dinsdag 15 december 2009

Zij zijn vet en gelukkig, maar ik ...

Ik denk er de hele tijd aan.

Het lijkt niet eerlijk.

Het lijkt niet rechtvaardig.

Ik probeer de vergelijking te laten opgaan

maar het lukt niet.

Ze geven U niet de tijd van de dag.

Ze konden niet minder geven om uw wet.

Ze zijn trots over hun hoogmoed.

Ze zijn zo arrogant dat hun tong zich verheft.

Ze spotten over uw bestaan.

Ze maken uw grenzen bespottelijk.

Ze dreigen niet slechts,

ze nemen hun toevlucht tot geweld.

Hun roemen is in hun glitter.

Meestal slik ik mijn vragen in,

maar het stormt in me.

Het vermoeit me erover te denken

en het doet mijn gehoorzaamheid nutteloos lijken.

Ze lijken weinig zorgen te hebben.

Ze lijken slechts zelden te lijden.

Maar ik lijd!

En terwijl ik lijd,

zijn zij vet en gelukkig.

Maar toen, in mijn verwarring,

trof het me: dit is slechts

een moment

een droom

een mist

een ademtocht

een snelle doortocht doorheen

een tijdelijke plaats.

Dit is niet mijn thuis.

Dit is een reis

naar huis.

Zij denken dat dit thuis is.

Maar dit is niet thuis.

Alstublieft leid me

op mijn weg.

Alstublieft hou me vast

Met uw hand.

En wanneer ik afgemat ben

en mijn hart dreigt het te begeven

en mijn krachtenreservoir is leeg,

alstublieft help me te herinneren

dat zij gemak en rijkdom hebben

maar

ik heb U

en U zult

mijn kracht en mijn erfdeel zijn

voor eeuwig.


(Vrij vertaalde overdenking van Paul Tripp naar aanleiding van Psalm 73, over het raadsel van de voorspoed van de goddelozen)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten