Posts tonen met het label prediken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label prediken. Alle posts tonen

maandag 29 februari 2016

'Denk na over wat ik zeg'



Tijdens de Jacksonville Pastors’ Conference op 29 januari 2016 sprak Ray Ortlund over 'The Thinking Pastor', met als basistekst 2 Timotheus 2:7:

Denk na over wat ik zeg, maar laat de Heere u inzicht geven in alle dingen

Uit die boodschap komt bovenstaande vergelijking.

Dit is Ortlunds slotparagraaf:

'Pastors who feel empty and powerless can have their ministry back, because the Lord gives understanding freely, kindly, repeatedly.
Our part? Slow down, go back to basics, open the Bible, and think, because the Lord has told us that’s where his grace flows.
Let’s go get it, guys!'

Meer van Ray Ortlund op zijn blog.

zondag 17 januari 2016

Hoe woordgericht ben je? Doe de test

"Jakobus 1:22 zegt: 'En weest daders van het woord en niet alleen hoorders, anders misleidt u zichzelf.'
We moeten niet alleen maar luisteren naar het woord, we moeten het in de praktijk brengen. De kerken zijn vol met mensen die ervan houden naar preken te luisteren. Maar preken tellen voor niets in Gods ogen.

We beoordelen kerken aan het feit of ze goed onderwijs hebben of niet. Maar Jakobus zegt dat geweldig onderwijs nergens voor telt. Wat telt is de praktijk van het woord. Wat telt is onderwijs dat leidt tot veranderde levens.

We moeten nooit goed onderwijs maar als een doel op zich beschouwen. Ons doel moet goed onderwijs zijn en een goede praktijk. En dat is een radicaal andere manier om te evalueren hoe woord-gericht we zijn."

Vrij vertaald van 'Total Church' door Tim Chester en Steve Timmis, IVP, pag. 113


maandag 6 oktober 2014

'Bid ook voor mij … ' (Ef. 6)

1 Koningen 9; Efeziërs 6; Ezechiël 39; Psalm 90

Net voor de slotzinnen van Paulus’ brief aan de Efeziërs, nodigt hij zijn lezers uit voor hem te bidden (Ef. 6:19-20): ‘Bidt ook voor mij, dat mij bij het openen van mijn mond het woord geschonken worde, om vrijmoedig het geheimenis van het evangelie bekend te maken, waarvoor ik een gezant ben in ketenen. Dan zal ik daartoe vrijmoedig kunnen optreden, zoals ik behoor te spreken.’

(1) Wanneer Paulus elders modellen schetst van hoe zijn bekeerlingen zouden moeten bidden (bijv. in Ef. 3:14-21; Fp. 1:9-11), komt het thema ‘zending’ niet zo sterk uit de verf als hier. Weliswaar vraagt Paulus ook elders aan anderen om voor hem te bidden (1 Thess. 5:25), maar hier specificeert hij wat hij wil dat ze zullen vragen in gebed (vgl. Kol. 4:4; 2 Thess. 3:1). Hij wil in staat zijn om het ‘geheimenis’ van het evangelie zonder vrees te kunnen spreken.

(2) Het is zeker bemoedigend dat Paulus de nood voelt aan dergelijk gebed. Wij plaatsen de apostel soms op een dermate groot voetstuk dat we vergeten dat hij een gewone sterveling was die te maken kreeg met dezelfde verzoekingen die ook wij ontmoeten. Hij was zich zeer goed bewust van hoe makkelijk het is het evangelie te verzaken, het een klein beetje aan te passen, om rond die delen heen te fietsen waarvan we denken dat onze toehoorders ze lastig of aanstootgevend zullen vinden. Dus wist hij dat om het evangelie getrouw te kunnen prediken, hij het ook zonder vrees zou moeten prediken.

Dit weerspiegelt niet een ‘in your face’-stijl [recht voor de raap]. Het betekent eerder dat Paulus wilde kunnen spreken zonder dat hij zou vrezen voor wat zijn toehoorders konden denken of zeggen over hem, of wat ze hem konden aandoen, zodat hij mogelijk water bij de wijn zou doen bij het evangelie dat hij kwam verkondigen.

Je hebt niet veel verbeelding nodig om manieren te ontdekken waarop de predikers in de Westerse wereld van vandaag veel gebed op dit terrein nodig hebben. Beeld je eens in dat je predikt voor laatstejaarsstudenten aan een heidense universiteit, of voor een publiek van succesvolle twintigers of dertigers uit de zakenwereld van pakweg New York. Wanneer je het boek Romeinen uitlegt, hoe zul je dan precies het onderwerp homoseksualiteit in hoofdstuk 1 behandelen en uitverkiezing in hoofdstuk 9?

Hoe zul je over de hel spreken vanuit de vele gedeeltes waarin Jezus zelf uitpakt met de meest verschrikkelijke beelden? Hoezeer zou je in de verleiding kunnen komen om terug te deinzen wanneer je de zuivere exclusiviteit van het evangelie moet behandelen of wanneer je over geld spreekt tegen rijke mensen?

(3) We mogen niet naast het feit kijken dat Paulus bereid is om gebed te vragen. Sommige leiders denken dat ze nooit enige zwakheid mogen laten blijken, of een bepaalde vrees of behoefte. Ze handelen alsof ze boven de strijd staan. Paulus niet. Zijn vraag om gebed is niet pro forma: hij vraagt om gebed om het evangelie zonder vrees te kunnen prediken omdat hij lang genoeg heeft gepredikt, en zichzelf goed genoeg kent, om ook de macht en het gevaar te kennen dat je louter predikt om publieke bijval te krijgen. Door te vragen om gebed, geeft hij zijn angsten toe en verzekert hij zich van hun goddelijke hulpmiddel.


Eigen vertaling van de overdenking bij 6 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 30 augustus 2013

Maar gij, spreek mijn woorden tot hen (Ez. 2)

1 Samuël 23; 1 Korintiërs 4; Ezechiël 2; Psalm 38
In sommige opzichten hangen de eerste drie hoofdstukken van Ezechiël samen om Ezechiëls vroege roeping en opdracht te beschrijven – de opdracht van een profeet die geroepen is te dienen in tijden van afval. In het Oude Testament zijn niet alle profetische roepingen hetzelfde. Elisa diende als een leerling van Elia; Amos werd geroepen terwijl hij als herder diende; Samuël hoorde voor het eerst de roeping van God toen Hij nog maar een adolescent was.

Maar profeten die aangesteld worden om te dienen in uitzonderlijke tijden van afval hebben een aantal gemeenschappelijke kenmerken in hun roeping. We kunnen hier niet al deze kenmerken traceren, maar een ervan komt met grote nadruk naar voren in Ezechiël 2.

Hier vertelt God aan Ezechiël waartoe hij geroepen is. Hij wordt gezonden, zegt God, ‘tot de Israëlieten, de opstandige volken die tegen Mij in opstand gekomen zijn’ (2:3; NBV: ‘naar de Israëlieten, naar dat weerspannige volk dat tegen mij in opstand is gekomen’). Hij wordt gezonden naar het volk Israël, ten minste het deel ervan dat in ballingschap is met hem – en dit deel bestond natuurlijk uit het meest begaafde, het meest ontwikkelde, het meest adellijke, het meest geprivilegieerde.

Vanuit Gods gezichtspunt zijn ze slechts ‘stug van aangezicht en verstokt van hart’ (2:4). Ezechiël moet tot hen zeggen: ‘Zo zegt de Here HERE’ (2:4). Tot hiertoe heeft God Ezechiël nog niet verteld wat hij moet zeggen, d.w.z. de inhoud van wat de Soevereine Heer zegt. Veeleer is de rest van dit hoofdstuk gewijd aan het verzekeren dat Ezechiël begrijpt dat zijn bediening absoluut om één ding draait: de woorden van God doorgeven aan dit opstandige huis. ‘Maar gij, spreek mijn woorden tot hen, of zij horen dan wel het nalaten, want zij zijn weerspannig’ (2:7).

Natuurlijk is het altijd belangrijk voor profeten en predikers om getrouw Gods woorden te spreken. Maar in tijden van afval is het bijzonder dwingend. In perioden van opwekking en voorspoed, kan de prediker met respect bekeken worden, en worden zijn trouw en inzicht geroemd. Maar in tijden van afval zullen zij die waarlijk namens God spreken beschimpt en bedreigd worden.

De druk om af te zwakken wat God zegt wordt enorm. Handige exegese om de tekst te laten zeggen wat hij echt niet doet, selectieve stilte om de pijnlijke stukken weg te laten, hermeneutische handigheid om de netels en doornen van de Schrift weg te werken, alles wordt obligatoir, zodat we nog altijd aangenomen en zelfs bewonderd kunnen worden.

Maar God is zich van het gevaar bewust. Vanuit zijn gezichtspunt wordt succes niet afgemeten aan hoeveel mensen Ezechiël voor zijn visie wint, maar aan de trouw waarmee hij Gods woorden verkondigt. Alles wat minder is doet mee met de rebellie van dit ‘weerspannige geslacht’ (2:8). Het vereist Goddelijke moed die de vrees uitdrijft (2:6-7).

Waar precies zijn vandaag dergelijke trouw en moed zeer dringend nodig in de westerse wereld?


Eigen vertaling van de overdenking bij 30 augustus uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 1 augustus 2013

Als het woord van die profeet uitkomt, van die profeet zal erkend worden dat de HEERE hem in waarheid heeft gezonden (Jer. 28)

Richteren 15; Handelingen 19; Jeremia 28; Markus 14
Uiteindelijk wordt de botsing tussen Jeremia en de valse profeten geconcretiseerd in één bepaalde strijd – die tussen Jeremia en Chananja (Jer. 28).
De kwestie kon niet duidelijker zijn. Jeremia herhaalt nog eens dat tenzij Juda tot inkeer komt, zijn hoofdstad Jeruzalem zal verwoest worden, het grootste deel van zijn bevolking zal omkomen, en wie overblijft in gevangenschap zal gaan.

Chananja benadrukt dat binnen de twee jaar van zijn bewering, d.w.z. binnen de twee jaren vanaf 594 v.C. (nog altijd zeven jaren voor de uiteindelijke verwoesting plaatsvond), God wonderlijk zou bevrijden. De rechtmatige koning, Jechonja (die al drie of vier jaar in ballingschap was), zou terug op zijn troon komen, en de schatten die uit de tempel waren meegenomen zouden teruggebracht worden.

Beide profeten spreken in de naam van de Heer. Wie moest het volk geloven en waarom? In dit geval zijn er twee nuttige indicatoren om dingen te testen.
Ten eerste stelt Chananja dat zijn profetie binnen de twee jaren zal in vervulling gaan (28:3). Wanneer dit niet gebeurt, is het nog altijd vijf jaar te gaan tot de uiteindelijke catastrofe – ruim voldoende tijd voor het volk om tot inkeer te komen.

Ten tweede wordt ons kort na de dramatische confrontatie tussen Jeremia en Chananja in de tempel gezegd, dat het woord van de Heer tot Jeremia komt over Chananja’s nakende dood, door God zelf opgelegd: ‘nog dit jaar zijt gij een lijk, omdat gij afval van de HERE hebt gepredikt’ (28:16). Zeven maanden later sterft Chananja (28:17). Zou niet het hele land dit moeten opmerken en zich tot de Heer wenden?

In feite is er een nog dramatischer indicator voor wie ogen heeft om te zien. Jeremia herhaalt: ‘De profeten die er vóór mij en vóór u van ouds geweest zijn, die hebben over machtige landen en grote koninkrijken geprofeteerd van oorlog, rampspoed en pest; de profeet die van vrede profeteert – als het woord van die profeet komt, zal van die profeet erkend worden, dat de HERE hem in werkelijkheid gezonden heeft’ (28:8-9).

Dit is een opmerkelijk inzicht. Jeremia ontkent niet dat een trouw en godvrezend profeet, in een specifiek historisch verband, vrede zou kunnen profeteren. Maar hij behandelt de mogelijkheid als dermate onwaarschijnlijk dat hij impliciet een zeker gezond scepticisme bepleit, tot de voorspelde vrede ook werkelijk is gekomen.

De gewone en te verwachten thema’s van trouwe profeten bestaan daarentegen uit het profeteren ‘van oorlog, rampspoed en pest’, ‘over machtige landen en grote koninkrijken’.

Dit is niet omdat profeten een zuur en morbide stelletje zijn. Het is omdat trouwe profeten zonde en haar vreselijke gevolgen aanpakken, en mensen oproepen om de komende toorn te ontvluchten. Jeremia benadrukt dat dit de kern is van de zuivere profetische dienst. Is het ook de kern van jouw dienst?


Eigen vertaling van de overdenking bij 1 augustus uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 21 april 2013

Verkondig het woord, dring erop aan, gelegen of ongelegen (2 Tim. 4)


Leviticus 25; Psalm 32; Prediker 8; 2 Timoteüs 4
Weinig schriftgedeeltes zijn populairder gebleken bij evangelische ‘inzegeningsdiensten’ dan ‘verkondig het woord, dring erop aan, gelegen of ongelegen, wederleg, bestraf en bemoedig met alle lankmoedigheid en onderrichting’ (2 Tim. 4:2).

We staan eerst stil bij de opdracht zelf. Die kan opgedeeld worden in vier onderdelen.

(a) Het doel van de opdracht: ‘Verkondig het woord’. Dit is cruciaal in alle bedieningen in het evangelie – de verkondigende proclamatie van de inhoud van Gods genadige zelfopenbaring.

(b) De dringendheid van de opdracht: ‘gelegen of ongelegen’ (bijvoorbeeld de NBV-vertaling leunt hier dichter aan bij de Engelstalige versie met ‘blijf aandringen, of het nu uitkomt of niet’). Het is een iets om klaar te zijn voor de opgegeven samenkomsten, voor de gewone ingeplande verplichtingen om te spreken, om te prediken; het is nog iets anders klaar te zijn om de hele raad van God plotseling te moeten verklaren. Paulus verlangt beide soorten bereidheid.

(c) De breedte van de opdracht: ‘wederleg, bestraf en bemoedig’. Het woord prediken betekent meer dan het louter overbrengen van informatie. Er is natuurlijk informatie, maar het wordt zo vormgegeven en toegepast dat het werkzaam is in een of meer van deze transformerende manieren.

Zo moet de bedienaar van het evangelie noodzakelijkerwijze een geestelijke diagnosticus zijn, die de aandoening kan onderscheiden en weet welke remedies hij moet toepassen. Hij is te beklagen, de bedienaar van het woord die bemoediging toepast wanneer bestraffing vereist is, of omgekeerd.

(d) De manier waarop de opdracht wordt uitgevoerd: ‘met alle lankmoedigheid en onderrichting’. Paulus’ visie op de bediening vereist dat je op lange termijn denkt, dat je persoonlijk geduldig bent, dat je grote zorg besteedt aan de inhoud van wat gepredikt wordt. Dit is niet gewoon een job die moet gedaan worden, een job waardoor je voor jezelf en je gezin kunt zorgen.

Dit vereist sterke christelijke karaktertrekken en een geest die zich toewijdt aan het doordenken en implementeren van al wat valt onder de uitdrukking ‘onderrichting’ (Het Engels voegt er nog het woord ‘careful’ aan toe, ‘careful instruction’ – zorgvuldige instructie).

In de tweede plaats onderzoeken we een aantal thema’s die deze opdracht omringen.

(a) Paulus geeft in ernst deze opdracht om het woord te prediken in de naam en de tegenwoordigheid van God, en in het licht van de terugkeer van Christus die de levenden en de doden zal oordelen en zijn koninkrijk zal vestigen (4:1). Je kunt je bezwaarlijk een gewichtiger intro voorstellen.

(b) Paulus geeft deze opdracht in de verwachting dat velen ‘de gezonde leer niet (meer) zullen verdragen’, maar ze zullen leraars prefereren die hen zeggen wat zij willen horen. Er zijn meer mensen met ‘verwend gehoor’ (4:3) binnen het evangelicalisme dan we zouden willen toegeven. Het passende antwoord daarop is ‘Blijf gij echter nuchter onder alles, aanvaard het lijden, doe het werk van een evangelist, verricht uw dienst ten volle’ (4:5).

(c) Paulus’ opdracht wordt geuit in een context die benadrukt hoe belangrijk goddelijke mentoren zijn (3:10-11), hoe erg de wereld kan zijn (3:12-13), en hoe vast de Schrift staat die moet verkondigd worden (3:15-16).


Eigen vertaling van de overdenking bij 21 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 15 februari 2013

'Niets dan Jezus Christus en die gekruisigd' (1 Kor. 2)

Genesis 48; Lukas 1:39-80; Job 14; 1 Korinthiërs 2
Sommigen zijn van mening dat 1 Korinthiërs 2:1-5 suggereert dat de manier waarop Paulus predikte in Athene (Handelingen 17:16-31) verkeerd was, en dat Paulus tegen de tijd dat hij aankwam in Korinthe zijn fout al had ingezien. In de passage die we voor ons hebben vertelt hij ons hoe hij vastbesloten was ‘niet iets te weten’ wanneer hij onder hen was, ‘dan Jezus Christus en die gekruisigd’. Dus weg met de quasi-filosofische prediking van de toespraak op de Areopagus in Handelingen 17. Hou het gewoon bij het evangelie.

Maar er zijn goede redenen om deze verkeerde lezing te verwerpen:

(1) Dit is niet de natuurlijke lezing van Handelingen. Wanneer je je doorheen dat boek werkt, dan bots je nergens op een of andere vlag of ander teken om je te waarschuwen dat Paulus op dat moment blundert. Die verkeerde uitleg wordt bekomen door een onnatuurlijke lezing van Handelingen bijeen te puzzelen met een verkeerde lezing van 1 Korinthiërs 2.

(2) De theologie van de Areopagus-toespraak is in feite heel erg in lijn met de theologie van Paulus zoals hij die uitdrukt in Romeinen.

(3) De Griekse tekst aan het einde van Handelingen 17 zegt niet dat ‘weinige mannen’ geloofden, alsof de inschatting verwerping of veroordeling meebrengt, maar zegt wel dat ‘enige’ of ‘sommige’ mensen geloofden. Deze uitdrukking is in lijn met andere samenvattingen in Handelingen.

(4) In Athene had Paulus al gepredikt, niet alleen in de synagoge voor mensen die al bijbels geletterd waren, maar ook voor mensen op de markt die bijbels onkundig waren (Handelingen 17:17). Wat hij gepredikt had was het ‘goede nieuws’, ‘het evangelie’ (17:18).

(5) Paulus werd in Handelingen 17 duidelijk onderbroken voor hij klaar was. Hij had het raamwerk geschetst waarin alleen het evangelie coherent is: een transcendente God, soeverein, voorzienig, persoonlijk; schepping; zondeval; verval tot afgoderij; het verloop van de heilsgeschiedenis; het uiteindelijke oordeel. Hij vorderde in de richting van Jezus’ opstanding en meer, toen hij werd onderbroken.

(6) Paulus was geen beginneling. Hij had al twintig jaar van zware bediening achter de rug (lees 2 Kor. 11), veel daarvan voor heidenen die bijbels onkundig waren. Te veronderstellen dat hij bij deze gelegenheid in paniek raakte en het evangelie aanpaste is onzinnig.

(7) Handelingen 17 toont dat Paulus denkt vanuit het wereldbeeld, ‘wereldbeeldig’ denkt. Zelfs na 1 Korinthiërs 2 denkt Paulus nog altijd ‘wereldbeeldig’: 2 Korinthiërs 10:5 toont hoe hij nog steeds streeft om ‘elke gedachte’ te onderwerpen aan Christus – en de context toont dat dit niet alleen verwijst naar geïsoleerde gedachten, maar naar volledige wereldbeelden.

(8) 1 Korinthiërs 2:1-5 plaatst Paulus’ vastberadenheid om niets te prediken dan het kruis niet tegen de achtergrond van Athene (alsof hij beleed dat hij daar gefaald had), maar tegen de achtergrond van Korinthe, dat een meer dan gewone voorliefde had voor welsprekendheid en retoriek. De apostel bezwijkt niet voor louter rederijkunst: hij is vastbesloten om het te houden bij ‘Jezus Christus en Die gekruisigd’.


Eigen vertaling van de overdenking bij 15 februari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 13 januari 2013

'Toen stond Paulus op, wenkte met de hand en zei: Israëlitische mannen en u die God vreest, luister' (Hd. 13)


Genesis 14; Matteüs 13; Nehemia 3; Handelingen 13
Het is altijd de moeite waard om ons af te vragen waarom de samenvatting van een specifieke toespraak in Handelingen is opgenomen. Soms is het antwoord onmiddellijk duidelijk, althans gedeeltelijk.

Zoals bijvoorbeeld Petrus’ toespraak op de Pinksterdag, vermeld in Handelingen 2: wat hiervan ook de bijzondere kenmerken zijn, dit is toch vooral de eerste christelijke evangeliserende prediking van na de opstanding, de eerste christelijke preek nadat de Heilige Geest is neergedaald.

De toespraak die Paulus houdt in Pisidisch Antiochië (Handelingen 13:13-52) heeft veel interessante kenmerken die helpen uitleggen waarom Lukas die heeft opgetekend:

(1) De preek wordt gegeven in een synagoge, en dus voor mensen die Paulus ziet als Bijbels geletterd – Joden, proselieten, godvrezenden. Hij moet de basisbegrippen niet op dezelfde manier uitleggen als voor de Atheners, die op het vlak van de Bijbel ongeletterd zijn (Handelingen 17).

(2) Als hij predikt voor de bijbels geletterden, begint Paulus met een selectieve opsomming uit de geschiedenis van Israël – blijkbaar een standaardaanpak in bepaalde christelijke prediking, want Stefanus doet hetzelfde (Handelingen 7).

(3) Nog belangrijker, deze selectieve geschiedenis voert in de richting van een bepaald punt dat hij wil maken: God had beloofd dat er een koning zou komen in de Davidische lijn. Dit biedt Paulus de basis van waaruit hij voortspringt naar het christelijk getuigenis: de Messias, die Davidische koning, is gekomen, en zijn naam is Jezus.

(4) Met deze gedachtegang en voor deze bijbels ongeletterde menigte, wijdt Paulus een gedeelte van zijn toespraak aan de uitleg van specifieke teksten, precies om zijn belangrijkste punten aan te tonen.

(5) Paulus maakt duidelijk dat het doel en de focus van Christus’ komst bestaat uit de vergeving van zonden. Hij vergelijkt en contrasteert de aard en reikwijdte van die vergeving met hetgeen waarin de Wet van Mozes voorziet. Paulus is geïnteresseerd in de heilshistorische ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met de komst van de Messias (13:39). In de redding die Paulus aankondigt is verder een cruciale rol weggelegd voor de rechtvaardiging.

(6) De volgende verzen (13:42-52) leggen uit hoe Paulus’ populariteit jaloezie opwekt, die uitmondt in diverse zaken – inclusief Paulus’ wegtrekken uit de synagoge naar de bredere heidense gemeenschap. Dit is een concrete manifestatie van wat Paulus’ evangeliserende dienstwerk karakteriseert in elke nieuwe plaats die hij bezoekt: hij begint met Joden en iedereen die is bijeengekomen in de synagoge – een kwestie van theologische overtuiging voor hem; maar uiteindelijk wendt hij zich, of wordt hij verplicht zich te wenden, tot de bijbels ongeletterde heidenen – voor hem een kwestie van roeping, want hij weet dat hij is geroepen om de apostel te zijn voor de heidenen (Gal. 2:8).

(7) Net als bij andere gelegenheden veroorzaakt Paulus’ prediking zowel een rel als een opwekking.


Eigen vertaling van de overdenking bij 13 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 6 oktober 2012

'Bid ook voor mij … ' (Ef. 6)


1 Koningen 9, Efeziërs 6, Ezechiël 39, Psalm 90

Net voor de slotzinnen van Paulus’ brief aan de Efeziërs, nodigt hij zijn lezers uit voor hem te bidden (Ef. 6:19-20): ‘Bidt ook voor mij, dat mij bij het openen van mijn mond het woord geschonken worde, om vrijmoedig het geheimenis van het evangelie bekend te maken, waarvoor ik een gezant ben in ketenen. Dan zal ik daartoe vrijmoedig kunnen optreden, zoals ik behoor te spreken.’

(1) Wanneer Paulus elders modellen schetst van hoe zijn bekeerlingen zouden moeten bidden (bijv. in Ef. 3:14-21; Fp. 1:9-11), komt het thema ‘zending’ niet zo sterk uit de verf als hier. Weliswaar vraagt Paulus ook elders aan anderen om voor hem te bidden (1 Thess. 5:25), maar hier specifieert hij wat hij wil dat ze zullen vragen in gebed (vgl. Kol. 4:4; 2 Thess. 3:1). Hij wil in staat zijn om het ‘geheimenis’ van het evangelie zonder vrees te kunnen spreken.

(2) Het is zeker bemoedigend dat Paulus de nood voelt aan dergelijk gebed. Wij plaatsen de apostel soms op een dermate groot voetstuk dat we vergeten dat hij een gewone sterveling was die te maken kreeg met dezelfde verzoekingen die ook wij ontmoeten. Hij was zich zeer goed bewust van hoe makkelijk het is het evangelie te verzaken, het een klein beetje aan te passen, om rond die delen heen te fietsen waarvan we denken dat onze toehoorders ze lastig of aanstootgevend zullen vinden.

Dus wist hij dat om het evangelie getrouw te kunnen prediken, hij het ook zonder vrees zou moeten prediken. Dit weerspiegelt niet een ‘in your face’-stijl (recht-in-je-gezicht). Het betekent eerder dat Paulus wilde kunnen spreken zonder dat hij zou vrezen voor wat zijn toehoorders konden denken of zeggen over hem, of wat ze hem konden aandoen, zodat hij mogelijk water bij de wijn zou doen bij het evangelie dat hij kwam verkondigen.

Je hebt niet veel verbeelding nodig om manieren te ontdekken waarop de predikers in de Westerse wereld van vandaag veel gebed op dit terrein nodig hebben. Beeld je eens in dat je predikt voor bachelorstudenten aan een heidense universiteit, of voor een publiek van schitterende twintigers of dertigers die het gemaakt hebben als zakenlui in pakweg New York.

Wanneer je het boek Romeinen uitlegt, hoe zul je dan precies het onderwerp homoseksualiteit in hoofdstuk 1 behandelen en uitverkiezing in hoofdstuk 9? Hoe zul je over de hel spreken vanuit de vele gedeeltes waarin Jezus zelf uitpakt met de meest verschrikkelijke beelden? Hoezeer zou je in de verleiding komen terug te deinzen wanneer je de zuivere exclusiviteit van het evangelie moet behandelen of wanneer je over geld spreekt tegen rijke mensen?

(3) We mogen niet naast het feit kijken dat Paulus bereid is om gebed te vragen. Sommige leiders denken dat ze nooit enige zwakheid mogen laten blijken, of een bepaalde vrees of behoefte. Ze handelen alsof ze boven de strijd staan. Paulus niet. Zijn vraag om gebed is niet pro forma: hij vraagt om gebed om het evangelie zonder vrees te kunnen prediken omdat hij lang genoeg gepredikt heeft, en zichzelf goed genoeg kent, om ook de macht en het gevaar te kennen dat je louter predikt om publieke bijval te krijgen. Door te vragen om gebed, geeft hij zijn angsten toe en verzekert hij zich van hun goddelijke remedie of hulpmiddel.


Eigen vertaling van de overdenking bij 6 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 10 februari 2012

Documentaire over C.H. Spurgeon

Een documentairefilm (van langer dan een uur) over C.H. Spurgeon, The People's Preacher - ofte: de prediker van het volk.



zaterdag 7 januari 2012

Wat te doen als je predikant niet kan preken

Wat moet je doen als je predikant niet de gaven heeft van John Piper? De website van The Gospel Coalition, een netwerk van reformatorische christenen in de Verenigde Staten, geeft vijf statements.
1. Wees ten eerste blij dat de predikant het Evangelie verkondigt.

2.God geeft ten tweede niet iedere voorganger bijzondere gaven.

3. Een predikant kan ten derde oprecht maar toch saai preken. „Volwassen gelovigen ontvangen gretig de waarheid zoals het wordt verkondigd, zelfs als het klinkt alsof de predikant leest uit het telefoonboek.”

4. Ten vierde: luister aandachtig, houdt de Bijbel open en maak oogcontact met de predikant. Gapende en starogende luisteraars inspireren niet tot een goede prediking.

5. Bemoedig predikanten tenslotte, en vertel hen wat je leerde uit de preek.

Gelezen bij Reformatorisch Dagblad, dat de mosterd haalt bij The Gospel Coalition.

vrijdag 15 april 2011

Beluister de audio van The Gospel Coalition conference 2011



Thema van deze conferentie is "They testify about me" (Ze getuigen van mij; Jezus en het evangelie prediken vanuit het Oude Testament).

Toespraken handelen onder meer over hoofdstukken uit het boek Ruth, Exodus, Zefanja of Jeremia. Heel wat gerenommeerde sprekers dragen hun steentje bij.

Je kunt de audio-files hier downloaden. Deze keer is ook in vertalingen voorzien: ook Franse en Spaanse versies zijn voorradig. Dat je ook de versies in vereenvoudigd Chinees kunt beluisteren, vermeld ik louter voor mijn Chinese vrienden.

donderdag 17 februari 2011

Preekadvies van een groot prediker

Het gevaar voor de prediker:

Houden van prediken is één ding, degenen liefhebben tot wie je predikt is een opgave van een heel andere orde.

De gouden regel:

Op dit punt is er één gouden regel, één absolute vereiste: eerlijkheid. Je moet eerlijk omgaan met je tekst.

De definitie van prediken:

Theologie in vuur en vlam.

Het doel van prediken:

Wat is het belangrijkste doel als je predikt? Ik ben geneigd te denken dat dit het is: het is mannen en vrouwen een bewustzijn van God en Zijn aanwezigheid te geven.

De romantiek en de realiteit van prediken:

Elk die al een glimp opving van wat het is te prediken zal het onvermijdelijk zo aanvoelen alsof hij nog nooit heeft gepredikt. Maar hij zal blijven proberen, hopende dat hij door Gods genade op een dag waarlijk mag prediken.


Gelezen bij Kevin DeYoung en hij citeert uit Martyn LLoyd-Jones zijn "Preaching & Preachers". Vrij vertaald.

Christus prediken vanuit het Oude Testament

Bij The Gospel Coalition bouwen ze een nieuw project: Preaching Christ in the Old Testament.

Wat vind je op de site?
Artikels, boekaanbevelingen, mp3's van preken die als voorbeeld kunnen dienen en van workshops over het thema en interviews.

Een aantal thema's is al wat uitgewerkt, zoals het boek Jona en zoals de Psalmen.

Nog meer materiaal vind je bij BibleMesh.

Gelezen bij Justin Taylor.

zondag 9 januari 2011

De verwarring van Spurgeon

"Ik vraag me vaak af, waarom sommigen van u komen om mij te horen zoals u doet; het brengt me in verwarring, want ik zie geen reden waarom u dat zou doen. Ik bied u geen amusement aan; ik vertel u geen grappige verhalen, maar ik probeer uw hart te breken met de hamer van het Woord. U komt en u gaat, toch krijgt u geen zegen voor zover ik kan zien; bent u er tevreden mee dat het altijd zo blijft? Als u dat bent, ik ben niet tevreden."

C. H. Spurgeon in "Het vullen van de maat van de ongerechtigheid."

Bron

maandag 11 oktober 2010

7 vragen om te stellen voor je predikt of leert

Op de Desiring God National Conference haalde Francis Chan aan hoe belangrijk het is dat je de mensen tot wie je predikt ook liefhebt. Hij vermeldde 7 vragen die hij zichzelf stelt wanneer hij zich voorbereidt om te prediken. Dit zijn ze:

1. Ben ik bezorgd om wat mensen denken over mijn boodschap of om wat God denkt? (Leer met vrees)

2. Heb ik deze mensen echt lief? (Leer met liefde)

3. Breng ik deze passage nauwkeurig naar voren? (Leer met accuratesse)

4. Vertrouw ik op de kracht van de Heilige Geest of op mijn eigen wijsheid? (Leer
met kracht)

5. Heb ik deze boodschap toegepast op mijn eigen leven? (Leer met integriteit)

6. Zal de boodschap de aandacht vestigen op God of op mezelf? (Leer met nederigheid)

7. Hebben de mensen deze boodschap echt nodig? (Leer met dringendheid)


Bron: DesiringGod.org

zaterdag 9 oktober 2010

Gezalfd prediken

"Prediken onder de zalving van de Heilige Geest is prediking die met zich een bewustzijn van God meebrengt. Het maakt op de toehoorder een indruk die alles samen sterker is dan wat ook maar behoort bij de omstandigheden van het moment.

Zichtbare dingen komen op de achtergrond te staan; de omgeving, de medeaanbidders, zelfs de prediker zelf: allen worden secundair ten opzichte van het bewustzijn van God Zelf.

In plaats van getuige te zijn bij een publieke samenkomst, krijgt de toehoorder de overtuiging dat hij persoonlijk wordt aangesproken, en met een autoriteit die groter is dan die van een menselijke boodschapper."


Iain Murray in zijn boek "Lloyd-Jones: Messenger of Grace" (hier gelezen)

maandag 24 mei 2010

Spurgeon leeft

"Iedere dwaas kan geld verdienen, maar er is een verstandig mens voor nodig om het uit te geven."

"...waarschijnlijk zouden wij, als we zulke goede christenen waren, als we behoren te zijn, nog niet half zo aardig gevonden worden door de wereld als nu."

"Ik vraag me vaak af, waarom sommigen van u komen om mij te horen zoals u doet; het brengt me in verwarring, want ik zie geen reden waarom u dat zou doen. Ik bied u geen amusement aan; ik vertel u geen grappige verhalen, maar ik probeer uw hart te breken met de hamer van het Woord. U komt en u gaat, toch krijgt u geen zegen voor zover ik kan zien; bent u er tevreden mee dat het altijd zo blijft? Als u dat bent, ik ben niet tevreden."

"U weet, geliefde toehoorders, en ik hoef het u nauwelijks te vertellen, dat een mens die bijna eerlijk is, een schurk is, en dat de mens die bijna een christen is, een onchristelijk persoon is. Er was een man die bijna werd gered uit een vuur, maar hij werd verbrand; er was iemand anders die bijna werd genezen van een ziekte, maar hij stierf; er was iemand die bijna gratie kreeg, maar hij werd opgehangen; en er zijn er velen in de hel die bijna gered werden."

"Ik hoor regelmatig dat personen worden aangespoord om hun hart aan Christus te geven, hetgeen een zeer juiste aansporing is, maar dat is niet het evangelie. Het evangelie komt voort uit iets dat Christus u geeft, niet uit iets dat u aan Christus geeft."

C.H. Spurgeon

donderdag 6 mei 2010

Satans droom

Wat als satan overneemt? Michael Horton stelt in zijn boek "Christless Christianity" (vrij vertaald: "Christendom zonder Christus") de vraag hoe de wereld er zou uitzien als satan de touwtjes in handen kreeg:

"Hoe zouden de dingen eruitzien als satan echt de controle nam over een stad? Meer dan een halve eeuw geleden gaf de presbyteriaanse voorganger Donald Grey Barnhouse zijn eigen scenario weer in een wekelijkse preek die ook over de hele VS werd uitgezonden via CBS Radio.

Barnhouse speculeerde dat als satan de macht kreeg over (pakweg, JL) Philadelphia, dat dan alle bars sluiten, pornografie verbannen wordt en oude straten gevuld worden met nette voetgangers die naar elkaar glimlachen. Er wordt niet meer gevloekt. De kinderen zeggen netjes 'Ja, meneer' en 'Nee, mevrouw, en de kerken lopen elke zondag vol ... zonder dat er ooit nog over Christus gepredikt wordt."


("Christless Christianity", Grand Rapids: Baker, 2008, pag. 15 - Lees hier de gratis pdf van hoofdstuk 1 van het boek. De tip komt van Justin Taylor.)

zaterdag 17 april 2010

Downloads T4G-conferentie

T4G 2010 -- Special Session -- Matt Chandler from Together for the Gospel (T4G) on Vimeo.



De voorbije dagen was het weer conferentietijd, met het tweejaarlijkse event 'Together for the Gospel' - T4G.
Thema dit jaar was het onvervalste evangelie: 'the (unadjusted) gospel'.

De toespraken komen al druppelsgewijs online, in audio of video.
De downloads vind je hier.


Voorlopige lijst online toespraken:


1. Mark Dever: The Church is the Gospel Made Visible

2. RC Sproul: The Defense and Confirmation of the Gospel — What I Have Learned in 50 years

3. Albert Mohler: How Does it Happen? Trajectories Toward an Adjusted Gospel

4. Thabiti Anyabwile: ‘Fine-Sounding Arguments’ — How Wrongly ‘Engaging the Culture’ Adjusts the Gospel

5. John MacArthur: The Theology of Sleep! (Mark 4)

6. John Piper: Did Jesus Preach Paul’s Gospel?


De video hierboven is de toespraak van Matt Chandler, over hoe God momenteel lijden gebruikt in zijn leven (Chandler wordt behandeld voor kanker, getuige ook het litteken).
Na Chandler gaf CJ Mahaney nog een toespraak over hoe een voorganger als taak heeft zijn gemeente op lijden voor te bereiden.
Hij gaf daarin volgende praktische aanbevelingen:

1. Lijden zou zijn weerslag moeten vinden in het preek-menu van je kerk.

2. Vestig de aandacht op levende illustraties van het eren van God temidden het lijden.

3. Ontwikkel materiaal over het thema lijden, zodat je een goed onderbouwde theologie over het lijden kunt overbrengen.

4. Het meest effectief om je kerk op lijden voor te bereiden en haar daarin te vertroosten is door het evangelie te prediken.

5. Waar en wanneer dat mogelijk is, sta aan de mensen hun zijde als ze lijden.