van verkrachting en plundering in dit hoofdstuk geen verwijt krijgen, zijn de slachtoffers: Dina zelf, natuurlijk, en de Sichemieten die, hoewel ze niet verbonden zijn met de schuld van Hamors zoon of het bedrog van Hamor, ofwel afgeslacht ofwel tot slaven gemaakt worden.

Sichem, de zoon van Hamor, is zeker schuldig. In het licht van zijn verkrachten van Dina lijken zijn inspanningen om de bruidsprijs te betalen en de overeenkomst te regelen met de andere mannen om zich te laten besnijden, minder op edelmoedige verzoening dan op besliste en bewuste zelfzucht, een soort voortdurende verkrachting via andere middelen. De redenering van Hamor en zijn zoon wordt ingegeven door eigenbelang en gekarakteriseerd door halve waarheden, zowel wanneer ze Jakobs gezin als wanneer ze hun eigen volk benaderen. Ze erkennen hun onrecht niet en spreken niet rechtuit. En ze proberen hun eigen volk erin te luizen door hun hebzucht te prikkelen.

Je kan begrip opbrengen voor het feit dat Dina’s broers ‘zeer gegriefd’ en ‘toornig’ zijn (34:7), maar hun daaropvolgende daden vallen niet te verdedigen. Met buitengewone dubbelhartigheid gebruiken ze het belangrijke religieuze gebruik van hun geloof als een middel om de dorpsbewoners uit te schakelen (het woord ‘stad’ verwijst naar een gemeenschap van elke grootte). Daarna maken ze hen af en nemen hun vrouwen, kinderen en rijkdom als buit. Is daar iets bij dat Dina eert? Is daar iets bij dat God behaagt?

Zelfs Jakobs rol is minstens dubbelzinnig. Zijn oorspronkelijke stilzwijgen (34:5) was mogelijk niet meer dan een politiek middel, maar het lijkt niet nobel en niet principieel. Zijn uiteindelijke conclusie (34:30) is ongetwijfeld een correcte analyse van de negatieve politieke gevaren, maar biedt geen recht en ook geen alternatief.

Wat draagt dit hoofdstuk bij tot het boek Genesis en bij uitbreiding tot de canon?

Veel. Om te beginnen herinnert dit hoofdstuk ons aan een terugkerend patroon. Precies omdat God weeral eens in een crisissituatie genadig en met hulp is tussengekomen ten behoeve van zijn volk (zoals Hij doet in Gen. 32-33), betekent daarom niet dat er niet langer moreel gevaar is of dat er niet wordt afgedreven richting bedrog. Bovendien wordt weeral eens duidelijk dat de lijn van de belofte niet gekozen is omwille van de intrinsieke superioriteit; impliciet is dit hoofdstuk een argument voor de voorrang die de genade krijgt. Schijnbaar is de crisis bij Sichem het feit dat de familie terug naar Bethel brengt (Gen. 35:1, 5), wat Jakobs rondtrekken beëindigt en, belangrijker nog, de lezer eraan herinnert dat ‘het huis van God’ belangrijker is dan elke louter menselijke woonplaats.


Eigen vertaling van de overdenking bij 2 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.
Foto: Wikipedia

woensdag 1 februari 2012

Een goede bodem brengt vrucht voort (Mk. 4)


Genesis 33, Markus 4, Esther 9-10, Romeinen 4

De zogenaamde gelijkenis van de zaaier (Markus 4:1-20) zou misschien beter de gelijkenis van de bodems genoemd worden, want het variabel element dat de gelijkenis leven en diepte geeft is de variatie in het land waarop het zaad wordt uitgestrooid.

Omdat Jezus de verklaring geeft van zijn eigen verhaal, mag er geen twijfel bestaan over de punten waarop de meeste nadruk ligt. Het zaad is het ‘woord’, d.i. het Woord van God, dat hier gelijkstaat met het evangelie, het goede nieuws van het koninkrijk. Het woord wordt breed verkondigd, zoals een landbouwer uit de oudheid ook met de hand het zaad uitstrooit.

Onvermijdelijk valt er wat van het zaad op een bodem die om een of andere reden ontoegankelijk is. Misschien komt het door het aangestampte vuil van het pad, of misschien komen er vogels die het zaad opeten voor het zich in de grond kan nestelen en ontkiemen, of misschien groeit het in de schaduw van doornstruiken die er het leven uit knijpen, of misschien ontkiemt het in losse grond met rotsachtige kalkbodem net onder het oppervlak. In dit laatste geval kunnen de wortels niet zeer diep gaan om het noodzakelijke vocht op te nemen.

De parallellen met de manier waarop mensen het woord horen liggen voor de hand. Sommigen zijn hard en weerstaan elk woord dat binnenkomt. Anderen zijn snel afgeleid door de speeltjes die satan snel tevoorschijn haalt; anderen ondervinden dat zorgen en rijkdom (in het Engels ‘worries and wealth, the terrible Ws’) alle belangstelling voor geestelijke zaken versmachten. Nog weer anderen horen het woord van God met vreugde aan en lijken het meest belovend van de oogst, maar ontwikkelen geen wortels die diep genoeg gaan om leven te kunnen onderhouden. Maar dank God voor de bodem die vrucht voortbrengt, soms zelfs in overvloed.

Zoveel is al duidelijk. Maar twee andere kenmerken van deze gelijkenis verdienen onze verdere aandacht.

Het eerste is dat deze gelijkenis, zoals zoveel andere, de wijdverspreide visie bijstelt dat wanneer de Messias komt, er meteen een climax komt, een definitieve breuk: de schuldigen en onreinen zouden dan veroordeeld worden, en de rechtvaardigen en reinen zouden genieten van een herscheppende heerschappij. Dit is hoe het uiteindelijke koninkrijk er zou uitzien.

Maar Jezus schetst het komende koninkrijk toch een beetje anders. In de gelijkenis van het mosterdzaad (4:30-32) bijvoorbeeld, waar het koninkrijk als een boom is die klein begint en uitgroeit tot iets aanzienlijks; hier is sprake van groei en niet van een apocalyptische climax. Zo ook bij de gelijkenis van de zaaier: voorlopig zal het woord overal gezaaid worden, en mensen zullen er verschillend op reageren, met zeer uiteenlopende rendementen tot gevolg.

Het tweede is dat niet allen van hen die aanvankelijk tekenen van leven van het koninkrijk vertonen, ook werkelijk wortel schieten en vrucht voortbrengen. Die waarheid roept ons op tot bezinning en zelfonderzoek.


Eigen vertaling van de overdenking bij 1 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.

dinsdag 31 januari 2012

Misschien wel mank, maar krachtiger dan ooit tevoren (Gn. 32)

Genesis 32, Markus 3, Esther 8, Romeinen 3

Wat een gedaanteverwisseling heeft Jakob ondergaan (Gen. 32)! Oppervlakkig gezien is er natuurlijk niet zoveel veranderd. Hij vertrok uit Berseba naar Paddan-Aram omdat hij vreesde voor zijn leven. Zijn broer Esau had – zoals hij het zag - genoeg redenen om hem te doden. Nu keert Jakob terug naar huis en Jakob is nog altijd doodsbenauwd voor zijn broer. Niet minder oppervlakkig bekeken zou iemand kunnen aanvoeren dat er veel is veranderd: Jakob ontvluchtte de tenten van zijn ouders als een alleenstaande man, bijna zonder bezittingen, terwijl hij hier terugkeert als rijke, getrouwde man met veel kinderen.

Maar de diepste verschillen tussen de twee reizen blijken uit Jakobs veranderde houding tegenover God. Op de heenreis neemt Jakob geen initiatief in zaken met betrekking tot God. Hij gaat eenvoudigweg slapen (Gen. 28). Het is goed die tussenkomt met een opmerkelijke droom van een ladder die tot aan de hemel reikt. Wanneer Jakob wakker wordt, erkent hij dat wat hij heeft meegemaakt een soort bezoek van God was (28:16-17). Maar hij beantwoordt die met een soort ruilhandel tegenover God: als God hem veiligheid, bescherming, voorspoeden uiteindelijk een gelukkige terugkeer naar huis wil schenken, dan zal Jakob van zijn kant God erkennen en hem een tiende offeren.

Nu is het toch wel anders. Ja, God neemt opnieuw het initiatief: Jakob ontmoet engelen Gods (32:1-2). Jakob besluit voorzichtig te handelen. Hij stuurt enkele van zijn mensen vooruit om Esau aan te kondigen dat zijn broer terugkeert. Dit is de aanzet voor een vernietigend bericht: Esau komt hem begroeten, maar met vierhonderd man.

Aan de ene kantzet Jakob een zorgvuldig georkestreerd plan in werking: op elkaar volgende golven van geschenken voor zijn broer worden voorop gezonden, en elk van de boodschappers wordt zorgvuldig geïnstrueerd om Esau bijzonder hoffelijk en respectvol aan te spreken. Aan de andere kant geeft Jakob toe dat hij de zaak nu niet meer zelf in handen heeft. De ruilhandel is voorbij. ‘Zeer bevreesd’ en ‘bang te moede’ (32:7) onderneemt hij actie en bidt dan, smekend om hulp. Hij herinnert God aan zijn verbondsbeloften, hij voert zijn eigen onwaardigheid aan, hij erkent hoeveel onverdiende zegeningen hij gekregen heeft, hij belijdt hoe verschrikt hij wel is (32:9-12). En dan, tijdens de donkerste uren, worstelt hij met die vreemde verschijning van God zelf (32:22-30).

Zowat twintig jaren gingen voorbij sinds Jakobs heenreis. Sommige mensen leren niets in twintig jaren. Jakob heeft nederigheid geleerd, vasthoudendheid, godsvrucht, vertrouwen op Gods verbondsbeloften en hoe hij moet bidden. Geen ervan betekent dat hij zo door schrik overmand is dat hij niets doet behalve zich terugtrekken in gebed. Het betekent eerder dat hij doet wat hij kan, terwijl hij voluit gelooft dat de redding van de Here moet komen.
Tegen dat de zon opkomt, stapt hij met een manke heup, maar hier gaat een sterkere en betere man.


Eigen vertaling van de overdenking bij 31 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.

maandag 30 januari 2012

Gigantische veranderingen op komst (Mk. 2)

Genesis 31, Markus 2, Esther 7, Romeinen 2

De 3 meest gebruikelijke godsdienstige daden voor veel joden waren gebed, vasten en geven van aalmoezen (d.i. geld geven aan de armen). Dit is ook de reden dat toen Jezus’ discipelen het niet zo nauw leken te nemen met het tweede, dit wel vragen moest oproepen. De farizeeën vastten en de discipelen van Johannes de Doper vastten. Maar vasten was niet karakteristiek voor Jezus’ discipelen. Waarom niet? (Markus 2:18-22)

Jezus’ antwoord wekt verbazing: ‘En Jezus zeide tot hen: Kunnen bruiloftsgasten dan vasten, terwijl de bruidegom bij hen is? Zolang zij de bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten. 20 Er zullen echter dagen komen, dat de bruidegom van hen weggenomen is en dan zullen zij vasten, te dien dage’ (2:19-20). Hier is Jezus, heel zelfbewust, zich welbewust dat Hijzelf de messiaanse Bruidegom is, en dat de gepaste reactie in zijn tegenwoordigheid vreugde is. Het koninkrijk was komende, de koning was al aanwezig, de dag van de beloofde zegeningen brak aan. Dit was niet een tijd voor smart, waar het vasten een teken van was.

Maar toen Jezus verder sprak over de bruidegom die zou weggenomen worden van zijn discipelen, een gebeurtenis die voor rouw zou zorgen, dan valt het zeer te betwijfelen of iemand op dat moment de betekenis van de uitsprak kon vatten. Uiteindelijk zou er toch gerechtigheid zijn bij de komst van de Messias, en God zou toch triomferen? De hele analogie van de bruidegom werd wazig.

Maar de puzzelstukken zouden in elkaar passen na Jezus’ dood en opstanding, nadat Hij tot de heerlijkheid verhoogd was en na de belofte van zijn komst aan de voleinding van de eeuw. De discipelen zouden uitgesproken droefheid doormaken gedurende de drie dagen van het graf, voor Jezus’ glorieuze opstanding voor altijd hun wanhoop zou wegnemen. En terwijl Jezus’ discipelen op de gezegende terugkomst van hun Meester wachten en ze de aanvallen van de boze ondervinden, zouden ze in afgezwakte zin nog steeds periodes van lijden ondervinden die vastenperiodes vereisen. Maar nu nog niet. Op dit moment zijn smart en vasten ronduit ongepast. De beloofde Messias, de hemelse bruidegom, was onder hen.

Jezus maakt duidelijk dat de traditionele levensstructuren en godsdienstige vormen zouden veranderen met de komst van het koninkrijk. Het zou ongepast zijn om het nieuwe op het oude te enten, alsof het oude de ondersteunende structuur vormt – net zo goed als het ongepast is om een grote scheur in een oud kleed te herstellen met een nieuw stuk stof dat nog niet gekrompen was. Of om oude en broze wijnzakken te gebruiken om nieuwe wijn in op te slaan die nog moest gisten: de vrijkomende gassen zouden ongetwijfeld de oude zakken doen barsten. Het oude is niet de ondersteuning voor het nieuwe; het verwijst er naar, bereidt er op voor, en ruimt dan veld. Zo bereidt Jezus zijn discipelen voor op de gigantische veranderingen die op komst waren.


Eigen vertaling van de overdenking bij 30 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.

zondag 29 januari 2012

Dysfunctionele familie ontdekt trouwe God (Gn. 30)

Genesis 30, Markus 1, Esther 6, Romeinen 1

Toen ik als kind naar de zondagschool ging, leerde ik de namen van de twaalf stammen van Israël door een eenvoudig liedje: ‘These are the names of Jacob’s sons: / Gad and Asher and Simeon, / Reuben, Issachar, Levi, / Judah, Dan, and Naphtali - / Twelve in all, but never a twin - / Zebulun, Joseph, and Benjamin.’ (Letterlijk staat er: ‘Dit zijn de namen van Jakobs zonene: Gad en Aser en Simeon, Ruben, Issachar, Levi, Juda, Dan en Naftali – twaalf in totaal, nooit een tweeling – Zebulon, Jozef en Benjamin.)

Maar vele jaren gingen voorbij voor ik begon te zien hoe belangrijk de twaalf stammen in de grote lijn van de Bijbel zijn. Veel van de dynamiek in de rest van Genesis draait rond hun relaties. De organisatie van het volk Israël hangt af van het apart zetten van één stam als priesters: de Levieten. Uit een andere zoon, Juda, komt de Davidische dynastie voort die leidt tot de Messias. Door de eeuwen heen wordt de stam van Jozef verdeeld in Efraïm en Manasse; in aanzienlijke mate zou Benjamin samengaan met Juda. Tegen het laatste boek van de Bijbel, Openbaring, vormen de twaalf stammen de tegenhanger voor de twaalf apostelen van het nieuwe verbond. Die twaalf maal twaalf-matrix (d.i. 144, in de symboliek van deze apocalyptische literatuur) omvat in principe het hele volk van God.

Maar hoe bedenkelijk hun begin in Genesis 30. Het bedrog van Laban in Genesis 29, resulterend in Jakobs huwelijk met zowel Lea als Rachel, mondt nu uit in een van de meest ongezonde gevallen van rivaliteit tussen zonen in de heilige Schrift. Elk van de vrouwen uit dit gezin wil zo graag uitblinken boven de ander dat ze nog liever haar slavin aan haar echtgenoot geeft, dan de ander voorop te zien lopen in de race om kinderen te baren. Zo zelfgericht en ondoordacht zijn de relaties dat Rachel op een andere keer bereid is om voor wat liefdesappelen de sekstijd met haar man te verkopen aan haar zuster Lea. Polygamie dringt door, en daarmee ook een puinhoop van verstoorde relaties.

Uit deze pijnlijke en ronduit dysfunctionele familiebanden komen elf zonen en een dochter voort (de geboorte van de laatste zoon, Benjamin, wordt verhaald in hoofdst. 35). Hier ligt de herkomst van de twaalf stammen van Israël, het ontstaan van het volk Israël. Hun herkomst is niet slechter dan die van anderen, ze zijn er eerder typisch voor. Maar het wordt al meteen duidelijk dat God niet met deze familie omgaat omdat ze consequent boven andere families uitsteken. Nee, hij gaat genadig met hen verder om zijn grootse heilsplannen te volvoeren. De bedenkelijke gezinsdynamieken, van de soort die de aanzet kunnen zijn voor B-films, kunnen de soevereine God van het heelal niet weerhouden trouw te zijn aan zijn verbondsbeloftes.


Eigen vertaling van de overdenking bij 29 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.





zaterdag 28 januari 2012

Reminder: Ravi Zacharias in België



Komende week is het zover: dan verzorgt apologeet Ravi Zacharias 3 toespraken in België rond het algemeen thema 'De veranderende Europese identiteit'.

Eerder postte ik al een korte bio van Ravi Zacharias en wat videomateriaal.


De Europese tak van RZIM (Ravi Zacharias International Ministries), de organisatie van Ravi Zacharias, heeft een website waar je ook interessant audiomateriaal terugvindt rond verschillende vragen of thema's, zoals 'Is God werkelijk goed?', 'Wat met twijfel?', 'De geloofsrichtingen in de wereld', enz. Dit is de link naar het audiomateriaal op www.RZIM.eu


Ook de gewone www.RZIM.org bevat natuurlijk veel lezens- of beluisterenswaardig materiaal.

De bovenstaande video komt van het Youtube-kanaal van RZIM.



Nogmaals de uitgewerkte agenda voor het Belgische 'Ravi event', deze keer met niet-bevestigde info rond de vertalingen:

+++ Toespraak 1 (in Leuven) +++
De Veranderende Europese Identiteit – De Zin van het Leven
Dinsdag 31 januari 2012 19:30 – 22:30


KU Leuven, aula Pieter De Somer, Charles Deberiotstraat 24, 3000 Leuven
Ravi spreekt hier voor een publiek van studenten en jonge professionals over de zin van het leven.
Daarna is er een Q & A-sessie.
Ik las ergens dat er hier geen vertaling voorzien is, maar weet niet zeker of die info klopt.


+++ Toespraak 2 (in Antwerpen) +++
De Veranderende Europese Identiteit – Navigeren in een moreel divers Europa – Zonder God?
Woensdag 1 februari 2012 19:30 – 22:30


Feestzaal Kielpark, Sint Bernardsesteenweg 113, Kiel-Antwerpen
Hier zou wel vertaald worden naar het Nederlands.


+++ Toespraak 3 (in St.-Genesius-Rhode) +++
De Veranderende Europese Identiteit – Het Christelijke Antwoord
Donderdag 2 februari 19:30 – 22:30


Christian Center Brussels – Waterloosesteenweg 47 – 1640 St.-Genius-Rhode
Op deze locatie is er simultaanvertaling naar het Nederlands en Frans (hoofdtelefoons).


Gratis toegang, maar beperkt aantal plaatsen.

'Ik ben met u' (Mt. 28)

Genesis 29, Mattheüs 28, Esther 5, Handelingen 28

De slotzin van Mattheüs 28 is treffend: ‘En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld’ (28:20). Natuurlijk is dit een grootse belofte van de opgestane Christus aan zijn volk, zo kort voor zijn hemelvaart. Maar het verband onthult dat het hier niet gaat om een soort algemene bemoediging tout court. Er is een verband met de context van de Grote Opdracht. Wat is de aard van dit verband? Of om de vraag uit te diepen: waarom is Jezus’ belofte om met zijn discipelen te zijn tot aan het einde van de wereld, verbonden met zijn verklaring van zijn eigen gezag en zijn opdracht om overal de volken tot discipelen te maken?

We moeten erkennen dat deze worden niet geuit worden als een botte voorwaarde, bijna een dreigement. Jezus zegt dus niet: ‘Als je de volken tot discipelen maakt, dan pas zal ik met u zijn tot aan de voleinding van de wereld’. Nog minder zegt Hij: ‘Als je de volken niet tot discipelen maakt, dan zal Ik niet bij u zijn tot aan de voleinding van de wereld’. Toch wordt een bepaald verband verondersteld. Wat is het?

Het verband is zo algemeen dat ik vermoed dat het de bedoeling is dat we de aanwezigheid van Jezus met ons gaan zien als de matrix waarin we de Grote Opdracht vervullen – dit wil zeggen: die aanwezigheid van Jezus vormt tegelijk zowel de ervaring van hen die de opdracht vervullen, alsook het kader van waaruit we die opdracht gehoorzamen. We weten en ervaren de tegenwoordigheid van Jezus in overeenstemming met zijn belofte, en we getuigen daarvan, zelfs als we verkondigen Wie Hij is en wat Hij gedaan heeft en wat Hij opdraagt.
Hoe objectief de waarheid van het Evangelie dat we verkondigen ook is, we verkondigen het evangelie niet slechts omdat het de waarheid is, maar omdat we zelf zijn reddende en veranderende kracht ervaren hebben. Daarom roepen we niet alleen zijn waarheid uit, we getuigen er ook persoonlijk van, van Jezus zelf. We zijn niet slechts koele boodschappers van bepaalde objectieve gebeurtenissen, we zijn discipelen die zich toewijden aan het maken van andere discipelen.

Het hoeft niet te verrassen dat wanneer we deze opdracht op ons nemen, we de beloofde tegenwoordigheid van Jezus nog intenser ervaren. Omdat we Hem kennen en zijn transformerende aanwezigheid in onze levens ervaren, evangeliseren we, dopen we, onderwijzen we en maken we discipelen – en zo leren we Hem nog beter kennen en ervaren we zijn levensveranderende tegenwoordigheid nog meer. Zijn belofte om bij ons te zijn tot het eind van de wereld is dus de matrix van waaruit we de Grote Opdracht gehoorzamen, tegelijk fundament en doel, basis en beloning. Hoe kon het anders zijn? We dienen Hem omdat we Hem liefhebben en verlangen om aan het eind van onze weg die gezegende woorden te horen: ‘Wel gedaan!’.


Eigen vertaling van de overdenking bij 28 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.

vrijdag 27 januari 2012

God ontmoet ons waar we zijn (Gn. 28)

Genesis 28, Mattheüs 27, Esther 4, Handelingen 27

De naam ‘Bethel’ betekent ‘huis van God’. Ik vraag me af hoeveel kerken, huizen, Bijbelscholen of –seminaries, christelijke opvangcentra en andere instituten niet deze naam gekozen hebben om hun logo’s en andere briefhoofden te sieren.

Maar de gebeurtenis die aan de naam ten grondslag ligt (Gen. 28) was niet eenduidig positief. Er is Jakob, die zich mijlenver naar het huis van zijn oom Laban haast. Ogenschijnlijk is hij op zoek naar een godvrezende vrouw – maar die reden speelt veel meer in het hoofd van Isaak dan in dat van Jakob. In werkelijkheid rent hij voor zijn leven, zoals het voorgaande hoofdstuk duidelijk maakt. Hij wil ontsnappen zonder omgebracht te worden door zijn eigen broer, ten gevolge van zijn eigen smakeloze daad van bedrog en misleiding. Te oordelen aan wat hij van God verzoekt, dreigt hij voedselgebrek te lijden, te weinig kleding te hebben en mist hij zijn familie al (28:20-21). Maar hier ontmoet God hem in een zodanig levendige droom dat Jakob verklaart: ‘Hoe ontzagwekkend is deze plaats. Dit is niet anders dan een huis Gods, dit is de poort des hemels’ (28:17).

Van zijn kant herhaalt God de kern van het verbond met Abraham tegenover deze kleinzoon van Abraham. De droom van de ladder opent het vooruitzicht op toegang tot God, op Gods rechtstreekse contact met een man die tot op dit punt meer gedreven lijkt door opportunisme dan door principes. God doet de belofte dat zijn nakomelingen talrijk zullen zijn en dit land zullen krijgen. De ultieme uitbreiding wordt ook weer herhaald: ‘met u en met uw nageslacht zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden’ (28:14). Zelfs op persoonlijk niveau zal Jakob niet verlaten worden, want God verklaart: ‘En zie, Ik ben met u en Ik zal u behoeden overal waar gij gaat, en Ik zal u wederbrengen naar dit land, want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik gedaan heb wat Ik u heb toegezegd’ (28:15).

Wanneer hij uit zijn droom ontwaakt, richt Jakob een altaar op en noemt de plaats Bethel. Maar in grote lijnen is hij nog steeds dezelfde bedrieger. Hij doet een gelofte: ‘Als God zus en zo en zo zal handelen, als ik alles krijg wat ik verlang en verhoop van deze deal ‘dan zal de HERE mij tot een God zijn’ (28:20-21).

En God laat hem in leven! Het verhaal gaat verder: God doet al wat Hij belooft en meer. Al Jakobs voorwaarden worden ingewilligd. Een van de grote thema’s in de Bijbel is dat God ons tegemoetkomt waar we zijn: in onze onzekerheden, in onze voorwaardelijke gehoorzaamheid, in onze mix van geloof en twijfel, in onze mengeling van ontzag en eigenbelang, in ons verstaan en onze dwaasheid. God openbaart zich niet slechts aan de grootsten en meest getrouwen, maar aan ons, in ons Bethel, het huis van God.


Eigen vertaling van de overdenking bij 27 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.

donderdag 26 januari 2012

Achter de coulissen regeert God (Mt. 26)

Genesis 27, Mattheüs 26, Esther 3, Handelingen 26
De vier bovenstaande gedeeltes uit het bijbelleesrooster dragen bij tot het thema van Gods voorzienigheid.
In veel opzichten is Genesis 27 een triest en smerig verhaal. Eerder had Esau zijn geboorterecht veracht (25:34); nu licht Jakob hem op. Jakob wordt hierbij aangestuurd door zijn moeder Rebekka, die op die manier favoritisme vertoont onder haar kinderen en niet loyaal is tegenover haar echtgenoot. Esau barst in woede uit en neemt in het geheel geen verantwoordelijkheid voor zijn daden. Meer, hij koestert zijn bitterheid en gaat plannen maken om zijn broer te vermoorden. Het gezin dat de lijn van de belofte vormt brengt er niet veel van terecht.

Maar wie het gedeelte leest volgens de lijn van het volledige boek herinnert zich dat God zelf aan Rebekka verklaard had, nog voor dat de tweeling geboren was, dat de oudste de jongere zou dienen (25:23). Dit is misschien een van de redenen waarom ze handelde zoals ze deed: mogelijk dacht ze dat God wel wat hulp kon gebruiken in het laten uitkomen van zijn voorspelling, zelfs immorele hulp. Maar achter deze slinkse en boze daden volvoert God in het verborgen zijn plannen om de lijn van de belofte op het punt te brengen dat Hij heeft bepaald. Natuurlijk had God het zo kunnen beschikken dat Jakob als eerste werd geboren, als Hij had gewild dat deze man de lijn zou verderzetten. In plaats daarvan wordt Esau als eerste geboren en is Jakob uitverkoren, als om duidelijk te maken dat de lijn wel belangrijk is, maar Gods soevereine ingrijpende uitverkiezing belangrijker is dan menselijke anciënniteit, dan louter het feit van eerstgeboorte.

In Mattheüs 26 zweren de autoriteiten op een vuile manier samen om het recht te buigen en een politiek probleem op te lossen. Judas, een van de intimi van Jezus, verkoopt zijn meester. Jezus doorstaat doodsangsten in Getsemane, Hij wordt gearresteerd en verraden met een kus. Het Sanhedrin veroordeelt en mishandelt zijn gevangene en Petrus verloochent Jezus. Maar wie kan eraan twijfelen, in het licht van het verloop van het boek, dat God soeverein de controle behoudt om zijn plannen te volvoeren? Jezus zal zijn leven geven ‘als een losprijs voor velen’ (20:28). En alle falen, pijn en zonde in dit hoofdstuk monden uit in verlossing.

Het boek Esther vermeldt zelfs het woord ‘God’ niet. Maar ook hier leidt zelfs Hamans geplande grove volkerenmoord, met toelating van de regering, naar Gods redding. En Paulus (Handelingen 26) ware wellicht vrijgesproken, had hij zich niet beroepen op Caesar. Maar precies dit feit zal hem uiteindelijk in staat stellen om het evangelie te verkondigen tot in het hart van het Rijk.

Voorzienigheid is ondoorgrondelijk. Ze mag nooit gebruikt worden om verkeerde daden te rechtvaardigen of om zonde goed te praten: Isaak en zijn familieleden zijn meer dan een beetje slordig, Judas is een bedrieglijke ellendeling, Haman is boosaardig, en het Romeinse gerecht waar Paulus moet terechtstaan is meer dan een klein beetje corrupt. Maar achter de coulissen regeert God soeverein en brengt Hij heerlijkheid voort uit bloedvergieten en eer uit schaamte.


Eigen vertaling van de overdenking bij 26 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.

woensdag 25 januari 2012

Gods karakter (in schema)



Raadpleeg de bron voor een duidelijk leesbare weergave: Challies.

Schaap of bok? (Mt. 25)

Genesis 26, Mattheüs 25, Esther 2, Handelingen 25

De gelijkenis van de schapen en de bokken (Matt. 25:31-46) vestigt onze aandacht op de hongerigen, de dorstigen, de naakten, de zieken en de gevangenen. In een cultuur waarin de armen, ellendigen en ongelukkigen makkelijk genegeerd kunnen worden of buiten het bereik van onze radar gezet worden heeft dit ons heel veel te zeggen. Hier verklaart Jezus, de Mensenzoon en Koning: ‘Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit aan één van deze mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij het Mij gedaan’ (25:40; vgl. vers 45). Betekent dit niet dat we hoe dan ook Christus dienen wanneer we de noodlijdenden dienen? Is dit niet een kenmerk – misschien wel hét typische kenmerk – waaraan je ware volgelingen van Jezus Christus kunt herkennen?

Dit is tenminste hoe deze gelijkenis gewoonlijk wordt uitgelegd. Tot op een bepaald niveau is het met tegenzin dat ik aan die uitleg raak, want het is altijd belangrijk voor hen die de levende God kennen en Hem volgen om hun leven in God te vertonen op het terrein van mededogen, dienst en zelfverloochening. De Bijbel zegt op andere plaatsen zeer veel over zorg voor de armen.

Maar het is eerder onwaarschijnlijk dat dit de focus is van deze gelijkenis. Een andere klassieke stroming in de uitleg van dit gedeelte is veel waarschijnlijker. Twee elementen in de tekst verduidelijken de zaak.

Ten eerste benadrukt Jezus dat wat door ‘de schapen’ gedaan werd, of niet gedaan werd door ‘de bokken’, gedaan werd ‘aan één van deze mijn minste broeders’ (25:40; vgl. vers 45). Er is overvloedig bewijs voor dat deze uitdrukking niet verwijst naar iedereen die lijdt, maar naar Jezus’ volgelingen die lijden. De nadruk ligt niet op mededogen in het algemeen (hoe belangrijk dit elders in de Schrift ook is), maar aan hen die mededogen bewezen aan de volgelingen van Jezus die hongerig, dorstig, naakt, ziek of gevangen zijn.

Ten tweede zijn zowel de schapen als de bokken (25:37, 41, 44) verrast wanneer Jezus zijn verdict laat horen over de manier waarop ze ‘deze mijn minste broeders’ behandeld hebben. Als Jezus zou verwijzen naar een algemeen of generiek mededogen, dan kun je je moeilijk voorstellen dat ook maar iemand zo verrast zou zijn als hier. Het punt waar het om draait is Jezus’ identificatie met deze mensen die wel (of niet) geholpen werden – en dit is een weerkerend kenmerk in bijbelse geloof. Bijvoorbeeld wanneer Saulus (Paulus) de christenen vervolgt, vervolgt hij Jezus (Hd. 9:4). Ware volgelingen van Jezus gaan tot het uiterste om andere volgelingen te helpen, vooral de zwakken en meest verachten onder hen; anderen voelen niet de minste betrokkenheid op dit vlak. Dit is wat de schapen en de bokken scheidt (25:32-33).

Dus hoe behandel jij andere christenen, zelfs Jezus’ geringste broeders?

dinsdag 24 januari 2012

De Mensenzoon komt onverwachts (Mt. 24)

Genesis 25, Mattheüs 24, Esther 1, Handelingen 24

In tumultueuze tijden kwamen christenen al vaak in de verleiding om data te prikken waarop de Heer zou terugkomen – daarbij komt het er bijna altijd op neer dat Hij dan zal terugkomen binnen een generatie van diegene die de voorspelling doet. Jezus benadrukt in Mattheüs 24:36-44 dat het tijdstip verborgen is. We kunnen het niet kennen en moeten dit ook niet proberen.

Om precies te zijn legt dit gedeelte de nadruk op twee dingen.

Ten eerste is niet alleen de ure van het eind een geheim dat de Vader voor Hemzelf voorbehouden heeft, maar wanneer het oordeel komt dan zal dit onverwachts zijn, plots en onomkeerbaar. Dat is ook het punt van Jezus wanneer Hij de vergelijking maakt met de plotse komst van de zondvloed: ‘Want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn’. Het punt is niet dat mensen aan het einde van de tijden even boos zullen zijn als in de dagen van Noach. Dit kan zo zijn of het kan niet zo zijn, maar het is niet wat Jezus zegt. Jezus vestigt de aandacht op het zo gewone verloop van het leven in Noachs dagen voor de zondvloed: ‘etende en drinkende, huwende en ten huwelijk gevende, tot op de dag, waarop Noach in de ark ging’ (24:38). De zondvloed kwam als een volkomen verrassing en vernietigde hen volkomen. ‘Zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn’ (24:39). Twee mannen of twee vrouwen zullen gezamenlijk aan het werk zijn en het oordeel zal een ervan wegnemen en de ander zal achterblijven (24:40-41). Het einde der dingen zal plots en onverwacht zijn.

Ten tweede volgt daaruit (‘dan’, 24:42) dat trouwe dienstknechten altijd gereed zullen zijn. Vanzelfsprekend weet een heer des huizes in een gevaarlijke buurt niet wanneer de dief zal opdagen. Hij neemt integendeel de nodige voorzorgen zodat hij altijd gereed zal zijn. Het punt is niet dat Jezus’ terugkeer aan het einde der tijden stiekem gebeurt – zoals het naderen van een dief – of gewelddadig of met uitbuiting gepaard gaand. Het punt is eerder dàt Hij zal komen, ook al kan dan het tijdstip niet voorspeld worden, en dat zijn volk net zo goed moet gereed zijn als de huiseigenaar in de onveilige buurt gereed is tegen de komst van de dief (van wie het tijdstip van zijn komst even onvoorspelbaar is). ‘ Daarom, weest ook gij bereid, want op een uur, dat gij het niet verwacht, komt de Zoon des mensen’ (24:44).

Wat zou jij graag aan het doen, zeggen, denken of plannen zijn wanneer Jezus terugkomt? Wat zou je niét aan het doen, zeggen, denken of plannen zijn wanneer Jezus terugkomt? Jezus draagt je op: ‘Waakt dan, want gij weet niet, op welke dag uw Here komt’ (24:42).


Eigen vertaling van de overdenking bij 24 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.

Bron afbeelding

maandag 23 januari 2012

Slik, een kameel binnengewerkt (Mt. 23)

Genesis 24, Mattheüs 23, Nehemia 13, Handelingen 23

De taal in Mattheüs 23 is ronduit schokkend. Jezus spreekt herhaaldelijk zijn ‘wee’ uit over de farizeeën en schriftgeleerden, terwijl hij hen ‘huichelaars’ noemt, ‘blinde leidslieden’ en ‘blinde dwazen’. Hij vergelijkt hen met ‘gewitte graven’ die ‘van buiten wel schoon schijnen, maar van binnen vol zijn van doodsbeenderen en allerlei onreinheid’. Ze zijn ‘kinderen van de hel’ en ‘adderengebroed’. Wat is het dat bij Jezus dergelijke verregaande taal oproept?
Er zijn drie belangrijke karakteristieken in deze mensen die Jezus’ toorn opwekken.

De eerste is het feit dat ze het zicht kwijt zijn op de openbaring van God. Dit doet hen focussen op minder belangrijke punten, terwijl de belangrijke punten opgeofferd worden. Ze zijn altijd overdreven precies over tienden geven, leggen zelfs tienden opzij van de kruiden die in de tuin groeien, terwijl ze in zekere zin onbekommerd blijven over de uiterst belangrijke onderwerpen als ‘het oordeel en de barmhartigheid en de trouw’ (23:23). Jezus maakt goed duidelijk dat hij de relatiéf minder belangrijke onderwerpen niet opheft: zijn gesprekspartners mogen die niet verwaarlozen, want deze voorschriften waren tenslotte gegeven door God. Maar om op die punten te focussen op een manier die de gewichtige onderwerpen uitsluit, staat gelijk met de mug uitziften en de kameel doorzwelgen.

Net zo gaat het als je zorgvuldig regels opstelt over wanneer het belangrijk is om de waarheid te vertellen en wanneer en hoe je wegkomt met een leugen (23:16-22): dan ga je niet alleen voorbij aan het feit dat het spreken van de waarheid van fundamenteel belang is, maar ontken je daarmee tegelijk impliciet dat het hele universum aan God toebehoort en dat al onze beloften en eden voor Hem zijn.

De tweede karakteristiek is liefde voor de uiterlijke religieuze vormen met zeer weinig blijk van een veranderde natuur, een veranderd hart. Het is uitermate boos als je begroet wordt als een geleerde van de wet, geëerd wordt door de gemeenschap en gezien wordt als heilig en religieus, terwijl je vanbinnen roof, onmatigheid, bitterheid, rivaliteit en haat koestert (23:5-12, 25-32).

De derde vernietigende aanklacht betreft het feit dat deze leiders, omdat ze een belangrijke onderwijzende rol vervullen, hun vergif verder verspreiden en er anderen mee besmetten – zowel via hun leer als door hun voorbeeld. Niet alleen kunnen ze zelf het koninkrijk niet binnengaan, ze verhinderen ook effectief anderen er binnen te gaan (23:13-15).

Hoeveel evangelische leiders gebruiken het grootste deel van hun energie voor randzaken of bijkomstigheden, en veel te weinig voor de uiterst belangrijke onderwerpen als het oordeel en de barmhartigheid en de trouw – in onze gezinnen, in de kerken, op de werkvloer, in onze relaties en in ons land? Hoeveel van hen zijn er meer bekommerd over een reputatie van wijsheid en heiligheid dan om die kenmerken werkelijk te bezitten? Hoeveel van hen eindigen daarom op dat punt, dat ze door hun slechte voorbeeld en hun eigen afdrijven van het evangelie en zijn implicaties, uiteindelijk een vernietigende invloed uitoefenen op hun toehoorders?

Onze enige hoop rust op deze Jezus, die – ook al veroordeelt Hij de verschrikkelijke schuld zo fel – weent over de stad (Matt. 23:37-39; Lk. 19:41-44).


Eigen vertaling van de overdenking bij 23 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.