woensdag 4 februari 2009

Waarop focust een discipel?

In Markus' versie van het evangelie vinden we in het verslag van de spijziging van de 5000 en het daaropvolgende relaas van Jezus die op de zee loopt, een detail terug dat ons stof tot nadenken geeft.
Zodra Jezus bij zijn discipelen in de boot klimt gaat de storm liggen. "De discipelen", zo becommentarieert Markus, “waren innerlijk bovenmate zeer buiten zichzelf, want zij waren door de broden niet verstandig geworden maar hun hart was verhard.”

• De eerste bedenking die zich opdringt is het feit dat de verbaasde discipelen weinig hadden nagedacht over de spectaculaire spijziging die Jezus slechts enkele uren voordien had verricht. Want iemand die een dergelijke controle over de natuur uitoefent dat Hij zelfs met een heel klein beetje voedsel duizenden mensen kan voeden, moet zeker in staat worden geacht om een storm te bedwingen.

Maar laten we niet te zelfgenoegzaam denken over de discipelen. Want het is het goed dat we ons bewust worden van het verootmoedigende feit dat wij maar al te gemakkelijk de genadevolle tegemoetkomingen van de Heer in ons leven vergeten. En al even verrast zijn wanneer Hij opnieuw in zijn grote goedertierenheid tussenbeide komt.

• De tweede bedenking ligt wat dieper opgesloten. Als Jezus werkelijk de beloofde Messias is, als Hij werkelijk de macht bezit die Hij al heeft betoond, is het dan verantwoord dat een discipel vreest dat Jezus de controle over de situatie verliest? Mag één van de twaalven dan bij zichzelf de gedachte toelaten dat een dergelijke Messias, die discipelen tot zich roept, ze dan zomaar terug kan verliezen door een schipbreuk?

Dit suggereert niet dat volgelingen van Jezus tot op de dag van vandaag geen ongevallen zouden kunnen overkomen. Natuurlijk kunnen dergelijke dingen gebeuren, dit is een gevallen wereld en Jezus' volgelingen zijn niet vrij van de tragische en wrede verwikkelingen van deze gebroken wereld. Maar ook wij moeten in moeilijke en bange momenten leren vertrouwen op Gods wijze voorzienigheid. En in dit geval dienen de discipelen nog iets meer te beseffen: het lot van hen die de kern vormen van de discipelen, is zo nauw verweven met de bediening van Jezus, dat het ondenkbaar is dat zij zomaar zouden omkomen in een tragisch ongeval.

• De derde bedenking betreft de conclusie die Markus trekt: dat “hun harten verhard waren.” Dit betekent niet dat de discipelen dommeriken waren. Het betekent ook niet dat ze wel gezond verstand hadden maar dat hun gevoelens verdeeld waren, alsof het hart enkel de zetel van onze gevoelens is. In de symboliek van de Bijbel verwijst het hart naar de zetel van onze persoonlijkheid en dat ligt niet zo veraf van wat wij “onze gezindheid” noemen - hoewel dit evenzeer te beperkt is. Maar hun totale gerichtheid was veel te eng, te sterk gefocust op de dingen die konden gebeuren waar zij angst voor hadden, te beperkt door hun onvermogen om in te dringen in het grote mysterie van wie Jezus eigenlijk is en wat Hij kwam doen. Wij die ons nu aan de andere zijde van het kruis en de opstanding bevinden hebben nog minder redenen om ons te verschonen dan zij.


(Met dank aan Jos Vanlede, die bovenstaand stuk uit het Engels vertaalde. Oorspronkelijke auteur is D.A. Carson)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen