Posts tonen met het label leven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leven. Alle posts tonen

dinsdag 2 december 2014

'Hetgeen wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij ook u' (1 Joh. 1)


2 Kronieken 1; 1 Johannes 1; Micha 7; Lukas 16

De openingsparagraaf van 1 Johannes 1 bevat heel wat schatten. Ik wil focussen op vers 3, met een zijdelingse blik naar vers 4.

Terwijl we aannemen dat de apostel Johannes de auteur is, is de ‘wij’ die hier instaat voor de verkondiging, hoogstwaarschijnlijk een editoriale ‘wij’, of een wij die zelfbewust spreekt vanuit de kring van apostolische getuigen. In dit verband moet die dus onderscheiden worden van de ‘wij’ van alle christenen; hij verschilt in het bijzonder van de ‘u’ die de lezers omvat: ‘hetgeen wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij ook u’ (1:3).

De twee voorafgaande verzen specificeren wat Johannes en de andere getuigen gezien en gehoord hebben. Het is niets minder dan de Incarnatie: ‘Hetgeen was van den beginne’ (1:1), van den beginne een met God, was niets anders dan wat in de echte geschiedenis gebeurde en bij herhaling gehoord, gezien en aangeraakt werd.

Het eeuwige Woord werd mens (1:14 in het evangelie van Johannes); hier is het ‘Het leven is verschenen, wij hebben het gezien en getuigen ervan, we verkondigen u het eeuwige leven dat bij de Vader was en aan ons verschenen is’ (1:2 [NBV]). Zo herhaalt Johannes: ‘hetgeen wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij ook u’ (1:3).

Er is geen christendom zonder de Incarnatie. Bovendien is de Incarnatie niet een soort vage notie van het goddelijke dat zich identificeert met het menselijke.

Het is onverminderd concreet: het Woord dat bij God was en dat God was werd vlees (zoals Johannes elders schrijft, 1:1, 14 in het evangelie van Johannes). Dat is fundamenteel in de tijd van Johannes, wanneer hij hen bestrijdt die veronderstellen dat hetgeen werkelijk geestelijk is wel menselijk vlees kan aandoen, maar niet een mens kan worden; het is fundamenteel vandaag wanneer we een filosofische naturalist bestrijden die beweert dat de enige realiteit bestaat uit hetgeen het geheel van ruimte en tijd beslaat.

Johannes vertelt zijn lezers dat hij hen deze waarheid verkondigt, ‘opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben. En ónze gemeenschap is met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus’ (1:3). Gemeenschap in het Nieuwe Testament is meer dan warme wolligheden. Het is toegewijd partnerschap, waarin persoonlijke belangen ondergeschikt zijn aan de gezamenlijke missie.

De eerste getuigen traden toe tot de gemeenschap ‘met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus’. De lezers van Johannes kunnen toetreden tot deze gemeenschap door de gemeenschap met de apostelen binnen te treden. Dat is waarom Johannes verkondigt wat hij heeft gezien en gehoord.

De apostelen geven het evangelie aan anderen door. Wij kunnen niet intreden in de gemeenschap met God en met zijn Zoon Jezus Christus, zonder in gemeenschap te komen met de apostelen die de eerste getuigen waren van de Incarnatie

Niets van dit alles bewerkt bedompte religie. Johannes schrijft om ‘onze’ of ‘uw’ blijdschap volkomen te maken (1:4): welk van beide nu de originele versie is, ze vertelt op dit punt de waarheid.


Eigen vertaling van de overdenking bij 2 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 27 maart 2014

'Mercy tree' door Lacey Sturm



Een tijd terug hoorde ik voor het eerst van Lacey Sturm via een video met daarin ook nog Billy Graham en Lecrae.
Nu even teruggezocht. De tekst van het lied is een goede voorbereiding op het goede nieuws dat overal nog sterker klinkt in de periode van Pasen: 'death has died and love has won, hallelujah! Jesus Christ has overcome'.

Mercy Tree - door Lacey Sturm

On a hill called Calvary
Stands an endless mercy tree
Every broken weary soul
Find your rest and be made whole
Stripes of blood that stain its frame
Shed to wash away our shame
From the scars pure love released
Salvation by the mercy tree

Verse 2
In the spot between two thieves
Hung the blameless Prince of Peace
Beaten, battered, scarred, and scorned
Sacred head pierced by our thorns
It is finished was his cry
The perfect lamb was crucified
His sacrifice, our victory
Our Savior chose the mercy tree

Verse 3
Hope went dark that violent day
The whole earth quaked at love's display
Three days silent in the ground
This body born for heaven's crown
On that bright and glorious day
When heaven opened up the grave
He's alive and risen indeed!
Praise him for the mercy tree!

Chorus
Death has died, love has won
Hallelujah! Hallelujah!
Jesus Christ has overcome
He has risen from the dead

Verse 4
One day soon, we'll see his face
And every tear, he'll wipe away
No more pain or suffering
Praise him for the mercy tree

(Chorus 2x)
On a hill called Calvary
Stands an endless mercy tree

donderdag 27 februari 2014

Als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen (Lk. 13)


Exodus 10; Lukas 13; Job 28; 1 Korinthiërs 14
Pilatus was een zwak en slecht mens. Het verslag in Lukas 13:1-5 is dus volkomen geloofwaardig. De details mogen onduidelijk zijn, het algemene beeld is duidelijk genoeg. Sommige Galileeërs hadden offers gebracht: als ze Joden waren, dan moeten ze dit gedaan hebben in de tempel van Jeruzalem.

Misschien waren ze betrokken bij een vleugel van de nationalistische Zelotenbeweging of werden ze als dusdanig beschouwd, en Pilatus zag hen als een bedreiging. Hij liet hen ombrengen en hun bloed vermengen met het bloed van de offerdieren die ze zelf hadden gebracht. Als het mengen van het bloed letterlijk moet worden genomen, dan betekent dit dat Pilatus hen liet afslachten in de tempel – heiligschennis vermengd met een bloedbad.

Wanneer dit voorval aan Jezus wordt voorgelegd om zijn commentaar te horen, slaat hij een richting in die zijn gesprekspartners moet hebben verbaasd. Misschien verwachtten sommigen dat Hij Pilatus zou veroordelen; misschien wilden anderen dat Hij commentaar zou leveren op de Zelotenbeweging; enkelen hoopten mogelijk dat Hij wat spottende aanklachten zou uiten over deze rebellen die hun verdiende loon kregen.

Jezus slaat geen van deze paden in. ‘Meent gij, dat deze Galileeërs groter zondaars waren dan alle andere Galileeërs, omdat zij dit lot hebben ondergaan? Neen, zeg Ik u, maar als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen’ (13:2-3).

Het punt dat Hij maakte kon makkelijk verloren gaan in de politieke gevoeligheden van deze tragedie, dus verwijst Jezus meteen naar een andere ramp, deze keer zonder Galileeërs, Pilatus, de tempel, offerandes en vermengd bloed. Achttien mensen stierven toen een toren instortte. Jezus stelt dat zij niet schuldiger waren dan gelijk wie in Jeruzalem. Eerder moet dezelfde les worden geleerd: ‘als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen’ (13:5).

Jezus’ verrassende analyse is slechts zinvol als drie dingen waar zijn:

(a) Elk van ons verdient het om om te komen. Als we gespaard blijven, dan is dit een genadebewijs. Wat ons wel zou moeten verwonderen is dat zo velen van ons zo lang gespaard blijven.

(b) De dood overkomt ons allen. Onze wereld betoogt vaak dat de ergste ramp die je kan treffen is als je jong sterft. Maar dit is niet zo. De echte ramp is dat we allemaal onder die doodstraf vallen, en we allemaal sterven. De leeftijd waarop we sterven is alleen relatief beter of slechter.

(c) De dood heeft het laatste woord over ons allen – tenzij we ons bekeren, en dat is het enige dat ons over de dood heen tot het leven leidt van het aangebroken koninkrijk.

Heb je gehoord van de miljoenen die afgeslacht zijn onder Pol Pot? Heb je gehoord van de wreedaardige slachtpartij in zuidelijk Soedan? Heb je de massagraven in Bosnië gezien? Of de beelden van het moeras in Florida waar Valujet Vlucht 592 neerstortte? Ik vertel u de waarheid: als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 27 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 25 januari 2014

Eens dood, nu levend

Een van de cruciale verschillen tussen het Judeo-christelijke wereldbeeld en andere levensbeschouwingen is dat niet een mate van morele kwaliteit ons terug in een goede relatie met God kan brengen. Hierin ligt het verschil tussen moraliserende religies en hetgeen Jezus ons aanbiedt: Jezus biedt niet aan om slechte mensen goed te maken, maar dode mensen levend.

Bron: Ravi Zacharias, Just Thinking, Threads of a redeemed heart

Kol. 2:13 - Ook u heeft Hij, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en onbesnedenheid naar het vlees, levend gemaakt met Hem, toen Hij ons al onze overtredingen kwijtschold

zondag 5 januari 2014

Er valt niet aan te ontkomen: toen stierf hij … (Gen. 5)

Genesis 5, Matteüs 5, Ezra 5, Handelingen 5

Steeds opnieuw klinkt in het vijfde hoofdstuk van Genesis hetzelfde refrein: ‘daarna stierf hij’. Die-en-die leefde zoveel jaren, daarna stierf hij … daarna stierf hij … daarna stierf hij … Waarom die herhaling?

Vanaf het begin was het Gods bedoeling dat de gemeenschap tussen Hemzelf en zijn beelddragers eeuwig zou zijn: Adam en Eva zouden eeuwig leven ervaren met God. Hun opstand maakte een einde aan die weg (Gen. 3:21-22).

Al kwam de dood niet meteen over hen (Adam werd 930 jaar volgens Gen. 5:5), toch was die dood onvermijdelijk. Het hoofdstuk dat aan deze dodenlijst voorafgaat, brengt het verslag van de eerste moord - Alweer een dood.

En de drie volgende hoofdstukken (Gen. 6-8) tekenen de zondvloed op, waarin de mensheid sterft, op slechts Noach en zijn gezin na. Of het nu door moord of door direct Goddelijk oordeel of door ouderdom is, het resultaat is altijd hetzelfde: ‘en daarna stierf hij’. Zoals de bittere uitdrukking het vandaag poneert: ‘Life is hard, and then you die’ [Het leven is hard, en dan volgt de dood, JL].

Door Gods rechtvaardige oordeel legt de dood in feite beslag op de mensheid. De leeftijden in Genesis 5 zijn buitengewoon. Ze blijven echter niet: meer jaren betekent meer kwaad. Al in Genesis 6:3 bepaalt God dat de leeftijd van zijn opstandige beelddragers korter wordt. Deze beslissing wordt gradueel maar toch resoluut ingevoerd, zodat tegen Genesis 11 de vermelde leeftijden aanmerkelijk zijn verkort. In latere verslagen leven er nog maar weinigen langer dan 120 jaar. Maar wat ook hun leeftijd, het uiteindelijke resultaat is hetzelfde: ‘daarna stierf hij’.

Het hedendaags westers denken vindt de dood zo beangstigend dat het in beleefde conversaties het laatste taboe vormt. Vandaag kun je makkelijk praten over seks en financiën en men fronst niet eens de wenkbrauwen. Maar breng de dood ter sprake, en de meeste mensen voelen zich op zijn minst ongemakkelijk.

Zelfs veel christenen denken over hun geloof bijna uitsluitend in termen van wat het nu voor hen doet, eerder dan in termen van hen voor te bereiden op de eeuwigheid en zo te zorgen voor een transformatie in hoe ze nu leven.

God wil niet dat we onze ogen sluiten voor de gevolgen van de zonde, voor de onvermijdelijkheid van de dood. Maar toch bevat dit hoofdstuk een schitterende uitzondering: ‘En Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God had hem opgenomen.’ (Gen. 5:24).

Het is bijna alsof God toont dat de dood ontologisch [volgens de zijnsleer, JL] niet noodzakelijk is, dat zij die met God wandelen op een dag aan de dood zullen ontkomen. Dat er zelfs voor hen die sterven nog hoop is – in Gods genade – op een leven na onze onvermijdelijke dood. Maar het is verbonden met onze wandel met God. Er zal de rest van de Bijbel voor nodig zijn om verder te uit te werken wat dit betekent.


Eigen vertaling van de overdenking bij 5 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 7 september 2013

Toen ging de heerlijkheid des HEREN weg van de dorpel van de tempel (Ez. 10)



2 Samuël 1; 1 Korintiërs 12; Ezechiël 10; Psalm 49
In het licht van het vreselijk oordeel dat tegen Jeruzalem wordt uitgesproken in Ezechiël 8-11, met het begin van het terugtrekken van de heerlijkheid van de Heer in Ezechiël 10, moeten we het dragen van dergelijke zonden in ons eigen kader doordenken:

Waarom kiezen we wat slechts een ogenblik kan standhouden
alvorens we het moeten achterlaten?
Waarom oefenen bezittingen zoveel brute kracht uit
Dat ze ons hard en onvriendelijk maken?
Waarom hebben gewone dingen de verlokking van een bloem
Waarvan de geur ons egoïstisch en blind maakt?
De waterbakken raken leeg, en we ademen bitterheid;
We wonen in de doodsvallei.

Waarom is bedrog aantrekkelijk voor ons
Die vaak gekwetst en bedrogen worden?
Waarom ruilen we trouwe toewijding voor begeerte,
En vergooien we onze integriteit?
Waarom smeken onze dromen, dan onze daden, om vertrouwen,
Terwijl onze schuld veel te zwaar is om te kunnen betalen?
De waterbakken raken leeg, en we ademen bitterheid;
We wonen in de doodsvallei.

Waarom spelen we koppig onze rol,
En proberen we de wereld ervan te overtuigen dat we winnaars zijn?
Terwijl we alleen maar voor winst onze ziel verkopen,
Om maar nummer 1 te kunnen zijn?
Waarom schroeien we ons geweten dicht, zodat wij de touwtjes in handen hebben –
Wanhopig over wat we geworden zijn?
De waterbakken raken leeg, en we ademen bitterheid;
We wonen in de doodsvallei.

O Jezus –

Waarom belooft U al onze dorst te laven,
Terwijl we al uw wegen veracht hebben?
Waarom redt U de verdoemden en vervloekten,
Door onze dood te sterven in onze plaats?
Waarom verandert u onze harten tot ze haast barsten
van levendige uitingen van lof?
De wel ontspringt met leven – en we worden gelaafd –
De bron die stroomt vanuit uw zijde.


Oorspronkelijke tekst:

Why do we choose what can last but an hour
Before we must leave it behind?
Why do possessions exert brutal power
To render us harsh and unkind?
Why do mere things have the lure of a flower
Whose scent makes us selfish and blind?
The cisterns run dry, and sour is our breath;
We dwell in the valley of death.

Why is betrayal attractive to us
Who often are hurt and betrayed?
Why barter faithful devotion for lust,
Integrity cast far away?
Why do our dreams, then our deeds, beggar trust,
Our guilt far too heavy to pay?
The cisterns run dry, and sour is our breath;
We dwell in the valley of death.

Why do we stubbornly act out a role,
Convincing the world that we’ve won?
Why for mere winning will we sell our soul,
In order to be number one?
Why sear our conscience so we’re in control—
Despairing of what we’ve become?
The cisterns run dry, and sour is our breath;
We dwell in the valley of death.

O Jesus —

Why do you promise to quench all our thirst,
When we have despised all your ways?
Why do you rescue the damned and the cursed,
By dying our death in our place?
Why do you transform our hearts till they burst
With vibrant expressions of praise?
The well flows with life—and we’re satisfied—
The fountain that flows from your side.

Eigen vertaling van de overdenking bij 7 september uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 19 april 2013

Het is beter te genieten van iets tastbaars dan te grijpen naar iets onbereikbaars (Pred. 6)


Leviticus 23; Psalm 30; Prediker 6; 2 Timoteüs 2

In Prediker 5:13—6:12 weidt de Leraar uit over twee of drie ernstige kwaden ‘onder de zon’. Hier focussen we op de kwaden die worden beschreven in Prediker 6.

Een van de grote frustraties van het leven gaat om mensen die van God ‘rijkdom en schatten en vermogen’ ontvangen (6:2), zodat ze niets ontberen van wat hun hart verlangt – maar die toch niet in staat zijn om van deze dingen te genieten.

Het vermogen om die dingen te genieten (voor het eerst geïntroduceerd in 5:19) is op zichzelf een groot geschenk van God. Zoveel andere gaven hebben en deze niet, is ontzettend belastend.

De Leraar legt niet uit wat er precies in de weg stond om al de andere gaven te kunnen genieten. Het kan een tegenslag zijn in zaken (5:13-15). Maar het kan ook gaan om chronische ziekte, of oorlog, of de boze plannen van iemand met meer macht, of zelfs een bepaalde vorm van waanzin.

Iemand kan vroeg sterven, terwijl een ‘vreemde’ zal genieten van alle dingen die hij heeft verzameld (6:2). Of misschien zal iemand niet alleen onvervuld sterven en nauwelijks opgemerkt, maar ook onbetreurd (hij had ‘geen begrafenis’, 6:3).

Qohelet benadrukt ‘een misgeboorte is er beter aan toe dan hij’ (6:3). Voor een dergelijk kind geldt: ‘in ijdelheid komt ze en in duisternis gaat ze en met duisternis wordt de naam ervan bedekt’ (6:4). Maar zelfs indien iemand tienduizend jaren zou leven en toch nooit van alle voorspoed zou genieten die God hem genadig schonk (6:6), dan is zijn leven ijdelheid. En uiteindelijk gaat hij naar dezelfde plaats als het doodgeboren kind (6:6).

Het hoofdstuk eindigt met een reeks brandende retorische vragen, allemaal ontworpen om de thesis te onderbouwen dat alles onder de zon volkomen ‘ijdelheid en bitter lijden’ is (1:2).

We werken om te eten, en eten geeft ons de kracht om te gaan werken: wat is de zin daarvan? (6:7). Maar indien iemand antwoordt dat een mens misschien niet alleen zou werken en eten, maar een ‘wijze’ zou kunnen worden (6:8), is het dan zo duidelijk dat de wijzen beter af zijn dan de dwazen?

Uiteindelijk kan veel wijsheid gewoon veel frustratie en smart met zich brengen, zoals Qohelet al eerder aangaf (1:18). Is het bovendien niet beter te genieten van de materiële wereld – van wat je kunt aanraken en horen en zien en voelen, van ‘het zien der ogen’ – dan ‘het jagen der begeerte’, dit wil zeggen, alle dingen die voor ons oog verborgen zijn maar waar we naar hunkeren? Want ‘ook dit is ijdelheid en najagen van wind’ (6:9).

Is dit te klagerig pessimistisch om realistisch te zijn? Maar wat blijft er voor hen die ‘onder de zon’ (6:12), en niets meer dan dat, zijn? We spreken te veel en weten te weinig (6:11-12). God helpe ons! We hebben een verlosser nodig van buiten onze beperkte horizonten.


Eigen vertaling van de overdenking bij 19 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 23 maart 2013

'De vreze des HEREN vermeerdert de dagen, maar de jaren der goddelozen worden verkort' (Spr. 10)


Exodus 34; Johannes 13; Spreuken 10; Efeziërs 3

Spreuken 10 opent een nieuw onderdeel in het boek Spreuken, in veel Nederlandse vertalingen getiteld ‘Spreuken van Salomo’ (bijv. NBV) (vergelijk met de hoofdingen van andere onderdelen voor hoofdstuk 25, 30 en 31). Mensen die deze hoofdstukken bestuderen debatteren erover in hoeverre elk van deze onderdelen dan wel geordend is, of gewoon losse verzamelingen spreuken bevat. Bijna iedereen is het er echter over eens dat heel frequent bepaalde thema’s een gedeelte overheersen.

Het is bijvoorbeeld de moeite waard om doorheen hoofdstuk 10 te lezen en elk woord aan te duiden dat gerelateerd is aan het menselijk spreken: mond, lippen, leugenlip, tong, enzovoort. Spreuken 10:19 is een uitgelezen voorbeeld: ‘In veelheid van woorden ontbreekt de overtreding niet, maar wie zijn lippen bedwingt, is verstandig’.

In plaats van dit thema uit te spitten, wil ik vandaag nadenken over wat een spreuk is. Een spreuk is geen rechtspraak, d.w.z. een stuk wetgeving die een specifiek geval behandelt. Het is al evenmin een ongebreidelde belofte. Dit heeft zijn invloed op hoe je Spreuken interpreteert.

Bekijk bijvoorbeeld 10:27: ‘De vreze des HEREN vermeerdert de dagen, maar de jaren der goddelozen worden verkort’. Indien dit een ongekwalificeerde belofte is, volgt daaruit dat de rechtvaardige mensen altijd langer zouden leven dan de onrechtvaardige mensen. Vind dus iemand die op relatief jonge leeftijd sterft, en je weet dat je te maken hebt met een slechte mens. En iemand die 100 jaar wordt moet in dit geval wel een rechtvaardig persoon zijn.

Maar we weten maar al te goed dat de wereld niet zo is. Godvrezende jonge mensen overlijden soms aan kanker. Terwijl we ons doorheen het boek Job werkten, waren we ons pijnlijk bewust dat verderfelijke mensen soms een rijpere leeftijd bereiken. En wat zullen we zeggen van mensen die onverwachts om het leven komen in verkeersongevallen, of in stormen en andere ‘daden van God’, of in vervolging?

Betekent dit dan dat Spreuken 10:27 alle betekenis verliest? Nee, natuurlijk niet. Maar het is een spreuk, geen ongebreidelde belofte. Een spreuk is een wijs gezegde, een aforisme. De meeste van de spreuken in dit boek bieden wijze, generaliserende conclusies over hoe de wereld werkt onder Gods voorzienige regering.

De vreze des Heren voegt werkelijk jaren toe aan iemands leven: over het algemeen genomen zal een leven dat op die manier geleefd wordt minder schadelijke gewoontes aannemen, zal het ook leren vertrouwen en daardoor de stress reduceren, zal het hard werk dat voor de Heer verricht wordt hoog achten, zal het genieten van familie en vrienden, enzovoort – en in Gods universum hebben al deze dingen hun effect. Niets van dit alles betekent dat een godvruchtig persoon niet jonger kan sterven dan een ongoddelijk persoon.

Wel betekent het dat in een specifieke groep mensen, degenen die de Heer vrezen in het algemeen langer zullen leven dan wie dit niet doen. Dit is de zegen van God; de Heer heeft het universum op die manier georganiseerd en blijft er voorzienig over regeren.


Eigen vertaling van de overdenking bij 23 maart uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 6 maart 2013

We krijgen een eeuwige, niet door mensenhanden gemaakte woning in de hemel (2 Kor. 5)


Exodus 17; Lukas 20; Job 35; 2 Korinthiërs 5

Dingen zijn nooit zo goed als ze zouden kunnen zijn. En als ze dan al voor een kort moment zo goed zijn als je je kunt inbeelden, als je dan voor even lijkt de nectar van het leven zelf in te zuigen met elke ademtocht die je in je hebt, dan weet jij net zo goed als ik dat dergelijke hoogtes niet kunnen blijven duren.

Morgen ga je terug naar je werk. Je kunt je job graag doen, maar hij brengt druk met zich mee. Jouw huwelijk mag misschien dicht bij het idyllische aanleunen, maar in een donkere bui vraag je je misschien af hoeveel je niet wilt en kunt delen met je echtgenoot. De warme westenwind die je haar streelt verandert in een tornado die je huis vernielt. Een van je ouders wordt getroffen door de ziekte van Alzheimer; een van je kinderen sterft.

Er valt zoveel te genieten rond je, maar als je begint de kauwen op de filet mignon die je kinderen voor je verjaardag gekocht hebben, denk je aan de miljoenen die elke dag sterven van de honger. Er valt niet te ontkomen aan de harde realiteit dat, hoe wondermooi je ervaringen in deze gebroken wereld ook zijn, anderen lijden onder ervaringen die veel schadelijker zijn, en jij zelf kunt ook nooit geloven dat wat je meemaakt volkomen ideaal is.

Die rusteloosheid is voor ons welzijn. Het is een ontwerpkenmerk dat hoort bij onze samenstelling, bij onze aard als schepselen die gemaakt zijn naar het beeld van God. We zijn gemaakt om de eeuwigheid te bewonen; door constitutie weten we dat we behoren bij iets beters dan een wereld (hoe mooi ook bij momenten) die overspoeld wordt door zonde.

Paulus begrijpt dit punt volkomen (2 Korinthiërs 5:1-5). Hij kijkt vooruit naar de tijd waarin ‘de aardse tent’ (ons huidige lichaam) zal worden afgebroken, en weet dat ‘wij een gebouw van God hebben, in de hemelen, niet met handen gemaakt, een eeuwig huis’ (5:1) – ons opstandingslichaam. ‘Want hierom zuchten wij: wij haken ernaar met onze woonstede uit de hemel overkleed te worden’ (5:2). Niet dat we wensen dit sterfelijke kleed uit te trekken en willen bestaan in een naakte onsterfelijkheid: dat is niet onze ultieme hoop, ‘omdat wij niet ontkleed, doch overkleed willen worden, opdat het sterfelijke door het leven worde verslonden’ (5:4).

Dan voegt Paulus eraan toe: ‘God is het, die ons juist dáártoe bereid heeft en die ons de Geest tot onderpand gegeven heeft’ (5:5). God heeft ons voor zijn doel gemaakt, d.w.z. voor het doel van opstandingsleven, voor ons verzekerd door de dood van zijn Zoon.

Bovendien heeft God ons, in afwachting van de heerlijke vervulling van leven, al zijn Geest gegeven als een onderpand, een soort voorafbetaling van de ultieme erfenis.

Geen wonder dan dat we zuchten in afwachting en ontdekken dat onze zielen rusteloos zijn in deze tijdelijke verblijfplaats die de doodstraf over zich draagt.


Eigen vertaling van de overdenking bij 6 maart uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 5 juli 2011

Is er geen God, dan is je leven uiteindelijk zonder zin

"Wat iemand over God gelooft, heeft invloed op al het andere wat hij gelooft.

Toen men Mortimer Adler vroeg waarom het hoofdstuk 'God' in de serie Great Books of the Western World (die hij samenstelde) het langste was van allemaal, merkte hij scherpzinnig op dat het onderwerp 'God' meer implicaties heeft dan enig ander onderwerp.

De vijf belangrijkste vragen in het leven zijn de volgende:

1. Oorsprong: waar komen we vandaan?

2. Identiteit: wie zijn we?

3. Zin: waarom zijn we hier?

4. Moraal: hoe moeten we leven?

5. Bestemming: waar gaan we naartoe?

De antwoorden op deze vragen zijn afhankelijk van het bestaan van God. Als God bestaat, heeft je leven uiteindelijk zin en een doel. Als je leven echt een doel heeft, is er ook echt een goede en een verkeerde manier om het te leiden. De keuzes die je nu maakt hebben niet alleen nu gevolgen, maar ook in de eeuwigheid.

Als er echter geen God is, is je leven uiteindelijk zonder zin. Omdat je leven geen blijvend doel heeft, is er ook geen goede of verkeerde manier om het te leven. En het maakt niet uit hoe je leeft of wat je gelooft - je bestemming is stof."

(Uit: 'Ik heb te weinig geloof om een atheïst te zijn', door Norman L. Geisler en Frank Turek, Ark Boeken, pag. 15)