maandag 14 september 2015

Leid mij op een rots die mij te hoog zou zijn (Ps. 61)


2 Samuël 10; 2 Korintiërs 3; Ezechiël 17; Psalmen 60-61

Een collega-voorganger van me, Dr. Roy Clements, heeft vanuit een aantal psalmen gepredikt onder de reekstitel ‘Liederen van ervaring’ (Songs of Experience). De titel is verhelderend. Hoewel de psalmen vol lering staan, zijn ze geen samenvattingen van lering. Veel van de Psalmen zijn, nogal letterlijk, liederen van ervaring.

In de Psalmen worden niet weinig leerstellingen stevig verankerd in onze gedachten, of hun implicaties worden uitgewerkt in onze levens, precies omdat ze aan de kook gebracht worden in de pot van ervaring.

Om de zaak anders te stellen, de bestaansreden van veel leerstellingen wordt best gezien in de manier waarop ze gestalte krijgen in mensenlevens. Zo zijn er psalmen van hoop, van angst, van twijfel, van exuberante vreugde, van vergeving, van teleurstelling, van boosheid, van wanhoop, van eenzaamheid, van contemplatie. Veel psalmen springen van de ene gemoedsgesteldheid naar de andere.

Een van de psalmen die we voor onze aandacht hebben, Psalm 61, toont ons David terwijl hij hunkert naar de veiligheid die alleen God kan geven. Wanneer de psalm aanvangt, lijkt David te lijden onder uitputting of depressie (61:3). Misschien is hij, wanneer deze zinnen neergeschreven worden, ver van huis: ‘Van het einde des lands roep ik tot U’ (61:3).

Aan de andere kant kan dit gewoon een dichterlijke manier zijn om uit te drukken hoe vervreemd hij zich voelt, hoe veraf van de levende God. Wat hij dan wil, is een ‘schuilplaats’ (61:4), ‘een sterke toren tegen de vijand’ (61:4) – of hij smeekt God met de zin die in veel liederen verwerkt werd, ‘leid mij op een rots die mij te hoog zou zijn’ (61:3).

Dit roept tegenstrijdige beelden op: een rots die een schuilplaats biedt aan iemand die neergeslagen wordt door de zon, een rots die een grillige verschansing vormt - iets veel veiliger dan de man zelf kan zijn.

Maar de daaropvolgende verzen tonen dat de veiligheid waarnaar David verlangt nooit herleid kan worden tot fysieke kracht, ‘een sterke toren’ – een Maginotlinie, een nucleaire afschrikking, een carrier task force of gevechtseenheid. ‘Laat mij in uw tent voor altoos vertoeven, laat mij schuilen, geborgen onder uw vleugelen’ (61:5).

Het gebed voor veiligheid is ontzettend persoonlijk geworden: David hunkert bovenal naar de aanwezigheid en bevestiging van God zelf. Deze God beschermt de zijnen – en de zijnen zijn degenen die God het heerlijke erfdeel geschonken heeft zijn naam te vrezen (61:6).

Het is bijna alsof de precieze aard van de veiligheid die God biedt langzaam tot David doordringt. Elk vers voegt een steeds dieper begrip toe van de ware grond van de veiligheid van de gelovige, culminerend in dit gebed voor de koning: ‘moge hij voor altoos tronen voor Gods aangezicht, beschik goedertierenheid en trouw, dat zij hem behoeden’ (61:8). Er is geen grotere veiligheid mogelijk. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat David zijn bespiegeling besluit in ongebreidelde lof (61:8) – zoals ook ons past.


Eigen vertaling van de overdenking bij 14 september uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen