vrijdag 21 augustus 2015

Op Hem vertrouwde mijn hart en ik werd geholpen (Ps. 28)



1 Samuël 13; Romeinen 11; Jeremia 50; Psalmen 28-29

De slotverzen van Psalm 28 bundelen diverse prominente thema’s uit de bijbelse theologie:

(1) Het eerste en meest voor de hand liggende is de ongeremde lofprijs in 28:7: ‘De HERE is mijn kracht en mijn schild; op Hem vertrouwde mijn hart en ik werd geholpen. Daarom juicht mijn hart en loof ik Hem met mijn lied’. Hier geen geloof van louter berusting; hier vind je veeleer een geloof dat opwelt uit een hart dat ‘juicht’ (of een dergelijk hart voortbrengt?) en zichzelf uitdrukt in een dankbaar lied.

Je kunt de Psalmen niet lezen zonder te erkennen dat waarachtig geloof niet slechts een puur stereotiepe emotionele respons voortbrengt. Gegeven de verschillende omstandigheden, kan waarachtig geloof gekoppeld worden aan een bijna wanhopig vertrouwen en angstige smeekbede, aan een rustig vertrouwen en volharding, aan lof die met enorme spontaniteit de grenzen van de uitbundigheid doorbreekt. In deze passage ligt geloof het dichtst bij dit laatste, want de Here heeft Davids smeekbede al gehoord (28:6).

(2) Doorheen de eerste zeven verzen van de Psalm zijn Davids gebeden en lofprijzingen in de eerste persoon enkelvoud; ze komen voort uit zijn individuele staat. De laatste twee verzen focussen op Gods ‘volk’ (28:8-9), zijn collectieve erfdeel (28:9). Wat de taal betreft wordt dit gedeeltelijk bewerkt door Davids nadenken over Gods ‘gezalfde’ (28:8), het woord dat uiteindelijk aan de basis ligt voor onze ‘messias’.

Als koning is David zelf natuurlijk de koninklijke ‘gezalfde’, de koninklijke ‘messias’. Maar zoals God zijn gebeden gehoord heeft, hem genade bewezen heeft en zijn blijde lofprijs opgewekt heeft, zo moet zijn individuele ervaring een paradigma zijn voor de verbondsgemeenschap in zijn geheel.
Hij vertegenwoordigt hen en er is een diepgaande betekenis waarin ze collectief Gods ‘gezalfde’, Zijn ‘zoon’ zijn (vgl. Ex. 4:22 – een andere titel die zowel wordt toegepast op Israël in zijn geheel als op Israëls koning afzonderlijk).

De uitdrukking ‘gezalfde’ in een Davidische psalm doet ons onvermijdelijk denken aan de koning; het parallellisme in vers 8 toont dat de uitdrukking hier verwijst naar Israël: ‘De HERE is hun kracht [NBV: De HEER is de kracht van zijn volk; JL], een veste des heils is Hij voor zijn gezalfde’ (cursief toegevoegd).

De bedachtzame lezer denkt na over de manieren waarop David en het volk gelinkt zijn – en over de manieren waarop Jezus de Messias (d.i. Jezus de Gezalfde) niet alleen uit de lijn van David voortkomt, maar ook aantoont dat Hijzelf zowel de ultieme Davidische koning als de ultieme belichaming van Israël is.

(3) De laatste zin roept herinneringen op aan een heerlijke waarheid: ‘Verlos dan uw volk en zegen uw erfdeel’, schrijft David; ‘weid hen en draag hen tot in eeuwigheid’ (28:9, cursief toegevoegd). Denk na over passages als Psalm 23; Ezechiël 34; Lukas 15:1-7; Johannes 10; 1 Petrus 5:1-4.


Eigen vertaling van de overdenking bij 21 augustus uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen