maandag 25 februari 2008

Crabb over puurheid in gebed


"Als ik over God nadenk, denk ik als vanzelf ook over mijzelf. En dat is goed, omdat het relationeel is. Maar wanneer ik aan God denk, denk ik over mijzelf meestal niet in al te vleiende termen. John Piper zei het eens zo: 'Niemand staat aan de rand van de Grand Canyon en zegt: "Moet je eens kijken hoe geweldig ik ben"'.

Ik voel mij klein maar echt wanneer ik voor God sta. Ik besta, maar nederig. Als mensen in de Bijbel God ontmoetten, vielen ze vaak plat op hun gezicht. Dat is pas echt. Dat gebeurt er wanneer je geconfronteerd wordt met de ware stand van zaken. Omdat ik zonde zie als het waarderen van dingen bóven God en omdat ik nog steeds zondig ben, word ik mij altijd bewust van wat ik op dat moment meer begeer dan God. En er is altijd wel iets. Ik kan geen minuut leven zonder te denken dat het leven meer gaat over mij en mijn bevrediging dan over God en zijn glorie."

Larry Crabb in "Ik zeg PAPA" (Uitg. Medema), pag. 92.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen