vrijdag 9 januari 2015

'Om onze ongerechtigheden zijn wij overgeleverd' (Ezr. 9)

Genesis 9-10; Mattheüs 9; Ezra 9; Handelingen 9

Goed mogelijk dat het voor sommige christenen, ondergedompeld in de erfenis van individualisme en beïnvloed door postmodern relativisme, moeilijk is om veel sympathie te koesteren voor Ezra en zijn gebed (Ezra 9). Een honderdtal van de teruggekeerde Israëlieten, op een bevolking die op dat moment minstens vijftig- tot zestigduizend mensen telt, heeft heidense vrouwen gehuwd uit de omringende volken. Ezra behandelt deze zaak alsof het een volslagen ramp betreft en weent voor de Heer alsof zeer ernstige schade is aangericht.

Is godsdienst afgedaald naar het niveau dat het zijn aanhangers vertelt met wie ze mogen huwen? Bovendien is de nasleep van dit gebed (waarover we morgen zullen nadenken) behoorlijk harteloos, niet?

In werkelijkheid laat Ezra’s gebed ons kennismaken met een man die lang en hard heeft nagedacht over Israëls geschiedenis.

Ten eerste verstaat hij wat ten grondslag lag aan de ballingschap, aan de formele verwoesting van het land, de verstrooiing van het volk. Het was niets anders dan de zonden van het volk – en vreselijk vaak waren deze zonden gevoed door verbanden, heel zeker ook huwelijksverbanden, tussen het volk van het verbond en de omliggende stammen. ‘Om onze ongerechtigheden zijn wij overgeleverd, wij, onze koningen, onze priesters, in de macht van de koningen der landen, aan het zwaard, aan gevangenschap, aan plundering, aan openlijke schande, zoals nu’ (9:7).

Ten tweede verstaat hij dat als deze gemeenschap de toelating kreeg om terug te keren naar Juda, dit is omdat ‘ons sedert kort genade [is] bewezen van de HERE, onze God, doordat Hij ons heeft gelaten degenen die ontkomen waren, en ons een tentpin heeft gegeven in zijn heilige plaats, waardoor onze God onze ogen deed oplichten en ons een weinig verademing gaf in onze slavernij’ (9:8).

Ten derde verstaat hij dat in het licht van de eerste twee punten, en in het licht van het uitgesproken verbod in de Schrift op gemengde huwelijken, hetgeen gebeurde niet alleen opmerkelijk ondankbaar is, maar ook concrete minachting van de God die gekomen is om Israël te redden, niet alleen in de Exodus, maar ook uit de ballingschap.

Ten vierde verstaat hij de complexe, ondermijnende, gemeenschappelijke aard van zonde. Net als Jesaja voor hem (Jes. 6:5), stelt Ezra zich op één lijn met het volk in zijn zonde (9:6).

Hij verstaat het hardnekkige feit dat het hier niet slechts gaat om individueel falen en niets meer dan dat; dit zijn manieren waarop rauw heidendom, en uiteindelijk relativisme met betrekking tot de Almachtige God, via de achterdeur worden binnengesmokkeld in de volledige gemeenschap.

Hoe konden dergelijke huwelijken, zelfs onder priesters, geregeld worden tenzij vele, vele anderen hun goedkeuring hebben gegeven, of op zijn minst een oogje hebben dichtgeknepen rond de praktijk?
Ezra verstaat bovenal dat de zonden van het volk van God vele malen erger zijn dan de straf die ze kregen (9:13-15).

Hoe zouden deze denkpatronen ons denken vandaag moeten vormen met betrekking tot de zonden van het volk van God?


Eigen vertaling van de overdenking bij 9 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 8 januari 2015

'Nog diezelfde dag brak er een hevige vervolging los tegen de gemeente in Jeruzalem' (Hd. 8)


Genesis 8; Matteüs 8; Ezra 8; Handelingen 8

Ons zicht is beperkt en ons verstaan onvolledig. Slechts zelden ‘lezen’ we de gebeurtenissen rond ons op een werkelijk goede manier. Neem bijvoorbeeld wat er gebeurt onmiddellijk na het martelaarschap van Stefanus (Handelingen 8:1-5). ‘En er ontstond te dien dage een zware vervolging tegen de gemeente te Jeruzalem’ (8:1). Die situatie was waarschijnlijk niet prettig voor de gelovigen die het meemaakten. Niettemin:

(1) ‘[E]n allen werden verstrooid over de streken van Judea en Samaria, met uitzondering van de apostelen’ (8:1). Het was ongetwijfeld gemakkelijker twaalf mannen te verbergen dan de duizenden mensen waaruit de kerk nu bestond. Bovendien: de Twaalven in Jeruzalem houden was hen in het centrum houden, en op die manier konden ze wat overzicht bewaren over de snelle ontwikkelingen.

(2) ‘Zij dan, die verstrooid werden, trokken het land door, het evangelie verkondigende’ (8:4). Dit was het startsein voor veel snellere verspreiding van het evangelie dan wanneer de apostelen op zending waren getrokken terwijl de rest van de kerk was thuis gebleven. Hier zie je een kracht van vele duizenden, met de meesten van hen die eenvoudig ‘het evangelie doorvertellen’, anderen hoogbegaafde evangelisten, verstrooid door vervolging.

(3) ‘En Filippus daalde af naar de stad van Samaria en predikte hun de Christus’ (8:5). Lukas maakt in het boek Handelingen vaak een algemene opmerking waarna hij er een concreet voorbeeld van geeft. In 4:32-36 vertelt Lukas bijvoorbeeld hoe gelovigen regelmatig eigendommen verkochten en de opbrengst in de gemeenschappelijke kas stopten voor hulp aan de armen. Daarna vertelt hij het verhaal van één man in het bijzonder, Jozef - die van de apostelen de bijnaam ‘Barnabas’ kreeg – die precies dit doet.

Dit geeft ons tegelijk een concreet voorbeeld van de algemene trend die Lukas net had beschreven, en introduceert Barnabas (die later een belangrijke speler wordt), die op zijn beurt als tegenhanger fungeert voor Ananias en Saffira, die liegen over de opbrengsten van hun eigen verkoop (Handelingen 5).

Zo evolueert het verhaal verder. Ook hier in Handelingen 8: Lukas beschrijft de verstrooiing van gelovigen en merkt op dat ze het woord van God verkondigden waar ze ook maar kwamen, waarna hij het relaas doet van een specifiek verhaal, dat van Filippus. Hij was een van de zeven mannen die aangewezen was voor het prille ‘diakonaat’ (Handelingen 6); nu wordt hij een strategische evangelist om met het evangelie een van de eerste socio-culturele hordes te nemen: van Joden naar Samaritanen.

(4) ‘En vrome mannen droegen Stefanus ten grave en bedreven grote rouw over hem. En Saulus verwoestte de gemeente, en hij ging het ene huis na het andere binnen en sleurde mannen en vrouwen mede, en hij leverde hen over in de gevangenis’ (8:2-3). Het contrast is verbijsterend. Saulus denkt dat hij Gods werk doet; in werkelijkheid rouwen de echte vromen over de eerste christelijke martelaar die ze begraven. Toch zal deze Saulus in Gods bijzondere voorzienigheid een van de grootste cross-culturele zendelingen aller tijden worden en de menselijke auteur van ongeveer een kwart van het Nieuwe Testament.


Eigen vertaling van de overdenking bij 8 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 7 januari 2015

Jezus, de timmerman


"Wij kunnen nooit volledig de betekenis vatten van het feit dat God voor zijn Zoon, die onder de mensen woonde, uit alle mogelijke posities die wij voor Hem zouden hebben uitgezocht, juist die van een ambachtsman koos, iemand die werkte met zijn handen. Dat feit heeft het moeizame werk van de gewone man gestempeld met eeuwigheidswaarde."

Vgl. ook met Mk. 6:2-3 en Hd. 20:33-35

Citaat James Stalker, uit 'Life of Jesus Christ' en gelezen bij John Stott, Bijbels dagboek, pag. 171, uitg. Ark Boeken

Ezra: bestuderen, navolgen en onderwijzen van de Wet (Ezr. 7)


Genesis 7; Matteüs 7; Ezra 7; Handelingen 7

Ezra 7 verhaalt ons de missie van Ezra in de gemeenschap van Jeruzalem en Juda na de ballingschap. Het behoorde duidelijk tot het rijksbeleid dat als groepen toegestaan werd vanuit ballingschap naar hun thuisland terug te keren, ze daarbij ondersteund moesten worden door hun priesters.

Vanuit het oogpunt van het heidense bijgeloof wilden de heersers niet dat ook maar een van de plaatselijke goden boos op hen zou zijn (7:23); vanuit het oogpunt van de verbondsgemeenschap was dit net een bijzonder bewijs dat de goede hand van God over hen was, dat Hij in staat was om de zaken van de machtigste rijken zodanig te regeren dat Hij zijn eigen volk bewaarde.

De aard van Ezra’s taak zou makkelijk kunnen beschouwd worden als een voorbeeld van de voorrechten en verantwoordelijkheden van ieder die de taak heeft het Woord van God te onderwijzen aan het volk van God: ‘Want Ezra had er zijn hart op gezet om de wet des HEREN te onderzoeken en haar te volbrengen, en om in Israël inzetting en verordening te onderwijzen’ (7:10).

(1) Ezra wijdde zich aan de studie van de Wet. Er is geen Bijbelonderwijs met langetermijneffect dat niet gepaard gaat met lange uren van voortdurende studie van de Bijbel. Effectiviteit in onderwijs van de Bijbel kost ons veel studiewerk, soms in eenzaamheid en altijd vermoeiend. Als je geen student bent van het Woord, ben je niet geroepen om een leraar van het Woord te zijn.

(2) Ezra wijdde zich aan het volbrengen van de Wet. Voor sommige mensen is studie een doel op zich, of misschien een middel om tot het doel onderwijs te komen. Maar zelfs al vormt de Bijbel dan de lesstof, voor die mensen is er geen persoonlijke toewijding om naar zijn voorschriften te leven – om het Woord van God zeggenschap te geven over hun huwelijk, hun financiën, hun manier van spreken, hun prioriteiten, hun waarden. Ze vragen zich niet gedurig af hoe de uitgangspunten van hun tijd en cultuur, uitgangspunten die elk van ons onbewust opneemt, uitgedaagd worden door de Schrift.
De studie van de Schrift is voor dergelijke mensen een uitnemende intellectuele discipline, maar geen voortdurende oproep om te aanbidden; de Bijbel moet behandeld worden als een tekstboek, maar het roept het volk van God niet op om te vrezen; zijn waarheden moeten gekoesterd worden, maar het Woord brengt ons niet in de tegenwoordigheid van God. Ezra vermeed al deze valstrikken en wijdde zich aan het volbrengen van wat de Schrift zegt.

(3) Ezra wijdde zich aan het onderwijzen van de Wet. Hij was geen kluizenaar-geleerde; hij was een voorganger-geleerde. Hetgeen hij leerde in studie en gehoorzaamheid leerde hij ook doorgeven. Of het nu was in grote, plechtige samenkomsten, in familie- of stamverband, of in een-op-een studies, Ezra wijdde zich aan het onderwijs van het Woord van God aan het volk van God. Je kunt je moeilijk een hogere roeping voorstellen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 7 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 6 januari 2015

'Toen in die dagen de discipelen talrijker werden, ontstond er gemor' (Hd. 6)


Genesis 6; Matteüs 6; Ezra 6; Handelingen 6

Hoewel de zeven mannen die aangeduid worden voor bepaalde verantwoordelijkheden in Handelingen 6:1-7 niet expliciet ‘diakenen’ worden genoemd, bestaat er maar weinig twijfel over dat dit het begin is van wat het diakonaat genoemd zou worden. Diverse punten vragen om meer uitleg:

(1) Aan deze stap gaat een probleem vooraf – een specifiek probleem. De Griekssprekende Joodse christenen zijn ontevreden met het niveau van de ondersteuning die hun weduwen ontvangen, vergeleken met de steun die de weduwen krijgen van de Arameessprekende Joodse christenen. Op dit moment kunnen we niet achterhalen of de klacht nu terecht is of niet – en indien wel, of het nu gaat om een opzettelijke veronachtzaming of een toevallige omdat de Arameessprekenden zich op eigen terrein bevonden en waarschijnlijk in de meerderheid waren.

In elk geval is de verdeeldheid voor deze grote ontluikende kerk potentieel minstens zo gevaarlijk als de perceptie van de onrechtvaardigheid die eraan voorafging.
Merk op:
(a) De kerk runde zijn eigen welzijnssysteem voor de armen en voor wie buiten de ondersteuning viel.
(b) Het is licht geruststellend, op een wrange manier, te ontdekken dat de vroege kerk ook al te maken had met problemen van vermeende ongelijkheid, onrecht en aanhoudende verdeeldheid.
(c) Nog interessanter is het feit dat het die problemen aanpakte.
(d) Bovendien is het duidelijk dat de grootte van een kerk, om niet te zeggen zijn groeiende problemen van eigen middelen en communicatie, verbeteringen in organisatie en het aanduiden van nieuwe medewerkers kunnen vereisen.

(2) De redenering van de Twaalven is verbluffend to the point: ‘Het is niet goed dat wij de zorg dragen voor de gemeenschappelijke maaltijden, want daardoor verwaarlozen we de verkondiging van Gods woord’ (6:2). Ze leggen enkele criteria vast en benadrukken dat ze zich zelf zullen toeleggen op ‘het gebed’ en ‘de verkondiging van het woord van God’ (6:4).

Vandaag hebben we misschien niet de Twaalven, maar voorgangers/oudsten/opzieners hebben deze dienst van het woord en het gebed overgeërfd. Dit behelst niet alleen het onderwijs aan anderen, maar ook ernstige eigen studie en voorbereiding en voorbede die achter degelijk onderwijs en goede prediking staan. Er zullen altijd zowat honderd dingen zijn die je afleiden. Word niet afgeleid van wat centraal staat.

(3) De criteria die door de Twaalven gepresenteerd worden om door de kerk gebruikt te worden bij hun keuze van zeven mannen, zijn niet de managementvaardigheden en gaven van diplomatie. De mannen moeten bekendstaan als vol van de Heilige Geest en wijsheid en geloof (6:4, 5).

Natuurlijk omvatten deze criteria de schranderheid van de manager: als een persoon vol is van de Heilige Geest, zal hij of zij zorg vertonen in relaties; en ‘wijsheid’ kan ook praktische, goddelijke vaardigheid omvatten op een specifiek terrein. Maar ten gronde worden deze zeven mannen gekozen omdat ze beschouwd worden als mature en godvrezende christenen en tegelijk als begaafd voor de hun toegewezen taken.


Eigen vertaling van de overdenking bij 6 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 5 januari 2015

'Maar hun God waakte over de oudsten van de Judeeërs' (Ezr. 5)


Genesis 5; Matteüs 5; Ezra 5; Handelingen 5
Er gaan meerdere jaren van vertraging en teleurstelling voorbij vooraleer God de profeten Haggaï en Zacharia (Ezra 5) opwekt, die het volk aanmoedigen om de bouw van de tempel te hervatten. De fundamenten van de tempel zijn gelegd, maar daarna is niets meer gedaan. Nu wordt het bouwen hervat onder de revitaliserende dienst van de twee profeten.

Dit brengt een nieuwe crisis op gang. Tattenai, de gouverneur van de provincie Trans-Eufraat (vanuit Perzisch oogpunt betekent Trans-Eufraat alles in het Perzische Rijk ten westen van de Eufraat, inclusief de strook land die wij kennen als Israël), stelt de bevoegdheid van de Joden in vraag om zich met dit bouwproject in te laten. Tattenai schrijft naar Darius, de nieuwe koning, en in het volgende hoofdstuk antwoordt Darius positief: het is de Joden niet alleen toegestaan om te herbouwen, maar ze moeten ook nog eens gesteund worden door de staatskas.

Menselijk gesproken kun je zien waarom het beleid van het rijk volledig gekeerd is. Om te beginnen hebben we te maken met een nieuwe machthebber. Nog belangrijker: een zorgvuldige lezing van Tattenais brief (5:7-17) toont dat het gaat om een opmerkelijk evenwichtige en onbevooroordeelde uiteenzetting van de feiten in de zaak: hij wil alleen maar weten hoe het nu verder moet.

Hoe anders was de opmerkelijk verdorven brief van Rechum en Simsai (4:11-16). Zoals de commentaar in de Schrift duidelijk maakt was dit echt een brief ‘tegen Jeruzalem’ (4:8, HSV), een gemeen werkstuk dat alleen de meest scherpzinnige monarch had kunnen doorzien, en Artaxerxes behoorde niet tot die categorie.

In de bijzondere voorzienigheid van God sluit de brief in Ezra 4 zo het project af, terwijl de brief in Ezra 5, geschreven door mensen die niet minder heidens waren dan de eersten, niet alleen toelating bekomt voor het bouwproject, maar ook nog eens geld.

Het is belangrijk voor gelovigen te bedenken dat God soeverein talloze elementen controleert waar wij maar weinig invloed in hebben. Ik herinner me hoe ik meer dan twintig jaar geleden moest spreken in een kapel aan de universiteit van Cambridge over het toegewezen onderwerp van dood en oordeel. Wat me afschrok was de obligate discussie die zou volgen. Ik predikte zo eenvoudig en getrouw als ik maar kon, en na de bijeenkomst maakten we ons klaar voor de discussie. De verantwoordelijke was zeker dat er ‘vragen zouden opkomen’. In die interessante maar gemengde groep wachtte ik met enig beven op de eerste vraag.

Toen gaf een ‘don’ in wiskunde (een professor aan de universiteit) die ik nooit eerder had ontmoet rustig de commentaar: ‘Hadden we meer toespraken als deze gehoord, dan was Engeland niet een dergelijk zootje geworden’. Die commentaar zette de toon voor de rest van de samenkomst. Iedereen was ernstig, en ik gebruikte de tijd om het evangelie uit te leggen. Maar het feit dat het deze vraag was die de toon zette, en niet een of andere spottende sneer, lag volkomen in de hand van God.


Eigen vertaling van de overdenking bij 5 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 4 januari 2015

'Wij willen meehelpen met de bouw, want ook wij vereren uw God' (Ezr. 4)


Genesis 4; Matteüs 4; Ezra 4; Handelingen 4

In deze gebroken wereld zullen er altijd mensen zijn die op een of andere manier proberen om het volk van God te ontmoedigen of te verslaan. Voeg dergelijke mensen toe aan de ontmoedigingen en mislukkingen die opduiken van binnenin, en de omstandigheden kunnen ontzettend somber en onheilspellend schijnen.

In Ezra 4 gebruiken de vijanden van de teruggekeerde bannelingen drie uiteenlopende strategieën, allemaal bedoeld om deze kleine gemeenschap van Gods volk te verslaan.

De eerste is proberen gemene zaak met ze te maken. Het klinkt zo goed: ‘Laat ons met u bouwen, want wij zoeken uw God evengoed als gij; Hem toch brengen ook wij offers sinds de dagen van Esarhaddon, de koning van Assur, die ons hierheen heeft doen optrekken’ (4:2).

Onachtzame mensen konden zich laten vangen. Er is natuurlijk altijd plaats voor ware eenheid, maar ongebreidelde oecumene resulteert onvermijdelijk in het herdefiniëren van het evangelie in termen van de kleinste gemene deler. Een van de beste manieren om een comité een andere richting uit te sturen is het vol te stouwen met je eigen aanhangers. Terwijl je steun voorwendt, neem je iets over en je leidt haar energie af in een bepaalde onbeduidende richting, zoals een groeiend kankergezwel dat de energie van het lichaam gebruikt om zelf groter te worden.

In dit geval werkt de strategie niet, omdat de leiders van Gods volk, verre van zichzelf te feliciteren met de hulp die zonet is aangekomen, weigeren om zich om de tuin te laten leiden. Ze slaan het aanbod af. Dit mondt uit in een andere strategie vanwege de tegenstanders, een die hun ware aard blootlegt.

De tweede aanpak is ‘het moreel van de Judeeërs te ondermijnen en hen bang te maken, om hen af te houden van de bouw’ (4:4). Een gedeelte van hun plan wordt aan het licht gebracht in het boek Ezra; nog meer ervan wordt duidelijk in Nehemia. Zo toegewijd zijn deze tegenstanders aan de mislukking van Gods volk dat ze zelfs ‘raadslieden tegen hen’ omkochten, ‘teneinde hun plan te verijdelen’ (4:5).

Geruchten, bedreigingen, voorraadtekorten, energie opslorpende afleidingen – alles wordt bekokstoofd door die ingehuurde strategen, clevere mensen die zichzelf als zeer wijs beschouwen, invloedrijk en machtig, maar die helemaal geen geestelijk of moreel zicht op de situatie hebben.

De derde aanval is rechtstreeks politiek. In een zorgvuldig opgestelde brief vol met halve waarheden, slagen deze tegenstanders van Gods volk erin koning Xerxes te overtuigen het bouwproject stil te leggen. Het verbod blijft decennia lang van kracht. Wat begint als een schijnbaar onoverkomelijke politieke barrière verwordt tot een manier van leven, waarbij de Joden zelf de status quo aanvaarden, tot de krachtige prediking van Haggaï en Zacharia (5:1) hen uit hun lethargie wakker schudt.

Hoe zijn deze drie werktuigen ter ontmoediging gebruikt in de twintigste eeuw?


Eigen vertaling van de overdenking bij 4 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 3 januari 2015

Gewijd aan Gods wil - ook onder tegenstand (Ezr. 3)

Genesis 3; Matteüs 3; Ezra 3; Handelingen 3
De duidelijke intensiteit van de ervaringen van Gods volk tijdens de eerste paar maanden van hun terugkeer naar het Beloofde Land (Ezra 3) schijnt tussen de zinnen van de tekst door.

(1) Ze zijn bevreesd (3:3). Dit is de eerste zinspeling op de gevaren waar ze voor staan, en de bron ervan wordt duidelijker in de volgende hoofdstukken. De Perzische koning Kores (of Cyrus) heeft toestemming verleend aan de Joden om naar hun thuisland terug te keren, en beval zelfs bepaalde betalingen ter ondersteuning en voor de herbouw van de tempel. Maar de grenzen van het koninkrijk liggen ver weg van het centrum, en in de harde politiek van het echte leven, betekent bezit negen tienden van de wet. Uiteindelijk zijn deze Joden een minderheid die omringd wordt door vijanden die veel sterker zijn dan zij.

(2) Ze zijn vastbesloten (3:3). De tegenstand ziet in dat de wederopbouw van de tempel niet alleen een godsdienstig teken is, maar ook een teken van groeiende politieke kracht. Daarom zouden de Joden er baat bij hebben zich stil en gedeisd te houden. Maar hun vastbeslotenheid op dit moment is bewonderenswaardig: ondanks hun begrijpelijke vrees bouwen ze het altaar van de Heer en voeren ze het systeem van de offeranden opnieuw in ‘zoals voorgeschreven is in de wet van Mozes, de man Gods’ (3:2-6), en vervolgens zetten ze de eerste stappen in de bouw van een nieuwe tempel.

(3) Ze zijn vol blijdschap en lopen over van lofprijzing (3:10-11). Het leggen van het fundament voor de nieuwe tempel bewerkt aanbidding en bewondering voor God zelf, die duidelijk de ondernemingen van zijn getuchtigde verbondsgemeenschap zegent. Hier zie je niet alleen de hoop op een tempel, maar ook op een herstel van het Davidische koningshuis, de vervulling van de heerlijke beloften van hoop die de profeten doorgaven tijdens de donkerste uren van ballingschap.

(4) Velen wenen (3:12-13). Het zijn vooral de ouderen die zich nog de contouren van Salomons schitterende tempel kunnen herinneren. De fundamenten van het nieuwe gebouw lijken in vergelijking daarmee onbeduidend. Ongetwijfeld zijn deze mensen dankbaar voor de dag der kleine dingen; uiteindelijk hebben ook zij ervoor gekozen om terug te keren. Maar dagen van kleine dingen zijn nog altijd klein, en de intensiteit van hun emotionele respons wordt veroorzaakt door herinneringen aan dingen van lang geleden.

Maar deze mensen leven tenminste nog en zij gaan voort met Gods werk; hun respons mag dan soms hartverscheurend zijn, vol hoogtes en laagtes, maar hij is wel levensecht, vitaal, en vol leven en engagement. Hier vind je geen mistroostige moedeloosheid, geen cynisch voorbehoud, geen emotioneel vlakke terugtrekking.
Hier zie je de emoties van een groep mensen die, onder moeilijke omstandigheden, toegewijd is aan het doen van Gods wil.


Eigen vertaling van de overdenking bij 3 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 2 januari 2015

Meneer, ik dien een nauwkeurige God (Ezr. 2)


Genesis 2; Matteüs 2; Ezra 2; Handelingen 2

De nauwkeurigheid van de verslagen over de terugkeer (Ezra 2) is een van de eerste dingen die de achteloze lezer van dit hoofdstuk moet opvallen. Niet alleen zijn de aantallen van het volk accuraat weergegeven, samen met de namen van hun families, maar zelfs de aantallen van hun dieren – paarden, muildieren, kamelen en ezels (2:66).

Je herinnert je het antwoord van de oude Puritein die veracht werd omdat hij stond op nauwkeurigheid wanneer hij sprak over God en de leer van de Bijbel. ‘Meneer’, antwoordde hij, ‘Ik dien een nauwkeurige God’.

Dit is natuurlijk maar één kant van het verhaal. Diezelfde God verheugt zich in de spontane lofprijzing van kinderen, die niet bekend staan om hun nauwkeurigheid. De Bijbel die Hij ons gaf gebruikt zowel beeldende taal als nauwkeurige verslaggeving. Maar onze tijd is zodanig gehecht aan vage gevoelens dat precisie in zaken met betrekking tot God vaak veracht wordt. We willen onze intuïties volgen, niet onze richtlijnen; we prijzen gevoelens, geen feiten; we slikken stroperigheid, geen waarheid.

In dit geval zijn er diverse redenen voor de nauwkeurigheid van het verslag. Om te beginnen verschaft dergelijke nauwkeurigheid autoriteit aan het verslag: dit is niet een of ander ver gerucht, maar de nabije verslaggeving van iemand die vertrouwd was met de details.

Bovendien verleent het noemen van deze personen en hun families hen impliciet bijval. Talloze tienduizenden Israëlieten keerden nooit terug naar het Beloofde Land: ze waren te zeer gesetteld waar ze zich bevonden, en de heropbouw van Jeruzalem en de tempel was voor hen niet belangrijk genoeg om een dergelijke verhuis te rechtvaardigen. Hun namen zijn verloren gegaan; zij zijn van weinig belang in de loop van de heilsgeschiedenis. Maar deze namen worden herinnerd en opgeschreven in de heilige Schrift. Lees ze aandachtig; ze verdienen ons respect en onze dankbaarheid

Maar er hangt nog een bijkomend element vast aan deze nauwkeurigheid. Sommige van de terugkerende families konden niet aantonen dat ze afstamden van Israël (2:59); sommigen van hen die beweerden dat ze tot de priesterlijke lijn behoorden, verkeerden in hetzelfde geval (2:62). Het probleem werd ernstig genomen en de stadhouder Zerubbabel beval dat ze van priesterlijke dienst zouden worden uitgesloten tot de oude manier van goddelijke leiding, de Urim en Tumim, opnieuw in werking was en hun beweringen gecontroleerd konden worden (2:63).

Hier vinden we dus een volk dat ernst aan de dag legt rond het volgen van de richtlijnen van het Mozaïsch verbond, ernst betoont rond het bewaren van de zuiverheid, niet alleen van de verbondsgemeenschap in het algemeen maar ook van het priesterdom in het bijzonder, ernst over het navolgen van al Gods woorden.

De ernst waarmee ze de gigantische onderneming van de terugkeer aanpakten wordt zelfs nog benadrukt door de giften die ze schonken om het huis van God te kunnen herbouwen (2:68-69).

Het feit dat deze ontluikende gemeenschap van na de ballingschap snel in een nieuwe generatie van verse problemen en oude zonden zou vallen, zou niets mogen afdoen van de kracht van hun voorbeeld voor gelovigen van vandaag.


Eigen vertaling van de overdenking bij 2 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 1 januari 2015

'Allen die God daartoe aanzette, maakten zich gereed om naar Jeruzalem te vertrekken' (Ezr.1)


Genesis 1; Matteüs 1; Ezra 1; Handelingen 1

De eerste stappen in de richting van Israëls terugkeer uit ballingschap en de herbouw van de tempel (Ezra 1) zijn bijzonder interessant:

(1) Iemand die weinig weet van geschiedenis zou je de idee nog kunnen vergeven dat Israël de enige bevolkingsgroep was die uit de gebondenheid van de ballingschap werd vrijgelaten. Historisch gezien klopt dit niet. Toen de Perzen de macht overnamen van de Babyloniërs (die Juda in ballingschap hadden gestuurd), keerde koning Kores (of Cyrus) van Perzië het Babylonische beleid om. De Babyloniërs (en de Assyriërs voor hen) transporteerde de aristocratie en de leidende burgers van onderworpen gebieden.

Opstand werd in de antieke wereld vaak opgehangen aan het drievoudige koord van volk, land en godsdienst. Indien één van deze drie kon worden weggenomen, was de kans op rebellie kleiner. Door alle leiders uit elke economische sector van een cultuur naar een nieuw gebied te vervoeren, ver weg van hun eigen land (waardoor ze volk en land van elkaar afsneed), wisten deze rijken een soort vrede te verzekeren.

Natuurlijk kreeg je ook enorme ontwrichting, die zeker voor negatieve gevolgen moet hebben gezorgd, niet in het minst economisch. Maar wat ook zijn beweegredenen waren, Kores beëindigde niet alleen dit beleid, maar stond de ballingen ook toe – inclusief de Joden – om naar huis terug te keren.

(2) Maar Ezra ziet het goed wanneer hij dit beschouwt als het werk van God: ‘de HERE wekte de geest van Kores, de koning van Perzië, op’ (1:1). Bij een andere gelegenheid zou de Heer er voor zorgen dat een volkstelling zou worden afgenomen van de volledige Romeinse wereld, om een zwangere vrouw naar Betlehem te brengen – opnieuw om een oud Schriftwoord te vervullen (Lk. 2).

(3) De profetie is volgens Ezra in dit geval afkomstig van Jeremia (Ezra 1:1), waarbij hij waarschijnlijk verwijst naar Jeremia 25:11-12; 29:10-14; 51. Het zou een vergissing zijn om Ezra 1:1 te lezen alsof God op een bepaalde manier gebonden was door Jeremia’s woord, in plaats van omgekeerd. Het punt is dat de profetie van Jeremia niets anders is dan het woord van God. God is gebonden door zijn eigen woord. Toen Daniël begreep dat de voorgeschreven tijd van ballingschap ten einde liep, zette hij zichzelf ertoe Gods aangezicht te zoeken voor zijn volk (Dan. 9) – wat natuurlijk precies was wat diende te gebeuren. En hier vinden we de antwoorden op zowel Daniëls gebeden als op Gods beloften.

(4) Zoals gewoonlijk wanneer God krachtdadig ingrijpt, zijner geen losse eindjes. Aan de ene kant beweegt Hij Cyrus de koning om zijn oproep te doen; aan de andere kant wekt Hij de geest van veel Israëlieten op om naar huis terug te keren (1:5). Uiteindelijk hebben we nu te maken met een generatie die volledig was opgegroeid in de Tigris-Eufraatvalleien. Het zou vergelijkbaar zijn met vragen aan tweede- of derdegeneratie migranten naar de VS [of België, JL] uit pakweg Congo of Indië om terug te keren naar ‘huis’. Maar Gods volk wordt gewillig op de dag van zijn kracht.


Eigen vertaling van de overdenking bij 1 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 31 december 2014

'Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij' (Opb. 22)


2 Kronieken 36; Openbaring 22; Maleachi 4; Johannes 21

De eerste twee van onze bovenvermelde lezingen [uit het Bijbelleesrooster van M’Cheyne, JL] voor deze laatste dag van het jaar brengen ons hoop.

De eerste, 2 Kronieken 36, schetst de uiteindelijke val van Jeruzalem. De Babyloniërs maken de stad met de grond gelijk en de leidinggevende burgers worden 1000 à 1300 kilometer van huis weggevoerd. Maar de slotverzen vergunnen een glimp van hoop. Babylon heeft niet het laatste woord.

Decennia later neemt het Perzische rijk over en wordt dit de supermacht in de regio, en koning Cyrus staat de terugkeer van de bannelingen naar Jeruzalem toe en de bouw van een nieuwe tempel.

Historisch gezien hanteerden de Perzen dit beleid natuurlijk voor alle volken die de Babyloniërs hadden weggevoerd: allemaal kregen ze toestemming naar huis terug te keren. Maar de kroniekschrijver ziet de toepassing van dit beleid voor Israël terecht als hoogste bewijs van de hand van God, en een nieuwe fase in de heilsgeschiedenis die de vervulling van al Gods beloften zou brengen.

De hoop die wordt geschetst in de tweede lezing, Openbaring 22, is van een hogere orde. De openingsverzen vervolledigen het gezicht van Openbaring 21. De zegen van de eindvervulling draait om zaken als deze: het water van het leven vloeit vrijelijk vanuit de troon van God en van het Lam; alle gevolgen van de vloek worden uitgewist; Gods volk zal voortdurend zijn aangezicht zien, dit betekent dat ze voor altijd in zijn tegenwoordigheid zullen zijn; er zijn geen cycli meer van nacht en dag – opnieuw is de les moreel, niet astronomisch, d.w.z.: er zullen geen cycli meer zijn van goed en kwaad, van licht en duisternis, want ieder zal leven in het licht van God.

Gezien de loutere goedheid en heerlijkheid van dit duurzame gezicht vol symboliek van de vervulling en de triomf van de verlossing, wordt de rest van het hoofdstuk grotendeels gebruikt om de lezer te verzekeren van de volkomen betrouwbaarheid van dit gezicht, en daarom van het absolute belang te horen bij hen ‘die hun gewaden wassen, opdat zij recht mogen hebben op het geboomte des levens en door de poorten ingaan in de stad’ (22:14).

Hierin ligt dus de ultieme hoop, in die zin dat als iemand zich ditmaal afkeert, er geen hoop meer is. Er is alleen een angstig uitzien naar de uiteindelijke toorn. We zijn nog niet zover, zegt de auteur, maar de climax is niet meer veraf, en wanneer die komt zal het te laat zijn.

De opgewekte en verheerlijkte Jezus, de wortel en het geslacht van David, de blinkende morgenster (22:16) verklaart plechtig: ‘Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden, naar dat zijn werk is. Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde’ (22:12-13).


Eigen vertaling van de overdenking bij 31 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 30 december 2014

Voor altijd in de onafgebroken schittering van zijn tegenwoordigheid (Opb. 21)


2 Kronieken 35; Openbaring 21; Maleachi 3; Johannes 20

Eindelijk bereiken we de climax van de verlossing (Opb. 21). In zijn laatste visioen ziet Johannes ‘een nieuwe hemel en een nieuwe aarde’ (21:1). Enkele opmerkingen:

(1) De afwezigheid van een zee (21:1) is geen beschrijving van de hydrologische principes van de nieuwe hemel en nieuwe aarde. Zoals we al eerder opmerkten is de zee symbolisch voor chaos, de oude orde, dood. En zo is de zee verdwenen.

(2) Johannes ziet ook ‘de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God’ (21:2). We moeten dit nieuwe Jeruzalem niet lokaliseren binnen de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Ze zijn twee behoorlijk onderscheiden beelden van de finale realiteit, twee manieren om de ene waarheid af te beelden – een beetje zoals de Leeuw en het Lam in Openbaring 5, waar er wel twee dieren zijn, maar slechts één Jezus naar wie deze twee dieren verwijzen.

Eén manier om te denken over de finale heerlijkheid is om ze voor te stellen als een nieuw universum, een nieuwe hemel en aarde; een andere manier om ze te zien is als het Nieuwe Jeruzalem – met veel dat aan dit laatste beeld vasthangt.

(3) Maar nog een derde manier om de eindvervulling te zien is om te focussen op het bruiloftsmaal van het Lam (21:2, 9; vgl. 19:9)—en hier is de bruid het Nieuwe Jeruzalem. De metaforen zijn zeer mooi met elkaar gemixt. Maar iedereen begrijpt dat de vervulling volmaakte intimiteit zal met zich mee brengen tussen de Heer Jezus en het volk dat Hij heeft vrijgekocht.

(4) Ongetwijfeld liggen de volmaaktheden van het Nieuwe Jeruzalem zo ver buiten onze ervaring dat het moeilijk is om ze ons voor te stellen. Maar een manier om ze te vatten is door negatie: we moeten verstaan welke lelijke dingen verbonden met zonde en verderf er niet aanwezig zullen zijn: ‘de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan’ (21:4).

(5) De stad is op zichzelf een sociale realiteit. De vervulling is niet een plaats van geestelijkheid op je eentje. Evenmin zijn alle steden zo slecht als ‘Babylon’, de moeder van de hoeren (hoofdstuk 17, zie de overdenking van 26 december).

Deze stad, het Nieuwe Jeruzalem, wordt op veel symbolische manieren beschreven om haar mysterie en heerlijkheid voor te stellen – te veel om hier uiteen te zetten.

Maar merk op dat zij is opgebouwd als een perfecte kubus. Dit weerspiegelt al evenmin zijn architectuur, als de afwezigheid van een zee de ultieme hydrologische organisatie verraadt.

De kubus is symbolisch: er staat slechts één kubus in het Oude Testament, en dat is het Heilige der Heiligen van de tempel, waar alleen de priester één keer per jaar mocht binnengaan, terwijl hij bloed bracht voor zijn eigen zonden en voor de zonden van het volk.

Nu is de volledige stad het Heilige der Heiligen: in de eindvervulling bevindt iedereen van Gods volk zich te allen tijde in de onafgebroken schittering van zijn heerlijke tegenwoordigheid.


Eigen vertaling van de overdenking bij 30 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 29 december 2014

Ik heb het wetboek gevonden in het huis des HEREN (2 Kron. 34)

2 Kronieken 34; Openbaring 20; Maleachi 2; Johannes 19

In de overdenking voor 9 november stond ik kort stil bij de hervormingsijver van Josia, die de laatste poging leidde tot een grootschalige reformatie in Juda (2 Kon. 22). Ongeveer driekwart eeuw was voorbijgegaan sinds de dood van Hizkia, maar een groot deel van die periode lag onder Manassa, wiens regering van meer dan een halve eeuw bijna volledig gewijd was aan heidense zonde. Nu keren we terug naar dezelfde gebeurtenis, dit keer zoals opgeschreven in 2 Kronieken 34.

Hier kunnen we een aantal bijkomende en complementaire lessen oppikken.

(1) De herontdekking van het boek van de Wet (waarschijnlijk Deuteronomium) tussen de rommel van de tempel toont Josia hoe gevaarlijk Juda’s positie is: de toorn van God hangt haar boven het hoofd. Josia scheurt zijn klederen, bekeert zich en beveelt hervorming.

Bovendien draagt hij zijn bedienden op om de profetes Chulda te raadplegen (34:22) met de vraag hoe imminent deze gevaren zijn. Gods antwoord is dat rampspoed en oordeel over Jeruzalem nu onvermijdelijk zijn – ‘al de vervloekingen die geschreven staan in het boek dat men de koning van Juda heeft voorgelezen’ (34:24).

Het patroon van bewuste en herhaalde inbreuken tegen het verbond is dermate aanhoudend en vreselijk geworden dat er wel oordeel moét komen. De Heer voegt er echter aan toe: ‘omdat uw hart week geworden is en gij u verootmoedigd hebt voor het aangezicht van God, toen gij zijn woorden tegen deze plaats en haar inwoners hoordet, ja, u voor mijn aangezicht verootmoedigd hebt en uw klederen gescheurd hebt en voor mijn aangezicht geweend hebt, zo heb ook Ik gehoord, luidt het woord des HEREN’ (34:27) – en Josia krijgt de garantie dat het nakende onheil niet gedurende zijn leven zal plaatsvinden.

Hier liggen twee duidelijke lessen.

Ten eerste wordt ons een glimp geschonken van wat God van ons verwacht wanneer we leven in een tijd van dramatische neergang: niet filosoferen, maar deemoedig, duidelijk berouw, tranen en wroeging.

Ten tweede is God, zoals zo vaak in de Bijbel, zodanig traag tot toornen en zo geduldig, dat Hij sneller bereid is om het oordeel uit te stellen en te vertragen dat het noodzakelijke gevolg is van zijn heiligheid, dan wij dat zijn om hem om genade te smeken.

(2) Het portret van de koning zelf die de oudsten van Juda bijeenroept en hen ernstig uit de Schrift voorleest (34:29-31) is enorm aangrijpend. Er is niets dat onze generatie meer nodig heeft dan het horen van Gods woord – en dit in een tijd waarin de Bijbelse ongeletterdheid verbazingwekkend snel toeneemt.

Bovendien heeft onze generatie nood aan het horen van christelijke leiders die zich persoonlijk onderwerpen aan de Schrift, die persoonlijk de Schrift lezen en onderwijzen – niet op omfloerste manieren die nog nauwelijks een zekere erfenis van christelijk onderwijs laten veronderstellen, terwijl de werkelijke focus bijna altijd ligt op wat voor andere dingen ook - maar op manieren die godvruchtig, voorbeeldig, uitgebreid, indringend en blijvend zijn.

Niets, helemaal niets is nog urgenter.


Eigen vertaling van de overdenking bij 29 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 28 december 2014

'En een stem ging uit van de troon, zeggende: Looft onze God, al zijn knechten' (Opb. 19)


2 Kronieken 33; Openbaring 19; Maleachi 1; Johannes 18

Openbaring 19 is onderverdeeld in twee delen. In het eerste deel hoort Johannes de luide roep van een grote menigte in de hemel die verscheidene zinnen uitroepen van ongeremde lofprijzing, met diverse anderen die zich erbij aansluiten in antiphonale eenheid.

De eerste strofe van bewondering (19:1-3) prijst God omdat Hij de grote hoer heeft geoordeeld (zie de overdenkingen van 26 en 27 december), en op die manier de waarachtigheid en rechtvaardigheid van zijn oordelen heeft aangetoond (19:2).

Deze strofe leidt tot een refrein: ‘Halleluja! En haar rook stijgt op tot in alle eeuwigheden’ (19:3), en de oudsten rond de troon vallen in met bewonderende instemming (19:4).

Een stem klinkt vanuit de troon en roept al Gods dienstknechten op zich aan te sluiten bij de lofprijs – ‘die Hem vreest, gij kleinen en gij groten’ (19:5) – en opnieuw hoort Johannes een enorme menigte in de donderende lofbetuiging. Nu ligt de focus minder op Gods gerechtigheid in het veroordelen van de hoer, en meer op de loutere heerlijkheid van de regering van ‘de Here, onze God’ en op de nakende ‘bruiloft van het Lam’ (19:6-8).

Het tweede deel van het hoofdstuk schildert Jezus in hoogst symbolische bewoordingen. Nog maar eens is het belangrijk onszelf eraan te herinneren hoe de apocalyptiek zijn metaforen kan mengen. Hij die vanaf hoofdstuk 5 het vaakst wordt beschreven als het Lam (een benaming die nog altijd zeer gebruikelijk is in de hoofdstukken 21 en 22) wordt nu voorgesteld als een strijder die op een wit paard rijdt. Die strijder wordt genoemd ‘Getrouw en Waarachtig’ (19:11); zijn naam is ‘Het Woord van God’ (19:13, vergelijk met Joh. 1:1, 14), en zijn titel is ‘Koning der koningen en Here der heren’ (19:16).

Hij leidt de legers van de hemel in de finale aanval tegen de twee beesten (d.w.z. tegen het beest en de valse profeet) en tegen al wie hun teken dragen. Zijn wapen is een scherp zwaard dat uit zijn mond komt: Hij hoeft slechts te spreken om te winnen. Van Hem staat er: Hij ‘treedt de persbak van de wijn der gramschap van de toorn Gods, des Almachtigen’ (19:15), wat ons terugbrengt bij het angstwekkende beeld van 14:19-20.

Aan de ene kant brengt Openbaring 19 de verhaallijn van het boek Openbaring niet verder. Het hoofdstuk poogt dit ook niet. Er is ons al verteld dat God de grote hoer uitschakelt, dat zij die het teken van het beest dragen de toorn van God moeten ondergaan, enzovoort.

Wat dit hoofdstuk toevoegt – en dit is vitaal – is de volkomen nuttige herinnering dat God de absolute controle uitoefent, dat Hij geprezen moet worden voor zijn rechtvaardige oordelen over al wat boos is, en dat vertegenwoordiger die op het einde alle tegenstand vernietigt niemand anders is dan Jezus Christus.
Bovendien wordt dit allemaal niet alleen overgebracht in de spectaculaire taal van de apocalyptiek, maar met de jubelende tong van enthousiaste lofprijzing.

Impliciet worden we als lezers uitgenodigd ons daarbij aan te sluiten, zelfs als we dat op dit moment nog doen door geloof en niet door aanschouwen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 28 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 27 december 2014

Zij is gevallen, zij is gevallen, het grote Babylon (Opb. 18)


2 Kronieken 32; Openbaring 18; Zacharia 14; Johannes 17

Wanneer Openbaring 17 de gruwelen van ‘Babylon’ aan de kaak stelt, dan kondigt Openbaring 18 haar naderende val aan. Veel van de taal is afkomstig uit gedeeltes van het Oude Testament die de val aankondigen van het historische Babylon of bepaalde andere heidense steden die worden gekenmerkt door corruptie, geweld en afgoderij.

Lees het hoofdstuk opnieuw, traag en aandachtig. Het is goed in herinnering te houden dat, hoewel Rome in de daaropvolgende driehonderd jaren te maken kreeg met diverse belangrijke omwentelingen, de stad toch pas in de tijd van Augustinus ernstig geplunderd werd door de barbaren van het noorden. Zo werd veel van de beschrijving uit dit hoofdstuk nogal gewelddadig en letterlijk vervuld.

Maar rond die tijd was het christendom zelf de staatsgodsdienst geworden, en veel christenen vonden daarom de val van de stad moeilijk te aanvaarden, laat staan die te verklaren.

Het was Augustinus die een boek schreef waarin hij de val van Rome in een theologisch kader zette dat christenen hielp de zin van dit alles te vatten. Zijn werk 'De stad van God' herkent twee steden, de stad van God en de stad van de mens. (Zie de overdenking van 9 januari).

Voor hem worden deze categorieën de bepalende typologie, niet alleen voor zijn beknopte overzicht van de Bijbelse geschiedenis, maar ook voor zijn analyse van goed en kwaad binnen de geschiedenis. Het werk is meesterlijk en verdient zelfs vandaag een zorgvuldige lezing.

Bovenal waarschuwt Augustinus tegen een te nauwe verwevenheid van de kerk en van het evangelie met de steden en koninkrijken van deze wereld, steden die allemaal tijdelijk en eindig zijn en tot vernietiging zijn opgeschreven, hopeloos gecompromitteerd als ze zijn.

Christenen zouden zich integendeel moeten identificeren met het nieuwe Jeruzalem, de stad van de grote Koning, het Jeruzalem dat boven is, waarvan God bouwmeester en schepper is.

Deze zaken goed vatten is nooit makkelijk of eenvoudig. ‘Gaat uit van haar, mijn volk, opdat gij geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen’ (18:4).

In de context van het boek Openbaring is dit een dwingende vermaning om met geen van ‘Babylons’ vergankelijke rijkdommen en verdorven waarden te conformeren. Je moet ‘uitgaan’ en deze vervloekte stad ‘verlaten’ die onder het oordeel ligt van de almachtige God.

Maar deze woorden werden al gebruikt om tweede- en derdegraadsafscheiding te rechtvaardigen, alsof dit is wat de Apocalyps ons leert.

Waar sommigen zodanig genieten van Babylon dat ze uiteindelijk met haar ten val komen, verwachten anderen hun eigen centra te kunnen bouwen die volledig afgescheiden zijn van Babylons verwoestende invloed, zonder door te hebben dat het volk van God tot de terugkeer van Jezus voortdurend in verschillende richtingen moet worden getrokken door de stad van God en de stad van Gods opstandige beelddragers.

Onze ultieme hoop ligt in God zelf, die niet alleen het nieuwe Jeruzalem introduceert (Opb. 21-22), maar die in zijn eigen soevereine oordeel ook deze ‘moeder van de hoeren’ ten val brengt.


Eigen vertaling van de overdenking bij 27 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 26 december 2014

'Kom, ik zal u het oordeel over de grote hoer laten zien' (Opb. 17)


2 Kronieken 31; Openbaring 17; Zacharia 13:2-9; Johannes 16

Openbaring 17, met het gezicht van de hoer, staat vol kleurrijke taal die heel wat uitleggers in de war heeft gebracht. Maar de hoofdlijnen zijn wel tamelijk helder, en zelfs de meer betwiste punten zijn niet compleet obscuur. Hier kunnen we bij drie zaken stilstaan:

(1) Geen enkele lezer in de eerste eeuw zou twijfelen aan haar basisidentificatie. De verwijzing naar de zeven heuvels (of bergen) waar de vrouw op zit (17:9), plus de expliciete verklaring dat de vrouw gelijk is aan ‘de grote stad, die het koningschap heeft over de koningen der aarde’ (17:18), zou haar identificeren als Rome.

(2) Formeel wordt ze in nogal onduidelijke bewoordingen geïdentificeerd: ‘Geheimenis, het grote Babylon, de moeder van de hoeren en van de gruwelen van de aarde’ (17:5 [HSV]). Het historische Babylon was op dat moment als plaats een ruïne, een relatief klein en zeker verzwakt centrum zonder invloed van betekenis. Maar Babylon had in Oudtestamentische tijden gestaan voor al wat heidens, krachtig, zelfzuchtig en boosaardig was. Babylon was de stad die Juda en Jeruzalem in ballingschap had gevoerd (hoezeer het volk van God het oordeel ook verdiend had).

Nu wordt de benaming van de oude stad geplakt op Rome, het nieuwe geopolitieke centrum. Het woord ‘hoeren’ verwijst niet in de eerste plaats naar gewone menselijke prostituees, maar naar geestelijke hoererij (nog maar eens ontleend aan het Oude Testament).

‘De moeder van alle X’ is een Semitische manier om iets uit te drukken als ‘het archetype van alle X’. En in die tijd was Rome zeker, in die zin, de moeder van alle geestelijke hoererij, de bron van de gruwelen van de wereld.

De titel was niet alleen verdiend omwille van haar afgoderij, politieke corruptie, eindeloze geweld en perversie, buitengewone rijkdom en vreselijke armoede, maar ook omdat dit het centrum was waar een mens, de toenmalige Caesar, op muntstukken betiteld werd als ‘Onze Heer en God’, en vanwaar de politieke wil voortkwam die in toenemende mate gericht was tegen het volk van God.

(3) Van de zeven hoofden van deze hoer, wordt ons verteld dat ze in twee richtingen wijzen. Aan de ene kant wijzen ze naar de zeven heuvels van Rome. Maar ze wijzen ook naar zeven koningen, waarvan er vijf zijn gevallen, ‘een is er nog en de andere is nog niet gekomen’ (17:10).

Het is buitengewoon moeilijk om deze lijst op één lijn te brengen met de ons bekende Caesars uit de eerste eeuw. Diverse verbanden zijn van daaruit gelegd; ik ben niet zeker over welk het juiste verband is. Maar het beest waarop de vrouw rijdt, met zekerheid geïdentificeerd als het beest uit de zee van hoofdstuk 13, het beest dat dodelijk gewond raakt en daarna herstelt, ‘is zelf ook de achtste’ koning (17:11). Dit wekt voor velen de suggestie (en ik denk ook terecht) van een manifestatie van het kwaad die het Romeinse Rijk overstijgt.


Eigen vertaling van de overdenking bij 26 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 25 december 2014

Zij werden verzengd door de grote hitte … en zij bekeerden zich niet om Hem eer te geven (Opb. 16)


2 Kronieken 30; Openbaring 16; Zacharia 12:1-13:1; Johannes 15

De zeven schalen van Gods toorn [of gramschap] (Opb. 16), met daarin de laatste zeven plagen (zie ook Opb. 15), worden uitgegoten over de aarde. Ongetwijfeld is veel van de taal symbolisch geladen; soms is die duidelijk, soms is die moeilijker te verstaan.

Hier wil ik focussen op één zinsdeel dat wordt herhaald. Wanneer de vierde engel zijn schaal uitgoot, staat er over de slachtoffers dat ze ‘werden verzengd door de grote hitte en zij lasterden de naam van God, die de macht heeft over deze plagen, en zij bekeerden zich niet om Hem eer te geven’ (16:9, cursief toegevoegd).

Hetzelfde na de vijfde schaal: mensen ‘lasterden de God des hemels vanwege hun pijnen en vanwege hun gezwellen, en zij bekeerden zich niet van hun werken’ (16:11, cursief toegevoegd).

We moeten stilstaan bij deze donkere gedeeltes.

(1) Ze komen meteen na de semi-poëtische zinnen van de voorgaande verzen: ‘Rechtvaardig zijt Gij, die zijt en die waart, Gij Heilige, dat Gij dit oordeel hebt geveld. Omdat zij het bloed der heiligen en der profeten vergoten hebben, hebt Gij hun ook bloed te drinken gegeven; zij hebben het verdiend! … Ja, Here God, Almachtige, uw oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig’ (16:5-7). Dit thema kwamen we al eerder tegen. Indien God de aanhoudende aanvallen op zijn verbondsvolk negeert, indien Hij doet alsof de ernstige boosheden die werden begaan in de wereld nooit gebeurden, wordt Hij zelf aangetast: dan is hij hoogstens amoreel, misschien immoreel.

(2) In bepaalde opzichten verklaren de vreselijke woorden van 16:9 iets van de hel zelf. De hel is niet gevuld met mensen die hun lesje hebben geleerd. Ze is vol mensen die nog altijd weigeren zich te bekeren. Zoals degenen die onder deze plagen lijden, lijden ze en vervloeken ze God omwille van hun lijden, maar ze weigeren zich te bekeren van wat ze hebben gedaan. Dit is hoe de hel eruitziet: een voortgaande cyclus van zonde, rebellie, oordeel, zonde, rebellie, oordeel, zonder einde.

(3) Deze Schriftgedeeltes van verschrikkelijk oordeel moeten worden gezien in het kader van het volledige boek Openbaring. Openbaring 5 heeft al de aandacht gevestigd op de Leeuw/het Lam wiens triomfantelijke lijden mannen en vrouwen heeft gered uit elke stam en taal en volk en natie. Openbaring eindigt met een uitnodiging: Geest en Bruid (een ander woord voor de kerk, het volk van God) roepen nog altijd ‘Kom’(22:17). ‘En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En wie het hoort, zegge: Kom! En wie dorst heeft, kome, en wie wil, neme het water des levens om niet’ (22:17).
Er staat geschreven: ‘Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler; wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd’ (22:11).


Eigen vertaling van de overdenking bij 25 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 24 december 2014

Hizkia en heel het volk verblijdden zich over wat God voor het volk tot stand gebracht had (2 Kron. 29)


2 Kronieken 29; Openbaring 15; Zacharia 11; Johannes 14

Met uitzondering van slechts een paar verzen heeft het meeste materiaal in 2 Kronieken 29-31 geen parallel in 2 Koningen. Deze hoofdstukken bieden ons een gedetailleerd verslag van hoe koning Hizkia handelde om de tempeldienst opnieuw in te voeren naar de Wet Gods die Mozes had overgeleverd, en hoe hij toen het verbondsvolk bijeenriep uit Juda en zelfs enkelen uit Israël om het Pascha te vieren zoals het al een tijd niet meer was gebeurd.

We kunnen hier focussen op 2 Kronieken 29. De afgoderij had het volk zodanig in zijn greep dat de tempeldienst in onbruik was geraakt. De tempel was verworden tot een opslagruimte voor rommel; zelfs de deuren moesten worden hersteld. Nog altijd maar vijfentwintig jaar oud, opende koning Hizkia in de eerste maand van zijn regering (29:3) de deuren en liet ze herstellen.

Hij vond een aantal priesters en Levieten en droeg hen op zich te heiligen volgens de rituelen die de Wet voorzag, en zich toe te leggen op het reinigen, herstellen en terug heiligen van de tempel.

Bovendien erkende Hizkia dat de mislukkingen uit het verleden op dit vlak de toorn van God hadden opgeroepen (29:6). Hij was niet zo dwaas te denken dat de mislukkingen slechts een louter rituele kwestie waren: hij zag het grotere plaatje, maar begreep dat de harten van zowel priesters, Levieten, volk als koning volkomen vervreemd waren van God. Zijn openlijke bedoeling was om dit patroon te keren en een verbond te sluiten met de Heer (29:10).

De rest van het hoofdstuk biedt meer details over wat werd gedaan. Meer priesters en Levieten traden in dienst. De muziekinstrumenten die David voorzag werden opnieuw in gebruik genomen. Zelfs kleine afwijkingen van de Wet worden opgetekend, zoals de toelating die de Levieten kregen om de offerdieren te huid te helpen afstropen, te wijten aan het feit dat er op dat moment te weinig priesters waren geheiligd (29:32-34).

‘Aldus werd de dienst van het huis des HEREN hersteld. Jechizkia (of ‘Hizkia’ [HSV]) en het gehele volk verheugden zich over wat God zijn volk bereid had, want onverwacht was deze zaak geschied’ (29:35-36 [of ‘heel snel’ i.p.v. ‘onverwacht’, NBV]).

Zo gaat het wanneer er een diepgaande een aanzienlijke opwekking komt. Het is onvermijdelijk zo dat God een leider doet opstaan wiens profetische aandrang onweerstaanbaar blijkt, eerst voor enkelen, en dan voor een grote massa. En in de beste gevallen duurt het niet lang vooraleer mannen en vrouwen terugkijken en zich verwonderen over hoe snel het aanzien der dingen enorm veranderde.

Terecht concluderen ze dat de enige verklaring kan zijn dat God zelf het gedaan heeft – dit wil zeggen, dat de transformatie uiteindelijk niet kan toegeschreven worden aan ijver om te hervormen of aan organisatietalent, maar aan een God die de harten van mensen veranderd heeft.


Eigen vertaling van de overdenking bij 24 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 23 december 2014

'Zij hebben geen rust, dag en nacht, die het beest en zijn beeld aanbidden' (Opb. 14)


2 Kronieken 27-28; Openbaring 14; Zacharia 10; Johannes 13

In Openbaring 13 ontdekten we dat al wie onder het gezag staan van het onheilig triumviraat een teken op hun voorhoofd hebben. Dit betekent dat ze kunnen deelnemen aan de wereldorde van de draak en zijn beesten en hen de toorn van Satan bespaard blijft.

Hier in Openbaring 14 leren we dat wie behoren tot Gods volk ook iets op hun voorhoofd hebben – de naam van het Lam en van de Vader (14:1). Deze mensen staan op de berg Sion met het Lam en hen blijft alle toorn van het Lam bespaard. Wie het teken van het beest op hun voorhoofd hebben, moeten daarentegen nu de toorn van het Lam ondergaan, en drinken ‘van de wijn van Gods gramschap, die ongemengd is toebereid in de beker van zijn toorn’ (14:10-11).

Deze beelden zijn afkomstig uit een heel ander visioen, namelijk uit Ezechiël 9, waar Ezechiël ziet hoe God een man in linnen kleren opdraagt om een teken aan te brengen op de voorhoofden van alle mensen in Jeruzalem die rouwen over al de zonde die er wordt bedreven. Wanneer de uitvoerende engelen doorheen de stad trekken, vastbesloten tot dood en vernieling, sparen ze allen die Gods teken op het voorhoofd hebben.

Deze beelden worden nu in Openbaring op twee heel verschillende manieren toegepast. Nu heeft iederéén een teken op het voorhoofd. Ofwel draag je het teken van het beest en wordt jou de toorn van het beest bespaard maar moet je Gods woede ondergaan; of je hebt het teken van het Lam, wat betekent dat Gods woede jou bespaard blijft, maar je wel de sancties van het beest moet ondergaan.

Dus onder wiens toorn zou je liefst vallen? Je zult of de ene of de andere ondergaan. Zou je liever te maken krijgen met de toorn van Satan, of met de toorn van God?

De Heer Jezus leerde ons dat de persoon die we moeten vrezen Hem is, die zowel ziel als lichaam kan verderven in de hel (Mt. 10:28). Er zijn maar weinig Schriftgedeelten angstaanjagender wat dit vooruitzicht betreft dan Openbaring 14. Er wordt ons ongezouten verteld over de ‘rook van hun pijniging’ die ‘in alle eeuwigheden’ opstijgt, ‘en zij hebben geen rust, dag en nacht, die het beest en zijn beeld aanbidden, en al wie het merkteken van zijn naam ontvangt’ (14:11).

Weinig Schriftgedeelten zijn nog explicieter over de eeuwige duur van deze straf. Het uiteindelijke grafische portret (14:19-20) is onvoorstelbaar afgrijselijk.

In de antieke wereld werden in grote stenen vaten onderaan gaten geslagen, en de bodem werd gevuld met druiven. Jonge dienstmeisjes sprongen er vervolgens in en vertrappelden de druiven, waarbij ze ondertussen het sap eruit persten dat door de gaten liep en verzameld werd om te gebruiken bij het wijn maken.

Maar nu, in het kielzog van de finale oogst, moet je ervan uitgaan dat het mensen zijn die in dit vat geworpen worden, want wat uit ‘de grote persbak van de gramschap Gods’ (14:19) vloeit, is bloed, en het vloeit ongeveer 300 kilometer ver.

Dus wiens toorn zou jij liever ondergaan?


Eigen vertaling van de overdenking bij 23 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 22 december 2014

Niemand kan kopen of verkopen, dan wie het merkteken heeft (Opb. 13)


2 Kronieken 26; Openbaring 13; Zacharia 9; Johannes 12

Het blijkt dat Satan twee onheilige beesten heeft om hem bij te staan, een die uit de zee komt (Opb. 13:1-10), en de andere die uit de aarde komt (13:11-18). Samen vormen ze een onheilig triumviraat dat in bepaalde opzichten de Drieëenheid naäapt.

Toegegeven, veel van de apocalyptische beelden in dit hoofdstuk zijn door verschillende stromingen op even veel verschillende manieren geïnterpreteerd. Het gaat deze korte meditaties ver te boven om een bepaalde indeling te verdedigen.

Naar mijn mening, echter, staan deze beesten voor weerkerende historische manifestaties van de boze – in het ene geval de boze in de gedaante van regelrechte tegenstand tegen het volk van God, en in het andere geval in zijn gedaante van religieuze misleiding. (Het is niet voor niets dat het beest uit de aarde later wordt beschreven als ‘de valse profeet’: bijv. in 19:20). Satan zet niet alleen vertegenwoordigers in die gelovigen openlijk en boosaardig aanvallen, maar ook vertegenwoordigers wiens opdracht eruit bestaat de uitverkorenen zelf zo mogelijk te verleiden en te misleiden.

Let maar op een van de bijzondere elementen in de beschrijving van het eerste beest. Het heeft een dodelijke slag gekregen, maar de wonde is genezen. Dit lijkt met elkaar in tegenstelling: indien de wonde genezen is, dan was ze natuurlijk niet dodelijk, en als ze dodelijk was, dan kon ze vanzelfsprekend niet worden genezen.

Maar deze symboliek is bedoeld om de herhaalde historische manifestaties van dit monster te beschrijven. Het verschijnt in een Nero, in het Romeinse Rijk, in Innocentius III, in een Hitler. In elk van de gevallen wordt het monster neergehaald. Veel mensen denken dat de boze in zijn ergste vorm eindelijk is uitgeroeid. Het duizend-jaar Rijk [dat de Nazi’s nastreefden, JL] hield anderhalf decennium stand: deze oorlog zou vast een einde maken aan alle oorlogen. Maar dan start de genocide opnieuw – in het Oostblok, in China, in Cambodja, in Rwanda. Het beest krijgt een fatale wonde, maar altijd komt het beest terug tot leven.

Let op sommige beelden die worden gebruikt om de valse profeet te beschrijven. Hij ziet eruit als een lam, maar hij spreekt als een draak (13:11): dit betekent waarschijnlijk niet dat hij brult als een draak en iedereen afschrikt, maar dat hij er onschuldig uitziet, zelfs al spreekt hij zoals de draak spreekt – de ‘grote draak’ van 12:9, niemand anders dan de Satan zelf. Dit ‘lam’ blijkt Satans spreekbuis.

Hij vertoont wondertekenen en misleidt daarmee de bewoners van de aarde (13:14). Er is geen suggestie dat de tekenen gewoon maar trucs zijn; wondermacht getuigt niet noodzakelijk van Goddelijke macht.

Uiteindelijk gebruikt hij de autoriteit die hij krijgt van het eerste beest als een stap naar een exclusieve identiteit voor zijn eigen volgelingen, waarbij hij alle anderen uitsluit met harde economische sancties (13:16-17). Zelfs met weinig historische kennis kun je je manifestaties van dergelijke misleidende onderdrukking herinneren.


Eigen vertaling van de overdenking bij 22 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.