vrijdag 16 oktober 2015

Daniël nu nam zich voor, zich niet te verontreinigen met de koninklijke spijze (Dan. 1)


1 Koningen 19; 1 Thessalonicenzen 2; Daniël 1; Psalm 105

‘Het derde jaar der regering van Jojakim, de koning van Juda’ (Dan. 1:1) wordt gerekend volgens de Babylonische tijdschaal; met de overeenkomstige berekening in Juda zou dit zijn vierde jaar zijn, d.w.z. 605 v.C.

De eerste reeks deportaties vond dan plaats in 605, en voerde ook Daniël mee; de tweede, met inbegrip van Ezechiël, Jojachin, de koningin moeder, de adel en bedreven ambachtslieden, vond plaats in 597. De uiteindelijke verpletterende verwoesting van Jeruzalem was in 587.

Bijna twintig jaar voor dit plaatsvond, was een aantal edele jonge Joodse mannen weggevoerd naar Babylon. Volgens Daniël 1 werden ze goed behandeld. De veroveringspolitiek was niet alleen genereus, maar ook slim. Het rijk zou deze begaafde en welopgevoede jonge mannen binnenhalen en hen de beste opleiding en sociale vorming ter wereld geven, met een rij aan extra verdiensten om het vooruitzicht nog aanlokkelijker te maken.

Na verloop van tijd zouden ze in overheidsdienst treden, ontzettend loyaal aan hun weldoeners, terwijl ze hun jeugd, vaardigheden en kennis van de rijksgrenzen zouden inbrengen. De vier Hebreeuwse mannen die hier worden vermeld, zouden uiteindelijk zodanig Babylonisch worden in hun opvattingen dat ze zelfs hun geboortenamen zouden vergeten: Daniël zou Beltesassar worden, Chananja Sadrak, enzovoort.

Maar Daniël trok een duidelijke grens. Het kon hem zijn leven gekost hebben. Hij verzette zich niet tegen de verandering in zijn naam en ook niet tegen Koninklijke dienst ten behoeve van het Babylonische rijk.

Maar hij zou zich niet ‘verontreinigen’ (1:8) door voedsel te eten dat in de Koninklijke keukens bereid werd. Hij wist dat als hij daarvan at, hij bijna zeker af en toe dingen zou eten die de Wet Gods streng verbood. Voor hem was het een kwestie van gehoorzaamheid, een zaak van het geweten.

In Gods voorzienigheid was de overste aan wie hij verantwoording moest afleggen, Aspenaz, van de begripvolle soort, en het resultaat wordt verhaald in dit hoofdstuk.

Voor velen onder ons vandaag, is Daniëls standpunt nogal onrealistisch, maar zeker niet iets om over te nemen. Waarom sterven voor sauzen? Als je erover nadenkt, is er dan wel iets waard om voor te sterven? Waarschijnlijk niet – als we in onze korte aardse tijdspanne alles vinden wat het leven omvat , en als alles wat van belang is, hetgeen is dat me overkomt.

Maar Daniëls doel was om God te behagen en het verbond te gehoorzamen. Zijn waarden konden door Babylon niet weggewerkt worden, op dit punt was Hij bereid te sterven. Het probleem is dat wanneer een cultuur geen dingen meer over heeft om voor te sterven, ook de dingen opraken om voor te leven.

Een collega in de bediening (Dr. Roy Clements) heeft vaak gezegd, ‘We zijn ofwel potentiële martelaren ofwel potentiële zelfmoordenaars; ik zie hier geen tussenweg. En de Bijbel benadrukt dat elke gelovige in de ware God een potentiële martelaar moet zijn.


Eigen vertaling van de overdenking bij 16 oktober uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen