maandag 21 december 2015

Wat doen wij, want deze mens doet vele tekenen? (Joh. 11)


2 Kronieken 25; Openbaring 12; Zacharia 8; Johannes 11

Aan het slot van het verslag van de opwekking van Lazarus schrijft Johannes een kort deeltje vol ironieën (Johannes 11:45-53). Ze wijzen allemaal feilloos naar het kruis.

(1) De autoriteiten zijn bijzonder gefrustreerd. Er is er geen die kan het wonder loochenen dat Jezus werkelijk heeft verricht: daarvoor was het al te openlijk, en Lazarus was echt dood – zo dood dat de stank van de ontbinding publiek en onaangenaam was (11:39).

Dus hoe kan het Sanhedrin Jezus groeiende gezag beknotten of het messiaanse vuur doven dat wellicht zou uitbreken wanneer het verslag van het wonder zou rondgaan? Uiteindelijk, zo vrezen ze, ‘zullen allen in Hem geloven’, de opstand zal een feit zijn, ‘en de Romeinen zullen komen en ons zowel onze plaats als ons volk ontnemen’ (11:48).

Er kan zelfs sprake zijn van ironie als ze het hebben over ‘onze plaats’: de eigenaardige uitdrukking zou kunnen verwijzen naar de tempel [de NBV kiest zelfs om te vertalen met ‘tempel’] (zoals ook de voetnoot in de Engelstalige NIV suggereert), maar er valt moeilijk te ontkennen dat hun werkelijke interesse niet zozeer de tempel is, maar veeleer hun geprivilegieerde plaats in de maatschappij.

Toch is er een nog diepere ironie. Als het verhaal zich verder ontvouwt, komen ze in actie tegen Jezus, en Hij wordt gekruisigd. Maar dit is onvoldoende om hun ‘plaats’ te behouden. Binnen de veertig jaar overvallen de Romeinen Jeruzalem en de stad wordt verpletterd. Ze verwoesten de tempel. En de ‘plaats’ van de autoriteiten is weggevaagd.

(2) Maar dit is nog toekomstig. Het is Kajafas die als eerste het concrete voorstel formaliseert om het recht te buigen en de judiciële integriteit te offeren op het altaar van het politieke eigenbelang. ‘Gij weet niets’, roept hij uit (11:49), met een wrevel die zijn collega’s eigenlijk degradeert tot een stelletje oelewappers. ‘En gij beseft niet, dat het in uw belang is, dat één mens sterft voor het volk en niet het gehele volk verloren gaat’ (11:50).

Merk op: het is in uw belang– dit is waar het werkelijk om gaat, de politieke zelfzucht achter de politieke holle frasen. Jezus uit de weg ruimen, en de messiaanse ijver valt weg en het volk wordt gespaard: het lijkt allemaal zo netjes, zo logisch – en bovendien, het zal goed zijn voor ‘onze plaats’.

Dus Jezus sterft – en de tragische ironie is dat het land toch ten onder gaat. Zelfs het jaar 70 n.C. betekende nog niet het einde. Zes decennia later brengt de Bar Kochba opstand de Romeinen terug (132-135). Jeruzalem werd met de grond gelijk gemaakt. Het werd een halsmisdaad voor iedere Jood om ergens in de omgeving van Jeruzalem te wonen.

(3) Maar Johannes bespeurt een nog diepere ironie in de woorden van Kajafas. Kajafas spreekt als hogepriester, en in Gods voorzienigheid zegt hij meer dan hij eigenlijk beseft. Jezus sterft voor het Joodse volk, ‘en niet alleen voor het volk, maar om ook de verstrooide kinderen Gods bijeen te vergaderen’ (11:52).


Eigen vertaling van de overdenking bij 21 december uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen