dinsdag 14 april 2015

IJdelheid der ijdelheden, zegt Prediker, ijdelheid der ijdelheden (Pred. 1)


Leviticus 18; Psalm 22; Prediker 1; 1 Timoteüs 3

De auteur van het boek Prediker is (getranslitereerd in het Hebreeuws) Qoheleth, wat je uitspreekt als Ko-hellet (eventueel met aangeblazen t). Het woord is verbonden met de idee van verzamelen, en ‘Qoheleth’ betekent waarschijnlijk iets als de ‘leider van de vergadering’ of zelfs ‘iemand die de vergadering toespreekt’ (vandaar het Nederlandstalige ‘prediker’, JL). Mogelijk was de vergadering religieus van aard (kerkelijk, in het Engels ‘ecclesiastical’, wat verwant is met de Engelstalige benaming van het boek Prediker, ‘Ecclesiastes’), maar Qoheleth is ook een academicus, die gezegden verzamelt en onder woorden brengt (12:9-12). Dit zorgt ervoor dat sommige Bijbelvertalingen de uitdrukking ‘de prediker’ gebruiken (zoals de NBG); de Engelstalige NIV heeft het over ‘the Teacher’, de leraar. Een uitlegger suggereert ‘de Professor’.

Qoheleth verwijst naar zichzelf als ‘koning over Israël te Jeruzalem’ (1:12). Maar welke koning? Hij beweert ‘ik ben groter en rijker in wijsheid geworden dan allen die vóór mij over Jeruzalem geregeerd hebben’ (1:16), wat iedereen behalve Salomo lijkt uit te tellen.

Aan de andere kant zou het zeer vreemd zijn voor Salomo om dergelijke woorden te schrijven, aangezien er maar één Davidische koning in Jeruzalem was voor hem. Dus terwijl sommige commentatoren denken dat Qohelet Salomo is, wijzen anderen erop dat Salomo niet genoemd wordt en suggereren ze dat dit een religieus leider kan zijn die, als deel van zijn dramatische toespraak, zichzelf neerzet als een super-Salomo: zelfs de meest wijze man die je je kunt voorstellen zou, op zoek naar vervulling, nog altijd berooid terugkeren, uitroepend dat alles ijdelheid is (1:2).

Net zoals je heel wat delen van Job niet met inzicht of wijsheid kunt lezen zonder het verloop van het boek in zijn geheel te kennen, zo is het ook met Prediker. Qohelet zet er zichzelf toe de betekenis van alles ‘van beneden’ te onderzoeken, bekeken vanuit het standpunt van de gevallen mensheid.

Kortom, dit standpunt is van ‘onder de zon’ (1:9) of ‘onder de hemel’ (1:13). Hij is geen verdediger van het naturalisme of atheïsme, maar hij onderzoekt zonder omwegen wat gezegd kan worden van diverse zogenaamd ‘goede’ dingen wanneer ze door iemand van ‘onder de zon’ bekeken worden.

Zijn thema wordt uiteengezet in de inleiding (Pred. 1:1-11). ‘IJdelheid der ijdelheden, zegt Prediker, ijdelheid der ijdelheden! Alles is ijdelheid!’ (1:2). Dit gaat naar de kern van de uitdrukking die al lang zo wordt weergegeven. De Engelse KJV had het over ‘Vanity of vanities . . . all is vanity’.

Het woord suggereert een zuchtje lucht, de kleinste damp, volkomen zonder betekenis. In dit boek verkent de Leraar levensterrein na levensterrein, domeinen die door zoveel mensen hoog ingeschat en gekoesterd en zelfs aanbeden worden, en hij concludeert, vanuit zijn standpunt ‘onder de zon’, dat alles volkomen zinloos is.

Tegen het einde van het boek, na het afschrapen van alle vuilnis van het leven, belandt hij bij het fundament – God zelf. En hier en daar langs de weg schenkt hij ons glimpen van een goddelijk perspectief dat het zinloze overstijgt. Maar hij neemt zijn tijd om daar te geraken, want we moeten het deprimerende gewicht voelen van alle zoekende visies die niet bij God beginnen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 14 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 13 april 2015

Een vrouw die de HERE vreest, die is te prijzen (Spr. 31)


Leviticus 17; Psalmen 20—21; Spreuken 31; 1 Timoteüs 2

Spreuken 31 focust op twee verschillende manieren op vrouwen.

In het eerste deel (31:1-9) biedt de tekst ons de ‘Woorden van Lemuël’ (over wie we heel weinig weten) – maar hoewel deze woorden ‘van Lemuël’ komen, in die zin dat hij ze autoriseerde of ze bekend maakte, worden ze anderzijds beschreven als de lessen ‘waarmee zijn moeder hem vermaande’ (31:1).

Deze woorden behandelen drie onderwerpen.

(a) Lemuëls moeder moedigt haar zoon ten zeerste aan overspel te vermijden. Hij moet zijn kracht niet verspillen aan ‘haar die koningen verderven’ – en presidenten ook, overigens.
Bovenop de gewone begeerten van het vlees, hebben degenen die macht bezitten ongetwijfeld bijkomende mogelijkheden om die begeerten te bevredigen, samen met bijkomende verantwoordelijkheden. Dus moet al vroeg in het leven het juiste voornemen gemaakt worden als een principiële kwestie.

(b) Ze zegt Lemuël dat hij intoxicatie moet vermijden.
In een tijd waarin morfine nog niet bestond, waren bier en wijn goed om hen te helpen die stervende waren of diep bedroefd (31:6), maar de geboden ‘hulp’ is van een soort die je jezelf doet vergeten en zelfs het bewustzijn doet verliezen.

Machthebbers hebben niet het recht om voor dergelijk escapisme te kiezen, want ze zijn verantwoordelijk voor het naleven van de wet en het ondersteunen van de verdrukten (31:4-5).

(c) Dit brengt de koningin-moeder bij haar laatste thema: koning Lemuël moet spreken ‘ten bate van de stomme, ten behoeve van het recht van allen die wegkwijnen’ (31:8). Gezagsdragers zouden hun ambt niet mogen gebruiken om zichzelf te verrijken en afstand te scheppen tot gewone mensen, maar wel om rechtvaardig te besturen en in het bijzonder om de meest hulpbehoevenden en de armsten van de maatschappij te helpen.

Het tweede deel van hoofdstuk 31 (vv. 10-31) is heel bekend en beschrijft ‘een degelijke huisvrouw’ (HSV: ‘een deugdelijke vrouw’). (We zouden gemakkelijk kunnen aantonen dat het boek Spreuken ook behoorlijk wat te zeggen heeft over de degelijke echtgenoot, maar de relevante spreuken zijn niet samengebundeld op één plaats zoals hier). Deze deugdelijke vrouw is iemand op wie het hart van haar man vertrouwt (31:11) en die voortdurend het goede zoekt voor hem (31:12).

Ze is zodanig ijverig dat ze bijdraagt aan het gezinsinkomen en nog meer dan voldoende overhoudt om de armen en noodruftigen te helpen (31:13-22). Ze plant op de lange termijn, spreekt met wijsheid en runt het huishouden goed.

Uiteindelijk is ze zowel de lof van haar kinderen als van haar echtgenoot. Maar bovenal, en boven de cultuurspecifieke beschrijvingen (bijv. ze werkt met wol en vlas, en als landbouwersvrouw zint ze op een veld en koopt het), vreest ze de Heer, wat het begin van wijsheid en kennis is. ‘Bedrieglijk is de bevalligheid en ijdel de schoonheid, maar een vrouw die de HERE vreest, die is te prijzen’ (31:30).


Eigen vertaling van de overdenking bij 13 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 12 april 2015

Deze vier zijn de kleinste op aarde, doch zijn bovenmate wijs (Spr. 30)


Leviticus 16; Psalm 19; Spreuken 30; 1 Timotheüs 1

Diverse keren in dit boek vind je een formule in de orde van ‘Voor X dingen zus-en-zo, en voor X + 1 dingen dit-en-dat’. Zo begint bijvoorbeeld Spreuken 6:16-19 met ‘Deze zes dingen haat de HERE, ja, zeven zijn Hem een hartgrondige gruwel’.

En dan begint de lijst: ‘hoogmoedige ogen, een valse tong, handen die onschuldig bloed vergieten, een hart dat heilloze plannen smeedt, voeten die zich haasten om naar het kwade te snellen, wie leugens uitblaast als een vals getuige en wie twist stookt tussen broeders’ – zeven dingen, altijd het ‘X + 1’ aantal dingen.

Deze manier om een lijst in te leiden met twee zinnen – de eerste met een aantal dat eentje minder bevat dan de dingen in de lijst; de tweede zin met precies het aantal dingen in de lijst – bouwt verwachting op en maakt deel uit van het Hebreeuwse parallellisme dat er niet van houdt exact hetzelfde te vermelden in beide zinnen.

Spreuken 30 toont diverse voorbeelden van deze formule. Het is niet noodzakelijk om de formule te gebruiken wanneer een lijst wordt ingeleid (30:24), maar het wordt veel gedaan (30:15b, 18, 21, 29).

De vijf lijsten in dit hoofdstuk komen voort uit doordachte observatie van heel diverse fenomenen, en elk van de vijf maakt een ander punt. Hier denk ik na over twee ervan.

De eerste is de lijst (zonder inleidende formule) over kleine dingen die uitermate ‘wijs’ zijn: mieren, konijnen of klipdassen, sprinkhanen en hagedissen (30:24-28). Het gebruik van ‘wijs’ is verbonden met de vaardigheid te overleven (zie de overdenking van 14 maart).

Een individuele mier is niets, makkelijk te verpletteren, zonder intelligentie, maar mieren verzamelen voedsel voor de winter en overleven. Klipdassen zijn klein en relatief gesproken zonder verdediging, maar ze bezitten de vaardigheid hun woning te maken in klippen waar anderen niet kunnen leven. Hagedissen zijn zodanig traag en dom dat kinderen ze met hun handen kunnen pakken, en toch hebben ze alles wat nodig is om zelfs in paleizen te kunnen leven.

Al deze vaardigheden, al die ‘wijsheid’ heeft God genadig geschonken. In de bredere context van het boek is de les voor de hand liggend. Ook wij zijn als die domme kleine mieren of hagedissen, maar God heeft ons genadig de wijsheid geschonken te overleven.

Nog twee gedachten meer liggen niet ver af: (a) onze wijsheid, zoals die van de mier, is afgeleid van God; (b) het is ongehoord opstandig hem niet dankbaar te erkennen als de bron van ons leven.

De tweede lijst specificeert datgene wat Agur, de auteur, niet begrijpt: ‘de weg van de adelaar langs de hemel en de weg van de slang op de rots, de weg van een schip in volle zee en de weg van een man bij een jonge vrouw’ (30:18-19). Dus is seks een geschapen functie, heerlijk mysterieus, die met respect moet behandeld worden en niet mag verlaagd worden, noch misbruikt.


Eigen vertaling van de overdenking bij 12 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 11 april 2015

'Mannen des bloeds haten de rechtschapene' (Spr. 29)


Leviticus 15; Psalm 18; Spreuken 29; 2 Thessalonicenzen 3

Uit Spreuken 29 neem ik vier thema’s op:

(1) ‘In de overtreding van de boze ligt een valstrik, maar de rechtvaardige zal jubelen en vrolijk zijn’ (29:6). Dit is uiterst inzichtelijk. De gevolgen van zonde omvatten ook vervormingen in je eigen persoonlijkheid, verward raken met betrekking tot je eigen zonde, angst om ontmaskerd te worden, subjectieve schuld, en veel meer: je komt door je eigen zonde in een valstrik terecht.

In contrast daarmee vermijdt de persoon die zich toelegt op gerechtigheid niet alleen dergelijke valstrikken, maar hij is ten gevolge daarvan ook relatief zorgenvrij. Hij of zij kan ‘jubelen en vrolijk zijn’.

(2) ‘Mannen des bloeds haten de rechtschapene, maar de oprechten zoeken zijn behoud’ (29:10; vgl. 29:27). Hoewel dit een algemene waarheid is, zie je het op een bijzondere manier in Jezus. Hij kon over bepaalde van zijn tegenstanders zeggen, ‘maar nu tracht gij Mij te doden, een mens, die u de waarheid gezegd heeft, welke Ik van God gehoord heb’ (Joh. 8:40). Het is precies omdat Jezus de waarheid zegt dat ze Hem niet geloven (Joh. 8:45).

In contrast daarmee, ‘indien iemand diens wil doen wil, zal hij van deze leer weten, of zij van God komt, dan of Ik uit Mijzelf spreek’ (Joh. 7:17). ‘Mannen des bloeds haten de rechtschapene’; het mag ons daarom niet verrassen dat de meest rechtschapen man die ooit geleefd heeft, met de grootste integriteit, aan een kruis werd gehangen en stierf.

(3) Corruptie kan van onderuit komen, dus bottom-up, maar ook vanuit de top naar beneden afzakken. Wanneer het onderaan start is het nogal weerzinwekkend, en het kan heel wat werk vragen van wie boven staan om het bij de wortel uit te roeien, of het minstens onder controle te houden.

Maar wanneer het vanuit de top komt, is het zowel weerzinwekkend als onmogelijk om het met mondjesmaat te hervormen; er is een drastische ommekeer vereist.
Indien de mensen aan de top corrupt zijn, of zelfs al tolereren ze corruptie nog maar met een knipoog of een knikje, dan is de situatie toch ernstig.

Eén vorm van deze top-downconstructie, ogenschijnlijk onschuldiger, is de machthebber die in slaap is gesust door leugens, die zichzelf omringt met onderdanen die alleen zullen zeggen wat hij wil horen.

De wijze begrijpt het ‘Een heerser die acht slaat op leugentaal –al zijn dienaren zijn goddeloos’ (29:12).

(4) Bepaalde Bijbelvertalingen geven de eerste zin van 29:18 weer in de zin van ‘Als er geen ‘visie’ is, raakt een volk losgeslagen’ of iets dergelijks, wat gezien werd als een oproep voor visionair leiderschap. Maar de NBG heeft het bij het rechte eind, en de kwestie is zelfs nog belangrijker: ‘Indien openbaring ontbreekt, verwildert het volk, maar heil hem die de wet bewaart’.

Waar er geen openbaring is van God, begrepen en gehoorzaamd, ‘verwildert het volk’ (of: ‘vervalt het volk tot bandeloosheid’, NBV) – een treffende en schrikbarende beschrijving van de huidige Westerse cultuur (vgl. Richteren 21:25).


Eigen vertaling van de overdenking bij 11 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 10 april 2015

Als de goddelozen tot macht komen, verbergen zich de mensen (Spr. 28)


Leviticus 14; Psalm 17; Spreuken 28; 2 Thessalonicenzen 2

Over Spreuken 28 wil ik twee opmerkingen maken:

Ten eerste schenkt dit hoofdstuk, wat ook typisch is voor andere hoofdstukken in dit boek, aanzienlijk wat aandacht aan machthebbers. ‘Door opstandigheid van het land zijn zijn vorsten vele, maar door een man van inzicht en verstand heeft het recht een lange duur’ (28:2). Dit erkent de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de regeerder en het volk.

‘Als de rechtvaardigen juichen, is de heerlijkheid groot, maar als de goddelozen tot macht komen, verbergen zich de mensen’ (28:12; zie ook 28:28). De bekwaamheden om te regeren zijn nooit louter administratief en persoonlijk, maar zijn verbonden met de diepste vragen met betrekking tot publiek recht.

‘Een grommende leeuw en een hongerige beer is een goddeloze heerser over een zwak volk’ (28:15). Dit brengt een gelijkaardige gedachte naar voren, maar in een zeer beeldrijke vorm. ‘Een vorst zonder inzicht bedrijft veel afpersingen, maar wie onrechtmatig gewin haat, verlengt zijn dagen’ (28:16). Dit weerspiegelt het gevaar van corruptie in elke regering, in het bijzonder in een regering die niet gehinderd wordt door concurrerende partijen en elektorale beperkingen.

Deze passage maakt zelfs spreekwoordelijk wat meer uitgebreid wordt beschreven in Deuteronomium 17:18-20.

Ten tweede uiten mensen soms de klacht dat de Bijbelse Wijsheidsliteratuur zover lijkt af te staan van de rest van de Bijbels verhaallijn, dat ze niet weten hoe ze die in de rest kunnen integreren. Preken en bijbelstudies over Spreuken of Prediker lopen altijd het gevaar te degenereren tot een dunne moraalles die makkelijk kan ingebed worden in een of ander religieus raamwerk.

Je begrijpt het probleem, maar er zijn meer verbanden tussen de Wijsheidsliteratuur en de rest van de canon dan er soms erkend wordt. Vanuit dit hoofdstuk vermeld ik er drie:

(1) Eerder uitzonderlijk verwijst dit hoofdstuk drie keer naar de Wet van God. ‘Wie de wet verzaken, prijzen de goddeloze; maar wie de wet betrachten, ergeren zich aan hen’ (28:4) – wat de sociale implicaties toont van gehoorzaamheid aan de wet.
‘Wie de wet betracht, is een verstandig zoon, maar wie het met de doorbrengers houdt, maakt zijn vader te schande’ – een contrast dat zowel verrassend is als suggestief.

‘Wie zijn oor afwendt van het horen der wet, diens gebed zelfs is een gruwel’ (28:9) – wat aantoont dat onder de voorwaarden van het oude verbond, trouw aan God betoond werd door je gehoorzaamheid aan de wet.

(2) ‘Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar wie ze belijdt en nalaat, die vindt ontferming’ (28:13) – de dramatische echo’s en ontwikkelingen weerklinken in 1 Johannes 1:9.

(3) ‘Een rijk man moge wijs zijn in eigen ogen, een arme die verstandig is, doorziet hem wel’ (28:11); ‘De hebzuchtige verwekt twist, maar wie op de HERE vertrouwt, wordt overvloedig verkwikt’ (28:25). Lees Jakobus.


Eigen vertaling van de overdenking bij 10 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 9 april 2015

Oprecht gemeend zijn de wonden door een vriend geslagen (Spr. 27)


Leviticus 13; Psalmen 15-16; Spreuken 27; 2 Thessalonicenzen 1

Terwijl we nadenken over Spreuken 27 zal ik de aandacht vestigen op vijf losse spreuken:

(1) ‘Oprecht gemeend zijn de wonden door een vriend geslagen, maar overvloedig zijn de kussen van een vijand’ (27:6). Dit is maar een van een groot aantal spreuken die doorheen het boek verspreid staan, waarin vleierij wordt verworpen en waarin wordt beklemtoond dat wijze mensen vermaning niet alleen op een vriendelijke en bedachtzame manier overbrengen, maar ook bereid zijn ze te aanvaarden en er uit te leren.

Bijvoorbeeld: ‘Bestraf de spotter niet, opdat hij u niet hate, bestraf de wijze, dan zal hij u liefhebben, geef aan de wijze, en hij zal nog wijzer worden, onderwijs de rechtvaardige, en hij zal aan inzicht winnen’ (9:8-9). ‘Het oor, dat luistert naar de terechtwijzing die ten leven is, zal vertoeven te midden der wijzen’ (15:31). Dit is een heel andere wereld dan een cultuur waarin mensen alleen aangemoedigd worden om zichzelf te vinden of zichzelf te uiten.

(2) Een aantal spreuken, waarvan een in dit hoofdstuk, prijst loyaliteit: ‘Laat uw vriend en de vriend van uw vader niet in de steek’ (27:10). Dit soort lof is sociaal; ze overstijgt de ‘ik eerst’-mentaliteit van het op hol geslagen individualisme, en past dus goed bij de Nieuwtestamentische nadruk op de gezamenlijke heelheid van de kerk.

(3) ‘Zoals men ijzer met ijzer scherpt, zo scherpt de ene mens de ander’ (27:17) – wat ook weer onmogelijk is waar het losgeslagen individualisme regeert. Voorgangers en uitleggers weten dat hun denken scherper is wanneer ze tijd nemen voor eerlijke interactie met hun collega’s.

(4) ‘Dodenrijk en verderf zijn onverzadelijk; even onverzadelijk zijn de ogen des mensen’ (27:20). Weinig zinnen vatten zo beknopt en zo sprekend de ongebreidelde hebzucht samen van gevallen mensen, hun begeerte naar dingen en naar macht, de hang naar bezit, controle en nieuwigheden. Sta er een moment bij stil en dodenrijk en verderf worden niet alleen de standaard van wat het betekent nooit tevreden te zijn, maar ook wat ‘de ogen des mensen’ kenmerkt.

(5) ‘De smeltkroes is voor het zilver en de oven voor het goud, en de mens (wordt beoordeeld) naar zijn faam’ (27:21). Dit kan eenvoudig betekenen dat, nadat iemand door een smeltkroes van lijden ging, de mate van bijval bij wijze van spreken bepaald wordt door wat zijn of haar tijdgenoten aan de andere kant vinden.

Maar het is waarschijnlijker dat de faam zelf in bepaalde opzichten de ultieme test is voor je karakter. Je kunt al evenveel over mensen zeggen (en misschien wel meer) door hoe ze lof beantwoorden, als je over ze kunt zeggen door hoe ze omgaan met tegenslag. Vraag het maar aan voetbalvedetten, filmsterren, en mensen in de kerk die te snel zijn opgeklommen. Misschien is dit de uiteindelijke smeltkroes. Het maakt ons niet kapot; het brengt aan het licht wat er daar zit, en heel vaak is het niet veel.


Eigen vertaling van de overdenking bij 9 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 8 april 2015

De Paulinische triade: geloof, hoop en liefde (1 Thes. 5)


Leviticus 11-12; Psalmen 13-14; Spreuken 26; 1 Thessalonicenzen 5

Geloof, hoop en liefde worden vaak de Paulinische triade genoemd. Ze duiken steeds opnieuw op in de briefwisseling van Paulus, in diverse combinaties en gedachtestructuren. Ongetwijfeld is de bekendste passage 1 Korinthiërs 13:13: ‘Zo blijven dan: Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde’.

Het zou kunnen dat de reden dat liefde de grootste van deze drie christelijke hoofddeugden is, in het feit ligt dat het de enige is die God zelf ook vertoont. Elders zegt de Bijbel dat God liefde is (1 Joh. 4:8); maar er staat nooit dat God geloof is of dat God hoop is.

In de brief die we voor onze aandacht hebben, duikt de Paulinische triade voor het eerst op in hoofdstuk 1: ‘onophoudelijk gedachtig aan het werk uws geloofs, de inspanning uwer liefde en de volharding uwer hoop op onze Here Jezus Christus voor het oog van onze God en Vader’ (1:3).

Soms zijn slechts twee elementen van de triade aanwezig: bijv. ‘Wij behoren God te allen tijde om u te danken, broeders, zoals gepast is, omdat uw geloof zeer toeneemt en uw aller liefde jegens elkander sterker wordt ‘ (2 Thess. 1:3).

Soms zijn de drie op bijzondere manieren met elkaar verbonden: ‘Wij danken God, de Vader van onze Here Jezus [Christus], te allen tijde bij ons bidden voor u, daar wij gehoord hebben van uw geloof in Christus Jezus en van de liefde, die gij al de heiligen toedraagt, om de hoop, die voor u is weggelegd in de hemelen. Daarvan hebt gij tevoren gehoord in de prediking der waarheid, het evangelie, dat tot u gekomen is’ (Kol. 1:3-6).

Hoewel liefde dan de ‘grootste’ van de drie is, is hoop in deze passage de basis of zelfs de motivatie voor geloof en liefde – hoewel die schikking verre van onveranderlijk is (bijv. Ef. 1:15, 18). Verschijnt de Paulinische triade aan het begin van 1 Thessalonicenzen, zo komt ze op het einde terug: ‘maar laten wij, die de dag toebehoren, nuchter zijn, toegerust met het harnas van geloof en liefde en met de helm van de hoop der zaligheid’ (1 Thess. 5:8, cursief toegevoegd).

Die variaties suggereren dat geloof, hoop en liefde voor Paulus of voor de vroege christenen geen cluster van afgesleten woorden vormden die altijd gebruikt werden in een wat saaie formule. Veeleer waren ze de karakteristieke christelijke deugden waarover ze nadachten en die ze nastreefden, zodat hun overwegingen en ervaring hen ertoe aanzetten om deze deugden op veel manieren te beschrijven.

Hier vinden we de metafoor van de wapenrusting van God, maar niet met de associaties die we vonden in Efeziërs 6:10-17 – het toont nog maar eens aan dat dit frisse en levendige manieren waren om te spreken, geen clichés waar alle kracht was uitgehold en alleen een geruststellende herhaling overbleef.


Eigen vertaling van de overdenking bij 8 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 7 april 2015

Een stad met omvergehaalde muren, zo is iemand die zijn geest niet in bedwang heeft (Spr. 25)


Leviticus 10; Psalmen 11-12; Spreuken 25; 1 Thessalonicenzen 4

Soms geeft de Bijbel ons een glimp van de middelen die God genadig gebruikte om de Bijbel te produceren. Lukas 1:1-4 bijvoorbeeld legt wat van het onderzoek uit dat de derde evangelist verrichtte.

Hier in de openingszinnen van Spreuken 25 vangen we een volgende glimp op: ‘Ook dit zijn spreuken van Salomo, welke de mannen van Hizkia, de koning van Juda, hebben bijeengebracht’ (25:1) – die natuurlijk twee eeuwen na Salomo leefden.

Blijkbaar werden een aantal afzonderlijke spreuken overgeleverd en uiteindelijk verzameld door een aantal geleerden die werkten gedurende Hizkia’s regering. Dit betekent dat het volledige Spreukenboek, dat diverse collecties bundelt, zelfs nog later volgt. En bij elke stap leidde God de ontwikkelingen.

Soms dient het boek Spreuken als een bron voor citaten in het Nieuwe Testament. We zijn al een aantal voorbeelden tegengekomen (bijv. 3:11-12, geciteerd in Heb. 12:5-6 – zie de overdenking voor 16 maart). Hier zijn er nog twee meer: 25:7, bewerkt door de Heer Jezus in Lukas 14:7-10; en 25:22, geciteerd door Paulus in Romeinen 12:20.

Maar het thema waarop ik vandaag de aandacht wil vestigen, is terughoudendheid en zelfbeheersing, dat maar terug blijft opduiken in dit hoofdstuk. ‘Praal niet bij de koning, ga niet staan op de plaats der groten’ (25:6). De wedloop naar de top is lelijke zelfprofilering. Het is veel beter terughoudend te zijn en integriteit te ontwikkelen. Iemand zou nog kunnen zeggen ‘Kom hierheen, hoger op’.

‘Door lankmoedigheid wordt de machtige vermurwd, een zachte tong verbreekt beenderen’ (25:15) – heel anders dan het gebral en gesputter van de uitzinnige. Zelfbeheersing en tact bereiken vaak wat een brulboei gewoon vernielt. Zelfbeheersing zou ook moeten aan het licht brengen hoeveel je op anderen steunt (25:17).

‘Hebt gij honig gevonden, eet zoveel als u voldoende is, opdat gij er niet te veel van krijgt en het uitspuwt’ (25:16). Deze spreuk vindt zijn toepassing bij meer voedsel dan honing alleen, en bij meer geneugten dan voedsel alleen. Een gebrek aan zelfbeheersing brengt in plaats van meer genot, veeleer braken en walging.

Een andere ‘honing’-spreuk rekt de gedachte een beetje. ‘Veel honig eten is niet goed, maar het doorvorsen van zware dingen is een eer’ (25:27, NBG). (Merk op dat de NBV-vertaling hier veel dichter aanleunt bij de betekenis van de Engelse tekst: Overmatig honing eten is niet goed, overmatig eer zoeken al evenmin’, JL). Dezelfde betekenis van walging en braken die samengaat met het eten van teveel honing, komt ook mee als je teveel je eigen eer zoekt. Anderen voelen al evenveel weerzin, zo zegt ons de spreuk, in het ene geval als in het andere.

En het tegenovergestelde van terughoudendheid? ‘Dampen en wind en toch geen regen, zo is iemand die ophef maakt van een waardeloos geschenk’ (25:14). ‘Een stad met omvergehaalde muren, zo is iemand die zijn geest niet in bedwang heeft’ (25:28). De vrucht van de Geest behelst ook zelfbeheersing (Gal. 5:23; 1 Thess. 5:6; 2 Tim. 1:7).


Eigen vertaling van de overdenking bij 7 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 6 april 2015

Betoont gij u slap ten dage der benauwdheid, dan komt uw kracht in het nauw (Spr. 24)


Leviticus 9; Psalm 10; Spreuken 24; 1 Thessalonicenzen 3

Veel van de verzen in Spreuken 24 lijken opgesteld in een tijd van gevaar, wanneer het kwaad sterk is en de uitkomst onzeker:

(1) ‘Betoont gij u slap ten dage der benauwdheid, dan komt uw kracht in het nauw’ (24:10). Dit kan een onbehaaglijke gedachte zijn, maar ze moet worden gezegd. Iedereen kan vooruit bulldozeren wanneer de koers bergafwaarts gaat. En natuurlijk is onze sterkte ook vaak werkelijk klein. Hoe vaak ontdekken christenen, met Paulus, dat Gods kracht zich in onze zwakheid ten volle openbaart (2 Kor. 12:1-10).

(2) Terwijl ik dit schrijf is een vreselijke zaak aan het licht gekomen. Een universiteitsstudent gluurde over de muur in een openbaar toilet en zag hoe zijn vriend een zeer jong meisje misbruikte en sloeg, en hij liep weg en deed er niets aan. Later vertelde de vriend hem dat hij het meisje had vermoord, dat de volgende morgen ineengezakt werd gevonden in het toilet. Nog altijd deed de universiteitsstudent niets. Dit is een microkosmos van degenen die iets van de terreur van Holocaust opmerkten en niets deden. Dus hoor het woord van de Here: ‘Red hen die ten dode gegrepen zijn, wend u niet af van hen die ter slachting wankelen. Wanneer gij zegt: Zie, wij wisten dit niet – zal Hij, die de harten doorzoekt, het niet merken, en Hij, die op uw ziel let, het niet weten, en de mens naar zijn doen vergelden?’ (24:11-12).

(3) ‘Wees niet afgunstig op de boosdoeners noch naijverig op de goddelozen; want voor de boze is er geen toekomst, de lamp der goddelozen wordt uitgeblust’ (24:19-20). De gelovige moet kijken naar de lange termijn. Als we alles beoordelen door wie wint en wie verliest op de korte termijn van onze eigen levens, zullen we vaak gefrustreerd zijn. Maar God de Rechter heeft het laatste woord.

(4) Veronderstel dan dat de goddeloze, of minstens je vijand die je als goddeloos beschouwt, met vreselijke tegenslagen te maken krijgt, zelfs in dit leven. Ook hier is er een goede en een verkeerde manier om daarmee om te gaan. ‘Als uw vijand valt, verheug u dan niet; als hij struikelt, jubele uw hart niet’ (24:17).

Waarom niet? Omdat je dan afgedaald bent tot op zijn niveau, en ‘opdat de HERE het niet zie en het Hem mishage, zodat Hij zijn toorn van hem zou afwenden’ (24:18) – en heel goed mogelijk, die op jou zou richten. Zoals ‘de wijzen’ stellen, ‘Zeg niet: Zoals hij mij deed, zo zal ik hem doen; ik vergeld de man naar zijn doen’ (24:29).

Het kan niet anders of christenen horen in deze woorden een vooruitgrijpen naar de ‘gouden regel’, een uitspraak van de Heer Jezus zelf: ‘Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus: want dit is de wet en de profeten’ (Mt. 7:12).


Eigen vertaling van de overdenking bij 6 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 5 april 2015

Wij, of liever: ik, Paulus, heb namelijk een en andermaal tot u willen komen, doch de satan heeft het ons belet (1Th. 2)

Leviticus 8; Psalm 9; Spreuken 23; 1 Thessalonicenzen 2

Paulus schrijft aan de Thessalonicenzen: ‘Maar wij, broeders, die een tijdlang naar het oog, niet naar het hart, van u beroofd zijn geweest, hebben met zeer veel ijver en groot verlangen begeerd uw aangezicht te zien. Wij, of liever: ik, Paulus, heb namelijk een en andermaal tot u willen komen, doch de satan heeft het ons belet’ (1 Thess. 2:17-18, cursief toegevoegd).

Elders in de Schrift wordt ook getuigd van het hinderende werk van satan en zijn handlangers. In Daniël 10:13 bijvoorbeeld, is ‘de vorst van het koninkrijk der Perzen’ bijna zeker een kwaadwillige engel die het antwoord op Daniëls gebed met drie weken vertraagt, en die het nog verder zou hebben uitgesteld ware er niet de tussenkomst geweest van Michaël.

Sommigen hebben in passages als deze een bewijs gezien dat God beperkt zou zijn, dat het gevecht tussen goed en kwaad in de Bijbel gaat tussen een beperkte goede God en een beperkte slechte satan. Wanneer slechte dingen gebeuren is dit het werk van satan, en God heeft er maar weinig mee te maken, behalve dat hij het tegenstaat – maar met weinig succes in dit geval.

Maar de God van de Bijbel is niet beperkt en niet zo gelimiteerd. Indien Hij dit zou zijn, dan zou het volledige boek Job (zoals we recentelijk zagen) geen zin hebben. De apostel Paulus zelf kan zijn vertragingen beschrijven met bewoordingen die anders zijn dan ‘de satan heeft het ons belet’.

Hij zegt bijvoorbeeld tegen de Korinthiërs ‘Want ik wil u thans niet in het voorbijgaan bezoeken, want ik hoop enige tijd bij u te blijven, als de Here het toestaat’ (1 Kor. 16:7, cursief toegevoegd; zie de overdenking voor 1 maart).

En dit is ook geen geïsoleerd voorbeeld. De Heer Jezus vertelt ons over een tijd waarin er een zo vreselijke verdrukking zou komen, dat ‘indien die dagen niet ingekort werden’, geen vlees zou behouden worden (Mt. 24:22, cursief toegevoegd). Dit kan werkelijk niets anders betekenen dan dat God tussenkomt om die dagen te verkorten. Dit betekent op zijn beurt dat Hij de macht heeft om dat te doen. De vraag die het oproept is waarom Hij dit niet vroeger deed. Strikt gesproken wordt het antwoord ons niet onthuld.

Het is ongetwijfeld verweven met andere bijbelse thema’s: God staat het boze soms toe om zijn gewone verloop te kennen, om zijn verval aan het licht te brengen; Hij is geduldig en laat veel tijd voor berouw; Hij kan zijn eigen redenen hebben, grotendeels verborgen, zoals in het boek Job. Maar Hij is altijd God en zijn soevereiniteit wordt nooit beknot.

Paulus geeft openlijk toe dat satan hem tegenhield; in een ander kader had hij dezelfde gebeurtenis kunnen bespreken in termen van de toestemming van de Heer. Geen van beide bewoordingen brengt hem in verlegenheid, en dat moet ook ons niet in verlegenheid brengen.

Daniël kan spreken over een vertraging van drie weken; elders spreekt hij over Gods onverminderde soevereiniteit (bijv. Dan. 4:34-35). Voor hem gaan de twee goed samen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 5 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 4 april 2015

'Oefen de knaap volgens de eis van zijn weg' (Spr. 22)


Leviticus 7; Psalmen 7-8; Spreuken 22; 1 Thessalonicenzen 1

Diverse opmerkingen over Spreuken 22:

(1) Je vindt een breuk na 22:16, met een nieuwe hoofding. We laten nu de spreuken van Salomo achter ons en beginnen met de ‘woorden der wijzen’. Die moeten verzameld zijn en circuleerden misschien onafhankelijk van het volgende gedeelte, ‘Ook dit zijn (spreuken) van wijzen’ (24:23-34), wat dan gevolgd wordt door meer spreuken van Salomo (25:1 e.v.).

Diverse culturen in het oude nabije Oosten koesterden en verzamelden spreuken, en dit droeg natuurlijk bij tot de opkomst van groepen van ‘wijze mannen’ wiens beste uitspraken bewaard werden voor het nageslacht.

(2) De spreuk ‘Oefen de knaap volgens de eis van zijn weg, ook wanneer hij oud geworden is, zal hij daarvan niet afwijken’ (22:6) is zodanig goed bekend dat ze om commentaar schreeuwt. Herinner je dat een spreuk noch jurisprudentie is, noch ongekwalificeerde belofte (zie de overdenking voor 23 maart). Wanneer kinderen verkeerd lopen, kan de nauwgezette waarnemer heel vaak familiale redenen opmerken die hebben bijgedragen tot de opstandigheid.

Maar dit is niet altijd het geval. Soms springen ook jonge mensen uit duidelijk geweldige gezinnen uit de band. Sommigen keren jaren later terug; anderen doen dit nooit. Goede gezinnen kunnen verloren zonen voortbrengen. Deze spreuk mag niet behandeld worden als ware het een belofte die van tijd tot tijd niet uitkomt.

Het is veeleer een spreuk: ze vertelt ons hoe God de werkelijkheid gestructureerd heeft, en wat we zouden moeten doen om ons eraan aan te passen. Dit is het principe van hoe gezinnen werken; er zijn geen voetnoten in vervat en er is geen sprake van uitzonderingen.

(3) Spreuken 22:29 biedt ons een voorbeeld van wijsheid die gewoon technische vaardigheid is (zie de overdenking voor 14 maart).

(4) Eens te meer is het de moeite waard om na te denken over hoeveel spreuken op een of andere manier focussen op sociale dynamieken en op de wenselijkheid van vrede, zelfbeheersing en ingehouden woorden. ‘Jaag de spotter weg en de twist verdwijnt, en het twisten en smaden houdt op’ (22:10). ‘Ga niet om met een driftkop en laat u niet in met een heethoofd, opdat gij niet gewend raakt aan zijn paden en uzelf een strik spant’ (22:24-25).

(5) Diverse verzen in dit hoofdstuk moedigen de lezer aan in gedachten te houden dat bijbelse spreuken meer zijn dan goed gezond verstand van een seculiere soort, met een klein beetje vroomheid eraan toegevoegd. Ze zijn diep geworteld in toewijding aan de levende God en aan alle openbaring die Hij heeft geschonken.

Soms brengt de manier waarop een spreuk is opgesteld, deze realiteit tot leven: ‘Rijken en armen ontmoeten elkander; hun aller Maker is de HERE’ (22:2). Het wijze gezegde is gegrond in de scheppingsleer.

‘De mond van vreemde vrouwen is een diepe groeve; hij, op wie de HERE vergramd is, valt daarin’ (22:14). De seksuele zonde die overal in dit boek wordt veroordeeld, wordt nu gezien als bewijs van Gods soevereine toorn.


Eigen vertaling van de overdenking bij 4 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 3 april 2015

Gerechtigheid en recht doen, is de HERE welgevalliger dan offers (Spr. 21)


Leviticus 6; Psalmen 5-6; Spreuken 21; Kolossenzen 4

Hier zal ik me toeleggen op drie van de verscheiden thema’s die in Spreuken 21 opduiken:

(a) ‘Gerechtigheid en recht doen, is de HERE welgevalliger dan offers’ (21:3). De profeten zeggen iets gelijkaardigs (bijv. Hosea 6:6), en dat doet ook de Heer Jezus (Mt. 9:13; 12:7).

Elke generatie moet bedenken dat integriteit en gerechtigheid belangrijker zijn dan religieuze rituelen. Het zou niet mogen verrassen dat religieuze mensen soms sjoemelen met hun belastingaangiftes, hun kinderen misbruiken, de auto van hun buren begeren en niets zo hard liefhebben als hun persoonlijke plezier. Hun religie zou in de praktijk kunnen dienen als mantel om hun zonde te bedekken onder een vernislaag van eerbiedwaardigheid.

Dit hoofdstuk bevat ook een andere relevante spreuk: ‘Het offer der goddelozen is een gruwel, hoeveel te meer, als hij het met boze bedoeling brengt (21:27). De religieuze inachtname door goddeloze mensen is gewoon verachtelijk in Gods ogen; het is onvoorstelbaar walgelijk voor Hem wanneer de goddeloze persoon minder een verdorven slachtoffer is dan een zelfbewuste charlatan die zijn religie gebruikt om mensen te misleiden.

Impliciet betekent dit natuurlijk dat de religie van de Bijbel meer gaat over karakter dan over koren, meer over werkelijke transformatie dan over religieuze traditie, meer over God en het evangelie dan over leiderschap en protserigheid.

(b) Armoede kan zijn oorsprong vinden in misbruik en onderdrukking door de sterken en machtigen. Maar het kan ook voortkomen uit een karakteriële zwakte zoals luiheid of liefhebben van eigen genot.

Zo is het ook in dit hoofdstuk: ‘Wie van vermaak houdt, zal gebrek lijden; wie olie en wijn liefheeft, wordt niet rijk’ (21:17). ‘In de woning van de wijze is kostelijke voorraad en olie, maar een dwaas van een mens brengt het door (21:20). ‘De begeerte van de luiaard brengt hem ten dode, want zijn handen weigeren te werken’ (21:25). ‘De begerigheid begeert de ganse dag, maar de rechtvaardige geeft en houdt niet terug’ (21:26).

In tegenstelling daarmee: ‘De plannen van de vlijtige strekken tot louter overvloed, maar al wie overijlt, komt slechts tot gebrek’ (21:5). De wijze zal geen genot najagen als een van de grote doelen in het leven, maar zal zich vooruitziend tonen, vrijgevig, hardwerkend, trouw en rechtvaardig – precies het soort kwaliteiten die mensen tot goede werkgevers en goede werknemers maken.

(c) ‘Trotsheid van ogen en opgeblazenheid van hart – de glans der goddelozen is zonde’ (21:4). ‘Een overmoedige en vermetele heet spotter, hij, die handelt in mateloze overmoed’ (21:24). De kern van alle goddeloosheid is die voortdurende zelfgerichtheid die bij zichzelf de illusie wekt dat we alles zelf in handen hebben, in die mate dat God nooit meer kan zijn dan een handlanger. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat transformatie begint met berouw.


Eigen vertaling van de overdenking bij 3 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 2 april 2015

Laat het woord van Christus in rijke mate in u wonen (Kol. 3)


Leviticus 5; Psalmen 3-4; Spreuken 20; Kolossenzen 3

De contrasten in Kolossenzen 3 zijn zodanig sterk dat ze je blijven achtervolgen. Aan de ene kant zijn de zonden in 3:5-9 smerig: seksuele immoraliteit, onreinheid, hartstocht, boze begeerten, hebzucht, woede en drift, vloeken en schelden, vuile taal, liegen.

Hebzucht wordt bestempeld als ‘afgoderij’ (3:5). Je begrijpt waarom. In de praktijk aanbid je wat je het meest begeert. Als hebzucht aan de grondslag ligt van onze diepste verlangens, dan is hebberigheid onze god geworden en zijn wij afgodendienaars.

Aan de andere kant werden de deugden die kort uiteengezet worden in 3:12-17 altijd al geassocieerd met een zuiver christelijk karakter. Hier wil ik focussen op de laatste twee verzen: ‘Het woord van Christus wone rijkelijk in u, zodat gij in alle wijsheid elkander leert en terechtwijst en met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen zingende, Gode dank brengt in uw harten. En al wat gij doet met woord of werk, doet het alles in de naam des Heren Jezus, God, de Vader, dankende door Hem!’ (3:16-17).

(1) Het ‘woord van Christus’ is niet noodzakelijk de Schrift. Het is het evangelie – maar de voornaamste toegang die we tot dat evangelie hebben is de Schrift. De uitdrukking ‘woord van Christus’ is voldoende flexibel dat het zowel het woord kan betekenen dat Christus leerde, of het woord over Christus.

In de mate dat het evangelie zelf zowel verkondigd werd door Jezus Christus, en zo belichaamd werd in zijn persoon en bediening dat het ook is wat de apostelen over Hem zeggen, slaat ‘het woord van Christus’ op beide betekenissen.

(2) Dit is hetgeen rijkelijk in ons moet wonen. Het moet onze herinneringen vullen, onze horizonten innemen, onze prioriteit vormen. We moeten er zodanig over nadenken, dat als we er in gedachten over gaan en leren hoe we het toepassen op elk gebied in ons leven, dat, ver van een kleine religieuze hoek van onze ervaring in te nemen, het rijkelijk in ons zal wonen.

(3) Dit moet niet alleen gebeuren in de beslotenheid van onze binnenkamer en gedachten, maar ook in onze wederzijdse lering en terechtwijzing. Welk onderwijs ook plaatsvindt in de plaatselijke gemeente, het moet vol zijn van het evangelie en zijn rijke, levensveranderende implicaties en toepassingen.

(4) Tegenover al wat smerig is en afgodisch, moeten christenen gekenmerkt worden door dankbaarheid. We zijn geroepen tot vrede, zegt de apostel. ‘en weest dankbaar’ (3:15). Het zingen van psalmen en lofzangen en geestelijke liederen moet gebeuren terwijl je ‘Gode dank brengt in uw harten’ (3:16).

Meer nog, besluit de apostel, ‘al wat gij doet met woord of werk, doet het alles in de naam des Heren Jezus, God, de Vader, dankende door Hem!’ (3:17, cursief toegevoegd).


Eigen vertaling van de overdenking bij 2 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 1 april 2015

'Vele zijn de overleggingen in het hart des mensen, maar de raad des HEREN, die zal bestaan' (Spr. 19)


Leviticus 4; Psalmen 1-2; Spreuken 19; Kolossenzen 2

In een eerdere fase werkte ik doorheen Spreuken en deelde de meeste van de individuele spreuken in volgens thema. Sommige ervan pasten in meer dan één thema.
Ik merkte op dat er een nadeel verbonden was aan deze aanpak: ik zou de thematische verbanden verliezen in bepaalde grote blokken materiaal. Maar er was nog altijd een voordeel ook. In een oogopslag zou ik alles zien van wat Spreuken te zeggen heeft over armoede, bijvoorbeeld, of over het gezin, of over het spreken van de mens.

Een van de thema’s die aldus verhelderd worden, is Gods soevereiniteit, uitgewerkt in soms mysterieuze voorzienigheid. In dit hoofdstuk is er één vers over dit thema: ‘Vele zijn de overleggingen in het hart des mensen, maar de raad des HEREN, die zal bestaan’ (Spreuken 19:21).

Op zichzelf zou dit natuurlijk ook niets meer kunnen betekenen dan dat de Heer zich een uitstekend schaker toont! Maar dit vers is verbonden met een belangrijke reeks Schriftgedeeltes (bijv. 20:24), die vereisen dat we er dieper over nadenken dan dat.

Bijvoorbeeld:

(1) ‘De HERE heeft alles gemaakt voor zijn doel, ja, zelfs de goddeloze voor de dag des kwaads’ (16:4). We mogen niet proberen om aan de reikwijdte van deze uitspraak af te doen. Dit is geen dualistisch universum waarin twee autonome principes werkzaam zijn, een goede en een slechte.

Hoewel er een basisverschil is tussen goed en kwaad, regeert toch Gods soevereiniteit, via welke mysterieuze wegen ook, zodat zelfs de goddeloze Gods plannen dient – zeker zijn plannen met betrekking tot oordeel. Paulus denkt na over hetzelfde thema (Rom. 9:22).

(2) ‘Het hart des mensen overdenkt zijn weg, maar de HERE bestiert zijn gang’ (16:9). Mensen zijn verantwoordelijk voor wat ze kiezen en wat ze doen; het volledige boek Spreuken handhaaft dit perspectief, want anders zouden de fundamentale diepe kloven tussen wijsheid en dwaasheid, tussen goed en kwaad, tussen vreze des Heren en verwaande arrogantie, niet kunnen gehandhaafd worden.

Maar tegelijkertijd kan een gewoon mens zelfs met alle mogelijke machinaties ter wereld niet ontsnappen aan het bereik van de goddelijke soevereiniteit. Elders wordt ons gezegd, ‘Het hart van de koning is in de hand des HEREN als waterbeken, Hij leidt het overal heen, waar het Hem behaagt’ (21:1).

(3) Het lot wordt in de schoot geworpen, maar elke beslissing daarvan is van de HERE’ (16:33). Dit is een beetje als zeggen dat je de dobbelsteen zo vaak mag gooien als je wilt, maar de cijfers die als resultaat naar boven komen zijn bepaald door de Almachtige.

Dit is de reden waarom christenen gesproken hebben over ‘het mysterie van de voorzienigheid’. Je kunt de morele kwaliteit van een gebeurtenis niet afmeten aan het loutere feit dat de gebeurtenis zich voordoet, aangezien Gods voorzienigheid zowel regeert over de goede als de boze, over elk cijfer dat uit de bus komt.
Voor moreel onderscheid, heb je Gods eigen uitspraken, zijn woorden, zijn wet nodig.


Eigen vertaling van de overdenking bij 1 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 31 maart 2015

'Wie antwoord geeft, voordat hij hoort, die is het tot dwaasheid en smaad' (Spr. 18)

Leviticus 2-3; Johannes 21; Spreuken 18; Kolossenzen 1

Een aantal van de spreuken in dit boek gaan over de kwestie twist. Sommige hebben te maken met twisten op het gerechtelijke vlak – bijv. ‘Het is verkeerd de goddeloze voor te trekken, en de rechtvaardige in het gericht weg te duwen’ (18:5). Of ook ‘In het rechtsgeding heeft de eerste (spreker) gelijk, maar dan komt de ander en rekent hem na’ (18:17) – een spreuk die wijdere toepassing vindt dan de rechtszaal.

Dit gerechtelijke element wekt nauwelijks verbazing, aangezien Salomo zelf het hoogste gerechtshof was in zijn koninkrijk. Maar veel van deze spreuken over twisten hebben weinig te maken met het gerechtelijke systeem (hoewel zelfs de meest private disputen kunnen leiden tot een rechtszaak – en het kan goed zijn dat Salomo’s bespiegelingen over zelfs private twisten gestimuleerd werden door sommige van de dingen die hij voor de rechtbank zag gebracht worden).

Er zijn hier twee dergelijke spreuken: Spreuken 18:13, 18.

(1) ‘Wie antwoord geeft, voordat hij hoort, die is het tot dwaasheid en smaad’ (18:13). Dit nodigt natuurlijk uit tot wijdere toepassing. We denken aan die ergerlijke, agressieve gesprekspartners die je zelden een zin of gedachte laten afmaken voor ze er hun eigen visie hebben tussen gegooid. Hoeveel erger is de situatie wanneer geen van beide zijden in een dispuut werkelijk luistert naar de andere zijde.

In zeldzame gevallen is er natuurlijk letterlijk niets dat ten gunste kan gezegd worden van een specifieke zijde. Maar bijna altijd schiet er ten minste iets over dat gezegd kan worden voor een strijdige positie, zelfs als ze globaal gezien niet zo verdedigbaar is.

Maar hoe kun je ontdekken als je niet werkelijk luistert?

Hoe kun je hopen de andere partij te overtuigen van wat je zegt, als je die partij niet de genade schenkt beleefd te luisteren? In de meeste disputen zullen de spanningen afnemen als een van de partijen het initiatief neemt het volume te verminderen, het tempo te laten zakken, de retoriek wat te laten afkoelen, en nederig poogt te luisteren en ontdekken wat de andere zijde precies zegt.

(2) ‘Het lot doet twistingen ophouden en scheidt sterke mannen van elkander’ (18:18). ‘Het lot werpen’ kan verwijzen naar de priesterlijke functie van beroep doen op Urim en Tumim voor leiding (bijv. Ex. 28:30). Maar ik vermoed van niet. Sommige disputen worden zodanig boosaardig of zodanig complex dat de eenvoudigste manier van ze op te lossen bestaat uit het opgooien van een munt – in het geval natuurlijk, dat beide partijen ermee instemmen dat ze zich aan de uitkomst zullen houden.

Sommige disputen kunnen en mogen niet op die manier opgelost worden. Maar waar beide partijen ten diepste erkennen dat hun twist gaat over zes of een half dozijn, kan dit de eenvoudigste manier zijn om vooruit te gaan.

Het wordt onontkoombaar duidelijk dat uit de Bijbel een diepe toewijding spreekt aan de waarheid, aan integriteit in luisteren en spreken, en zowel aan vrede als aan gerechtigheid.


Eigen vertaling van de overdenking bij 31 maart uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 30 maart 2015

De toetser der harten is de HERE (Spr. 17)


Leviticus 1; Johannes 20; Spreuken 17; Filippenzen 4

Nog vier andere soorten Spreuken duiken op in Spreuken 17:

(1) Diverse Spreuken bieden een evaluatieve vergelijking die wordt ingeleid door het woord ‘beter’. ‘Beter een droge bete en rust daarbij, dan een huis vol vleesspijzen, waarover men twist’ (17:1). ‘Beter dat je een berin ontmoet die beroofd is van haar jongen dan een dwaas met al zijn dwaasheid’ (17:12, HSV).

De eerste van de twee biedt een waardeoordeel dat moet gezien en gekoesterd worden; de tweede maakt een belangrijke beoordeling van de ‘dwaas’, met een ingesloten waarschuwing om dergelijk gezelschap te vermijden. Er zijn veel van deze ‘beter’-spreuken in andere hoofdstukken – bijv. ‘Beter in eenvoud leven met de armen dan de buit verdelen met hoogmoedigen (16:19, HSV); ‘Beter te wonen op een hoek van het dak dan met een twistzieke vrouw in een gemeenschappelijke woning’ (21:9).

(2) Een aantal spreuken nemen de vorm aan van retorische vragen. ‘Welk nut heeft geld in de hand van een dwaas? Dom als hij is, kan hij toch geen wijsheid kopen.’ (17:16, HSV). Deze spreuk is heel mooi. Ze suggereert dat geld gebruiken op manieren die je niet ‘wijs’ maken zodanig onrendabel is dat je beter af zou zijn zonder geld.

(3) Sommige spreuken lijken heel eenvoudig, maar bevatten een onverwacht element dat de lezer aanzet om na te denken over het gezegde. ‘Een booswicht schenkt aandacht aan een bedrieglijke lip; valsheid leent het oor aan de verderfelijke tong’ (17:4).

Je had kunnen verwachten: ‘Een booswicht spreekt met bedrieglijke lippen; een valsaard spreekt met verderfelijke tong’. Dat zou ook waar zijn, maar betrekkelijk prozaïsch. De bedrieglijke lippen en de verderfelijke tong in 17:4 zijn ongetwijfeld slecht, maar de schrijver staat niet stil om het punt te beargumenteren.

Hij focust eerder op het karakter van degene die luistert naar valse lippen, op hen die aandacht schenken aan de verderfelijke tong. Misschien is de ergste straf voor leugenaars niet dat ze niet geloofd worden, maar dat ze waarheid verwerpen en leugen verkiezen – zowel hun leugens als die van anderen.

En wat zegt deze spreuk over een cultuur die sappige smerigheid liefheeft, of geruststellende halve waarheden, of ondeugdelijk, zinloos geweld? Wie koopt porno waar het kasticket ‘kranten’ aangeeft? Dergelijke organisaties kunnen geen zaken blijven doen als er geen markt voor is. Hoe kunnen roddels in plaatselijke gemeentes blijven bestaan als ze geen luisterbereide oren vinden – valse oren, volgens deze spreuk?

(4) Een verrassend groot aantal spreuken vertelt ons uitdrukkelijk wat de Heer doet. Vaak wordt ons verteld wat de Heer liefheeft of haat, om ons te helpen onze eigen waarden te vormen; maar soms is het iets anders, zoals, ‘de toetser der harten is de HERE’ (17:3); ‘Wie een goddeloze vrijspreekt en wie een rechtvaardige veroordeelt, deze beiden zijn de HERE een gruwel’ (17:15). Voor andere voorbeelden, lees 15:8, 9, 25, 26, 29 en 16:4.


Eigen vertaling van de overdenking bij 30 maart uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 29 maart 2015

Volg iemand die Christus navolgt (Fp. 3)


Exodus 40; Johannes 19; Spreuken 16; Filippenzen 3

In zijn brieven vertelt Paulus zijn lezers vaak, impliciet of expliciet, dat ze niet alleen moeten begrijpen en volgen wat hij leert, maar ook dat ze hem moeten imiteren. Nergens is dit thema sterker dan in Filippenzen 3, waar het in 3:17 een climax bereikt: ‘Weest allen mijn navolgers, broeders, en ziet op hen, die evenzo wandelen, gelijk gij ons tot voorbeeld hebt’.

Niet alleen instrueert Paulus de gelovigen om hem te imiteren; hij heeft ook een kader van leiders opgebouwd die de levenswijze illustreren die hij onderwezen heeft, zodat ze voor anderen kunnen dienen als na te volgen voorbeelden.

Een paar overwegingen:

(1) Het is bijna zeker een van de redenen van Paulus om zoveel details te geven over Timotheüs en Epafroditus (2:19-30) dat ze zouden kunnen dienen als te bewonderen en na te streven voorbeelden.

Paulus zegt over Timotheüs: ‘Want ik heb niemand die zó eens geestes (met u) is, om uw belangen getrouw te behartigen; want allen zoeken zij hun eigen belang, niet de zaak van Christus Jezus’ (2:20-21). Hij verwacht dat de meer godvrezenden onder zijn lezers instinctief zullen reageren en zich zullen voornemen te worden als Timotheüs.

Paulus is zelfs nog meer expliciet met betrekking tot Epafroditus. Nadat hij de christelijke moed van de man heeft gespecificeerd, voegt Paulus eraan toe, ‘Ontvangt hem dan in de Here met alle blijdschap en houdt mannen zoals hij in ere (2:29) – niet alleen ‘hem’, maar ‘mannen zoals hij’, want Paulus onderwijst levenswijzen die bewonderd en geïmiteerd moeten worden.

(2) Paulus’ suggestie dat de Filippenzen Timotheüs en Epafroditus zouden imiteren, en zijn opdracht dat ze zijn eigen voorbeeld en levenswijze zouden navolgen die hij regelmatig had onderwezen (3:17), wordt deels aangereikt als een tegengif voor de alternatieve voorbeelden die ons omringen.

De veronderstelling is dat we onvermijdelijk iemand imiteren. Er zijn altijd genoeg slechte voorbeelden in voorraad. Paulus waarschuwt tegen ‘de honden’ (3:2) die probeerden om naleving van de Joodse verbondsgedachte op te leggen. Ongetwijfeld schenen ze geweldig vroom. De apostel waarschuwt tegelijk tegen de ‘vijanden van het kruis van Christus’ (3:18), die, te oordelen naar de context, bijna zeker belijdende christenen zijn die niet echt vatten waar het evangelie over gaat en die niet echt leven met de blik op de waarden van de eeuwigheid.

Ook zij moeten een bepaalde geloofwaardigheid genoten hebben, of Paulus zou niet tegen ze gewaarschuwd hebben. Christenen moeten intentioneel zijn in het kiezen wie ze zouden imiteren, of anders drijven ze misschien richting slechte voorbeelden.

(3) Paulus’ sterke vermaning dat de Filippenzen zijn voorbeeld moeten volgen is vrij van eigendunk en religieus gepraat door zijn beslistheid dat hij er zelf nog niet is, maar nog steeds op pelgrimstocht is (3:7-16).

Dus volg iemand die Christus navolgt; volg een pelgrim die aandringt dat je zou leven naar wat je al bereikt hebt, en dan zou jagen naar meer.


Eigen vertaling van de overdenking bij 29 maart uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 28 maart 2015

Hij heeft zichzelf ontledigd en de gestalte van een dienstknecht aangenomen (Fp. 2)

Exodus 39; Johannes 18; Spreuken 15; Filippenzen 2

Slechts weinig passages bevatten zoveel theologie en ethiek als Filippenzen 2. We kunnen maar op enkele van zijn mooie thema’s ingaan:

(1) Uitleggers hebben 2:5-11 op allerhande creatieve manieren vertaald. In grote lijnen heeft de NBG-vertaling (zoals de Engelstalige NIV waar D. A. Carson naar verwijst, JL) het bij het rechte eind. Van Christus Jezus wordt ons verteld dat Hij ‘in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is’ (2:6-7). Dit is allemaal heel mooi, een heerlijke beschrijving van de incarnatie die de weg baant naar het kruis. Ik zou de vertaling in de eerste zin van vers 6 anders verwoorden: ‘in zijn natuur zelf God zijnde’. Op vlak van onbewerkt literalisme is dit een perfect aanvaardbare vertaling. Maar het Grieks gebruikt veel vaker deelwoorden dan het Engels en het Nederlands dat doen, en Griekse bijwoordelijke deelwoorden, zoals het woord ‘zijnde’ in deze zin, hebben diverse logische verbanden met hun context, verbanden die moeten bepaald worden door de context.

Waarschijnlijk dat de meeste Nederlandstalige lezers in hun gedachten dit gedeelte herverwoorden als ‘hoewel Hij in zijn ware aard God was …’. Dit is zeker betekenisvol en kan zelfs correct zijn. Maar er zijn goede contextuele redenen om te denken dat het deelwoord causaal is: ‘omdat Hij in zijn ware aard God was’.
Met andere woorden, omdat Hij in aard God was, beschouwde Hij het aan God gelijk zijn niet als iets dat zou geroofd moeten worden, maar Hij maakte zichzelf tot niets, een nobody: het was goddelijk om dit soort ontlediging te tonen, dit soort genade.

(2) ‘Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was’ (2:5), die zijn rechten niet beschouwde als iets dat Hij moest roven, maar die zichzelf vernederde en een dood van weerzinwekkende schande stierf zodat wij gered konden worden – en Hij werd uiteindelijk gerechtvaardigd (2:6-11). De vermaning van 2:5 ondersteunt zo de opeenvolging van vermaningen in 2:1-4. Denk erover na hoe dit zo is.

(3) De verzen die volgen op het ‘christelijk lied’ (zoals het vaak genoemd wordt) van 2:6-11 benadrukken volharding. De ‘daarom’ van aan het begin van vers 12 brengt het verband tot stand. Christus maakte zichzelf tot niets en stierf een smadelijke dood, maar werd uiteindelijk glorieus gerechtvaardigd, en daarom zouden we op lange termijn moeten kijken en onze behoudenis ‘bewerken’ ‘met vreze en beven’ (2:12).
Natuurlijk is de stimulans des te groter wanneer we in gedachten houden dat het God is, ‘die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt’ (2:13).

We verwerpen volkomen passiviteit, zogenaamd ‘loslaten en God laten’ (‘letting go and letting God’); veeleer werken we onze behoudenis uit. Maar tegelijkertijd erkennen we met vreugde dat zowel ons willen als ons werken bewijs zijn van Gods werk in ons. En Hij zal ons rechtvaardigen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 28 maart uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 27 maart 2015

Gedraagt u waardig het evangelie van Christus (Fp. 1)


Exodus 38; Johannes 17; Spreuken 14; Filippenzen 1

Wat betekent de uitdrukking ‘gedraagt u waardig het evangelie van Christus’ (Fp. 1:27)? De uitdrukking is treffend. Ze is ook bijwoordelijk – d.w.z., ze beschrijft de manier waarop we ons gedragen, niet ons. Paulus zegt niet dat wijzelf het evangelie van Christus waardig zijn, want dat zou een contradictio in terminis zijn: het evangelie is per definitie geen goed nieuws voor mensen die het niet waardig zijn. Maar eenmaal we het evangelie hebben aangenomen, hoezeer onwaardig we ook mogen zijn, moeten we ons gedragen op een manier die het evangelie waardig is.

De manier waarop christenen dit moeten doen (Filippenzen 1:27-30) is door samen vast te staan (‘in een geest’, 1:27), ‘één van ziel medestrijdende voor het geloof aan het evangelie, zonder dat gij u in enig opzicht door de tegenstanders laat beangstigen’ (1:27-28).

Mensen die hun voordeel gedaan hebben met het evangelie gedragen zich zeker niet op een manier die het evangelie waardig is wanneer ze er zich voor schamen (Rom. 1:16). In een tijd waarin de omringende cultuur christenen ridiculiseert of zelfs vervolgt vergt het natuurlijk moed om samen vast te staan in dapper en duidelijk getuigenis over de kracht van het evangelie.

Maar ook daar komt nog een ander element kijken van wat het betekent je waardig het evangelie te gedragen. ‘Want aan u is de genade verleend, voor Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden’ (1:29). Wat een merkwaardige opmerking! Paulus zegt niet dat deze christenen geroepen zijn om zowel te lijden als te geloven, maar dat het hen geschónken is zowel te lijden als te geloven – alsof zowel lijden voor Christus als geloven in Christus gezegende voorrechten zijn die genadig geschonken werden. Dat is, natuurlijk, precies wat hij bedoelt.

We denken vaak aan geloof als een genadegeschenk van God (Ef. 2:8-9), maar lijden? Toch is dit wat Paulus zegt. Denken we erover na, dan zien we gemakkelijk waarom. Het evangelie van Jezus Christus is dat Jezus naar Gods goede plannen voor ons leed, waarbij hij onze schuld en schande droeg en verzoening bewerkte voor onze zonde. Het zou dan zeker geen verrassing mogen zijn dat gedrag dat dergelijk evangelie waardig is, ook lijden voor Jezus omvat.

In feite is dit thema deel van wat deze paragraaf tot een overgangsparagraaf maakt.

Aan de ene kant blikt de paragraaf terug naar het voorbeeld van de apostel Paulus (1:12-26).Hij eindigt de paragraaf door te verwijzen naar zijn eigen ‘strijd’ (1:30), waarover de lezers uit Filippi net gelezen hebben – een ‘strijd’ die zo hevig was dat hij niet zeker wist of hij die zou overleven.

En aan de andere kant is het hoofdstuk dat nog volgt een van de meest krachtige Nieuwtestamentische beschrijvingen van Jezus’ vernedering en dood. We moeten ons op een manier gedragen die dergelijk goed nieuws waardig is.


Eigen vertaling van de overdenking bij 27 maart uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 26 maart 2015

Door overmoed ontstaat slechts twist, maar bij hen die zich laten raden, is wijsheid (Spr. 13)

Exodus 37; Johannes 16; Spreuken 13; Efeziërs 6

Het parallellisme in de wijsheidsliteratuur van de Bijbel is divers. Wanneer we dit begrijpen helpt het ons om correcter na te denken over de Schrift. Het is makkelijk dit punt te illustreren met twee of drie soorten parallellisme, gekozen uit Spreuken 13.

Een aantal gevallen van parallellisme zijn gewoon tegengestelden. ‘Wie met wijzen omgaat, wordt wijs; maar wie met dwazen verkeert, wordt slecht’ (13:20). De tweede zin is bijna het tegenovergestelde van de eerste, en de twee zinnen samen herinneren er de lezers aan dat ze gevormd worden door het gezelschap waar ze tijd mee doorbrengen en door het advies waarnaar ze luisteren.

‘Wie zijn roede spaart, haat zijn zoon; maar wie hem liefheeft, tuchtigt hem reeds vroeg’ (13:24). De eerste zin kan een zweem van hyperbool vertonen, maar het contrast tussen de twee zinnen maakt de les van het hele vers duidelijk.

In sommige gevallen is de tweede zin niet het tegengestelde van de eerste zin, maar een uitbreiding ervan. ‘Het onderricht van de wijze is een bron des levens, om de strikken des doods te ontwijken’ (13:14). Natuurlijk is er een contrast tussen ‘leven’ en ‘dood’, maar toch is de gedachte van de tweede zin niet het tegengestelde van wat er in de eerste zin wordt uitgedrukt, maar een verdere uiteenzetting ervan. Dit wordt soms ‘stappenparallellisme’ genoemd.

Wellicht vereisen die spreuken de meest gerichte overdenking waarin de twee zinnen duidelijk bedoeld zijn als tegengestelden, maar waarin de verschillende delen op het eerste gezicht toch niet meteen tegenover elkaar staan. Dergelijke spreuken zijn lichtelijk provocerend. Elk van de twee zinnen wordt subtiel vormgegeven door de andere.

Hier zijn twee voorbeelden. ‘Door overmoed ontstaat slechts twist, maar bij hen die zich laten raden, is wijsheid’ (13:10). Louter formele parallellismen hadden wellicht gekozen voor ‘Door overmoed ontstaat slechts twist, maar nederigheid brengt vrede voort’. Maar de tekst van de Schrift nodigt uit tot grondiger analyse. ‘Wijsheid’ wordt in contrast geplaatst met ‘trots’ (of in de NBG-vertaling: ‘overmoed’) – hetgeen zachtjes verklaart wat wijsheid is, terwijl impliciet gezegd wordt dat trots gelijkstaat met dwaasheid. De twist uit de eerste zin wordt opgewekt door de hoogmoedige weigering naar andere gezichtspunten te luisteren of advies aan te nemen.

Of opnieuw: ‘Ieder schrander mens handelt met overleg, maar een zot kraamt dwaasheid uit’ (13:16). Een eenvoudig contrast zou gekozen hebben voor: ‘Ieder schrander mens handelt met overleg, maar een zot handelt uit onwetendheid (of dwaasheid)’. Maar de tweede zin zegt dat de zot zijn dwaasheid duidelijk maakt. De twee zinnen worden wederkerig verklaard.

De voorzichtige man handelt met overleg (zin 1) en toont daarmee zijn wijsheid; de zot handelt uit dwaasheid, en maakt die daarmee voor iedereen duidelijk. Denk in dit licht na over Psalm 14:1!


Eigen vertaling van de overdenking bij 26 maart uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 25 maart 2015

Weest elkander onderdanig in de vreze van Christus (Ef. 5)


Exodus 36; Johannes 15; Spreuken 12; Efeziërs 5

In het klimaat van vandaag is een logische lezing van Efeziërs 5:21-33 steeds minder populair. Zonder in detail te gaan, zal ik het wagen mijn uitleg te geven voor het verloop van het gedeelte.

(1) Vreemd genoeg drukt bijvoorbeeld de Engelstalige NIV-vertaling 5:21 (‘en weest elkander onderdanig in de vreze van Christus’) af als een afzonderlijke paragraaf. In de oorspronkelijke tekst is dit de laatste van een snoer van deelwoord-uitdrukkingen die invullen wat het betekent vervuld te zijn met de Geest (5:18): functioneel betekent vervuld zijn met de Geest alles in 5:19-21.

Bovendien mogen de woorden ‘weest elkaar onderdanig’ niet begrepen worden als je wederkerig aan elkaar onderwerpen. Want:
(a) het werkwoord ‘onderdanig zijn’ verwijst in het Grieks altijd naar onderdanigheid in een of andere geordende bundeling, nooit naar wederzijdse onderschikking;
(b) het idee wordt dan terug opgepikt in de volgende ‘huishoudlijst’ van taken: vrouwen zijn onderdanig aan mannen, kinderen aan ouders, en slaven aan meesters (5:22-6:4);
(c) dezelfde visie op onderwerping wordt herhaald in het Nieuwe Testament (Kol. 3:18-19; Titus 2:4-5; 1 Pet. 3:1-6);
(d) het Griekse voornaamwoord dat weergegeven wordt als ‘elkander’ is vaak niet wederkerig (bijv. Opb. 6:4).

(2) Niettemin moeten bepaalde dingen gezegd worden over de onderdanigheid van de vrouw aan haar man (5:22-24).
(a) Ze mag niet verward worden met bepaalde betreurenswaardige stereotypen – kruiperigheid, zelfbeklag, ongelijk loon voor hetzelfde werk (alsof God de God van het onrecht zou zijn), en dergelijke meer.
(b) Deze onderdanigheid vindt haar model in de verantwoordelijkheid van de kerk om onderdanig te zijn aan Christus. Dit leidt tot grote kwesties van typologie die we hier niet kunnen onderzoeken. Maar praktisch zou het moeten zorgen voor het verminderen van gezeur, van het kleineren van de echtgenoot, van intimiderende manipulatie en dergelijke.
(c) Deze onderdanigheid is geen ontkenning van evenwaardigheid (beiden zijn geschapen naar het beeld van God) of volmaakte functionele gelijkheid op veel terreinen (bijv. seksuele rechten in 1 Kor. 7).

(3) Echtgenoten moeten hun vrouwen liefhebben zoals Christus de gemeente liefhad (5:25-33)- wat minstens betekent dat ze hun vrouwen liefhebben op een zelfopofferende manier en voor hun goed. Meer expliciet moet de man zijn liefde voor zijn vrouw de liefde van Christus voor zijn gemeente weerspiegelen
(a) in zijn zelfopoffering (5:25);
(b) in zijn doel (5:26-28a), waarbij hij streeft naar haar goed en heiliging;
(c) in zijn eigenbaat (5:28b-30)—want er is een soort identificatie die de man met zijn vrouw maakt, zoals Christus zich identificeert met zijn gemeente;
(d) in zijn typologische vervulling (5:31-33) — wat opnieuw enorme typologische structuren introduceert die doorheen de Bijbel lopen.

De verantwoordelijkheden van zowel man als vrouw zijn totaal tegenovergesteld aan egoïsme.


Eigen vertaling van de overdenking bij 25 maart uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 24 maart 2015

Een verstandig man zwijgt stil (Spr. 11)


Exodus 35; Johannes 14; Spreuken 11; Efeziërs 4

Ik wil de aandacht vestigen op drie spreuken, of toch een soort spreuken, in Spreuken 11:

(1) Net als Spreuken 10 bevat dit hoofdstuk diverse spreuken die focussen op de tong, op het menselijk spreken. Het volledige gedeelte 11:9-14 behandelt een of ander aspect van hoe de mond zowel een zegen kan blijken als een vloek.

Onder de interessantste elementen vind je de dubbele vermelding van het feit dat het meest goddelijke dat een mond soms kan doen bestaat uit zwijgen: ‘een verstandig man zwijgt stil … wie betrouwbaar van geest is, houdt een zaak verborgen’ (11:12, 13).

Een ander opvallend kenmerk van dit gedeelte is zijn aandrang dat de mond zowel een volledige stad tot zegen kan zijn (en in principe een land), als de stad kan vernietigen (11:10, 11, 14). De ene tong biedt wijze raad, profetische vermaning, strategische planning, volkomen integriteit in zaken van regering en jurisprudentie, een respectvolle nederigheid in de omgang met anderen, en duidelijke bemoediging om in de vreze des Heren te wandelen. De andere tong is hoogmoedig, bedrieglijk, bereid om zowel de wettelijke als judiciële processen te schenden, egoïstisch en manipulatief.

(2) ‘Als een gouden ring in een varkenssnuit is een schone vrouw zonder verstand’ (11:22). Qua structuur is het Hebreeuws een eenvoudig parallellisme zonder predicaat: ‘Een gouden ring in een varkenssnuit / Een schone vrouw zonder verstand’.

Om de Hebreeuwse subtiele vergelijking expliciet te maken (aangezien de Engelstalige en Nederlandstalige poëzie niet zo afhankelijk is van parallellisme als de Hebreeuwse poëzie), heeft de NBG-vertaling een vergelijking gemaakt. Maar het punt is hetzelfde, en de beeldtaal wonderlijk evocatief.

De grote halfwilde varkens van de antieke wereld hadden ringen in hun neus om hen onder controle te kunnen houden. Nooit waren deze ringen van goud gemaakt! De duidelijke dwaasheid van het beeld zou voor de Jood een vleug van afkeer meedragen, aangezien varkens onreine dieren waren.

Op dezelfde schaal maar in een andere grootte, wordt de uitmuntendheid van schoonheid in een vrouw neergehaald, en verlaagd tot het niveau van een weerzinwekkende grap, wanneer de vrouw zelf geen omzichtigheid toont. Er is heel wat in onze cultuur, en niet alleen in Hollywood, waar we kunnen leren van deze spreuk.

(3) Er zijn er, die uitstrooien en toch nog meer verkrijgen; terwijl anderen meer inhouden dan recht is en toch gebrek lijden’ (11:24). De paradox is een ander kenmerk van veel spreuken. Dit soort uitdrukkingen is veel krachtiger dan een eenvoudige vermaning als ‘We zouden vrijgeviger moeten zijn’, of een eenvoudige slogan ‘Vrijgevigheid loont’, of iets dergelijks.

In de manier waarop onze voorzienige God het universum georganiseerd heeft, heeft de vrijgevige hand, als regel, veel te geven. Heel vaak eindigt de zelfzuchtige gierigaard in bittere armoede. Kun je voorbeelden bedenken?


Eigen vertaling van de overdenking bij 24 maart uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 23 maart 2015

De vreze des HEREN vermeerdert de dagen, maar de jaren der goddelozen worden verkort (Spr. 10)


Exodus 34; Johannes 13; Spreuken 10; Efeziërs 3

Spreuken 10 opent een nieuw onderdeel in het boek Spreuken, in veel Nederlandse vertalingen getiteld ‘Spreuken van Salomo’ (bijv. NBV) (vergelijk met de hoofdingen van andere onderdelen voor hoofdstuk 25, 30 en 31). Mensen die deze hoofdstukken bestuderen debatteren erover in hoeverre elk van deze onderdelen dan wel geordend is, of gewoon losse verzamelingen spreuken bevat. Bijna iedereen is het er echter over eens dat heel frequent bepaalde thema’s een gedeelte overheersen.

Het is bijvoorbeeld de moeite waard om doorheen hoofdstuk 10 te lezen en elk woord aan te duiden dat gerelateerd is aan het menselijk spreken: mond, lippen, leugenlip, tong, enzovoort. Spreuken 10:19 is een uitgelezen voorbeeld: ‘In veelheid van woorden ontbreekt de overtreding niet, maar wie zijn lippen bedwingt, is verstandig’.

In plaats van dit thema uit te spitten, wil ik vandaag nadenken over wat een spreuk is. Een spreuk is geen rechtspraak, d.w.z. een stuk wetgeving die een specifiek geval behandelt. Het is al evenmin een ongebreidelde belofte. Dit heeft zijn invloed op hoe je Spreuken interpreteert.

Bekijk bijvoorbeeld 10:27: ‘De vreze des HEREN vermeerdert de dagen, maar de jaren der goddelozen worden verkort’. Indien dit een ongekwalificeerde belofte is, volgt daaruit dat de rechtvaardige mensen altijd langer zouden leven dan de onrechtvaardige mensen. Vind dus iemand die op relatief jonge leeftijd sterft, en je weet dat je te maken hebt met een slechte mens. En iemand die 100 jaar wordt moet in dit geval wel een rechtvaardig persoon zijn.

Maar we weten maar al te goed dat de wereld niet zo is. Godvrezende jonge mensen overlijden soms aan kanker. Terwijl we ons doorheen het boek Job werkten, waren we ons pijnlijk bewust dat verderfelijke mensen soms een rijpere leeftijd bereiken. En wat zullen we zeggen van mensen die onverwachts om het leven komen in verkeersongevallen, of in stormen en andere ‘daden van God’, of in vervolging?

Betekent dit dan dat Spreuken 10:27 alle betekenis verliest? Nee, natuurlijk niet. Maar het is een spreuk, geen ongebreidelde belofte. Een spreuk is een wijs gezegde, een aforisme. De meeste van de spreuken in dit boek bieden wijze, generaliserende conclusies over hoe de wereld werkt onder Gods voorzienige regering.

De vreze des Heren voegt werkelijk jaren toe aan iemands leven: over het algemeen genomen zal een leven dat op die manier geleefd wordt minder schadelijke gewoontes aannemen, zal het ook leren vertrouwen en daardoor de stress reduceren, zal het hard werk dat voor de Heer verricht wordt hoog achten, zal het genieten van familie en vrienden, enzovoort – en in Gods universum hebben al deze dingen hun effect. Niets van dit alles betekent dat een godvruchtig persoon niet jonger kan sterven dan een ongoddelijk persoon.

Wel betekent het dat in een specifieke groep mensen, degenen die de Heer vrezen in het algemeen langer zullen leven dan wie dit niet doen. Dit is de zegen van God; de Heer heeft het universum op die manier georganiseerd en blijft er voorzienig over regeren.


Eigen vertaling van de overdenking bij 23 maart uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.