zondag 25 augustus 2013

Ja, in Hem verheugt zich ons hart (Ps. 33)


1 Samuël 17; Romeinen 15; Klaagliederen 2; Psalm 33
Dit heerlijke loflied (Ps. 33) focust op wat God is en wat Hij doet. Het is zo wonderlijk rijk dat ik hier niet meer kan doen dan de aandacht vestigen op enkele van zijn evocatieve thema’s.

(1) De Heer is rechtvaardig, en ‘een lofzang betaamt de oprechten’ (33:1). Trouwe en doordachte aanbidding draait gedeeltelijk om bewondering van God voor zijn karakter. Wie hetzelfde karakter weerspiegelen, hoe bleekjes ook, zullen Hem uiterst hongerig aanbidden omwille van zijn perfectie. Zo is godvruchtige lofprijs verbonden met de morele transformatie van de aanbidder.

(2) De psalmist stelt zich creativiteit in muziek voor, uitmuntende bekwaamheid op de instrumenten, en ijver (33:3) – een nogal zeldzame combinatie in evangelische gemeenschappelijke aanbidding.

(3) Gods karakter en Gods werk kunnen niet gescheiden worden van zijn woord (33:4-9). Dit is niet alleen omdat Gods woord even rechtvaardig, waar, betrouwbaar (‘trouw’) , en liefdevol is als Hij, maar ook omdat Gods woord effectief blijkt – hetgeen we nergens duidelijker zien dan in de schepping: ‘ Door het woord des HEREN zijn de hemelen gemaakt, door de adem van zijn mond al hun heer’ (33:6).

(4) God is volkomen soeverein. Hij verijdelt de plannen van de volkeren; niemand verijdelt ooit zijn plannen (33:10-11): ‘de raad des HEREN [NBV: het plan van de Heer, JL] houdt eeuwig stand, de gedachten zijns harten van geslacht tot geslacht’.

(5) Hoewel God soeverein is over het volledige menselijke ras, en Hij de Rechter is van allen, toch is Hij in het bijzonder de God van zijn eigen verbondsvolk (33:12-15).

(6) Volkeren zijn nooit louter door kracht gered, los van de zegen en goedkeuring van God.

Natuurlijk kan God wel de grote kanonnen gebruiken, en zijn soevereine voorzienigheid is zelfs werkzaam in de voorbereidingen van de machtige rijken die zijn eigen volk tuchtigden. Maar te vertrouwen op de grote kanonnen staat gelijk met vergeten wie sterkte en rijkdom en zegen schenkt. Bovendien is de Heer perfect in staat om gelijk welk volk van gelijk welke grootte ten val te brengen of de grote kanonnen neer te slaan. ‘Het paard [of de tank] faalt ter overwinning, en doet niet ontkomen door zijn geweldige sterkte’ (33:17).

De uiteindelijke hoop is in de Heer: ‘Zie, des HEREN oog is op hen die Hem vrezen, die op zijn goedertierenheid hopen’ (33:18).

(7) Aangenomen dat dit de soort God is die er werkelijk is, dat dit de God is die we aanbidden, dan zijn de drie slotverzen al even onontkoombaar als triomfantelijk. Hier is de goede voedingsbodem voor goddelijke hoop: ‘Onze ziel verwacht de HERE, Hij is onze hulp en ons schild. Ja, in Hem verheugt zich ons hart, ja, op zijn heilige naam vertrouwen wij. Uw goedertierenheid, HERE, zij over ons, gelijk wij op U hopen’ (33:20-22).


Eigen vertaling van de overdenking bij 25 augustus uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten