vrijdag 24 februari 2012

Verheug je dat je naam in de hemel is opgetekend (Lk. 10)

Exodus 7; Lukas 10; Job 24; 1 Korinthiërs 11
Van Dr. Martyn Lloyd-Jones, een van de meest invloedrijke predikers van de twintigste eeuw, wordt het volgende verhaal verteld. Toen hij stervende was aan kanker vroeg een vriend en vroegere medewerker hem daarrond: ‘Hoe doe je het om dit te kunnen doorstaan? Je was gewoon om diverse keren per week te prediken. Je hebt belangrijke christelijke ondernemingen opgestart; je invloed is nog toegenomen naar christenen in de vijf continenten door geluidsopnames en boeken. En nu ben je terzijde geschoven. Je bent teruggebracht tot stil zitten, soms nog in staat tot een klein beetje tekstbewerking. Ik vraag dus niet zozeer hoe je de ziekte zelf doorkomt. Eerder hoe je omgaat met de stress van uit roulatie te zijn?’

Lloyd-Jones antwoordde met de woorden van Lukas 10: ‘Verheug je er echter niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is’ (10:20 – hoewel Lloyd-Jones natuurlijk de King James Version zou geciteerd hebben).

Het citaat was opmerkelijk toepasselijk. De discipelen waren net teruggekeerd van een trainingsopdracht, en verwonderen zich over wat ze meemaakten: ‘zelfs de demonen onderwerpen zich aan ons bij het horen van uw naam’ (10:17).

Aan de ene kant moedigt Jezus hen aan. Hij verzekert hen dat (in een bepaalde visionaire ervaring?) Hij satan als een lichtflits uit de hemel zag vallen (10:18). Schijnbaar verstaat Jezus deze trainingsopdracht door zijn discipelen als een teken, een tussenstap, van satans omverwerping of val, in principe verwezenlijkt aan het kruis (vgl. Opb. 12:9-12). Hij vertelt zijn discipelen dat ze nog getuige zullen zijn van verbazingwekkender dingen dan deze (Lukas 10:18-19). ‘Echter’, voegt hij er aan toe, en dan komen de woorden geciteerd door Lloyd-Jones: Verheug je er niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is’ (10:20).

Het is zo makkelijk om verheugd te zijn over succes. Onze eigen identiteit kan verweven geraken met de vrucht op ons dienstwerk. Dit is natuurlijk gevaarlijk wanneer het succes taant – maar dit is niet het probleem hier. De dingen konden niet beter gaan voor Jezus’ discipelen. En het gevaar is dan natuurlijk, dat het niet God is die wordt aanbeden. Onze eigen wonderlijke aanvaarding door God zelf is niet langer wat ons raakt, maar ons eigen schijnbare succes.

Dit was de zonde voor meer dan enkele ‘succesvolle’ voorgangers, en het gold ook niet minder voor ‘succesvolle’ leken. Terwijl ze fier waren op hun eigen orthodoxie en ze een waardevol werk toevertrouwd kregen, zijn ze heimelijk iets anders beginnen verafgoden: succes. Weinig valse goden zijn zo bedrieglijk. Wanneer we geconfronteerd worden met zulke verzoeking, is het van het grootste belang ons te verheugen omwille van de beste redenen – en er is geen betere dan dat onze zonden vergeven zijn, en dat door Gods eigen genadige initiatief ons namen opgeschreven werden in de hemel.


Eigen vertaling van de overdenking bij 24 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten