zaterdag 19 december 2015

Maak een kroon en zet die op het hoofd van de hogepriester Jozua (Zach. 6)


2 Kronieken 22-23; Openbaring 10; Zacharia 6; Johannes 9

Het laatste van de acht visioenen en een verwante Godsspraak ontvouwen zich nu (Zach. 6).

Dit laatste visioen (6:1-8) is in bepaalde opzichten parallel met het eerste. In het eerste waren er paarden maar geen wagens; hier vind je beide. In het eerste was het decor een vallei; hier twee bergen. Daar kwamen de paarden binnen om verslag uit te brengen; hier worden ze uitgestuurd – ze verlangen zelfs om te kunnen vertrekken. In beide gevallen maken ze deel uit van de wereldwijde patrouilles van de Heer.

Alhoewel er verschillende uitleggingen gegeven zijn voor de twee bergen van koper, roept de meest waarschijnlijke herinneringen op aan de enorme koperen zuilen die aan elke zijde stonden van de ingang van de originele tempel (1 Kon. 7:15-22). Koper en ijzer werden gebruikt als verdediging tegen aanvallen (bijv. Jer. 1:18). Niemand kan de toegang tot Gods woonplaats forceren.

Ik kan hier niet de ingewikkeldheden van de kleuren en bestemmingen behandelen. Zacharia leert van de vertolkende engel dat de vier paarden / wagens ‘de vier winden van de hemel’ zijn [6:5, NBV. De NBG vertaalt hier anders: ‘ze gaan uit naar de vier windstreken des hemels’], die uitgaan ‘van hun standplaats bij de Here der ganse aarde’ (6:5).

Zoals de winden zijn ze Gods boodschappers (Ps. 104:4), die de hele wereld doorkruisen, want de hele wereld behoort God toe. Wagens waren de pantserdivisies van de oude oorlogvoering. Als zij al ‘het Noorderland’ controleren (6:6, 8), waar de machtigste heidense rijken ontsproten, dan controleren ze alles.

Aan het slot van het visioen is de engel meer dan een vertaler voor de profeet. Het werkwoord ‘toeroepen’ [uit ‘riep hij mij toe’, JL] leidt een aankondiging in. Deze engel van de Heer onthult zijn identiteit, want hij spreekt ofwel voor ofwel als de Heer van de hele aarde. De beloofde rust en verlossing zijn bereikt.

Maar de laatste godsspraak (6:9-15) beëindigt het hoofdstuk met een lichtelijk verschillend gevoel. Het hoogtepunt van Gods heilsplannen ligt niet in een tempel of een ritueel, maar in een persoon. Zacharia vraagt een deel van het zilver en goud dat recentelijk aankwam in een nieuwe karavaan van de ballingen in Babylon, want hij moet een prachtige kroon maken (haar pracht wordt gesuggereerd in het Hebreeuwse meervoud). Deze kroon is voor het hoofd van de hogepriester Jozua, de zoon van Josadak (6:11).

Dit is zo verbazingwekkend dat sommige hedendaagse uitleggers de tekst willen aanpassen. De heerser met de kroon is de Davidische koning, zo redeneren ze, niet de hogepriester. Anderen denken dat dit een heel wat latere tijd weerspiegelt, waarin de priesters meer politieke macht verkregen.

Maar de waarheid is eenvoudiger: hier brengt God zowel de Koninklijke symboliek als de priesterlijke functies samen in één personage. Zijn naam is de Spruit (6:12; vergelijk het gebruik van deze titel in Jes. 4:2; Jer. 23:5; 33:15). Lezers van het Nieuwe Testament kunnen niet twijfelen over waar de vervulling wordt gevonden.

Eigen vertaling van de overdenking bij 19 december uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen