zaterdag 9 augustus 2014

'De HERE vergelde u uw daad' (Ruth 2)


Ruth 2; Handelingen 27; Jeremia 37; Psalm 10

De verteller heeft ons al meegedeeld dat wanneer Naomi en Ruth terug in Betlehem aankomen, het de tijd van de gersteoogst was (Ruth 1:22). Nu wordt (Ruth 2) de betekenis van dit stukje informatie verder uitgewerkt.

Het was een langlopende traditie, stammend uit de Wet van Mozes, dat landeigenaars niet te fijnmazig tewerk mochten gaan bij het oppikken van elk deeltje van de oogst van hun land. Dit liet iets te eten voor de armen (vgl. Deut. 24:19-22; zie de overdenking van 19 juni).

Zo trekt Ruth er op uit en gaat ze aan het werk achter de maaiers in een veld niet al te ver van Jeruzalem. Ze kon niet weten dat dit veld toebehoorde aan een rijke landeigenaar met de naam Boaz – een verre verwant van Naomi en Ruths toekomstige echtgenoot.

Het is een pakkend verhaal, met waardige mensen die zich op elk vlak ook zo gedragen. Aan de ene kant bewijst Ruth zich een harde werker, want ze stopt bijna niet om te rusten (2:7). Ze is zich pijnlijk bewust van haar vreemdelingenstatus (2:10), maar behandelt de plaatselijke mensen met respect en hoffelijkheid.

Wanneer ze haar opbrengst naar Naomi brengt en verhaalt wat er allemaal gebeurd is, herinnert een andere kleine zijdelingse opmerking ons eraan dat het voor een alleenstaande vrouw bijna gelijkstond met een uitnodiging tot mishandeling (2:22) wanneer je je op dit punt in Israëls geschiedenis aan dergelijk werk begaf – wat getuigt van haar moed en vastberadenheid.

Naomi ziet de hand van God. Vanuit een louter pragmatische blik van genoeg te eten vinden, is ze dankbaar, maar wanneer ze de naam van de man hoort die het veld bezit, erkent ze niet alleen de veiligheid die dit Ruth zal bieden, maar realiseert ze zich dat Boaz een van hun ‘lossers’ is (2:20) – dit wil zeggen: een van hen die onder de zogenaamde wet rond het leviraatshuwelijk kon trouwen met Ruth, met als resultaat dat hun eerstgeboren zoon de legitieme rechten en eigendomstitels van haar oorspronkelijke echtgenoot zou bekomen.

Maar het is Boaz die misschien in het beste daglicht wordt gesteld. Zonder een spoor van romantiek op dit moment, toont hij zichzelf niet alleen bezorgd om de armen, maar blijkt hij ook een man die wordt geraakt door de nood van anderen en die in stilte wil helpen.

Hij heeft gehoord van Naomi’s terugkeer en over de aanhoudende trouw van deze jonge Moabitische.

Hij instrueert zijn eigen werkers in haar behoeften te voorzien, haar veiligheid te garanderen en zelfs enige extra’s uit de bundels achter te laten, zodat Ruths werk beloond zal worden.

Bovenal is hij zowel een man van geloof als van integriteit, een punt dat we horen in zijn eerste gesprek met de vrouw die op een dag zijn bruid zou worden: ‘De HERE vergelde u uw daad, en uw loon valle u onverkort ten deel van de HERE, de God van Israël, onder wiens vleugelen gij zijt komen schuilen’ (2:12). Goed gezegd – want de Here blijft niemand iets verschuldigd [of: ‘is niemands schuldenaar’].


Eigen vertaling van de overdenking bij 9 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 8 augustus 2014

Dring er bij mij niet op aan, dat ik u in de steek zou laten (Ruth 1)


Ruth 1; Handelingen 26; Jeremia 36, 45; Psalm 9

Er is nauwelijks een aantrekkelijker personage in de Schrift te vinden dan Ruth. Ze is een Moabitische (Ruth 1:4). Ze leeft in verwarrende tijden, en krijgt haar eigen portie verscheurend verdriet. Zij en een andere Moabitische, Orpa, huwen twee recente immigranten, Machlon en Kiljon. Deze twee mannen en hun ouders zijn gearriveerd in Moabitisch gebied om aan de hongersnood te ontkomen in hun woonplaats Betlehem.

Enkele jaren gaan voorbij en dan sterft de vader van de mannen, Elimelech. Dan sterven ook Machlon en Kiljon zelf. Dit betekent dat de drie vrouwen alleen achterblijven: de schoonmoeder van de beide Moabitische vrouwen, Naomi, en de twee Moabitische vrouwen zelf, Orpa en Ruth.

Wanneer Naomi verneemt dat de hongersnood op het thuisfront voorbij is, wat hun oorspronkelijke reden was voor de verhuis naar Moab, beslist ze om naar huis terug te keren. Families werkten vaak in uitgebreide familierelaties. Er zou voor haar worden gezorgd en de pijn van haar eenzaamheid zou slijten.

Op een wijze manier moedigt ze haar twee schoondochters aan om in hun eigen land te blijven, bij hun eigen volk, taal en cultuur. Wie weet? Misschien konden ze na verloop van tijd zelfs een nieuwe partner vinden? Ze kunnen toch zeker niet van Naomi verwachten dat ze hier nog voor zal kunnen zorgen!

Orpa neemt de raad ter harte, blijft thuis in Moab en we horen niets meer van haar. Maar Ruth klampt zich aan Naomi vast: ‘Dring er bij mij niet op aan, dat ik u in de steek zou laten, door van u terug te keren; want waar gij zult heengaan, zal ik heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten: uw volk is mijn volk en uw God is mijn God. waar gij zult sterven, zal ik sterven, en daar zal ik begraven worden‘(1:16-17). Ze legt zichzelf zelfs de dreiging van een vloek op: ‘Zo moge de HERE mij doen, ja nog erger: voorwaar, de dood alleen zal scheiding maken tussen mij en u’ (1:17).

Het is niet Ruths bedoeling dit heldhaftig te laten klinken. Ze spreekt eenvoudigweg vanuit haar hart. Was ze tot een oprecht en aanhoudend geloof in de Here God gekomen gedurende haar tienjarig huwelijk? Welke stevige en fijne banden waren er gesmeed tussen Ruth en de Israëlitische leden van deze grotere familie, en in het bijzonder tussen Ruth en Naomi?

Onze cultuur maakt allerhande snerende opmerkingen over schoonmoeders. Maar veel schoonmoeders zijn opmerkelijk onbaatzuchtig, en smeden relaties met hun schoondochters die al even godsvruchtig en diep zijn als de beste banden tussen moeders en dochters. Zo blijkbaar ook hier.

Ruth is bereid om haar eigen volk, cultuur, land en zelfs haar godsdienst te verlaten, als ze maar bij Naomi kan blijven en haar kan helpen.

Ze kon niet weten dat ze door deze keuze spoedig opnieuw zou mogen huwen. Ze kon niet weten dat dit huwelijk haar niet alleen een voorouder zou maken van het aanstaande Davidische koningshuis, maar ook van de allerhoogste Koning die hier eeuwen later zou uit afstammen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 8 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 7 augustus 2014

HEER, God van Israël, hoe heeft het zover met ons kunnen komen? (Richteren 21)

Richteren 21; Handelingen 25; Jeremia 35; Psalmen 7-8

De laatste ellendige stap in het geweld dat volgt op de verkrachting en moord van de bijvrouw van de Leviet wordt nu gezet (Richteren 21). In een wraakzuchtige bui zijn de Israëlieten doorheen het stammengebied van Benjamin getrokken, daarbij mannen, vrouwen, kinderen en vee dodend (20:48). De enige Benjaminieten die overblijven zijn 600 gewapende mannen die zich hebben verscholen in de rotsholen van Rimmon (20:47).

Maar nu begint de rest van het volk op andere gedachten te komen. Als onderdeel van hun sancties tegen Benjamin hebben ze gezworen geen van hun dochters aan een Benjaminiet te geven. Als ze nu hun eed houden, zullen de Benjaminieten uitsterven: alleen mannelijke Benjaminieten blijven nog over. Hun oplossing is zo weerzinwekkend, wreed en barbaars als maar zijn kan.

Ze ontdekken dat een grote stad in Israël, Jabes in Gilead, nooit de initiële oproep om ten strijde te trekken heeft beantwoord. Deels als straf, deels als een manier om Israëlische vrouwen te vinden, vernielen de strijdkrachten van Israël Jabes in Gilead, en doden daarbij alle mannen en alle vrouwen die geen maagd meer zijn (21:10-14).

Deze strategie voorziet in 400 vrouwen voor de 600 overlevende Benjaminieten. De list om er nog tweehonderd meer te vinden is nauwelijks minder slecht. De resterende 200 Benjaminieten krijgen de toelating om passende meisjes te schaken bij een feest in Silo, terwijl hun vaders en broers worden afgedreigd (21:20-23). Zo overleeft de stam van Benjamin die tot een klein aantal herleid was.

Je kunt je nauwelijks inbeelden hoezeer bitterheid, verdriet, angst, verzet, eenzaamheid, vergelding, furieuze woede en oplaaiende rouw op deze ‘oplossingen’ volgden.

Ondertussen is duidelijk dat de Israëlieten met twee soorten problemen kampen in het boek van de Richteren.

Het huidige probleem, als een voorbeeld daarvan, is onderwerping of onderdrukking door een of andere Kanaänietische stam die een groot stuk van het land bezit of niet ver weg leeft. Wanneer het volk tot God roept, wekt Hij herhaaldelijk een held op om hen te redden.

Maar het andere probleem gaat veel dieper. Het is de rebellie zelf, het herhaaldelijk en aanhoudend verlaten van de God die hen redde uit Egypte en die met hen een plechtig verbond was aangegaan. Dit brengt niet alleen nog meer cycli van verdrukking van buitenaf met zich, maar ook een neerwaartse spiraal van decadentie en desoriëntatie van binnenuit.

Voor de vijfde en laatste keer geeft de schrijver van het Richterenboek zijn analyse: ‘In die dagen was er geen koning in Israël; ieder deed wat goed was in zijn ogen’ (21:25).

Hoezeer heeft deze natie een koning nodig – om orde te brengen en stabiliteit, om het land te verdedigen, gerechtigheid in stand te houden, het land te leiden en samen te houden. Maar zal hij dan een koning zijn die de problemen oplost, of wiens koningshuis een deel van het probleem zal vormen?

Zo wordt een nieuw hoofdstuk in Israëls geschiedenis ingeluid. Een nieuwe koninklijke instelling wordt binnenkort niet minder problematisch – tot Hij komt die Koning der koningen is en Heer der heren (Opb. 19:16).


Eigen vertaling van de overdenking bij 7 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 6 augustus 2014

Zo ver en niet verder (Richteren 20)


Richteren 20; Handelingen 24; Jeremia 34; Psalmen 5-6

Misschien had je verwacht dat alleen de schuldigen zouden worden achternagezeten en omgebracht (Richteren 20). Maar de Leviet hitst het hele volk op (zonder natuurlijk zijn eigen schandelijke gedrag te vermelden). Voor zover we uit onze verslagen kunnen opmaken, biedt Gibea niet aan om de misdadigers over te leveren.

Hadden ze dit gedaan, dan was de zaak daarmee ten einde geweest. Ook bieden de familiehoofden van Benjamin niet aan om tussenbeide te komen en te zorgen dat recht geschiedt.

In plaats daarvan sluiten ze de rangen en bieden ze aan om aanvallers af te weren, waarbij ze ongetwijfeld verwachten dat de rest van het volk niet bereid zal zijn om een te hoge prijs te betalen om een paar verkrachters gevangen te nemen in een tijd waarin het hele volk in geweld is afgegleden.

De rest van de stammen hebben op hun beurt het schuim op de mond maar handelen dwaas. In plaats van zich gezamenlijk in de strijd te begeven, beslissen ze aanvankelijk om de troepen maar met een stam tegelijk te sturen.

Wanneer we vernemen dat de Israëlieten God raadpleegden welke stam eerst zou moeten gaan, betekent dit waarschijnlijk dat ze de Urim-en-Tumimprocedure afhandelden met een priester van het heiligdom.

De Israëlieten verliezen tweeëntwintigduizend mannen op de eerste dag (20:21), en achttienduizend op de volgende dag (20:25).

Uiteindelijk belooft de Heere dat Hij Gibea en de Benjaminieten waarlijk zal overleveren in handen van de rest van de Israëlieten (20:28). De derde dag zetten de Israëlieten een valstrik op, en eindelijk kunnen ze overwinnen. Grote aantallen Benjaminieten komen om.

Dit is het soort dingen dat gebeurt wanneer de regels van de rechtsstaat vervagen, wanneer mensen beginnen te handelen uit trouw aan de stam en niet uit principes, wanneer wraak het overneemt van gerechtigheid, wanneer bijgelovige vendetta’s in de plaats komen van rechtbanken, wanneer broeders niet langer een gezamenlijk erfgoed delen van aanbidding en waarden, wanneer vrees regeert en niet de instemming van wie worden geregeerd.

Er is geen logisch eindpunt. Het kan een regionaal conflict veroorzaken, het kan het vuur in de pan jagen in Bosnië, het kan de start zijn van een wereldoorlog. Het is het spul van dictators en krijgsheren, het smeermiddel voor bendes en geweld.

De droevige realiteit is dat elke cultuur hiertoe in staat is. De oude Israëlieten zinken niet in dit moeras omdat ze slechter zijn dan alle anderen, maar omdat ze typerend zijn voor alle anderen.

Een maatschappij die niet langer samenhangt, of het nu is op het vlak van religie, gezamenlijk wereldbeeld, of minstens overeengekomen en gerespecteerde procedures, is op weg naar geweld en anarchie, die vroeg of laat de beste voedingsbodem vormt voor het geordend antwoord van tirannen – macht die autoriteit krijgt via het zwaard en het geweer.

Dit is hoe seculiere historici het zien. Wij zien dit ook allemaal, en herkennen achter het bloed en de zonde de rechtvaardige hand van God, die beklemtoont: ‘zo ver kun je gaan, en niet verder’.


Eigen vertaling van de overdenking bij 6 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 5 augustus 2014

'Breng in elk geval niet hier op het plein de nacht door' (Richteren 19)

Richteren 19; Handelingen 23; Jeremia 33; Psalmen 3-4

Tegen de tijd dat we bij Richteren 19 aankomen heeft de wet van de jungle al getriomfeerd in de ontluikende natie Israël.

De Leviet die ons op dit punt wordt voorgesteld neemt zich een bijvrouw. (Levieten werden verondersteld alleen maagden te huwen; zie. Lev. 21:7, 13-15). Maar zij is hem ontrouw en trekt eruit, waarna ze terugkeert naar het huis van haar vader.

Na verloop van tijd wil de Leviet haar terug, dus reist hij naar Bethlehem waar hij haar ook vindt. Door een late start op de terugreis, halen ze hun thuis niet in een dag. Omdat ze verkiezen om geen halt te houden in een van de Kanaänietische steden, trekken ze door naar Gibea, een nederzetting van de Benjaminieten.
Een plaatselijke huiseigenaar waarschuwt de Leviet en zijn bijvrouw niet te overnachten op het stadsplein – dit is veel te gevaarlijk. En hij neemt hen mee naar zijn huis.

Tijdens de nacht wil een bende wellustige herrieschoppers dat de huiseigenaar de Leviet naar buiten stuurt opdat ze hem kunnen verkrachten. Dit is schokkend. In de eerste plaats was het volgens de sociale standaarden van het oude Midden-Oosten ondenkbaar geen gastvrijheid te bewijzen – en zij willen een bezoeker zelfs onderwerpen aan een groepsverkrachting. En met het vorderen van het verslag wordt zelfs heel duidelijk dat ze zowel mannen als vrouwen willen misbruiken – het kan hen niets schelen.

Maar misschien komt het lelijkste moment in het verhaal wel wanneer de huiseigenaar, die zich de regels van gastvrijheid herinnert en ongetwijfeld ook bang is voor zijn eigen hachje, hen zijn dochter aanbiedt en de bijvrouw van de Leviet.

Het verslag is droog en kort, maar er is niet veel verbeelding voor nodig om je hun ontzetting voor te stellen – twee vrouwen die niet worden verdedigd door mannen maar door hen worden verlaten en verraden en worden overgeleverd aan een huilende menigte verkrachters, zodat de mannen hun eigen vel kunnen redden.

De bende stelt dat zelfs dit niet volstaat, dus duwt de Leviet zijn bijvrouw naar buiten, alleen. Zo begon haar laatste nacht op aarde in een kleine stad die behoort tot het volk van God.

Bij het aanbreken van de morgen draagt de Leviet zijn vrouw op om op te staan; het is tijd om te gaan. Pas dan ontdekt hij dat ze dood is. Hij sleurt haar lichaam mee naar huis, snijdt haar in twaalf stukken, en zendt een deel naar elk gebied van Israël, waarmee hij eigenlijk zegt: Wanneer stopt dit geweld? Op welk punt zullen we collectief een halt toeroepen aan deze vreselijke ontwikkelingen?

‘In die dagen was er geen koning in Israël’ (19:1). Maar wat met zijn eigen ernstige medeplichtigheid en lafhartigheid? De vreselijke horror van de versneden lichaamsdelen was bedoeld om een reactie uit te lokken, maar op dit moment kon dit niet de rechtvaardige reactie zijn van bijbels bedachtzame en ingetogen mensen. Alleen een naïeveling zou zich kunnen inbeelden dat het resultaat iets anders wordt dan een neergang in een maalstroom van boosheid en geweld.


Eigen vertaling van de overdenking bij 5 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 4 augustus 2014

Volk op de dool (Richteren 18)


Richteren 18; Handelingen 22; Jeremia 32; Psalmen 1-2

Misschien dat een onschuldige lezer nog hoopte dat de lectuur van gisteren (Richteren 17) niet meer was dan een kleine misstap onder het volk van God. De lectuur voor vandaag (Richteren 18) drukt die hoop de kop in: een volledige stam van Israël is het spoor bijster, en ongetwijfeld anderen met hen.

De historische setting is nog altijd vroeg genoeg in de geschiedenis, om te zien dat niet alle stammen het volledige land hebben veroverd dat voor hen bestemd is. Dit geldt zeker voor de stam Dan (18:1). Zo komt het dat de Danieten vijf soldaten uitsturen om het gebied te verkennen, en toevallig stuiten ze op het huis van Micha.

Daar vinden ze de jonge Leviet, en ofwel herkennen ze hem uit een of andere vroegere ontmoeting, of anders herkennen ze hem voor wat hij is, mogelijk door hem te horen bidden of studeren (wat vaak luidop werd gedaan).

Ze raadplegen hem of hun uitstap zal slagen. Het is mogelijk dat de ‘efod’ die Micha maakte (Richt. 17:5) iets behelsde als de Urim en Tummim, waarmee dan schijnbaar de wil van de Heer werd onderkend.

In elk geval stelt hij hen gerust en zij vervolgen hun weg. De soldaten bespioneren de stad Laïs, die geen deel uitmaakte van het land dat hen was toegewezen. Maar het lijkt wel een makkelijk en aantrekkelijk doel, en dit is ook wat ze rapporteren.

Wanneer zeshonderd gewapende Danieten terugkeren, onderbreken ze hun militaire raid om er vandoor te gaan met al Micha’s huisgoden, dan nog niet gesproken over de jonge Levietische priester en de efod, want ze denken duidelijk dat dit een manier is om ‘geluk’ te brengen of minstens richting te geven aan hun onderneming.
De Leviet zelf is in zijn nopjes: voor hem voelt dit als een promotie (18:20). Maar kan een ‘gekochte’ geestelijke ooit een profetisch getuigenis uitoefenen?

Wanneer hij en zijn mannen de oorlogsbende inhalen, klinkt Micha ronduit pathetisch ‘Mijn god, die ik gemaakt heb, en ook de priester hebt gij meegenomen, en zijt weggegaan. Wat rest mij nu nog? Waarom zegt gij dan tot mij: Wat is er?‘ (18:24). Hij ziet de ironie van zijn eigen uitspraak niet, de loutere zinloosheid zoveel belang te hechten aan goden die je zelf hebt gemaakt.

De Danieten dreigen ermee Micha en zijn huishouden uit te roeien, en dat sluit de zaak af. Macht regeert het land, niet gerechtigheid of integriteit. De Danieten nemen Laïs in, en vallen daarmee een volk aan ‘dat vreedzaam en gerust leefde’ (18:27), en ze hernoemen de plaats ‘Dan’.

Daar installeren ze hun afgoden, en de jonge Leviet, nu aangemerkt als een directe afstammeling van Mozes (18:30), fungeert als de priester van de stam, en hij geeft die erfenis ook door aan zijn zonen, zelfs terwijl de tabernakel nog altijd in zijn juiste plaats in Siloh blijft (18:30-31).

De niveaus van ontrouw aan het verbond in de religieuze sfeer nemen verder toe door groeiend geweld, zelfzucht van de stammen, persoonlijke zucht naar macht, ondankbaarheid, wrede bedreigingen en enorm bijgeloof. Het is niet ongewoon voor deze zonden dat ze samen groeien.


Eigen vertaling van de overdenking bij 4 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 3 augustus 2014

'Ieder deed wat goed was in zijn ogen' (Richteren 17)


Richteren 17; Handelingen 21; Jeremia 30-31; Markus 16

De tekenen van morele, spirituele en intellectuele neergang in Israël in de tijd van de Richters nemen nu toe. Sommige ervan zijn duidelijk, andere meer subtiel. Hoewel Richteren 17 een kort hoofdstuk is, vind je er een overvloed aan dergelijke tekenen.

(1) Een volwassen man met de naam Micha heeft blijkbaar elfhonderd zilverstukken gestolen van zijn moeder. Dat belooft niet veel goeds voor de gezinsrelaties – hoewel het natuurlijk maar om één gebeurtenis gaat. Hij belijdt de misdaad aan zijn moeder (17:2). Te oordelen aan zijn opmerkingen wordt hij minder gedreven door liefde voor zijn moeder of door een bewustzijn van zonde, dan door bijgelovige vrees omdat zijn moeder een vloek heeft uitgesproken over de dief, die haar tot op dit ogenblik nog onbekend was.

(2) Micha’s moeder beloont hem met een vroom woord: ‘Gezegend zij mijn zoon door de HERE [d.i. Yahweh]’ – wat toont dat er nog altijd een sterk bewustzijn is van de verbondsgod die hen uit Egypte leidde, of toch ten minste een herinnering aan zijn naam. Maar al heel snel krijg je als lezer door dat alleen de buitenkant van verbondstrouw rest. Syncretisme heeft de overhand gekregen. Dankbaar voor het geld dat ze terugkreeg, geeft ze het terug aan haar zoon, terwijl ze het ernstig heiligt ‘aan de HERE [Yahweh]’, met als doel ‘er een gesneden en gegoten beeld van te maken’ (17:3), wat natuurlijk herhaaldelijk verboden was in het verbond van de Sinaï.

(3) Hij geeft het zilver meteen terug aan zijn moeder voor dit doel. Zij geeft tweehonderd zilverstukken aan een zilversmid (wat haar nog negenhonderd zilverstukken overlaat, ondanks het bedrag dat ze had ‘geheiligd’) om er een afgod mee te maken. Hebzucht triomfeert zelfs over afgoderij. De kleine afgod wordt dan in Micha’s huis geplaatst, als geluksbrenger en als herinnering aan een herstelde familierelatie na een diefstal, misschien zelfs als iets om de vloek af te houden die door de moeder was uitgesproken (17:4).

(4) Micha’s religieuze syncretisme gaat nog dieper. Hij heeft zijn eigen godshuis, en installeert er een van zijn zonen als privépriester om er gebeden en offeranden te brengen, en hij maakt een priesterkostuum voor hem (de efod, 17:5). De overtredingen worden talrijker. Onder het verbond mocht er normaal gezien maar één ‘godshuis’ zijn – op dit moment de tabernakel – en alleen Levieten konden priester zijn.

(5) Er zijn nog genoeg van deze voorschriften bekend, zodat wanneer Micha een jonge Leviet ontmoet die op doorreis is, hij die inhuurt als ‘privépriester’ (!). Micha is ervan overtuigd dat dit zal verzekeren dat de Here goed voor hem zal zijn (17:13). De verbondsgodsdienst heeft veel van zijn structuur verloren en al zijn discipline en gehoorzaamheid. Het is een droevige puinhoop van afgodisch bijgeloof.

Voor het eerst lezen we de woorden: ‘In die dagen was er geen koning in Israël; ieder deed wat goed was in zijn ogen’ (17:6).


Eigen vertaling van de overdenking bij 3 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 2 augustus 2014

Maar ik tel mijn leven niet en acht het niet kostbaar voor mijzelf (Hd. 20)


Richteren 16; Handelingen 20; Jeremia 29; Markus 15

Paulus’ toespraak voor de oudsten van Efeze (Handelingen 20:18-35) kan worden onderverdeeld in drie delen.

In het eerste deel (20:18-24) spreekt Paulus over zijn eigen dienst in Efeze en zijn eigen toekomst.

In het tweede (20:25-31) gebruikt hij het voorbeeld van zijn dienst als een bemoediging voor de oudsten in Efeze opdat ze zouden ‘toezien op’ of ‘zorgen voor’ zichzelf en ‘voor de hele kudde’ van God (20:28) waarover de Heilige Geest hen als opzieners gesteld heeft, met speciale nadruk op de uitdagingen die hen wachten wanneer mensen van binnen de gemeente zullen proberen discipelen voor zich te winnen en bereid zullen zijn verkeerde dingen te spreken.

In het derde deel (20:32-35) draagt Paulus niet alleen de oudsten op ‘aan de Here en het woord zijner genade’ (20:32), maar hij getuigt opnieuw rustig van de precieze maatstaven van persoonlijke eerlijkheid in zijn eigen leven toen hij onder hen diende.

Wanneer we prediken vanuit dit gedeelte, leggen we eerder wel dan niet de nadruk op het centrale deel. Maar hier zou ik de aandacht willen vestigen op enkele van de kenmerken die de dienst van Paulus karakteriseerden.

(1) Het meest duidelijke kenmerk is het feit dat Paulus begreep dat hij leefde en diende als een rolmodel. Elders beveelt hij de Korinthiërs zonder omwegen om hem na te volgen of te imiteren, zoals hij Christus navolgt (1 Kor. 11). In Paulus is er geen spoor van een dubbele standaard in de zin van ‘doe wat ik leer, maar niet wat ik doe’.

(2) Paulus diende ‘de Here met alle ootmoed, onder tranen’ hoewel hij te lijden had onder ‘beproevingen’, die hem overkwamen door de ‘aanslagen der Joden’ (20:19). Met andere woorden: tegenstand kon hem niet verslaan en hem ook niet tot een woedebui aanzetten. Daar tegenover staat dat het zo gemakkelijk is om ontmoedigd te geraken en op te geven, of boos te worden en af te breken wat werd opgebouwd.

(3) De dienst van Paulus was stichtend en bestond uit een mix van publieke samenkomsten en trouwe bezoeken (20:20). Je krijgt de indruk dat het bovenal de dienst van het Woord was, overgebracht door een man die in vuur en vlam was gezet door dat Woord.

(4) Paulus deinsde er niet voor terug de onwrikbaarheden van het Evangelie te behandelen, hoe oncomfortabel of onpopulair ze ook mochten zijn. Als resultaat daarvan betuigt hij vrijmoedig, zowel tegenover Joden als heidenen, dat ze zich moeten ‘bekeren tot God’ en moeten ‘geloven in onze Here Jezus’ (20:21 – eigen cursief).

(5) Bij gelegenheid voelde Paulus zichzelf ‘gebonden door de Geest’ [of: gedreven door de Geest] om een bepaalde richting in te slaan, zonder precies te weten waar die richting hem zou brengen (20:22-24). Genoeg inzicht hebben om te beslissen tot een bepaalde actie garandeert niet genoeg informatie om te weten hoe de zaken zullen uitdraaien.

In dit geval weet hij slechts dat hem ‘boeien en verdrukkingen te wachten staan’ – en het enige wat hij voor zichzelf wil is de taak afmaken die de Heer Jezus hem gegeven heeft, de bediening ‘om het evangelie der genade Gods te betuigen’.


Eigen vertaling van de overdenking bij 2 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 1 augustus 2014

Jezus ken ik en van Paulus weet ik, maar wie zijt gij? (Hd. 19)


Richteren 15; Handelingen 19; Jeremia 28; Markus 14

Een van de vreemdste verslagen in het boek Handelingen betreft de zeven zonen van Skevas (Handelingen 19:11-20). De dienst van Paulus in Efeze duurde een aanzienlijke tijd, mogelijk tweeënhalf jaar, en gedurende die tijd deed God ‘buitengewone krachten door de handen van Paulus’ (19:11). Met als gevolg dat verschillende ‘concurrenten’ probeerden gelijke voet met hem te houden.

Op zich was dit niet verrassend. Het is altijd zo geweest. Toen God Mozes op een bijzondere manier bekrachtigde om wonderen te verrichten voor Farao, konden de tovenaars van Egypte het grootste deel nabootsen van wat hij deed (hoewel niet alles).

Zo trokken in Paulus’ tijd sommige Joden die vertrouwd waren met het syncretisme rond met een soort van bevrijdingsbediening. Ze hadden maar weinig besef van waar ze zich mee in lieten.

Toen ze zagen wat Paulus deed in de naam van Jezus, begonnen ze ook naar die naam te verwijzen, alsof het niets meer was dan een soort magische talisman: ze ‘waagden het over hen (…) de naam van de Here Jezus te noemen met de woorden: Ik bezweer u bij de Jezus, die Paulus predikt’ (19:13).

De zeven zonen van Skeva, een Joodse priester, waren in het bijzonder in die praktijk betrokken. Op een dag diende de geest die ze probeerden uit de drijven hen van antwoord: ‘Jezus ken ik en van Paulus weet ik, maar wie zijt gij?’ (19:15). Vervolgens sprong de bezetene op hen af en sloeg hen alle zeven.

Merk op:

Ten eerste was het resultaat van deze ontmoeting helemaal gunstig. Toen het verhaal circuleerde, werden velen gegrepen door een gezonde vrees en een groter respect voor de naam van de Heer Jezus. Dit was een zodanig krachtige naam dat hij nog kon worden behandeld als een magische formule. Deze naam kon niet worden aan banden gelegd.

Het resultaat was dat verblinding door occulte praktijken werd beteugeld. Velen beleden hun boze daden, en anderen brachten hun occulte boeken en verbrandden ze, goed voor een enorme tegenwaarde (19:17-19). ‘Zo wies het woord des Heren krachtig en het werd sterker’ (19:20).

Ten tweede is een van de echt opvallende elementen de uitspraak van de boze geest: ‘Jezus ken ik en van Paulus weet ik, maar wie zijt gij?’ Je kunt verstaan waarom Jezus bekend moet zijn geweest onder demonische machten. Dit is geen verrassing. Maar ook Paulus is bekend!

Zijn bediening had de machten van de duisternis aangevallen. Het was van hem bekend dat hij beschermd en beveiligd werd door de levende Christus – er is geen enkele manier waarop de demon de bezeten man had kunnen gebruiken om Paulus slaag te geven.

Die andere individuën waren een ander paar mouwen; voor zover het de demon betrof, waren ze een beetje een grap, gemakkelijk te verwaarlozen, te onderwerpen en te beschamen. Maar Paulus was bekend!

Christenen die de strijd aangaan met de Vijand zullen niet alleen bekend zijn in de hemelse paleizen, maar ook in de hogere regionen van de hel.


Eigen vertaling van de overdenking bij 1 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 31 juli 2014

Geestesgaven zijn nooit een excuus voor persoonlijke zonde (Rg 14)

Richteren 14; Handelingen 18; Jeremia 27; Markus 13
Sommigen van ons hebben zich afgevraagd waarom God occasioneel duidelijk onvolmaakte mensen gebruikt in krachtig dienstwerk. Dit wil niet zeggen dat God alleen volmaakte mensen zou moeten gebruiken, want dit zou betekenen dat hij géén mensen zou gebruiken. Noch refereer ik naar het feit dat wij allen allerhande zwakheden en fouten hebben.

George Whitefield deed het bijvoorbeeld, ondanks zijn enorme aanzien als prediker en evangelist, niet al te goed op huwelijksvlak, of in zijn (verkeerde) overtuiging dat zijn zoon zou genezen worden van zijn dodelijke ziekte. Vrijwel elke christen leider, uit bijbelse tijden of uit de meer recente geschiedenis, kon niet blijven staan onder de drieste aanvallen van dit soort kritiek.

Nee, waar ik aan denk is de afwijking die zo publiek is en vreselijk dat je met de volgende twee vragen zit: (a) Indien deze persoon zo krachtig en godvrezend is, vanwaar dan die lelijke tekortkoming? (b) Indien deze persoon zo vervuld is met de Geest, waarom stelt diezelfde Geest hem dan niet in staat schoon schip te maken?

Er zijn geen eenvoudige antwoorden. Soms is het slechts een kwestie van tijd. Judas Iscariot was ten slotte betrokken in een publieke bediening met de elf andere apostelen – zelfs in een bediening van wonderen – maar met de tijd bleek hij afvallig. Het verloop van de tijd deed hem door de mand vallen. Maar soms zijn de afwijkingen er van begin tot eind.

Dit blijkt waar, zo lijkt het, in het leven van Simson. De Geest van God kwam krachtig over hem; de Here gebruikte hem om de Filistijnen te bedwingen.
Maar wat doet hij als hij een Filistijnse vrouw huwt, wanneer de Wet strikt verbood om iemand te huwen van buiten de verbondsgemeenschap (Richteren 14:2)?

Wanneer zijn ouders hem waarschuwen voor de gevolgen, gaat hij er gewoon tegenin, en zij berusten erin (14:3). Het is waar, zij wisten niet ‘dat dit zo door de HERE beschikt was’ (14:4), op dezelfde manier als het verkopen van Jozef als slaaf van de Heer was; maar dit praatte die menselijke daden daarom nog niet goed.

Simsons gewaagde raadsel (14:12-13) is meer verwaand en hebzuchtig dan het wijs en eerbaar is. Natuurlijk zijn de Filistijnen echt wreed in deze zaak (14:15-18, 20), maar wanneer Simson dertig mannen vermoordt om aan de bepalingen van de weddenschap te voldoen, wordt hij minder gedreven door een verlangen het land te reinigen en het verbondsvolk in zijn kracht te herstellen, dan door persoonlijke wraak.

Gelijkaardige opmerkingen kunnen worden gemaakt over zijn tactieken in het volgende hoofdstuk, en over zijn stomende leven in het hoofdstuk daarna.
Het heeft er daarom alle schijn van dat kracht van de Geest op een bepaald vlak van het leven, op zichzelf geen garantie is voor Geestgedreven discipline en maturiteit op elk vlak van het leven.

Daaruit volgt dat het aanwezig zijn van Geestesgaven nooit een excuus is voor persoonlijke zonde.


Eigen vertaling van de overdenking bij 31 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 30 juli 2014

Paulus in Athene (Hd. 17)

Richteren 13; Handelingen 17; Jeremia 26; Markus 12

Het grootste deel van Paulus’ evangelisatiewerk onder de heidenen begon met de synagoge. Zijn normale werkwijze bij aankomst in een nieuwe stad was de synagoge te bezoeken en (aangezien het niet ongewoon was bezoekers te vragen om te spreken) de gelegenheid te gebruiken om het evangelie te prediken.

Dit betekende dat zijn publiek bestond uit een mix van Joden, proselieten (d.w.z. heidenen die zich bekeerden tot het Judaïsme), en Godvrezenden (d.w.z. heidenen die sympathie koesterden voor Joden en het Joodse monotheïsme maar die zich nog niet formeel hadden bekeerd).

Het boek Handelingen toont bij diverse gelegenheden (bijv. 13:13-48; 17:1-9) dat de synagogeleiders snel genoeg hadden van Paulus en hem uit de synagoge banden.

Op dit punt gingen veel van de proselieten en Godvrezenden met hem mee. Dit betekende dat, hoewel hij nu voor een grotendeels heidens publiek predikte, de kern van dit publiek toch al in enige mate kennis had genomen van de Oudtestamentische Schriften. Met andere woorden: in dergelijke gevallen kon Paulus prediken tot mensen die in grote lijnen het vocabulaire, de feiten en de bewegingen kenden van de Oudtestamentische verhaallijn.

Maar wat zou Paulus doen als hij zou preken tot bijbels ongeletterden – dit wil zeggen tot mensen die nog nooit hadden gehoord van Mozes, nog nooit het Oude Testament hadden gelezen, nooit een enkel feit uit de Oudtestamentische plotlijn leerden? Dergelijke mensen zouden niet alleen moeten geïnformeerd worden, ze zouden ook heel wat ideeën moeten afleren die ze oppikten uit een of ander cultureel en religieus erfgoed.

We krijgen een glimp van een dergelijke ontmoeting in 14:8-20, wanneer de inwoners van Lystra opgewonden concluderen dat Paulus en Barnabas incarnaties zijn van Griekse goden (zie de overdenking van 27 juli). Het korte verslag van de toespraak van Paulus biedt een glimp van het apostolisch antwoord.

Maar het is het verslag van Paulus’ bezoek aan Athene (17:16-31) dat ons nog het meest onthult. Ook hier begon Paulus in de synagoge (17:17), maar hij ging ook evangeliseren op de marktplaats voor wie er ook maar aanwezig was (17:17), en dit gaat vooraf aan de uitnodiging om te spreken op de bijeenkomst van de Aeropagus.

En daar merk je duidelijk hoe de apostel Paulus deze zaak doordacht heeft. In een wereld van eindige goden (vaak ondersteund door een pantheïstische godheid), van cyclische visies op de geschiedenis, sub-bijbels verstaan van zonde, veelvuldige afgoderij, dualisme dat verklaart dat het stoffelijke slecht is en al het geestelijke goed, stammengodheden en niet weinig bijgeloof, schildert Paulus een wereldbeeld van de ware God, een lineaire visie op de geschiedenis, de aard van zonde en afgoderij, het komende oordeel, de eenheid van het menselijke ras en de eenheid van God – allemaal als het noodzakelijke raamwerk zonder hetwelk zijn verkondiging van Jezus geen zin heeft.
Wat betekent dit voor evangelisatie vandaag?


Eigen vertaling van de overdenking bij 30 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 29 juli 2014

Kom over en help ons (Hd. 16)


Richteren 12; Handelingen 16; Jeremia 25; Markus 11

Drie opmerkingen over deze stappen in de dienst van Paulus en Silas (Handelingen 16):

(1) Om de ‘Macedonische roeping’ van Paulus te begrijpen (16:6-10), moet je zijn bewegingen op een kaart kunnen volgen. Na het centrale deel van wat nu Turkije is, te hebben doorreisd, verhindert de Geest Paulus en Silas om Asia in te trekken (16:6), d.w.z. Klein-Azië, het westelijke deel van het huidige Turkije. Dus reizen ze naar het noorden.

Nu proberen ze Bitynië in te trekken (16:7). Waren ze daartoe in staat geweest, dan bevonden ze zich op de belangrijkste oost-westverbinding die het Romeinse Rijk verbond met Indië – richting het oosten. Maar de ‘Geest van Jezus’ verhindert dat ze die stap zetten (16:7), en dus trekken ze in de enige richting die nog voor hen open ligt langs de wegen van die tijd: ze trekken richting de havenstad Troas.

Van daaruit ligt er maar één bestemming voor de hand: over het water naar Europa. Tijdens de nacht krijgt Paulus een visioen van een man in Macedonië, de meest nabijgelegen landstrook van Europa, die hem smeekt: ‘Steek over naar Macedonië en help ons’ (16:9). Dit bevestigt Paulus en Silas in hun bewegingen; het zet hen niet in een andere richting. Het resultaat is dienstwerk op het Europese continent en uiteindelijk een pad naar Rome.

(2) Paulus’ eerste bekeerling in Europa was een vrouw, een intercontinentale zakenreiziger uit Tyatira. Merk de beschrijving van haar bekering op en daarna de beschrijving van die van de gevangenbewaarder in Filippi: ‘de Here opende haar hart, zodat zij aandacht schonk aan hetgeen door Paulus gezegd werd’ (16:14); ‘hij (was) met zijn gehele huis tot het geloof in God gekomen’ (16:34). Laten we beide uitdrukkingen vandaag gebruiken.

(3) De moeite waard om over na te denken zijn de gelegenheden waarin Paulus staat op zijn Romeins staatsburgerschap, en wanneer hij dit niet doet. Soms wordt hij geslagen zonder een woord van protest. In Filippi worden aan Paulus en Silas ‘vele slagen gegeven’ (16:23-24), schijnbaar zonder dat ze protesteren. Romeinse staatsburgers waren uitgesloten van zweepslagen zolang ze niet schuldig waren bevonden aan de misdaad die hen ten laste werd gelegd.

Maar wanneer de gevangenbewaarder wordt opgedragen de gevangenen los te laten, protesteert Paulus dat hij en Silas, beiden staatsburgers, gegeseld werden zonder voorafgaand proces en hij staat erop dat de hoofdlieden van de stad naar hen toekomen en uit de gevangenis leiden als een soort publieke verontschuldiging (16:37-39). Waarom niet eenvoudig in stilte lijden, vooral omdat dit is wat ze soms doen?

Het valt moeilijk te bewijzen, maar velen hebben geloofwaardig geargumenteerd dat Paulus op zijn rechten staat wanneer hij door zo te handelen denkt wettelijke precedenten te scheppen die andere christenen kunnen helpen. Elke zaak in de boeken waarin van christenen wordt aangetoond dat ze niet schuldig zijn aan publieke oproer of geen bedreiging vormen voor het Romeinse Rijk, kan maar een nuttig wettelijk precedent zijn. Als dit juist is, is het een teken van strategische visie – in het belang van anderen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 29 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 28 juli 2014

Geen al te zware lasten voor de heidenen die zich tot God bekeren (Hd. 15)


Richteren 11; Handelingen 15; Jeremia 24; Markus 10

Hier zal ik twee verschillende overdenkingen in de beschikbare ruimte persen, een over elk van de twee eerste Bijbelgedeeltes die hierboven vermeld staan.

In Handelingen 15 is het van cruciaal belang te verstaan waarover het dispuut ging dat aan de basis lag van wat sindsdien bekendstaat als de ‘vergadering te Jeruzalem’ (of ‘de apostelvergadering’).

Een aantal (Joodse) mannen reisde van Judea naar Antiochië en begon de gelovigen daar te leren dat, zelfs al geloofden ze in Jezus, ze toch niet konden worden gered, tenzij ze besneden werden in overeenstemming met de wet van Mozes (15:1). De latere geschiedenis heeft de naam ‘Judaïsten’ aan deze mensen gegeven.

Vanuit het perspectief van deze Judaïsten was Jezus de Joodse Messias en kon men deze Joodse Messias niet echt volgen zonder een Jood te worden. Ongetwijfeld voelden sommige Joden zich bedreigd door deze toevloed van onbesneden heidenen in de kerk: de Joodse identiteit was in groot gevaar en kon verwateren of zelfs verloren gaan. Indien deze heidenen echter allen Joden werden, zoals aangegeven door de besnijdenis, zou dit gevaar verdwijnen.

Toch gaat de kwestie verder dan de vraag naar de Joodse eigen identiteit. Uiteindelijk mondt ze uit in de vraag van hoe je hele Bijbel in elkaar steekt. De Judaïsten verhieven de wet van Mozes boven Jezus. Jezus kon alleen maar worden aanvaard als de Messias, indien dit resulteerde in een groep mensen die zelfs nog ernstiger toegewijd was aan het gehoorzamen van het Mozaïsch verbond – voedselwetten, besnijdenis, tempelcultus en dies meer.

De leiders daarentegen wijzen in een andere richting. De wet werd nooit goed gehoorzaamd door de Joden (15:10); waarom die dan opleggen aan de heidenen? Nog belangrijker: de openbaring die wordt weerspiegeld in het oude verbond verwijst naar Jezus. Hij is het doel ervan, niet haar dienstknecht. Petrus herinnert de verzamelde groep dat God in de episode met Cornelius zijn Geest over de heidenen heeft uitgestort zonder dat ze waren besneden (15:7-8). Wat uiteindelijk op het spel staat, is de vrijheid van Gods genade (15:11).

De verslagen van Paulus en Barnabas blijken nuttig. Jakobus, de halfbroer van de Heer Jezus – tegen die tijd blijkbaar de vooraanstaande oudste van de gemeente in Jeruzalem – biedt zowel een krachtige uiteenzetting van een Oudtestamentische tekst als zijn eigen pastorale oordeel (15:13-21). De combinatie geeft de doorslag – hoewel de discussie herhaaldelijk heropflakkert tijdens de daaropvolgende decennia. Krijg een goed begrip van deze kwesties en je Bijbel valt in de juiste plooi.

Richteren 11:30-31, 34-40
is een schoolvoorbeeld van een belofte die niet had mogen worden gedaan en een belofte die nooit had mogen worden ingelost. Ondanks sterke bijbelse nadruk dat men zijn beloften moet houden, zou een belofte om iets zondigs te doen nooit mogen worden ingelost, maar zou ze moeten worden beleden, om geen twee zonden te begaan in plaats van één. Bovendien vind je hier verder bewijs van de neerwaartse spiraal van theologische en morele dwaasheid in Israël ten tijde van de richteren.


Eigen vertaling van de overdenking bij 28 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 27 juli 2014

Wij moeten door veel verdrukkingen in het Koninkrijk van God ingaan (Hd. 14)


Richteren 10; Handelingen 14; Jeremia 23; Markus 9

Paulus evangeliseerde al 15 jaar of meer, wellicht grotendeels in het gebied rond Tarsus, voor melding wordt gemaakt van zijn eerste ‘evangelisatietrip’.

Ongetwijfeld bouwde hij buitengewone ervaring op toen hij zowel evangeliseerde onder Joden als onder heidenen, zodat hij tegen de tijd dat hij op het toneel verschijnt als een gemeentestichtend apostel al geen jonge man meer is die nog zijn weg zoekt, maar een volwassen en door de wol geverfd werker.

(1) Er is al vaak gezegd dat overal waar Paulus kwam, hij ofwel een opwekking startte ofwel oproer veroorzaakte, en soms allebei. Maar dat is natuurlijk niet helemaal waar. Bovendien is oproer niet noodzakelijk een kenmerk van authenticiteit: het hangt evenveel af van de context en de toehoorders als van de prediker en zijn boodschap en stijl. Maar er is minstens enige waarheid vervat in de opmerking, en die is verbonden met de grote vrijmoedigheid van de apostel.

(2) In de vroege jaren van kerk, was de vervolging waar de christenen onder leden bijna volledig afkomstig van de Joden. Later werd natuurlijk veel ergere vervolging ingesteld door het Romeinse Rijk, tot Keizer Constantijn aan het begin van de vierde eeuw van kamp verwisselde. Maar in het begin was het niet zo.

Het is moeilijk om dit in onze historische context naar voor te brengen, aangezien wij leven aan deze zijde van de Holocaust. Maar feiten kun je niet wegmoffelen. Je kunt wel verstaan waarom het er zo aan toe ging. In het begin waren alle christenen immers Joden; gedurende een nogal lange tijd bestond de meerderheid uit Joden. In beide gevallen was er tucht mogelijk vanuit de synagoge binnen redelijk gesloten gemeenschappen.

Bovendien waren in minstens een aantal steden invloedrijke Joden goed geplaatst om invloed uit te oefenen op de heidense autoriteiten om druk te leggen op mensen waarvan de Joden vonden dat ze het Joodse erfgoed en de Joodse cultuur onderuit haalden.

(3) In Lystra (Hd. 14:8-20) zie je een spectaculair voorbeeld van de onvoorspelbaarheid van oproer. In eerste instantie willen de heidenen Paulus en Barnabas eren, respectievelijk als Hermes (de God van de communicatie) en Zeus (hoofd van het Griekse pantheon), omwille van de genezing die ze in Jezus’ naam hadden verricht. Alleen met grote inspanningen kunnen Paulus en Barnabas de menigte hiervan weerhouden - die zich dan plots tegen hen keert wanneer ze opgehitst wordt door de Joodse tegenstanders die hen ondertussen op de hielen zitten.

Het antwoord van de apostelen was in beide gevallen opmerkelijk: ze doen er alles aan om de lof af te wijzen (14:14, 18), en ze aanvaarden de vervolging als iets wat logischerwijs te verwachten valt voor hen die het koninkrijk binnengaan (14:22).

(4) Wanneer Paulus en Barnabas terugkeren naar huis, niet meer dan een paar maanden later, trekken ze doorheen de steden waar ze al gemeenten hadden gesticht en stellen ze telkens oudsten aan (14:23). Het is duidelijk dat wat bedoeld wordt met de ‘maturiteit’ van een oudste helemaal afhankelijk is van de leeftijd en maturiteit van de gemeente.

Denk na over de relevantie van deze punten in je eigen context.


Eigen vertaling van de overdenking bij 27 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 26 juli 2014

Allen, die bestemd waren ten eeuwigen leven, kwamen tot geloof (Hd. 13)


Richteren 9; Handelingen 13; Jeremia 22; Markus 8

Vandaag wil ik de aandacht vestigen op een aantal lessen die we kunnen trekken uit de tegenover elkaar liggende eindjes van Handelingen 13.

(1) Het leiderschap in de kerk van Antiochië moet buitengewoon divers geweest zijn (13:1). De echte naam van Barnabas was Jozef. Hij was een Leviet uit Cyprus (4:36-37).

In een tijd waarin de kerk in Jeruzalem zo snel groeide moet het voor de apostelen onmogelijk zijn geweest om zich elke naam te herinneren, maar deze Jozef was opgevallen door zijn opmerkelijke gave van vertroosting; als gevolg daarvan was hij beloond met een bijnaam die zijn karakter weerspiegelde: Barnabas – zoon der vertroosting.

Dan was er ook Simeon, ‘genaamd Niger’ – een uitdrukking die bijna zeker ‘Simeon de zwarte’ betekent.

In de oude wereld was slavernij, in tegenstelling tot de Britse en Amerikaanse ervaring [en de Europese, JL], verbonden met het economische systeem (mensen die failliet gingen konden zichzelf als slaaf verkopen – zie de overdenking van 11 maart) en met militaire macht; het bleef niet beperkt tot een bepaald ras. (Dus konden er Afrikaanse slaven zijn, Engelse slaven, Joodse slaven enz.) Dus was er niets abnormaals aan een ‘Simeon de zwarte’ als een van de leiders.

Over Lucius van Cyrene weten we bijna niets. Blijkbaar was hij, net als Barnabas, afkomstig van een eiland in de Middellandse zee, en de vorm van zijn naam toont aan dat hij tot de Hellenistische wereld behoorde. Manaën had genoeg connecties met de lagere adel dat hij was opgevoed met Herodes de viervorst.

Dan was er Saulus zelf, tegen die tijd een veteraan als evangelist, kerkstichter en Bijbelleraar met vijftien jaar ervaring, met genoeg littekens om het te bewijzen. Als gevolg van die roeping begaf hij zich steeds meer in heidense middens en gebruikte de naam, verbonden met zijn Romeins staatsburgerschap, Paulus (13:9).

(Romeinse burgers hadden drie namen. In het geval van ‘meneer Paulus’ kennen we de twee andere niet – want Paulus was zeker de familienaam. Saulus was een bijkomende naam die moest dienen voor het aanduiden zijn Joodse herkomst.) Ook hij kwam uit de stad – van Tarsus. Wat een heerlijke en kosmopolitische diversiteit is er in deze kerk van Antiochië.

(2) Na het gedetailleerde verslag van Paulus’ toespraak in het Pisidische Antiochië, wordt ons verteld dat veel heidenen het woord des Heren verheerlijkten ‘en allen, die bestemd waren ten eeuwigen leven, kwamen tot geloof’ (13:48). Het is een uitstekende oefening om alle manieren te ontdekken waarop Handelingen of zelfs het volledige Nieuwe Testament, spreekt over bekering en bekeerlingen – en dan al deze manieren van uitdrukken in ons spreken te gebruiken.

Want onze manieren om over dergelijke zaken te spreken, reflecteert en vormt ook de manier waarop we over deze zaken denken. Er is geen bijbelse passage die spreekt over ‘Jezus aanvaarden als je persoonlijke Redder’ (hoewel het begrip op zichzelf niet volledig verkeerd is). Dus waarom gebruiken velen deze uitdrukking en spreken ze nooit in de bewoordingen van vers 48?


Eigen vertaling van de overdenking bij 26 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 25 juli 2014

Van kwaad naar erger met Gideon (Richt. 8)


Richteren 8; Handelingen 12; Jeremia 21; Markus 7

In veel opzichten was Gideon een groot man. Toen de Here hem eerst riep, zette hij voorzichtig de eerste stappen in gehoorzaamheid ’s nachts (Richt. 6). Dan, vol van de Heilige Geest (6:34), en overtuigd door twee buitengewone tekenen dat God met hem was (6:36-40), leidde hij zijn van Godswege gereduceerde groep van driehonderd mannen naar een buitengewone overwinning over de Midianieten (Richt. 7).

Maar ondanks al die grootheid vertegenwoordigt Gideon iets van wat misgaat met het land. Diepgaande gebreken in zijn karakter en onstandvastigheid nemen toe en gaan etteren, zodat tegen het einde van het boek het hele land zich in een heel slechte staat bevindt.

Bij het eerste voorval in Richteren 8 komt Gideon er goed vanaf, de Efraïmieten nogal slecht. Niemand was bereid om de Midianieten te bevechten voor God Gideon deed opstaan. Nu de overwinning onder Gideon al zo verbazingwekkend was, beschuldigen de Efraïmieten hem dat hij hen niet eerder tot de strijd uitgenodigd heeft. Hij antwoordt diplomatisch, en prijst hun inspanningen in het latere deel van de operatie, waardoor ze bedaren (8:1-3).

Bij de steden Sukkot en Pniël, komen noch de steden zelf noch Gideon in een zeer goed daglicht te staan (8:4-9, 13-17). De bewoners van de steden zijn laf, hebben geen principes en blijven maar al te graag aan de zijlijn zitten zolang ze niet weten vanuit welke richting de wind komt.

Maar ondanks alle rechtvaardigheid in Gideons antwoord, lijkt hij meer dan een klein beetje wraakzuchtig. Wanneer het tot de executie komt van de Midianietische koningen Zebach en Salmunna (8:18-21), is zijn besluit minder gebaseerd op de principes van publiek recht of op de geboden van de Heer met betrekking tot het reinigen van het land, dan op persoonlijke wraak: zijn eigen broers waren in de oorlog gedood.

Aan de ene kant lijkt Gideon niet machtshongerig. Hij wijst het populaire applaus af dat hem koning wilde maken, op basis van het feit dat alleen de Here moet regeren over zijn verbondsvolk (8:22-23). Maar dan maakt hij een lelijke val.

Hij doet zijn verzoek voor gouden oorringen, en eindigt met een zodanig grote schat dat hij er een royaal priestergewaad van laat maken, een opperkleed versierd met ongeveer twintig kilo goud.

De religieuze toestand in Israël is zo benard dat deze efod al snel een godsdienstig voorwerp van afgoderij wordt, niet alleen voor het volk maar ook voor Gideons familie (8:27). De loyaliteit aan het verbond die hij in stand houdt is niet totaal.

Er broeit ondertussen nog ergere ellende. Hij neemt zich niet twee of drie vrouwen, maar vele, en heeft zeventig zonen. Na zijn dood keert het volk terug naar openlijke afgoderij en vertoont het lelijke ondankbaarheid tegenover Gideons familie (8:33-35). En een van zijn zonen, Abimelech, blijkt een wrede en machtshongerige beul (Richteren 9).


Eigen vertaling van de overdenking bij 25 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 24 juli 2014

'Dan geeft God dus ook de heidenen de kans om tot inkeer te komen en het nieuwe leven te ontvangen' (Hd. 11)

Richteren 7; Handelingen 11; Jeremia 20; Markus 6
Wat opvalt aan Handelingen 11:1-18 is de grote aandacht die nog wordt besteed aan het opnieuw vertellen van het verhaal dat al gedeeltelijk in detail werd uiteengezet in Handelingen 10, vaak in precies dezelfde bewoordingen. Is dit niet een nogal buitensporig gebruik van ruimte op een boekrol?

Maar Lukas ziet dit als een keerpunt. Petrus wordt op het matje geroepen door de kerken in Judea omdat hij een huis van een onbesneden persoon is binnengegaan en met hen heeft gegeten (11:3).

Petrus vertelt zijn ervaring opnieuw. Het visioen van het laken met de onreine dieren, het feit dat het drie keer wordt herhaald, de instructie van de Geest om mee te gaan met de heidense boodschappers, het feit dat zes van de (Joodse) broeders hem vergezelden en daarom zijn verhaal konden bevestigen, het neerdalen van de Geest op een manier die verwant is aan dezelfde gebeurtenis op Pinksteren, het linken van deze dingen met de woorden van de Heer Jezus – alles leidt tot Petrus’ zorgvuldige conclusie: ‘Als God hun wegens hun geloof in de Heer Jezus Christus hetzelfde geschenk wilde geven als ons, hoe had ik hem daar dan van kunnen weerhouden?’ (11:17).

Nu enkele opmerkingen:

(1) Hoewel Petrus’ betoog overtuigend blijkt (11:18), betekent dit niet dat alle theologische implicaties al meteen klaar en duidelijk zijn. Dit kan wel goed zo zijn voor de heidenen, en kan reden voor vreugde zijn. Maar veel vragen blijven nog onbeantwoord: ‘Zullen de heidenen moeten besneden worden? Zullen ze gebonden zijn aan de wetten in verband met koosjer voedsel nadat ze tot geloof kwamen in Jezus?

Indien niet, is het Joden dan toegestaan om dergelijke wetten los te laten, of was Petrus een eenmalige uitzondering? Zouden er twee heel andere kerken moeten komen, een Joodse en een heidense? Wat moeten de heidenen gehoorzamen? Wat is de relatie tussen dit nieuwe verbond en het oude? Veel van deze vragen komen op tafel in de komende hoofdstukken.

(2) De eerste betekenis van deze doop in de Heilige Geest is een beetje verschillend van in Handelingen 2. Hier dienen de sterke uitdrukkingen om deze groep nieuwe bekeerlingen te bevestigen voor de moederkerk in Jeruzalem – wat met Pinksteren niet hoefde te gebeuren.

(3) Vervolgens horen we van brede ongeplande verkondiging van het evangelie onder zowel Joden als heidenen (11:19 e.v.), wat een verdere crisis veroorzaakt. Nu krijgen de leiders in Jeruzalem niet alleen te maken met een individueel geval of een heidens gezin, maar met een volledige kerk die overwegend heidens is. Ze tonen grote wijsheid.

De gezant die ze sturen, Barnabas, geeft geen blijk van grote theologische scherpslijperij. Maar hij kan zien dat dit het werk is van de Geest en moedigt meteen de nieuwe bekeerlingen aan om God trouw na te volgen – en haalt er snel de beste bijbelleraar bij die hij kent voor een dergelijke kerk van gemengde afkomst (11:25-26). Dit is hoe Saulus van Tarsus verbonden raakt met deze grote kerk.


Eigen vertaling van de overdenking bij 24 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 23 juli 2014

God heeft me duidelijk gemaakt dat ik geen enkel mens als verwerpelijk of onrein mag beschouwen (Hd. 10)


Richteren 6; Handelingen 10; Jeremia 19; Markus 5

Het verslag van de bekering van Cornelius neemt in het boek Handelingen veel ruimte in. Nu het evangelie zich buiten zijn Joodse grenzen begeeft, wordt elke stap zorgvuldig in kaart gebracht. Eerst waren er de Samaritanen, een gemengd ras met een specifiek zicht op de Schrift. (Ze aanvaardden alleen de Torah, wat wij de Pentateuch noemen).

Daarna kreeg je de Ethopische kamerling, die geen volwaardige proseliet kon zijn – maar (zou je kunnen argumenteren) misschien dat hij er een geweest was, ware hij niet verminkt. Dan volgt de bekering van de man die de apostel van de volken zal zijn (zie 9:15).

Hier in Handelingen 10 is er dan de bekering van een godvruchtig persoon, een heiden die gehecht is aan de Schrift en aan de Joodse synagoge, die gekozen had om niet te worden besneden en dus een niet-gekwalificeerde proseliet – een bekeerling – voor het judaïsme.

De apostel die door God wordt voorbereid om naar Caesarea te gaan en het evangelie te prediken tot Cornelius en zijn huis is Petrus. Petrus’ terugkerende visioen ging over ritueel onrein voedsel. Drie keer wordt hem opgedragen onreine dieren te slachten en te eten; drie keer weigert hij, want hij beschouwt zichzelf als onder voedselvoorschriften van de Wet.

Velen hebben zich afgevraagd hoe Petrus zo hardleers kon zijn, gezien het feit dat, volgens Markus 7:19, Jezus al eerder een uitspraak had gedaan die alle voedsel rein verklaarde.

Maar het is verre van duidelijk dat zijn discipelen de implicaties van Jezus’ uitspraak in die tijd verstonden. Markus schrijft later, rond 60 n.C., lang na de episode met Cornelius; en terwijl hij nadenkt over wat Jezus zei, ziet Markus de consequenties van Jezus’ woorden in, die op het ogenblik zelf niet begrepen waren.

Zelfs de opdracht om het Evangelie overal te brengen, of Jezus’ aandrang dat mensen van overal ter wereld zouden komen en zich bij de aartsvaders zouden voegen in het koninkrijk der hemelen (Matt. 8:11), had de puzzelstukjes niet doen samenvallen voor de apostelen. Het moet ons dan ook niet verwonderen dat Petrus in deze fase nog een en ander aan het uitzoeken is.

Dus wordt hij wakker en vraagt zich af wat het visioen betekent. Voorzienige timing maakt het punt duidelijk. Koosjere Joden waren altijd zenuwachtig in een huis van iemand uit de volken – maar hier zendt God Petrus niet alleen om tijd door te brengen in een niet-koosjer heidens huis, maar om er het evangelie te prediken.

Aanvankelijk is er niemand die meer verrast is dan Petrus (10:28-29, 34), maar het duurt niet lang voor hij tot een uitgebreide presentatie komt van het evangelie voor deze heidenen.

Zelfs terwijl Petrus nog aan het spreken is, wordt de Heilige Geest uitgestort over dit heidens gezin zoals Hij ook was uitgestort over de Joden op de Pinksterdag, en niemand is meer verbaasd dan Petrus en de Joden die met hem meereisden (10:45-47).

De initiële aandrang om met het evangelie van Jezus Christus de grenzen van ras en erfgoed te overschrijden, kwam niet vanuit een comité dat wereldevangelisatie plant, maar van God zelf.


Eigen vertaling van de overdenking bij 23 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 22 juli 2014

'Ik ben Jezus, die gij vervolgt' (Hd. 9)

Richteren 5; Handelingen 9; Jeremia 18; Markus 4
Wat was Paulus’ visie voor hij tot bekering kwam (Handelingen 9)? Elders (Hd. 22:2; 23:6; Fp. 3:4-6) vertelt hij ons dat hij een strikte Farizeeër was, (blijkbaar) opgegroeid in Jeruzalem, onderwezen door een van de meest gerenommeerde rabbi’s van die tijd.

Voor hem was de notie van een gekruisigde Messias een contradictio in terminis. Messiassen regeren, ze triomferen, ze winnen.

De Wet benadrukt dat zij die aan een kruis hangen vervloekt zijn door God. Daarom is de nadruk dat Jezus de Messias is niet alleen dwaas, maar grenst die aan godslastering. Het kan leiden tot politieke oproer: de opkomende kerk kende groei, ze kon een gevaarlijk blok worden.

Ze moest gestopt worden; ja, wat er nodig was was een moedig man als Saulus, een man als Pinehas die de toorn van God afwendde door een beslissende actie tegen degenen die de waarheid en zuiverheid aantastten (Num. 25; zie de overdenking voor 16 mei), iemand die de gevolgen van deze ellendige waanideeën goed kon inschatten en inzag waartoe ze zouden leiden.

Maar nu op de weg naar Damascus heeft Saulus een ontmoeting met de opgestane, verheerlijkte Jezus. Of hij Hem voorheen al gezien had kunnen we niet met zekerheid weten; dat hij Hem nu ziet, daarover bestaat bij Saulus geen twijfel. En een groot deel van zijn theologie, uitgewerkt en tentoongespreid in zijn brieven, komt voort uit dit brute feit.

Als Jezus nog leefde en verheerlijkt was, dan was zijn kruisdood op de een of andere manier geen bewijs dat Hij vervloekt was. Verre van: de bewering van gelovigen dat God Hem had opgewekt uit de dood, en dat ze Hem hadden gezien, moet waar zijn – en dat kon alleen betekenen dat God Jezus had gerechtvaardigd.

Maar wat kon zijn dood dan toch betekenen? Vanuit dit gezichtspunt zag alles er ander uit. Was Jezus onder de vloek van God toen Hij stierf, maar was Hij nu gerechtvaardigd door God, dan moet Hij voor anderen zijn gestorven. Op de een of andere manier absorbeerde zijn dood de terechte vloek van God voor anderen en neutraliseerde Hij die.

In dit licht leek de hele geschiedenis van de Hebreeuwse Schriften anders. Stond er niet geschreven dat een Lijdende Dienstknecht (zie de overdenking van gisteren) om onze overtredingen zou worden doorboord en om onze ongerechtigheden verbrijzeld?

Neemt de dood van talloze lammeren en stieren werkelijk menselijke zonde weg? Of hebben we als het ware een menselijk ‘lam van God’ nodig, een menselijk ‘Paaslam’?

Als de tabernakel- en tempelrituelen worden gelezen als verwijzend naar de finale oplossing, wat zegt dit dan over de huidige staat van het verbond dat wordt uitgevaardigd bij Sinaï? Wat met de Schriftplaatsen die een nieuw verbond beloven, een grote uitstorting van de Geest in de laatste dagen (Hd. 2:17-21; zie Joël 2:28-32 en de overdenking van 15 juli)?

Welke plaats neemt de belofte van Abraham dan in, in het schema van de dingen, dat in Abrahams nageslacht alle naties op aarde zouden gezegend worden (Gen. 12:3; zie de overdenking voor 11 januari)?

Erken dat Jezus leeft en gerechtvaardigd is, en alles verandert.


Eigen vertaling van de overdenking bij 22 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 21 juli 2014

'Uitgaande van dat schriftwoord, predikte hij hem Jezus' (Hd. 8)

Richteren 4; Handelingen 8; Jeremia 17; Markus 3

De bekering van de Ethiopische kamerling [of eunuch] (Handelingen 8:26-40) markeert een belangrijke uitbreiding van het evangelie over diverse grenzen heen.

We moeten begrijpen wie hij was. Hij was ‘een rijksgrote van Kandake, de koningin der Ethiopiërs, haar opperschatbewaarder’ (8:27). Kandake was een familienaam die een titel was geworden, een beetje zoals Caesar in Rome.

In bepaalde matriarchale regeringen was het niet ongewoon voor de hoogste gezagsdragers, die vrije toegang hebben tot Kandake, om eunuchs te zijn (of ze nu op deze manier geboren waren of gecastreerd), voor de voor de hand liggende bescherming van de koningin. Deze man kun je vergelijken met de huidige minister van financiën of iets van die strekking.

Maar alhoewel hij een geëerde en machtige politieke figuur was in zijn thuisland, zou hij tegen beperkingen zijn aangelopen in Jeruzalem. Aangezien hij was opgetrokken naar Jeruzalem om er te aanbidden (8:27), moeten we veronderstellen dat hij met het Judaïsme had kennisgemaakt, er door was aangetrokken, en nu naar Jeruzalem was gereisd voor een van de feesten.

Maar hij kon geen echte proseliet worden, aangezien hij vanuit Joods oogpunt verminkt was. Het Woord van God had deze man gegrepen en hij had diverse weken gereisd om Jeruzalem en zijn tempel te zien.

In de zuivere voorzienigheid van God, was het tekstgedeelte dat de eunuch las, blijkbaar luidop (8:30 – geen ongebruikelijke praktijk in die tijd), Jesaja 53.

Hij stelt de voor de hand liggende vraag (8:34): wie is de Lijdende Dienstknecht over wie Jesaja spreekt? ‘En Filippus opende zijn mond, en uitgaande van dat schriftwoord, predikte hij hem Jezus’ (8:35).

Dit is een wonderlijk vers. Niet alleen zou het moeilijk voor hem zijn om een betere plaats te vinden om mee te starten, maar Filippus legde zowel dit gedeelte als andere oudtestamentische teksten uit: hij begon precies bij dat schriftwoord [‘uitgaande van dat schriftwoord’; of in de NBV: ‘waarbij hij deze schrifttekst als uitgangspunt nam’]. Zo gingen de kilometers voorbij en Filippus legde tekst na tekst uit, terwijl hij een begrijpelijk beeld van het evangelie schetste, het goede nieuws over Jezus (8:35).

Zo strekt het evangelie zich uit in het boek Handelingen. Alle eerste bekeerlingen waren Joden, of ze nu waren opgegroeid in het Beloofde Land of waren bijeengekomen vanuit de verstrooiing. Maar het begin van Handelingen 8 getuigt van de bekering van Samaritanen – een vreemd volk van gemengde origine, slechts gedeeltelijk Joods, toegevoegd aan de moederkerk in Jeruzalem door toedoen van de apostelen Petrus en Johannes.

De volgende bekering is die van de eunuch – een Afrikaan, helemaal geen Jood – voldoende toegewijd aan het Judaïsme om de pelgrimsreis naar Jeruzalem te ondernemen, hoewel hij nooit een volwaardige proseliet kon zijn; een man die doordrongen was van de Joodse Schriften, zelfs al kon hij ze niet verstaan.

Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de volgende grote gebeurtenis in dit boek bestaat uit de bekering van de man die de apostel voor de volken zou worden.


Eigen vertaling van de overdenking bij 21 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.