vrijdag 14 augustus 2015

Dat de HERE, uw God, ons te kennen geve, welke weg wij moeten gaan (Jer. 42)


1 Samuël 4; Romeinen 4; Jeremia 42; Psalm 18

Er bestaat een oude mop over een goddeloze die net genoeg religie opneemt om te denken dat hij moet proberen zijn leven op orde te krijgen. Hij gaat naar een voorganger die hem vertelt dat het beste dat hij kan doen bestaat uit het achterwege laten van zijn whisky, zijn vrouwen en zijn gokken. De ouwe jongen kijkt een paar tellen bedachtzaam en zegt dan, ‘Weet je, ik denk niet dat ik het beste verdien. Wat is het tweede beste?’

Je zou kunnen denken dat in de nasleep van de rampzalige verwoesting van Jeruzalem, lang voorzegd door Jeremia, de geloofwaardigheid van de profeet onder de overlevenden enorm zou zijn. De trieste realiteit is dat hij genoeg geloofwaardigheid heeft opdat ze hem wel raadplegen, maar niets meer (Jer. 42). Wat ze willen is goddelijke instemming voor het plan dat ze zelf al hebben bekokstoofd. Ze willen niet Gods beste, of Gods wil, maar Gods goedkeuring voor hun wil.

Jeremia bidt ernstig tot God en tien dagen later (42:7) komt het woord des Heren tot hem. De inhoud van de boodschap is als volgt: blijf in Juda, en God zal je beschermen; vlucht naar Egypte, en God zal dit als een verder teken van opstand beschouwen, en Gods toorn zal je achtervolgen en je daar treffen, net zoals die recentelijk zovelen trof in en rond Jeruzalem.

Zelfs terwijl Jeremia deze boodschap brengt, ziet hij dat hij dat die niet erg goed valt, en dat de vijandigheid ertegen – en tegen hem – diep is. Het volgende hoofdstuk (Jer. 43) tekent het laatdunkende scepticisme en de vastberadenheid bij de leiders op om Jeremia en zijn boodschappen te minachten, zijn woorden als regelrechte leugens te verwerpen, en het overblijfsel van het volk te verzamelen en naar Egypte te reizen. Dit is wat ze doen, terwijl ze Jeremia met zich meenemen.

De meeste bewegingen die ontspringen aan de vruchtbare gronden van het christendom doen op de een of andere manier een beroep op de wil van God. Weinigen dringen erg diep door in de wil van God.

God is voor evangelisatie; daarom is hij voor de manier van evangelisatie die wij voorstaan, en we roepen zijn wil in om onze methodes te bekrachtigen.
God is liefde; daarom is Hij tegen gemeentetucht behalve in de meest schandelijke gevallen (die zich ofwel nooit voordoen, of, indien wel, tegen de tijd dat ze zich voordoen ze ook al bedekt zijn door de liefde van God), en we roepen Gods wil in om onze vastberaden aardigheid te bekrachtigen.

God wil dat zijn volk apart gezet en heilig is; daarom moeten we ons terugtrekken in knus isolationisme en hatelijke prikken uitdelen aan iedereen die het niet met ons eens is, en we roepen Gods wil in om autoriteit te verlenen aan onze onbewogen hardvochtigheid en meedogenloze arrogantie.

Je valt verschrikkelijk makkelijk in deze vreselijke valstrikken. Het enige wat daarvoor nodig is, is vastberadenheid en niet méér echte interesse in de wil van God dan wat we strikt nodig hebben om onze eigen voorkeuren te bekrachtigen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 14 augustus uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen