donderdag 23 juli 2015

En zij kwamen bij Jezus en zagen de bezetene zitten, gekleed en goed bij zijn verstand (Mk. 5)


Richteren 6; Handelingen 10; Jeremia 19; Markus 5

De genezing van de man uit het land van de Gerasenen die bezeten was door een ‘legioen’ demonen (Mk. 5:1-20) vraagt op veel punten om uitleg en overdenking. We pikken er zes uit:

(1) De omgeving is heidens gebied aan de oostkant van het Meer van Galilea, in de regio van de Dekapolis (5:20), de tien steden met grotendeels heidenen. Dit punt is zelfs duidelijk vanwege de kudde varkens, die geen zichzelf respecterende Jood zou houden.

(2) De arme man die in deze verzen wordt beschreven leed onder een bepaald soort terugkerende aanvallen. Bij momenten was hij voldoende tam om hem te ketenen, maar dan werd de aanval weer zo ontzettend sterk dat hij de ketenen aan stukken trok om zich te bevrijden. Van huis en haard verstoten, leefde hij bij de graven, waar hij schreeuwde en zichzelf pijnigde, een man die door demonische machten zieltogend ten onder gaat (5:5).

We mogen niet veronderstellen dat elke zaak van wat we vandaag krankzinnigheid noemen het resultaat is van demonische activiteit; evenmin mogen we het reductionisme aannemen dat alle demonie herleidt tot chemische onevenwichten in de hersenen.

(3) De woorden tot Jezus (5:6-8) komen van de lippen van de man, maar zijn het product van de ‘onreine geest’. Deze geest weet voldoende om (a) te erkennen wie Jezus is, en (b) om te leven met de vreselijke verwachting van de ultieme verdoemenis die hem wacht.

(4) De conversatie tussen Jezus en de ‘onreine geest’ bevat twee elementen die we niet vinden in andere gevallen van exorcisme in de canonieke evangeliën.

Ten eerste suggereert het vreemde samenspel tussen de enkelvouds- en meervoudsvorm – ‘Mijn naam is legioen, want wij zijn talrijk’ – een ambiguïteit in bepaalde demonische activiteit. Zoals Jezus elders duidelijk maakt is een meervoudige invasie door onreine geesten bovendien een ‘ergere’ toestand die te allen prijze moet vermeden worden (Mt. 12:45).

Ten tweede willen deze demonen het gebied niet verlaten en willen ze toch in een lichaam huizen (5:10, 12). Jezus staat beide verzoeken toe. Wellicht weerspiegelt dit deels het feit dat het finale tijdstip voor hun verderf nog niet gekomen is.

(5) Terwijl het essentieel is om Jezus’ absolute meesterschap over deze boze geesten te erkennen, moet je eraan toevoegen dat Hij niet elk van deze geesten een voor een oproept, hen benadert met hun naam, in gesprek met ze gaat, of tal van andere zaken doet die vandaag in de praktijk gebracht worden door hen die zich wijden aan ‘bevrijdingsbedieningen’.

(6) De reacties op deze bevrijding zijn opmerkelijk. De bevrijde man wil Jezus volgen en krijgt de opdracht te getuigen, in zijn heidense wereld, over hoeveel de Heer voor hem gedaan heeft en hoe Hij hem erbarming betoond heeft (5:18-20). De mensen uit het gebied smeken Jezus om weg te gaan (5:17): ze verkiezen varkens boven mensen, hun financiële zekerheid boven de transformatie van een leven.


Eigen vertaling van de overdenking bij 23 juli uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten