vrijdag 21 september 2007

Vandaag: grote verzoendag


Mijn broer leerde me dat de joden vandaag grote verzoendag vieren: Jom Kippoer. Voor hen telt (dit jaar) de maand september 2 belangrijke feestdagen, want ze vieren deze maand ook Rosh Hashanah: nieuwjaar. Deze periode is voor de joden een tijd van ernstig zelfonderzoek, een tijd om na te denken over de zonden van het voorgaande jaar, en ze nog te belijden vooraleer Jom Kippoer zich aandient. De 10 dagen, startend met Rosh Hashanah en eindigend met Jom Kippoer, worden algemeen de ‘dagen van ontzag’ genoemd (Yamim Noraim) of de ‘dagen van berouw’. Ze zijn gevuld met verwondering en aanbidding, nadenken, vasten en gebed, afzondering en vertroosting.
Deze dagen moeten voor de joden de toon zetten voor het nieuwe jaar, ook al wordt er teruggekeken op het afgelopen jaar. Gedurende deze tijd is het ook gebruikelijk om je zo mogelijk te verzoenen met mensen tegenover wie je iets misdaan hebt of met wie je in onmin leeft.

Volgens de Talmoed brengt Jom Kippoer alleen verzoening voor de zonden tussen mensen en God. Daarom vergen de zonden begaan tegenover mensen, dat je zo mogelijk met die mensen zelf in orde brengt wat je hen misdaan hebt.

Ook voor moslims vormt de septembermaand een bijzondere periode, met het houden van de 40-dagen vasten van de Ramadan. Tijdens die periode wordt ook nagedacht over het geloof en wordt er minder tijd besteed aan de dagelijkse beslommeringen. Het is ook bedoeld als een periode van aanbidding en bezinning, van toewijding.

Voor christenen vormt september geen speciale periode, behalve misschien voor wie nog school loopt of schoolgaande kinderen heeft. Maar als we stilstaan bij de gebruiken in andere godsdiensten, worden we er aan herinnerd dat voor ons elke dag er een kan zijn van aanbidding, toewijding en bezinning. Daar leerde Jezus ook duidelijk over in de bergrede in het Mattheüsevangelie. Hij sprak over het regelmatig bidden, vasten en geven van aalmoezen. Toen Hij zijn discipelen onderwees over ‘hoe’ zijn discipelen zouden vasten, zei Hij: “WANNEER u nu vast, toont dan niet een droevig gezicht zoals de huichelaars, want zij maken hun gezichten ontoonbaar om zich aan de mensen te vertonen wanneer zij vasten” (Mt. 6:16 - hoofdletters van mij).
In diezelfde bergrede veronderstelt Jezus ook dat zijn volgelingen zouden bidden en weldadigheid zouden bewijzen aan de armen (Mt.6:2+5). De vraag is dus niet ‘of’ we die dingen zullen doen, maar wel ‘wanneer’.

Terwijl we wel heel andere redenen, verwachtingen en overtuigingen hebben dan onze moslimburen of joodse buren, kunnen we toch iets leren van hun bijzondere tijd van toewijding en verrijking. Het is ideaal om de praktijk van ons eigen geloofsleven te onderzoeken. Maar al te vaak raakt verwaarloosd of zelfs vergeten dat onze daden van toewijding een liefdevolle reactie zijn op wat God voor ons deed in Christus. Het is niet zonder betekenis dat Christus Zijn luisteraars waarschuwde: “Want Ik zeg u, dat als uw gerechtigheid niet overvloediger is dan die van de schriftgeleerden en de farizeeën (de religieuze leiders van die tijd, JL), u het koninkrijk der hemelen geenszins zult binnengaan".

Jezus vroeg meer dan rituelen en uiterlijke daden van toewijding. Ons hart moet getrokken worden tot Hem, en vanuit die liefdevolle relatie volgen ook weer de daden van liefde en genade doorheen het jaar. Daden van toewijding verricht vanuit een koud hart en uit verplichting, zijn eerder kil dan hartverwarmend. Maar als we onder de indruk komen van de unieke persoon van Christus, dan kan ons hart in beweging komen.

(Dankbaar gebruik gemaakt van de feitelijke gegevens van een Slice of Infinity van www.rzim.org, geschreven door Margareth Manning en verschenen op 18 sept. jl.)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten