maandag 28 april 2014

'Mijn levensduur is als niets voor U' (Ps. 39)

Numeri 5; Psalm 39; Hooglied 3; Hebreeën 3
Zelfdiscipline is normaal gezien een goede zaak. Want christenen geloven inderdaad dat God hen een geest gaf ‘van kracht, van liefde en van bezonnenheid’ (2 Tim. 1:7). Maar bepaalde vormen van zelfdiscipline zijn te vermijden, zelfs gevaarlijk.

Zo geloofden bijvoorbeeld de Stoïcijnen in de dagen van de apostel Paulus dat het een vorm van wijsheid was als je in harmonie leefde met hoe dingen in de wereld zijn, en dat dit met zich meebracht dat je los van de ‘begeertes’ leefde, volledig overeenkomstig de rede.

Gemotiveerd door hoge morele principes beroemden ze zich erop dat ze boven de emoties leefden, boven de diepe persoonlijke verbindingen die lijden met zich kan brengen. Tot op een bepaald punt kun je dergelijk ‘stoïcisme’ misschien bewonderen. Maar het staat ver af van de persoonlijke toewijding die het Evangelie beveelt, compleet met de kwetsbaarheid en het lijden die deel uitmaken van deze gevallen orde.

In feite is dat het probleem met het wereldbeeld van de Stoïcijnen: hun beeld van de wereld en wat er fout mee is, staat zo ver af van wat de Bijbel zegt dat het definieert wat goed is in termen die meer voortkomen uit een bepaald soort pantheïsme dan uit iets anders. Vanuit een christelijk perspectief kan je dus nooit de stoïcijnse zelfdiscipline als volledig goed beschouwen, zelfs al bewonder je er dan misschien wel een aspect van. Soms maakt zelfdiscipline mensen ook opgeblazen en worden ze trots over de eigen vastberadenheid.

Een andere soort zelfdiscipline die je mag in vraag stellen komt voor in de openingsverzen van Psalm 39. David heeft zich voorgenomen om niet te spreken. Het is niet volledig duidelijk of zijn gedisciplineerde beslistheid om niets te zeggen, in het bijzonder in de aanwezigheid van de goddelozen (39:2), nu voortkomt uit angst dat hij zich anders bij hen zou voegen, of eerder uit angst dat als hij spreekt, hij dan misschien iets van zijn tong zou laten rollen dat in dergelijk gezelschap gevaarlijk kan zijn. Maar het kan ook eenvoudigweg voortkomen uit een misplaatste overtuiging dat het genoeg is om er het zwijgen toe te doen en hen geen steun te verlenen.

Niettemin is duidelijk dat het om een moreel voornemen ging, in bepaalde opzichten prijzenswaardig – en helemaal inadequaat. Want terwijl hij stil bleef, zei hij zelfs niets goeds meer (39:3). Op de een of andere manier probeerde hij de zonde te verslaan door gedisciplineerd stilzwijgen.

David leerde een betere manier. Hij spreekt – maar in zijn spreken richt hij zich tot God (39:5 e.v.). Hij is zich bewust van zijn beperkte levensduur, en concludeert dat we aan het eind niets hebben om naar uit te zien, behalve onze hoop te stellen in de Heer (39:8). Alleen God kan ons redden van onze overtredingen en ons in staat stellen om te ontkomen aan de strikken van tegenstanders (39:9). Vastberaden stilte als je te maken krijgt met het mysterie van de voorzienigheid is geen stap vooruit (39:10); het is een valse zelfdiscipline, eerder een lelijke daad van ongehoorzaamheid dan een blijmoedige onderwerping aan Gods ‘discipline’ (39:12).


Eigen vertaling van de overdenking bij 28 april uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten