maandag 14 december 2015

Bekeert u tot Mij … dan zal Ik tot u wederkeren (Zach. 1)


2 Kronieken 16; Openbaring 5; Zacharia 1; Johannes 4

Net als zijn tijdgenoot Haggai is Zacharia een profeet van na de ballingschap. Daar waar Haggai grotendeels verantwoordelijk is, onder God, voor het aanmoedigen van het volk om door te gaan en de tweede tempel te bouwen, valt Zacharia’s bijdrage, hoewel in bepaalde opzichten significanter, moeilijker te duiden.

Hier vind je striemende apocalyptiek, enigmatische gezichten, uitgesproken moeilijke gedeeltes en meeslepend perspectief. Hoe moeilijk ze ook mogen zijn, de hoofdstukken 9-14 vormen wel het Oudtestamentisch gedeelte dat het meest geciteerd wordt in de lijdensverhalen van de canonieke evangeliën, en de op een na belangrijkste bron (na Ezechiël) voor de talloze allusies in het boek Openbaring.

Weinig Oudtestamentische profetische boeken waren de aanzet tot een bredere diversiteit van ‘scheidings of partitietheorieën’ – theorieën die de hoofdstukken 9-14 toewijzen, of verschillende delen ervan, aan een bepaalde andere auteur dan de historische Zacharia.

Dit is natuurlijk niet de plaats om al deze debatten te bespreken. We zullen ons inspannen om delen van de tekst op te pakken zoals ze er staan. Op dit moment focussen we op Zacharia 1:1-17.

De zes openingsverzen vormen een introductie tot de hoofdstukken 1-8. Het woord van de Heer komt tot Zacharia in oktober of november 520 v.C. Het doel van deze inleiding is terug te blikken op het catastrofale oordeel van 587, toen Jeruzalem en de tempel vielen, en wat hiertoe leidde en hieruit voortvloeide.

‘Bekeert u tot Mij … dan zal Ik tot u wederkeren’ (1:3) is de les die we moeten leren. Aanvankelijk wilde het volk niet luisteren. Maar uiteindelijk werd het meegevoerd in ballingschap en begon het ernstiger na te denken over alle boodschappen die het te horen had gekregen.

In ballingschap kwamen ze bij zinnen: ‘Zoals de HERE der heerscharen Zich voorgenomen had ons te doen naar onze handel en wandel, zo heeft Hij met ons gedaan’ (1:6). De implicatie is voor de hand liggend: de zegeningen en oordelen van het verbond blijven staan, en het volk van God moet tot Hem naderen met ontzag en goddelijke vrees, opdat ze niet in de hardnekkigheid van hun voorouders vallen en oordeel over zichzelf uitroepen.

Er volgen acht visioenen (1:7-6:15). Er wordt soms gezamenlijk naar ze verwezen als naar ‘het boek van de visioenen’. Deze acht visioenen hebben min of meer een standaardvorm. Na een inleidende uitdrukking wordt ons verteld wat de profeet ziet. Hij vraagt de engel wat deze dingen zijn of betekenen, en de engel biedt een verklaring.

Bij vier van de visioenen is er een begeleidende godsspraak (1:14-17; 2:6-13; 4:6-10a; 6:9-15), gewoonlijk maar niet altijd aan het einde. De acht visioenen zijn thematisch chiastisch: het eerste en achtste zijn gelijk, het tweede en zevende, enzovoort. Allemaal zeggen ze iets over de toekomst van Jeruzalem en Juda.
Welke bijdrage wordt geleverd door het eerste?


Eigen vertaling van de overdenking bij 14 december uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen