woensdag 11 februari 2009

Verslag lezing "Tucht en troost" - slot

Vierde en laatste deel van mijn nota's bij de recente lezing door Geert Soete in Menen, in de reeks leven voor Gods aangezicht. Volgende lezing: Jos Vanlede op zaterdag 28 februari, in CC De Steiger in Menen, om 19.30 u.


In een geest van zachtmoedigheid, ziende op uzelf ...
Als iemand naar me toekomt met een vermaning zou ik ook graag hebben dat de ander rekening met me houdt, dus moet ik dat zelf ook doen.

Mt18 is ook duidelijk op dit vlak: eerst onder 4 ogen bestraffen als iemand zondigt. Want als hij luistert, heb je hem gewonnen. Net daarvoor gaat het in Matheüs over de herder die een schaap verloren was. En hij heeft hem weer gevonden, gewonnen. Dit gaat om het in zonde leven, niet om mogelijk anders denken over kleinere punten. Het gaat over een vertroebelde relatie met de Heer.
Als de persoon die gezondigd heeft en vermaand wordt eerst niet luistert, ga dan met 2, of dan met de gemeente. Help hem terecht als je kan. Je moet hem verwijderen als hij niet luistert. Maar toch kan hij zich achteraf nog bekeren.
Belangrijk: degene die straft of tuchtigt moet evenveel verdriet lijden. Dit moeten we leren.

2Kor2:5ev

Hier zien we opnieuw wat het doel van de bestraffing was. Doel is niet: bedroefdheid. Mij bedroeft het, zegt Paulus, maar nog meer jullie als gemeente.
Als we als gemeente iemand iets beschamends laten doen, als we dit toelaten, dan is het ook tot onze droefheid. Het merendeel heeft hem berispt, misschien gaat het hier om de persoon uit 1Kor5, ivm hoererij, soort incestueuze toestand.
Jullie laten dat toe, zegt Paulus, zijn er nog bijna trots op ook? Eigenlijk moeten jullie deze persoon uit je midden verwijderen. Als die persoon zich bekeert, na berisping, dan moet je hem nu ook vergeven. Als je wacht op mijn vergiffenis, dan is dat voor een berouwvolle persoon die zich bekeert meteen het geval.
Na berisping heb je als berispte ook nodig om weer vergeving, troost te voelen. Zorg dat er geen overmatige droefheid komt. We moeten de satan geen voet geven.
Satan heeft 2 listen op dit gebied: laat ieder maar doen.
1. tolerant zijn: alles kan en alles mag. Dan wordt zonde toegelaten in levens van mensen, dan wordt het een vertroebelde gemeente.
2. iemand bekeert zich, maar de deur blijft gesloten. We vergeven je nooit en de deur blijft gesloten. Vgl: Petrus vraagt: hoeveel keer moet ik mijn broeder vergeven? 7 keer? Altijd bereid zijn om te vergeven. God is gaarne vergevend, moeten wij die zijn kinderen zijn dit ook niet doen dan?
De bovenstaande zijn 2 listen die we moeten vermijden!


2Kor2:12 ev

Paulus wachtte op bericht van Titus, om te zien hoe de gemeente van Korinthe zou reageren. Hij was het evangelie aan het prediken en er was een open deur, maar Paulus had geen rust in zijn geest omdat hij Titus niet vond. Hij ging naar Macedonie en wilde weten wat ze gedaan haddden met de tucht en of er opnieuw blijdschap kwam.
In hfdst 7 kun je lezen hoe het Paulus verging: hoe de Korinthiërs zich bekeerden, zich verontschuldigden, hoe ze zich inzetten met veel ijver, hoe ernstig en oprecht ze daarmee omgingen.
Er komt een golf van troost over hem, de inkeer die er komt maakt Paulus ontzettend blij. De droefheid heeft redding en behoud tot gevolg gehad. Jullie deden wat je moest doen voor Gods aangezicht. Als dit voorgelezen werd in Korinthe, wat een golf van troost moet het gegeven hebben. Heel indrukwekkend.

Vers 14 ev

Paulus had het al over vrees en onrust enz op andere plaatsen. Hij leek verslagen door zijn eigen emoties. Maar in vers 14 toont hij dat dit niet zo was: het was een triomftocht in Christus.
Wij worden met Jezus meegevoerd, niet als gevangenen. Hij doet ons altijd zegevieren, hoe mijn hart ook was. We verspreiden de geur dan van Christus. Dan proef je iets van de Heer. Toen we het zo moeilijk hadden, werd er iets geproefd van Jezus. Wij kunnen dit niet zelf, maar het is door God zelf dat die geur er komt. Door de onvertroebelde relatie met de Heer.
Als er geen zonde is, mogen we die geur van christus verspreiden waar we ook zijn.
Laat christus geuren, in woorden en daden. In wat we doen of nalaten.
Waar we ook zijn. Want we zijn niet als de anderen die op winst uit zijn. Die zich lieten dienen en lieten onderhouden.
Ik niet, maakt Paulus duidelijk, ik heb jullie gediend in de plaats daarvan. Ik ben een dienaar. Niet met onzuivere bedoeling. (eer, geld, gezag, enz.)
Wij spreken in Christus uit zuivere bedoeling, op Zijn gezag en voor Gods aangezicht. Wat we ook doen, we staan voor Gods aangezicht. Als we spreken of handelen mogen we dat doen voor Gods aangezicht. Zien we iemand vallen, dan is dat voor Gods aangezicht, en moeten we daar handelen en blijdschap bewerken. Aan het werk gaan voor Gods aangezicht.

Praktische vraag: in mijn job, werk ik op dezelfde manier als er een stagiair is die me dagelijks aan het werk ziet, werk ik dan net hetzelfde als wanneer ik alleen werk? Bij mij was het wel eens anders. Ik bid de Heer dat ik dat niet meer zal doen. Ook al is er geen medechristen in de buurt, toch werken we voor Gods aangezicht.
Laat het geen beangstigende gedachte zijn: tucht én troost.
God is een vader. Van alle vertroosting en alle barmhartigheden
laten we ons maar laten opvoeden door Hem, soms via broeders en zusters.

Titus 2 als slot opnieuw. Vanaf vers 11: de genade van God is verschenen enz.
Deze keer met het volgende stukje erbij: verwachtende de hoop ... Christus Jezus, die zichzelf heeft gegeven, om voor zichzelf een volk te reinigen.
We mogen opgevoed worden, we leren uit het woord, door tucht, door troost, door druk, soms met vrees.
Maar ook in de zalige verwachting dat we straks voor Hem zullen staan!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen