Posts tonen met het label vriendschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vriendschap. Alle posts tonen

donderdag 28 augustus 2014

De HERE zal tussen mij en u staan voor altijd (1 Sam. 20)

1 Samuel 20; 1 Korinthiërs 2; Klaagliederen 5; Psalm 36

Er zijn niet veel hoofdstukken in de Bijbel die veel ruimte wijden aan het thema vriendschap, maar 1 Samuel 20 is er een van.

Strikt gesproken gaat 1 Samuel 20 natuurlijk niet over vriendschap op zich, zoals vriendschap als thema kan worden uitgewerkt door een begaafd romanschrijver. Het verslag past in het grotere verhaal van de neergang van Saul en de opkomst van David, een belangrijk keerpunt in de heilsgeschiedenis. Maar de manier waarop het verslag zich ontvouwt draait in belangrijke mate rond de relatie tussen Jonatan en David.

Jonatan blijkt een zeer bewonderenswaardige jongeman. Eerder had hij al aanzienlijke fysieke moed getoond toen hij en zijn wapendrager een contingent Filistijnen wisten te verslaan (1 Sam. 14). Toen David aan het Koninklijke hof kwam, had je kunnen verwachten dat Jonatan veel kwaadwillige emoties zou vertonen: jaloezie over Davids groeiende populariteit, een geest van concurrentie op militair vlak, zelfs vrees dat David hem op een dag zijn recht op de troon zou afnemen.

Maar de ziel van Jonatan werd ‘verknocht aan die van David; en Jonatan had hem lief als zichzelf’ (18:1). Hij ging een ‘verbond’ aan met David, dat eigenlijk van David zijn eigen broer maakte (18:3-4) – een verbazingwekkende stap voor iemand van koninklijken bloede tegenover een gewone burger.

Eer we bij hoofdstuk 20 aanbelanden, is Jonatan zich ervan bewust dat David op een dag koning zal zijn. Hoe hij tot die kennis kwam kunnen we niet met zekerheid zeggen. Gezien hun vriendschap is het niet uitgesloten dat David Jonatan had verteld over zijn zalving door Samuel.

Niet alleen deelt Jonatan zijn vaders boosaardigheid niet, maar, nadat hij ook al een keer een verzoening tussen zijn vader Saul en David kon bewerkstelligen (19:4-7), kan hij moeilijk geloven dat zijn vader onverbiddelijk vastbesloten is David te doden, zoals David gelooft (20:1-3).

Dus wordt het uitgewerkte plan uit dit hoofdstuk in werking gesteld. Jonatan ontdekt dat zijn eigen vader vastbesloten is over de dood van Jonatans beste vriend. Zijn vader is zelfs zo woest dat Jonatan zelf in doodsgevaar verkeert (20:33).

David en Jonatan ontmoeten elkaar. Ze hernieuwen hun verbond, zoals ze later nog een keer zullen doen (23:17-18). David, van zijn kant, verbindt er zich toe te zorgen voor Jonatans familie indien en wanneer Jonatan er niet langer is – een voorbode voor wat nog zal volgen, en nogal verschillend van het normale bloedvergieten dat meestal volgde als een nieuwe koning alle potentiële troonopvolgers van een voorgaande dynastie uit de weg probeerde te ruimen.

Maar misschien is de meest opvallende zaak wel dat Jonatan in de stad blijft bij zijn vader. Want de realiteit is dat we onze vrienden kiezen, maar onze familie niet; toch krijgen onze verantwoordelijkheden tegenover onze families een hogere prioriteit. Anders wordt de vriendschap zelf een excuus voor een nieuwe vorm van zelfzucht.


Eigen vertaling van de overdenking bij 28 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 7 februari 2013

'O, dat mijn verdriet toch goed gewogen werd' (Job 6)


Genesis 40; Markus 10; Job 6; Romeinen 10

Jobs antwoord aan Elifaz beslaat twee hoofdstukken. In Job 6 is zijn argumentatie als volgt:

(1) In de openingsverzen (6:1-7) benadrukt Job dat hij alle redenen heeft om te jammeren over zijn situatie: zijn verdriet en leed zijn niet te schatten (6:2-3). Ook ontwijkt Job niet wat voor de hand ligt: in Gods universum moet God zelf ergens achter deze rampen schuilgaan – ‘Want de pijlen des Almachtigen steken in mij, … Gods verschrikkingen stellen zich in slagorde tegen mij op’ (6:4). Zelfs een ezel balkt niet zonder reden (6:5), dus waarom zouden Jobs vrienden hem behandelen alsof hij klaagt zonder reden?

(2) Job geeft uiting aan zijn diepste verlangen: dat God hem gewoon zou verbrijzelen, ‘dat Hij zijn hand uitstrekte en mij afsneed!’ (6:9). Dit is meer dan een doodsverlangen: ‘Dat zou nog vertroosting voor mij zijn, ja, ik zou van vreugde opspringen bij het leed, dat Hij niet spaart, omdat ik de woorden van de Heilige niet heb verloochend’ (6:10). Van hieruit zijn drie dingen duidelijk.
(a) Ondanks zijn ondraaglijke pijn denkt Job nog altijd vanuit het kader van een toegewijd gelovige. Zijn lijden drijft hem niet tot agnosticisme of naturalisme.

(b) Nog belangrijker, het is zijn grootste verlangen om trouw te blijven aan God. Hij ziet de dood niet alleen als een verlossing van zijn lijden, maar als een manier om te sterven vooraleer de intensiteit van zijn lijden hem ertoe zou drijven iets te zeggen of te doen dat God oneer zou aandoen.

(c) Impliciet is dit ook een antwoord aan het adres van Elifaz. Een man met een dergelijke hartstochtelijke toewijding om trouw te blijven aan ‘de woorden van de Heilige’ (6:10) zou niet mogen bestempeld worden als een lichtzinnig en frivool twijfelaar.
(3) Elifaz’ positie berust op de veronderstelling dat als Job wil handelen zoals Elifaz adviseert, hij dan al zijn rijkdom en macht zal terugkrijgen. Job benadrukt dat hij dit punt al wel goed voorbij is: hij heeft geen hoop, geen vooruitzichten. Hij kan zich niet gedragen alsof hij God zegen wil ontfutselen (6:11-13).

(4) Ondertussen wijst Job Elifaz en zijn collega’s terecht (6:14-23). ‘Wie wanhopig is, mag van zijn vriend goedertierenheid verwachten; of hij zou de vreze van de Almachtige verlaten’ (6:14; Merk op: hier verschilt het Engels wel van de Nederlandse vertalingen; in het Engels mag een man die wanhopig is toch de toewijding van zijn vrienden verwachten, zelfs al zou hij dan nog de vreze van de Almachtige verlaten); dit is hoe echte vriendschap eruitziet.

Job analyseert de ware reden waarom zijn vrienden ‘onbetrouwbaar’ zijn ‘als de waterloop van beken die wegvloeien’ (6:15): ze hebben iets verschrikkelijks gezien en ze zijn bang (6:21). Hun afgebakende theologische categorieën zijn weggeblazen door Jobs lijden, aangezien ze geloofden dat hij een rechtvaardig man was. Nu moeten ze kunnen aantonen dat hij onrechtvaardig is en zijn lijden verdient, of ook zij worden bedreigd.

(5) Job eindigt met een wrang pleidooi (6:24-30). Wat hem betreft staat zijn integriteit op het spel; hij zal geen berouw veinzen wanneer hij weet dat hij dit lijden niet verdiend heeft. ‘Komt toch tot bezinning, laat er geen onrecht geschieden’ (6:29), draagt hij zijn vrienden op.


Eigen vertaling van de overdenking bij 7 februari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 8 december 2012

'Geliefde broeder, uw trouw blijkt uit alles wat u voor de broeders doet' (3 Joh.)


2 Kronieken 8, 3 Johannes, Habakuk 3, Lukas 22
De situatie achter 3 Johannes lijkt ongeveer als volgt. De schrijver, de ‘oudste’ (1:1), wellicht de apostel Johannes, heeft geschreven naar een bepaalde gemeente in zijn bevoegdheidsgebied, blijkbaar met de vraag of die kerk zou doen wat ze kon om enkele ‘broeders’ (1:5) te helpen die waren uitgestuurd met een evangelisatietaak.

Spijtig genoeg was deze gemeente gekaapt door ene Diotrefes, die, naar het oordeel van de apostel, veel meer geïnteresseerd was in de ‘eerste’ zijn, d.w.z. in zichzelf profileren en in autocratische controle, dan hij dat was in de voortgang van het evangelie (1:9). Aangestuurd door dergelijke waarden, was Diotrefes maar al te bereid om de aanpak van de apostel te verwerpen.

Van op een afstand kon de apostel maar weinig doen. Wanneer hij niettemin toch zal opdagen, zal hij de aandacht vestigen op wat Diotrefes aan het doen is, en hem ontmaskeren voor de kerk (1:10). Blijkbaar vertrouwt Johannes erop dat hij de autoriteit en geloofwaardigheid bezit om te zegevieren.

Ondertussen stapt de apostel af van de geijkte gezagskanalen en schrijft hij zijn dierbare vriend Gajus aan (1:1); die blijkbaar tot dezelfde kerk behoort en blijk geeft van een heel andere geest dan Diotrefes.

Na een aantal voorafgaande woorden (1:2-4) prijst Johannes Gajus enthousiast voor de manier waarop hij zijn huis heeft opengesteld voor deze rondreizende ‘broeders’ (1:5). Sommigen onder hen hebben zelfs getuigd over de buitengewone gastvrijheid van Gajus (1:6).

Gajus doet er goed aan dit prachtige dienstwerk verder te zetten, en hen verder op weg te helpen op ‘een voor God waardige manier’(1:6, HSV) – een verbazingwekkende maatstaf die we ook vandaag moeten vertonen wanneer we zendelingen uitsturen en hen ondersteunen die werkelijk trouw zijn.

Kortom, stoutmoedige vrijgevigheid onder christenen, hier verpersoonlijkt door Gajus, moet altijd zendingsgericht zijn; koppige machtshonger, verpersoonlijkt door Diotrefes, zal qua visie veel sneller bekrompen en enggeestig zijn.

Let op de doordringende helderheid van de openingsopmerkingen (1:2-3).

Ten eerste bidt Johannes dat het met de gezondheid van Gajus goed zal gaan, zoals ook met zijn ziel. Merk op welk van beide de standaard vormt voor de andere!

Ten tweede geeft de apostel aan wat hem grote blijdschap gebracht heeft – namelijk het verslag van Gajus’ trouw aan de waarheid, zijn wandel in waarheid.

Ten derde veralgemeent Johannes dit laatste punt: ‘Groter blijdschap ken ik niet, dan dat ik hoor, dat mijn kinderen in de waarheid wandelen’ (1:4). In een wereld waarin veel christenen hun diepste vreugde vinden in voorspoed, gemak, promoties, financiële veiligheid, goede gezondheid, populariteit, en een pak andere dingen, is het verblijdend, om niet te zeggen uitdagend, om een apostel te horen getuigen dat niets hem meer vreugde bezorgt, dan te horen dat zijn ‘kinderen’ wandelen in lijn met het evangelie. Dit vertelt ons alles wat we moeten weten over zijn hart – en ook over waarin wij onze blijdschap zouden moeten vinden.


Eigen vertaling van de overdenking bij 8 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 28 augustus 2012

De HERE zal tussen mij en u staan voor altijd (1 Sam. 20)


1 Samuel 20, 1 Korinthiërs 2, Klaagliederen 5, Psalm 36

Er zijn niet veel hoofdstukken in de Bijbel die veel ruimte wijden aan het thema vriendschap, maar 1 Samuel 20 is er een van.

Strikt gesproken gaat 1 Samuel 20 natuurlijk niet over vriendschap op zich, zoals vriendschap als thema uitgewerkt wordt door een begaafde romanschrijver. Het verslag past in een groter verhaal van de neergang van Saul en de opkomst van David, een belangrijk keerpunt in de heilsgeschiedenis. Maar de manier waarop het verslag zich ontvouwt draait in belangrijke mate rond de relatie tussen Jonatan en David.

Jonatan blijkt een zeer bewonderenswaardige jongeman. Eerder had hij al aanzienlijke fysieke moed vertoond toen hij en zijn wapendrager een contingent Filistijnen wisten te verslaan (1 Sam. 14). Toen David aan het Koninklijke hof kwam, had je kunnen verwachten dat Jonatan vele kwaadwillige emoties zou vertonen: jaloezie over Davids groeiende populariteit, een geest van concurrentie op militair vlak, zelfs vrees dat David hem op een dag zijn recht op de troon zou afnemen.

Maar de ziel van Jonatan raakte ‘verknocht aan die van David; en Jonatan had hem lief als zichzelf’ (18:1). Hij ging een ‘verbond’ aan met David, dat eigenlijk van David zijn eigen broer maakte (18:3-4) – een verbazingwekkende stap voor iemand van koninklijken bloede tegenover een gewone burger.

Eer we bij hoofdstuk 20 aanbelanden, is Jonatan zich ervan bewust dat David op een dag koning zal zijn. Hoe hij tot die kennis kwam kunnen we niet met zekerheid zeggen. Gezien hun vriendschap is het niet uitgesloten dat David Jonatan had verteld over zijn zalving door Samuel.

Niet alleen deelt Jonatan zijn vaders boosaardigheid niet, maar, nadat hij ook al een keer een verzoening tussen zijn vader Saul en David kon bewerkstelligen (19:4-7), kan hij moeilijk geloven dat zijn vader onverbiddelijk vastbesloten is David te doden, zoals David gelooft (20:1-3).

Dus wordt het uitgewerkte plan uit dit hoofdstuk in werking gesteld. Jonatan ontdekt dat zijn eigen vader vastbesloten is over de dood van Jonatans beste vriend. Zijn vader is zelfs zo woest dat Jonatan zelf in doodsgevaar is (20:33).

David en Jonatan ontmoeten elkaar. Ze hernieuwen hun verbond, zoals ze later nog een keer zullen doen (23:17-18). David van zijn kant verbindt er zich toe te zorgen voor Jonatans familie indien en wanneer Jonatan er niet langer is – een voorbode voor wat nog zal volgen, en nogal verschillend van het normale bloedvergieten dat meestal volgde als een nieuwe koning alle potentiële troonopvolgers van een voorgaande dynastie uit de weg probeerde te ruimen.

Maar misschien is het meest treffende wel dat Jonatan in de stad blijft bij zijn vader. Want de realiteit is dat we onze vrienden kiezen, maar onze familie niet; maar toch krijgen onze verantwoordelijkheden tegenover onze families een hogere prioriteit. Anders wordt de vriendschap zelf een excuus voor een nieuwe vorm van zelfzucht.


Eigen vertaling van de overdenking bij 28 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 14 juli 2011

Vriendschap vereist soms inefficiënt tijdsgebruik

"Jezus was bereid veel tijd te investeren in vriendschap. Toen Andreas en een van de andere leerlingen van Johannes Hem vroegen waar Hij verbleef, verschafte hij niet simpelweg de gevraagde informatie. In plaats daarvan zei Hij: 'Kom maar mee, dan zul je het zien'.

We lezen dan: "Ze gingen met Hem mee en zagen waar Hij onderdak had gevonden (...) en ze bleven die dag bij Hem" (Joh. 1:37-39). Het was ongeveer vier uur 's middags en ze schijnen de hele avond (nacht) te zijn gebleven.

De Verlosser van de wereld, het volmaakte voorbeeld van een christelijke leider, benutte zijn tijd inefficiënt, althans naar de inzichten van het huidige management! Want Hij besteedde vele uren aan een ongeplande afspraak."

Uit: De waarde van vriendschap, pag. 21-22, door Ajith Fernando, uitg. Medema. Over het 'ongeplande' van de afspraak kunnen we nog in discussie treden. Gebeurt er bij God iets ongepland? Maar het is een feit dat Jezus de tijd nam om deze mensen te ontmoeten: Hij gaf meer dan informatie, Hij deelde zijn leven, gaf Zijn leven.

woensdag 21 juli 2010

Het basismodel christen, zonder opties

"Mensen vertellen dat deel uitmaken van een lokale kerk optioneel is voor de gezondheid van de christen ... Het valt te vergelijken met tegen een gehuwd stel zeggen dat ze niet hoeven samen te leven om naar elkaar toe te groeien en de persoon te worden zoals God het bedoelt, dat het al voldoende is om vrienden te worden op Facebook."

Gelezen bij Zach Nielsen, die de mosterd haalt bij Carlos Griego.

vrijdag 10 juli 2009

Ook de reis telt, niet alleen de eindbestemming

"Remember, God is interested in the journey, not just the destination"

"Het is een vergissing om het beslissingsproces rond hoe, wanneer en met wie we een relatie zullen beginnen, te zien als iets waar we "doorheen moeten" zodat we in snel tempo kunnen vorderen naar de verloving en het huwelijk. God is niet gehaast.

Zijn interesse hierin beperkt zich niet gewoon tot ons 'gehuwd krijgen' - Hij wil dit proces gebruiken, en alle onzekerheden en vragen die het met zich meebrengt, om ons te reinigen, te heiligen en ons geloof te doen toenemen."

(Joshua Harris in Boy Meets Girl, pag. 74)

donderdag 23 april 2009

Goede vrienden en spiegels

"Wie een goede vriend heeft, heeft geen spiegel nodig"


(John Stott citeert een indiaans spreekwoord, hier gelezen)

zondag 12 april 2009

God levert in voor de vriendschap

Het is waar: als je kiest voor vrienden, dan moet je wat inleveren.
Eigenlijk zeg je bij vriendschap of bij liefde altijd: “Ik zal me aan jou aanpassen. Ik zal voor jou veranderen. Ik zal je dienen, ook al is dat een offer voor me.”

Trouwens: als één van beiden altijd maar geeft en offert, en de ander doet niets anders dan vragen en eisen, dan voelt dat niet fijn, dan voel je je in je vrijheid beperkt.

Dan zou je denken: in een vriendschap met God kan je toch nooit echt vrij zijn, want God kan toch altijd maar eisen en vragen van ons? Wij moeten toch altijd toegeven? Kun je wel een normale vriendschap ontwikkelen met God? Want Hij heeft alle macht, ik moet me toch aanpassen aan God?

Maar let op: dit is geen waar!
Het evangelie zegt eigenlijk dat God zich zeer radicaal aan ons heeft aangepast en mens is geworden. Hij werd een menselijk wezen met beperkingen, dat zelfs kwetsbaar werd voor lijden en dood.

Aan het kruis onderwierp hij zich aan onze staat (als zondaars) en stierf in onze plaats om ons te vergeven. In Christus heeft God eigenlijk ten diepste gezegd: “Ik zal me aan jou aanpassen. Ik zal voor jou veranderen. Ik zal je dienen, ook al is dat een offer voor me.”

Deze opofferende liefde mag ook ons veranderen.
Paulus schrijft: de liefde van Christus dringt ons. (2Kor5:14)

Is het eenvoudig om van God te houden? C.S. Lewis: “Het is eenvoudig voor degenen die het doen”.
Als je iemand zeer graag ziet, dan voelt dat niet als een offer, maar je vindt het fantastisch dingen voor elkaar te kunnen doen.
De liefde van Christus dringt, stimuleert, spoort aan.
Als we beseffen wat Hij voor ons deed, zijn we niet langer bang om vrijheid op te geven, en we vinden ware vrijheid in Hem.

(overdenking gebaseerd op enkele pagina's uit het boek "In alle redelijkheid, christelijk geloof voor welwillende sceptici" door Tim Keller - pag. 66-68)

woensdag 7 januari 2009

1 op 12 Vlamingen heeft geen vrienden


Onder meer op deredactie.be staat vandaag het onderzoek vermeld dat de CM uitvoerde naar vriendschappen in Vlaanderen. Ik neem het bericht over:

"8 procent van de Vlamingen heeft geen vrienden. Het gemiddeld aantal vrienden is 7 en de meeste vrienden leren we kennen op het werk. Dat zijn de belangrijkste conclusies van een onderzoek van de Christelijke Mutualiteiten (CM).

CM Midden-Vlaanderen ondervroeg zo'n 1.500 Vlamingen over vriendschappen. Van die 1.500 zei ongeveer 8 procent dat ze geen vrienden hebben. De rest had gemiddeld 7 vrienden, waarvan 2,5 "beste vrienden" waren.

Het werk is de plaats waar we de meeste vrienden maken: 4 op de 10 leerde de meeste van zijn vrienden op het werk kennen. Ruim een derde beweerde de meerderheid van zijn vriendschappen te hebben opgebouwd in het verenigingsleven, een derde dan weer in het uitgaansleven.

Via vrienden leren we ook andere vrienden kennen. De helft van de ondervraagden gaf aan vrienden te maken via gemeenschappelijke vrienden.


Meer online, maar nog altijd trouw

Een opvallende trend is de onlinevriend. Een derde zegt over onlinevrienden te beschikken, terwijl de helft van de Vlamingen die wel oppervlakkiger vindt. Vooral mannen bouwen via het web hun vriendenkring uit.

De Vlaming laat zijn vrienden ook niet zomaar vallen. Zelfs als hun overste vraagt om over te werken, laat een derde een afpraak met vrienden doorgaan. Wanneer een partner een vriend als liefdesrivaal beschouwt wil negentig procent van de Vlamingen dit eerst uitpraten.

De vriendschap beëindigen is voor 3 procent van de ondervraagden een optie, terwijl 6 procent gewoon stiekem verder zou afspreken met zijn of haar vriend. Twee procent zou dan weer de breken met de jaloerse partner.
Zeker een keer per week

Gemiddeld de helft van de Vlamingen ziet zijn beste vriend of vriendin minstens een keer per week. Wanneer beste vrienden elkaar ontmoeten, moet er over alles kunnen gepraat worden, vinden 4 op 5 Vlamingen.

Vrienden moeten ook altijd klaarstaan wanneer we in de problemen zitten. Jongeren vinden dit zelfs (81 procent) belangrijker dan ouderen (61 procent)."

zondag 7 december 2008

Vrienden of 'een kliek'

Op reis hadden we het boekje "De waarde van vriendschap" mee, door Ajith Fernando. En ja, we hebben ook tijd genomen om te lezen. Hier een eerste quote uit het boek, pag. 13-14:

"Maar Jezus had geen kliekjesgeest! Die krijg je als mensen vrienden van elkaar worden om uitsluitend zelfzuchtige redenen. Omdat achter zulke vriendschap een egocentrisch motief schuilgaat, houdt een kliek anderen vaak op afstand, omdat men die als bedreiging ziet. Een kliek wijst doorgaans anderen af, spreekt negatief over hen en roddelt over hen. Zo ging het in Jezus' kring niet toe. De kleine groep die Jezus om Zich heen verzamelde, was juist een gemeenschap waarin pastoraat en zielzorg werd bedreven. De missie van deze gemeenschap was het dienen van anderen. Omdat ze uit de eigen gemeenschap kracht konden putten, konden de leden ervan zich wijden aan de noden van anderen, en daarbij geregeld opofferingsgezindheid tonen. We bepleiten dus niet de vorming van een kliek, die mensen afstoot, want de vriendschap waar de bijbel over spreekt heeft juist het dienen van anderen als oogmerk.

Ik wil voor mensen die bij speciaal christelijk werk betrokken zijn ook nog noemen dat ze het misverstand moeten tegengaan dat we ons alleen met 'intieme vrienden' bezighouden. Dat is immers nog wel eens de kritiek die uitgesproken wordt als mensen in een leefgemeenschap functioneren waar men erg op elkaar betrokken is. Eén manier om zulke kritiek tegen te gaan is door bij openbare gelegenheden niet alleen met intieme vrienden op te trekken. We kunnen deze gelegenheden juist benutten om dieper contact aan te gaan met mensen die we nog niet zo goed kennen. We moeten proberen de anderen in de gemeente, of welke groep ook die we leiden, duidelijk te maken dat onze vrienden, onze 'teamleden', in een bepaalde willen meedraaien en bereid zijn te doen wat daartoe van hen verwacht wordt. We vormen een team en niet een kliek."

Hier kun je het boek bestellen (uitg. Medema), of via de boekhandel.

zondag 23 november 2008

Dank dank dank

Zoveel dankwoorden die we willen uiten na ons huwelijk ...
Straks nemen we op vakantie onder andere een boek van Ajith Fernando mee over vriendschap. Maar iedereen die meehielp om onze trouwdag zo bijzonder te maken, heeft ons in de praktijk al zo ontzettend veel getoond over vriendschap dat we er stil van worden.
Dank voor de hulp bij het voorbereiden, klaarzetten, bidden, vormgeven, versieren, opleuken, invullen, smaakgeven enz enz van ons huwelijk.
We houden van jullie. Vooraf zeiden we: we willen graag Gods liefde tonen rondom ons.
Maar om ze te kunnen tonen, moet je ze eerst gezien hebben. In jullie liefdebetoon en prachtige dienstwerk hebben jullie ons Gods liefde laten ervaren!

Foto's misschien later ... Of wie weet wat onze gastblogger nog in petto heeft.
Zijn eerste post was in elk geval al super. Niemand zal de vaste blogger missen, want de vervanger is beter.

Veel groetjes en nogmaals dank

Jan en Thamar